Hoofdstuk IVquater.
Tarifering, openbare dienstverplichtingen, boekhouding


Art. 15/10.

§ 1

[Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie, maximumprijzen vaststellen voor de levering van aardgas aan eindafnemers en voor het aandeel van de aardgaslevering aan distributiebedrijven [...].]

§ 2

[Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van aardgas aan residentiėle beschermde klanten met een laag inkomen of in een kwetsbare situatie. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
[Aardgasondernemingen] verzekeren de bevoorrading van residentiėle beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
[...]
De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.]

§ 3

De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat:
kruissubsidies tussen categorieėn van afnemers worden vermeden;
wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsstijging ingevolge de openstelling van de aardgasmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiėle en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers worden behouden op het niveau van de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector;
het principe wordt geėerbiedigd volgens welk de prijzen bedoeld in § 2 worden afgestemd op de marktwaarde van aardgas in verhouding tot vervangingsproducten.]
[5°
het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd daar waar aardgasnetten bestaan of op een economisch redelijke wijze ontwikkeld kunnen worden, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de aardgasmarkt voor concurrentie, de continuļteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde categorieėn residentiėle verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;
erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;
de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.]

Art. 15/10bis.

§ 1

Teneinde de controle waarin § 3 voorziet te kunnen uitvoeren, stelt de commissie voor elke leverancier voor elk variabel contracttype, evenals elk nieuw contracttype, en in overleg met hen, binnen twee maanden na de bekendmaking van de wet van [8 januari 2012] tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt en de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen, een gegevensbank op teneinde de methodologie voor de berekening van de variabele energieprijzen te registreren, waaronder de parameters en de indexeringsformules die daarbij gehanteerd worden. Hiertoe kan de commissie extra informatie opvragen in het kader van haar opdracht.

§ 2

De variabele energieprijs voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s kan maximaal vier keer per jaar, steeds voor de eerste dag van een trimester, geļndexeerd worden.
Binnen drie werkdagen volgend op de indexering publiceren de leveranciers voor contracten met variabele energieprijzen, de desbetreffende indexeringsformules voor de levering van aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website alsook de eventuele wijzigingen aan die formules.

§ 3

Binnen vijf dagen na elke indexering, die geschiedt na de registratie van de variabele energieprijzen overeenkomstig § 1, bezorgt elke leverancier aan de commissie een overzicht van de wijze waarop deze werd aangepast op grond van de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule. De commissie gaat na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule correct werd toegepast en in overeenstemming is met de gegevens die zijn doorgegeven in het kader van § 1. [De commissie gaat tevens na of de door de leverancier gehanteerde indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]

§ 4

De commissie stelt[...] vast of de in § 1 bedoelde formule voor de indexering van de energiecomponent voor levering van aardgas met variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s correct werd toegepast. [De commissie stelt tevens vast of de indexeringsformule zoals bedoeld in § 1 conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.]
De commissie doet op eigen initiatief een vaststelling ingeval een leverancier geen aangifte doet van de gegevens bedoeld in § 2 binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens § 3 na te komen.
De commissie zendt per aangetekende brief met ontvangstmelding haar vaststelling over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in § 3 of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het tweede lid. De leverancier heeft het recht de vaststelling door de commissie te betwisten binnen vijf werkdagen na de ontvangst van de vaststelling. Betwistingen worden voorgelegd aan een neutraal en door beide partijen aanvaard lid van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat binnen dertig dagen en op kosten van de in het ongelijk gestelde partij een bindende vaststelling doet of de indexeringsformule van de energiecomponent voor levering van elektriciteit met variabele energieprijs aan huishoudelijke afnemers en K.M.O.'s [correct werd toegepast en of deze indexeringsformule conform de exhaustieve lijst van toegelaten criteria is, bedoeld in § 4bis.].
[Nadat de in het eerste lid vermelde vaststelling definitief is geworden, maant de commissie de leverancier aan om de betrokken klanten te crediteren voor het teveel aangerekende deel van de energiecomponent. De commissie legt aan de leverancier tevens een administratieve geldboete op ter hoogte van het totaal bedrag dat aan de klanten gecrediteerd dient te worden.]

