Art. 15/4.
Na advies van de Commissie bepaalt de Koning:
de criteria voor de toekenning van de leveringsvergunningen, die inzonderheid betrekking kunnen hebben op:
a)
de professionele betrouwbaarheid en ervaring van de aanvrager, zijn technische en financiėle capaciteit en de kwaliteit van zijn organisatie;
b)
de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen[, meer bepaald inzake transactie en aanpassing en eenvormigheid met de vereisten voor bevoorradingszekerheid];
c)
de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11, 2°;
de procedure voor de toekenning van de leveringsvergunningen, inzonderheid de vorm van de aanvraag, het onderzoek van het dossier en de vergoeding die hiervoor moet worden betaald, en de termijnen waarbinnen de minister moet beslissen en zijn beslissing aan de aanvrager moet meedelen;
de gevallen waarin de minister de leveringsvergunning kan herzien of intrekken en de toepasselijke procedures;
wat er met de leveringsvergunning gebeurt in geval van controlewijziging, fusie of splitsing van de houder en, in voorkomend geval, de te vervullen voorwaarden en de te volgen procedures voor het behoud of de hernieuwing van de leveringsvergunning in deze gevallen.]