Art. 15/7.

§ 1

De vervoerondernemingen kunnen de toegang tot het vervoernet enkel geldig weigeren in de mate dat:
het net niet over de nodige capaciteit beschikt om het vervoer te verzekeren;
de toegang tot het net de goede uitvoering van een openbare dienstverplichting door de betrokken vervoeronderneming zou verhinderen;
[de toegang tot het net voor de betrokken vervoersonderneming economische en financiële moeilijkheden meebrengt of zou meebrengen wegens “take-or-pay” verbintenissen die zij in het kader van een of meer gasaankoopcontracten heeft aanvaard overeenkomstig de in § 3 vastgelegde procedure.]

§ 2

Elke weigering van toegang tot het vervoernet in uitvoering van § 1 [moet naar behoren met redenen worden omkleed en verantwoord].
[De beheerders delen aan de commissie hun gemotiveerde beslissing tot weigering van toegang mee.]]

[§ 3

Elke weigering tot toegang in uitvoering van § 1, 3° wordt ter goedkeuring aan de commissie voorgelegd.
Wanneer een vervoersonderneming de toegang tot haar vervoersnet op grond hiervan weigert, richt zij onverwijld een verzoek om ontheffing aan de commissie, die beslist op basis van de volgende procedure.
De verzoeken om ontheffing worden vergezeld van alle nuttige informatie over de aard en het belang van het probleem en over de inspanningen die de vervoersonderneming geleverd heeft om het probleem op te lossen. Indien er geen andere redelijke oplossing voorhanden is en rekening houdend de criteria die volgen uit het vijfde lid, kan de commissie beslissen om een ontheffing toe te staan.
De commissie brengt haar beslissing om een ontheffing toe te kennen onverwijld ter kennis van de Europese Commissie, samen met alle nuttige informatie in verband met de ontheffing. Deze informatie kan in samengevoegde vorm aan de Europese Commissie worden meegedeeld om haar in staat te stellen om haar beslissing behoorlijk te staven. Binnen acht weken na de ontvangst van deze kennisgeving kan de Europese Commissie aan de commissie vragen om de beslissing tot toekenning van een ontheffing te wijzigen of in te trekken. Indien de commissie niet binnen een termijn van vier weken aan dit verzoek gevolg geeft, wordt onverwijld een definitieve beslissing genomen volgens de raadplegingsprocedure bedoeld in artikel 51, § 2 van Richtlijn 2009/73/EG.
Om over de in deze paragraaf bedoelde ontheffingen te beslissen, houden de commissie en de Europese Commissie onder andere rekening met de volgende criteria:
a)
het streven om een concurrerende gasmarkt tot stand te brengen;
b)
de noodzaak om openbare dienstverplichtingen na te komen en de bevoorradingszekerheid te waarborgen;
c)
de positie van de vervoersonderneming op de gasmarkt en de bestaande concurrentiesituatie op die markt;
d)
de ernst van de economische en financiële moeilijkheden die de aardgasondernemingen en de vervoersondernemingen of de eindafnemers ondervinden;
e)
de data van ondertekening en de voorwaarden van het (de) betrokken contract(en), met inbegrip van de mate waarin deze rekening houden met marktveranderingen;
f)
de inspanningen die zijn geleverd om het probleem op te lossen;
g)
de mate waarin de vervoersonderneming bij de aanvaarding van de betrokken “take-or-pay” verplichtingen, gelet op de bepalingen van deze richtlijn, redelijkerwijs had kunnen verwachten dat zich ernstige moeilijkheden zouden kunnen voordoen;
h)
de mate waarin het net gekoppeld is aan andere netten en de mate van interoperabiliteit van die netten; en
i)
de gevolgen die de toekenning van een ontheffing kan hebben op de correcte toepassing van deze wet wat de goede werking van de interne markt voor aardgas betreft.
Een beslissing inzake een verzoek tot ontheffing met betrekking tot de “take-or-pay” contracten die vóór 4 augustus 2003 zijn afgesloten, mag niet tot gevolg hebben dat er geen andere rendabele afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden. Ernstige moeilijkheden zullen in elk geval niet geacht worden te bestaan zolang de verkoop van aardgas niet terugloopt tot beneden de gegarandeerde minimumafname die in “take-or-pay” contracten voor gasaankoop vastgelegd is of voor zover het betrokken “take-or-pay” contract voor gasaankoop kan worden aangepast of de aardgasonderneming in staat is andere afzetmogelijkheden te vinden.
De aardgasondernemingen waaraan krachtens deze paragraaf geen ontheffing is toegekend, mogen toegang tot het net niet of niet langer weigeren op grond van “take-or-pay” verbintenissen die zij in een gasaankoopcontract hebben aanvaard.
Elke krachtens deze paragraaf toegekende ontheffing wordt naar behoren gemotiveerd en wordt door de Europese Commissie bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.]