[§ 4bis

Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad legt de Koning, na voorstel van de commissie, een exhaustieve lijst vast van toegelaten criteria met het oog op de uitwerking door elkeen van de leveranciers van de indexeringsparameters opdat deze beantwoorden aan transparante, objectieve en niet-discriminatoire criteria en de werkelijke bevoorradingskosten vertegenwoordigen.
Met het oog op de monitoring, brengt de commissie jaarlijks verslag uit aan de regering betreffende de evolutie van de indexeringsparameters van de leveranciers.
]

§ 5

De leverancier geeft elke stijging van de variabele energieprijs aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s die niet het gevolg is van een beslissing van de bevoegde overheid, van de regulator, van de aardgasvervoersnetbeheerder, van de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, van de LNG-installatie, van de distributienetbeheerders of die niet voortvloeit uit de toepassing van de §§ 2 tot 4, per aangetekende brief met ontvangstmelding aan bij de commissie.
De melding aan de commissie gaat vergezeld van een motivering van de prijsstijging zoals bedoeld in het eerste lid van deze paragraaf.
De inwerkingtreding van de stijging zoals vermeld in het eerste lid wordt geschorst gedurende de duur van de in deze paragraaf bepaalde procedure.
De commissie[...] oordeelt of de motivering van de stijging gerechtvaardigd is aan de hand van objectieve parameters, onder andere op basis van een permanente vergelijking van de energiecomponent voor de levering van elektriciteit en aardgas aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s met het gemiddelde van de energiecomponent in de zone Noordwest Europa.
Op initiatief van de commissie[...] wordt een beslissing genomen door de commissie in geval een leverancier geen aangifte doet binnen de bovenvermelde termijnen, nadat hij per aangetekende brief met ontvangstmelding in gebreke is gesteld om zijn aangifteplicht krachtens het eerste lid na te komen.
De commissie zendt[...] haar beslissing over aan de leverancier binnen vijf werkdagen volgend op diens verklaring bedoeld in het eerste lid of volgend op de datum waarop zij op eigen initiatief is tussengekomen overeenkomstig het vijfde lid.
Indien de opwaartse aanpassing van de energiecomponent niet rechtvaardig is, knoopt de leverancier onderhandelingen aan met de commissie [...] met het oog op het afsluiten van een akkoord over de variabele prijs voor de energiecomponent voor de levering aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s. [...]
In geval van mislukking van de onderhandelingen binnen een termijn van twintig dagen vanaf de ontvangst door de commissie van voormelde aangifte, kan de commissie[...] het geheel of een deel van de geplande stijging verwerpen. De commissie motiveert en deelt haar beslissing per aangetekende brief met ontvangstmelding mee aan de leverancier, onverminderd de rechtsmiddelen van de leveranciers overeenkomstig artikel 15/20.
De leveranciers publiceren de goedgekeurde stijging van hun energiecomponent voor levering van elektriciteit aan huishoudelijke eindafnemers en K.M.O.'s op hun website na afloop van deze procedure binnen vijf werkdagen na de kennisneming van de beslissing van de commissie.
Indien de commissie vaststelt dat de leveranciers hun verplichtingen krachtens deze paragraaf niet naleven binnen een termijn van twee maanden na de mededeling van haar beslissing aan de betrokken leverancier, kan ze deze leverancier in gebreke stellen om zich te schikken naar zijn verplichtingen. Indien de leverancier nalaat om dit te doen binnen een termijn van drie maanden na deze ingebrekestelling, kan de commissie hem een administratieve boete opleggen, in afwijking van artikel 20/2. Deze boete mag niet hoger zijn dan 150.000 euro.
[De commissie neemt de strikte vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens in acht.]

§ 6

De administratieve geldboetes worden gestort in het Fonds ter vermindering van de federale bijdrage, opgericht door artikel 20bis, § 6, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.

§ 7

Het mechanisme ingevoerd door dit artikel maakt het voorwerp uit van een jaarlijkse monitoring door de commissie en de Nationale Bank van Belgiė teneinde onder andere de risico's te identificeren van de marktverstorende effecten.
Tot 31 december 2014, kan de Koning bij belangrijke marktverstorende effecten, op elk moment beslissen om een einde te stellen aan het mechanisme van huidig artikel, op voorstel van de minister bij besluit overlegd in Ministerraad op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoelde in het eerste lid.
Ten laatste zes maanden vóór 31 december 2014, stellen de commissie en de Nationale Bank van Belgiė een evaluatierapport op over dit mechanisme ingesteld door dit artikel. Op basis van dit rapport kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, het verlengen met een nieuwe periode van drie jaar, indien nodig vernieuwbaar volgens een identieke procedure, indien hij vaststelt dat de transparantie- en mededingingsvoorwaarden nog steeds niet vervuld zijn en dat de bescherming van de consument nog steeds niet gewaarborgd is. Op basis van de monitoring en het jaarverslag van de commissie en de Nationale Bank bedoeld in het eerste lid, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, op voorstel van de minister, op elk moment besluiten om aan het mechanisme van dit artikel een eind te maken in aanwezigheid van belangrijke marktverstorende effect.]

