Art. 15/10.

§ 1

[Na advies van de commissie en beraadslaging in Ministerraad kan de federale minister bevoegd voor economie, maximumprijzen vaststellen voor de levering van aardgas aan eindafnemers en voor het aandeel van de aardgaslevering aan distributiebedrijven [...].]

§ 2

[Na advies van de commissie en overleg met de gewesten kan de federale minister bevoegd voor economie, na beraadslaging in Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van aardgas aan residentiėle beschermde klanten [...]. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
[Aardgasondernemingen] verzekeren de bevoorrading van residentiėle beschermde klanten tegen de maximumprijzen bepaald krachtens het eerste lid en voeren een afzonderlijke boekhouding voor deze activiteit.
[...]
De bepalingen van de wet van 22 januari 1945 op de economische reglementering en de prijzen zijn van toepassing, met uitzondering van artikel 2, § 4, laatste lid, en § 5, voor de bepaling van de maximumprijzen bedoeld in paragraaf 1 en in het eerste lid.]

[§ 2/1

Na advies van de commissie en na overleg met de gewesten, kan de Koning, na beraadslaging in de Ministerraad, maximumprijzen vaststellen per kWh, die op het gehele grondgebied gelden voor de levering van warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand aan beschermde residentiėle afnemers. Deze maximumprijzen omvatten geen enkel forfaitair bedrag of vergoeding.
Na advies van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het financieringsmechanisme en het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de ondernemingen die warmte door middel van netten voor warmtevoorziening op afstand leveren, als gevolg van de in het eerste lid bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming. Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
]

[§ 2/2

Voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, wordt beschouwd als beschermde residentiėle afnemer, elke residentiėle afnemer die kan bewijzen dat hijzelf of iedere persoon die onder hetzelfde dak leeft een beslissing geniet tot toekenning van:
door het OCMW,
a)
het leefloon toegekend in toepassing van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
b)
een financiėle maatschappelijke dienstverlening, die geheel of gedeeltelijk door de Federale Staat ten laste wordt genomen op grond van artikel 5 van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
c)
een wachtuitkering op het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, de inkomensgarantie voor ouderen of de uitkering voor personen met een handicap;
door de FOD Sociale Zekerheid Directie Generaal Personen met een Handicap,
a)
de inkomensvervangende tegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
b)
de integratietegemoetkoming bedoeld in artikel 2, § 2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
c)
een tegemoetkoming, bedoeld in de wet van 27 februari 1987 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
d)
een aanvullende tegemoetkoming, bedoeld in dezelfde wet;
e)
de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden bedoeld in artikel 2, § 3, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap;
f)
ten minste 4 punten in pijler 1 bedoeld in artikel 6, § 2, 1°, van het koninklijk besluit van 28 maart 2003 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies en 63 van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 88 van de programmawet (I) van 24 december 2002;
door een instelling van een gewest of een gemeenschap, een tegemoetkoming voor de hulp aan bejaarden die de Koning gelijkstelt met de in 2°, e), bedoelde tegemoetkoming;
op basis van een decreet of een ordonnantie genomen beslissing tot toekennig van een aantal punten of een score aan een kind die de Koning gelijkstelt met een in 2°, f), bedoelde beslissing;
door de Federale Pensioendienst,
a)
het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden;
b)
de inkomensgarantie voor ouderen, bedoeld in de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
c)
een tegemoetkoming voor hulp van derden, als bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
d)
een tegemoetkoming ter aanvulling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, bedoeld in de wet van 27 juni 1969 betreffende het toekennen van tegemoetkomingen aan mindervaliden;
[voor zichzelf de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, bedoeld in artikel 37, § 19, van de gecoördineerde wet van 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.]
Wordt eveneens als een beschermde residentiėle afnemer beschouwd voor de toepassing van de maximumprijzen bedoeld in §§ 2 en 2/1, iedere huurder die een woongelegenheid betrekt in appartementsgebouwen waarvan de verwarming met aardgas plaatsvindt door middel van een collectieve installatie, of waarvan de aansluiting op het net voor warmtevoorziening collectief is, wanneer de woningen in huur zijn gegeven, in het kader van een sociaal beleid, door huisvestingsinstanties zoals de gewestelijke huisvestingsmaatschappijen, de door die laatste erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale verhuurkantoren als zodanig erkend door de gewestelijke regeringen, het Vlaams Woningfonds, het “Fonds du Logement des Familles nombreuses de Wallonie”, het Woningfonds van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.
Bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, kan de lijst van beschermde residentiėle afnemers, bedoeld in het eerste en tweede lid, door de Koning gewijzigd [of aangevuld] worden. Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
]

§ 3

De maximumprijzen bedoeld in §§ 1 en 2 worden zodanig vastgesteld dat:
kruissubsidies tussen categorieėn van afnemers worden vermeden;
wordt gewaarborgd dat een billijk deel van de productiviteitsstijging ingevolge de openstelling van de aardgasmarkt op evenwichtige wijze ten goede komt van residentiėle en professionele afnemers, waaronder de kleine en middelgrote ondernemingen, in de vorm van een vermindering van de tarieven;
de tarieven voor de in 2° bedoelde afnemers worden behouden op het niveau van de beste tariefpraktijken in hetzelfde marktsegment in de andere lidstaten van de Europese Unie, rekening houdend met de bijzondere kenmerken van de distributiesector;
het principe wordt geėerbiedigd volgens welk de prijzen bedoeld in § 2 worden afgestemd op de marktwaarde van aardgas in verhouding tot vervangingsproducten.]
[5°
het recht van toegang tot energie, goed van eerste levensbehoefte, wordt gewaarborgd daar waar aardgasnetten bestaan of op een economisch redelijke wijze ontwikkeld kunnen worden, waarbij in het bijzonder, in het kader van de openstelling van de aardgasmarkt voor concurrentie, de continuļteit van de sociale voordelen toepasbaar op bepaalde categorieėn residentiėle verbruikers inzake aansluitingen en tarieven wordt verzekerd;
erop wordt toegezien dat eindafnemers genieten van de voordelen die uit het afschrijvingsbeleid gevoerd in het gereguleerde systeem zullen voortvloeien;
de transparantie in termen van tarieven wordt gewaarborgd en de rationele consumptiegedragingen worden bevorderd.]