Art. 15/5duodecies.

§ 1

De nieuwe grote aardgasinstallaties, namelijk de interconnecties met de buurlanden, de LNG-installaties en de opslaginstallaties [evenals de significante capaciteitsverhogingen van de bestaande installaties en de wijzigingen van deze installaties ter bevordering van de ontwikkeling van nieuwe gasbevoorradingsbronnen,] kunnen [voor een vastgestelde periode] genieten van een afwijking van de bepalingen van dit hoofdstuk en van de bepalingen inzake [de certificering en] de tarifaire methodologie, met uitzondering van de artikelen [...], 15/7, 15/8 en 15/9. Deze afwijking wordt verleend door de Koning, [op voorstel van de] [Commissie] in de mate dat:
de investering de concurrentie in de aardgaslevering moet versterken en de bevoorradingszekerheid moet verbeteren;
het risiconiveau dat verbonden is aan de investering dusdanig is dat deze investering niet gerealiseerd zou zijn als geen afwijking was toegestaan;
de installatie de eigendom is van een natuurlijke of rechtspersoon die op zijn minst qua rechtsvorm gescheiden is van de netbeheerders in wier netwerk die installatie wordt gebouwd;
de tarieven worden geïnd bij de gebruikers van de betrokken installatie;
de afwijking geen afbreuk doet aan de concurrentie of de goede werking van de [relevante markten waarop de investering waarschijnlijk een effect zal hebben, van het efficiënte functioneren van de interne markt voor aardgas, van het efficiënte functioneren van de betrokken gereguleerde systemen of van de leverings- en bevoorradingszekerheid inzake aardgas in de Europese Unie].

[§ 1bis

De aanvraag tot afwijking § 1 wordt ingediend bij de minister die dit behandelt op basis van de in §§ 1ter tot 4 vastgelegde procedure.

§ 1ter [

Voordat een besluit over de afwijking wordt genomen raadpleegt de Commissie:
de nationale regulerende instanties van de lidstaten wier markten waarschijnlijk een effect zullen ondervinden van de nieuwe infrastructuur; en
de nationale regulerende instanties van de derde landen wier betrokken infrastructuur verbonden is met het Unienet dat onder het rechtsgebied van België valt en begint of eindigt in een of meer derde landen.
De Commissie bepaalt een redelijke termijn waarbinnen de autoriteiten van derde landen moeten reageren. Die termijn mag niet langer zijn dan drie maanden. Indien de geraadpleegde autoriteiten van de derde landen niet binnen die termijn reageren, maakt de Commissie haar voorstel over aan de Koning met het oog op een beslissing.
]

[§ 1quater

Wanneer de infrastructuur in kwestie is gelegen op het grondgebied van meer dan één lidstaat, zijn het tweede tot en met het vierde lid van toepassing.
Indien ACER een advies aan de Commissie doet toekomen, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, het vereiste besluit nemen op basis van dit advies binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum waarop de laatste van de regulerende instanties een verzoek om een afwijking heeft ontvangen.
Indien alle betrokken regulerende instanties binnen zes maanden vanaf de datum waarop de laatste regulerende instantie het verzoek om een ontheffing heeft ontvangen, overeenstemming hebben bereikt over dit verzoek, informeert de Commissie ACER hierover.
Indien de betrokken infrastructuur een vervoersleiding is tussen een lidstaat en een derde land en het eerste connectiepunt zich in België bevindt, kan de Commissie, alvorens een voorstel tot afwijking aan de Koning over te maken, de relevante bevoegde autoriteit van dat derde land raadplegen, teneinde ervoor te zorgen dat, wat de betrokken infrastructuur betreft, het Unierecht consequent wordt toegepast op het grondgebied en, in voorkomend geval, in de territoriale wateren van die lidstaat. Indien de geraadpleegde autoriteiten van het derde land niet binnen een redelijke of vastgelegde termijn van ten hoogste drie maanden reageren, maakt de Commissie haar voorstel aan de Koning over met het oog op een beslissing.
]

§ 2

[De afwijking kan gelden voor het geheel of gedeelten van, respectievelijk, de nieuwe installatie of de significant verhoogde bestaande installatie.]
Bij de beslissing over de afwijking wordt per geval nagegaan of er voorwaarden gesteld moeten worden met betrekking tot de duur van de afwijking en de niet-discriminerende toegang [tot de infrastructuur].
Hierbij wordt rekening gehouden met[, in het bijzonder], de aan te leggen extra capaciteit of de wijziging van de bestaande capaciteit, de looptijd van het project en de nationale omstandigheden.

§ 3

[Wanneer een afwijking wordt verleend, kan de minister de voorschriften en mechanismen bepalen voor het beheer en de toewijzing van capaciteit, voor zover dit geen beletsel vormt voor de uitvoering van langetermijncontracten.]
]

§ 4

[Elke aanvraag tot afwijking wordt onmiddellijk aangemeld bij de Europese Commissie alsook alle nuttige gegevens die daarmee verband houden.
]]