Art. 15/10ter.
Voor de toepassing van de boete bedoeld in artikel 15/10bis, §§ 4 en 5, deelt de commissie aan de betrokken leverancier haar bezwaren mee. De leverancier kan zijn opmerkingen meedelen binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de verzenddatum. De commissie organiseert vervolgens een hoorzitting tijdens welke de leverancier zijn opmerkingen kan uiten. De commissie neemt haar eindbeslissing binnen vijf dagen volgend op de hoorzitting.]

Art. 15/11.

[§ 1]

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie, kan de Koning:
[de houders van een vervoersvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake investeringen, ten gunste van afnemers [...], op basis van een voorafgaande studie met betrekking tot de capaciteit van het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze investeringen economisch verantwoord zijn][, evenals alle andere openbare dienstverplichtingen voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie inzake bevoorradingszekerheid [...] die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010;]
de houders van een leveringsvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake regelmaat en kwaliteit van leveringen van aardgas en inzake bevoorrading van distributieondernemingen, en andere afnemers, [...][[...] die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010 voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie;]]
[een fonds oprichten, onder beheer van de Commissie, dat:
a)
de volledige of een deel van de reėle netto-kosten van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in het 1° en het 2° ten laste neemt, voor zover deze kosten een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn. In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten bedoeld in 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de Commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd;
b)
wordt gefinancierd [...] door middel van heffingen, [...] op de hoeveelheden, uitgedrukt in energie-eenheden, geleverd aan alle of aan objectief bepaalde categorieėn van aardgasverbruikers, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
Elk besluit dat krachtens 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de [twaalf] maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]
[In het kader van wat in het eerste lid wordt bepaald houdt de Koning rekening met het investeringsprogramma vervat in het indicatieve plan bedoeld in artikel 15/13, § 2, 3°.]
[...]
[...]
[Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiėn een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het paragraaf 1ter, met uitzondering van het fonds bedoeld in het paragraaf 1ter, 1°.]
[...]
[...]
[...]

[§ 1bis

Een “federale bijdrage” wordt geheven tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden met de regulering van en de controle op de gasmarkt.
De federale bijdrage is verschuldigd door elke eindafnemer gevestigd op het Belgische grondgebied, op de hoeveelheden aardgas, aangevoerd langs een aardgasvervoersnet, een distributienet of door middel van een directe leiding, die hij voor eigen gebruik afneemt.
De beheerder van het aardgasvervoersnet wordt belast met de inning van de federale bijdrage.
Daarvoor factureert hij de federale bijdrage voor de toegang tot zijn net aan de houders van een vervoerscontract.
Indien de houders van een vervoerscontract niet zelf het van het net afgenomen gas verbruiken, factureren ze de federale bijdrage aan hun eigen afnemers, tot op het ogenblik dat de toeslag uiteindelijk aangerekend wordt aan de persoon die het aardgas voor eigen gebruik verbruikte.
In afwijking van het vorige lid, wordt de operator van een directe leiding belast met de inning van de federale bijdrage verschuldigd door de eindafnemers die via deze directe leiding bevoorraad worden.
De opbrengst van de federale bijdrage is bestemd voor:
de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 15/15, § 4, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 15/15, § 4;
de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en maatschappelijke steunverlening inzake energie voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de residentiėle beschermde klanten zoals bepaald in artikel 15/10, § 2.
]

[§ 1ter

De beheerder van het aardgasvervoersnet en de operatoren van een directe leiding storten de gefactureerde federale bijdrage aan de commissie volgens de door de commissie vastgelegde en gepubliceerde verdeling, respectievelijk:
in een fonds dat beheerd wordt door de commissie, voor de financiering van haar werkingskosten, overeenkomstig artikel 15/15, § 4;
in het fonds dat beheerd wordt door de commissie, bedoeld onder § 1, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de maatregelen bedoeld in de bepaling onder § 1bis, zevende lid, 2°, waarvan de middelen te dien einde, ter beschikking gesteld worden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
in een fonds dat beheerd wordt door de commissie ten behoeve van beschermde residentiėle klanten, zoals bedoeld in § 1bis, zevende lid 3°.
]

[§ 1quater

Na advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad:
het bedrag, de berekeningswijzen en de overige modaliteiten van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis;
de modaliteiten voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
de modaliteiten van de heffing van de federale bijdrage;
de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en de vrijstelling bedoeld in artikel 15/11bis en 15/11ter, in het bijzonder de wijze waarop de aardgasondernemingen die de federale bijdrage in rekening brengen aan de eindafnemers, de voorgeschoten bedragen zullen kunnen terugkrijgen van de commissie en de nodige bewijzen om deze terugbetaling te verkrijgen;
het forfait dat in aanmerking kan worden genomen, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt om de extra administratieve kosten te dekken die verband houden met de heffing van de federale bijdrage, de financiėle kosten en risico's;
de betalingsvoorwaarden van de federale bijdrage voor de eindafnemers die worden bevoorraad door meer dan één leverancier of die hun aardgas doorverkopen.
Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de modaliteiten van heffing en toepassing van de degressiviteit en vrijstelling, alsook de wijze van berekening van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien dit besluit niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Onverminderd het tweede lid, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, na advies van de commissie, de bepalingen wijzigen, vervangen of intrekken van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt., bekrachtigd door het artikel 437 van de programma wet van 22 december 2003.
]

[§ 1quinquies

Op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de aardgasondernemingen, als gevolg van de in artikel 15/10, § 2 bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Op voorstel van de commissie, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen, die zijn vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de werkelijke nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgasmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, zoals bevestigd door de wet van 27 december 2004.
]

[§ 2

[De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven.
Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten.
Het opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen.
De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan.]]

[§ 3

[In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden.]]

[§ 4

De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010.
In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010.
De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie.]

Art. 15/11bis.

§ 1

Wanneer een hoeveelheid van meer dan 20.000 MWh/jaar wordt verstrekt aan een verbruikslocatie voor professioneel gebruik, wordt de federale bijdrage voor deze eindafnemer als volgt verlaagd, op basis van zijn jaarlijks verbruik:
voor de verbruiksschijf tussen 20.000 MWh/jaar en 50.000 MWh/jaar: met 15 procent;
voor de verbruiksschijf tussen 50.001 MWh/ jaar en 250.000 MWh/ jaar: met 20 procent;
voor de verbruiksschijf tussen 250.001 MWh/ jaar en 1.000.000 MWh/jaar: met 25 procent;
voor de verbruiksschijf hoger dan 1.000.001 MWh/jaar: met 45 procent.
De Koning kan de in het eerste lid genoemde percentages aanpassen, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de commissie.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Per verbruikslocatie en per jaar, bedraagt de federale bijdrage voor deze verbruikslocatie maximaal 750.000 euro.
De in deze paragraaf bedoelde verlagingen worden berekend en toegepast door de aardgasonderneming die de federale bijdrage aanrekent aan de eindafnemer.
Zij gelden voor het aardgas dat wordt afgenomen door alle eindafnemers, behalve door degenen die geen sectorakkoorden of “convenant” ondertekend hebben waarvoor ze in aanmerking komen.
Wanneer het blijkt dat een onderneming die een sectorakkoord of “convenant” heeft afgesloten en geniet van degressiviteit op basis van haar verklaring, de verplichtingen van dit sectorakkoord of “convenant” niet naleeft, is ze gehouden om aan de commissie, de bedragen terug te betalen die niet werden betaald door de onjuiste toepassing van degressiviteit. Daarnaast verliest zij het recht op degressiviteit voor het volgende jaar.

§ 2

Ter dekking van het totale bedrag dat voortvloeit uit de toepassing van de verminderingen van de federale bijdrage bedoeld in § 1, worden de volgende elementen bestemd voor de fondsen bedoeld in artikel 15/11, § 1ter:
de inkomsten voortvloeiend uit de verhoging van de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt e) i) en punt f) i), van de programmawet van 27 december 2004 voor de dieselolie met de GN-codes 2710 19 41, 2710 19 45 en 2710 19 49, ten bedrage van 1,50 euro per 1 000 liter aan 15 °;
indien het totale bedrag van de bepaling onder 1° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengsten voortvloeiend uit de bijzondere accijns bepaald in artikel 419, punt j) van de programmawet van 27 december 2004 voor kolen, cokes en bruinkool van de GN-codes 2701, 2702 en 2704, toegekend;
indien het totale bedrag van de bepalingen onder 1° en 2° van dit lid niet volstaat om het totale bedrag van de verminderingen te dekken, wordt bijkomend een gedeelte van de opbrengst van de vennootschapsbelasting toegekend.
De in dit artikel bedoelde codes van de gecombineerde nomenclatuur zijn deze die zijn vervat in Verordening nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage 1 van Verordening EEG nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.

Art. 15/11ter.
Wanneer de productie-installatie van de eindafnemer enkel bestemd is voor de productie van elektriciteit, zijn de hoeveelheden aardgas die zijn afgenomen van het aardgasvervoersnet of van een directe leiding, voor de productie van elektriciteit die in het elektriciteitsnet wordt geļnjecteerd, vrijgesteld van de federale bijdrage zoals bedoeld in artikel 15/11, § 1bis, volgens de modaliteiten die worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
Wanneer de afgenomen hoeveelheden aardgas bestemd zijn om een installatie voor gecombineerde productie van elektriciteit en warmte te voeden, wordt de vrijstelling alleen toegekend onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die worden vastgelegd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad. Dit besluit wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
De in deze paragraaf bedoelde vrijstelling wordt toegepast door de aardgasonderneming die de federale bijdrage aan de eindafnemer aanrekent.

Art. 15/12.

§ 1

De wet van 17 juli 1975 op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, alsmede de artikelen 64 tot 66, 77 (met uitzondering van het zesde lid), 80, 80bis en 177bis van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen zijn van toepassing op de [aardgasondernemingen] die vennootschappen of organismen naar Belgisch recht zijn, ongeacht hun rechtsvorm. De jaarrekening van deze ondernemingen specificeert in de toelichting alle significante verrichtingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen tijdens het betrokken boekjaar.

[§ 1bis

De ondernemingen bedoeld in § 1 houden in hun interne boekhouding aparte rekeningen voor de activiteiten die verband houden met hun openbare dienstverplichtingen.]

§ 2

De ondernemingen bedoeld in § 1 die verticaal of horizontaal geļntegreerd zijn, houden in hun interne boekhouding afzonderlijke rekeningen voor hun activiteiten van vervoer, distributie en opslag van aardgas [en de LNG-activiteiten] en, in voorkomend geval, voor het geheel van hun activiteiten [die niet verbonden zijn met het aardgasvervoer, de aardgasdistributie, LNG- activiteiten en aardgasopslag], zoals zij zouden moeten doen indien deze activiteiten door juridisch onderscheiden ondernemingen werden uitgevoerd.
[De inkomsten uit de eigendom van het vervoers- of distributienet worden in de boekhouding vermeld.]
De interne boekhouding van de ondernemingen bedoeld in het eerste lid bevat een balans en een resultatenrekening voor elke categorie van activiteiten en specificeert de regels voor de toerekening van de activa en passiva en de opbrengsten en kosten die bij de opstelling van de afzonderlijke rekeningen werden toegepast. Deze regels mogen slechts in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd en deze wijzigingen moeten worden vermeld en naar behoren gemotiveerd.

§ 3

De commissie kan bepalen dat de ondernemingen bedoeld in § 1 of bepaalde categorieėn ervan haar periodiek cijfermatige of descriptieve gegevens overmaken betreffende hun financiėle of commerciėle betrekkingen met verbonden of geassocieerde ondernemingen, teneinde de commissie in de mogelijkheid te stellen na te gaan of deze relaties niet van aard zijn de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming te schaden.
Elk besluit dat voor de [aardgassector] wordt vastgesteld krachtens artikel 11, 2°, van voornoemde wet van 17 juli 1975, en elke afwijking die aan [aardgasondernemingen] wordt toegestaan met toepassing van artikel 15 van dezelfde wet, is onderworpen aan het voorafgaande advies van de commissie.]

[§ 3bis

De commissie garandeert de vertrouwelijke behandeling van de commercieel gevoelige informatie en/of persoonsgegevens, uitgezonderd elke wettelijke verplichting tot het vrijgeven van informatie.]

[§ 4

De gecombineerde netbeheerder voert een afzonderlijke boekhouding voor elk type van activiteit.]