Art. 15/11.

[§ 1]

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie, kan de Koning:
[de houders van een vervoersvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake investeringen, ten gunste van afnemers [...], op basis van een voorafgaande studie met betrekking tot de capaciteit van het aardgasvervoersnet en in de mate dat deze investeringen economisch verantwoord zijn][, evenals alle andere openbare dienstverplichtingen voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie inzake bevoorradingszekerheid [...] die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010;]
de houders van een leveringsvergunning openbare dienstverplichtingen opleggen inzake regelmaat en kwaliteit van leveringen van aardgas en inzake bevoorrading van distributieondernemingen, en andere afnemers, [...][[...] die rekening houden met de criteria en de verplichtingen inzake bevoorradingszekerheid die voortvloeien uit de toepassing van de maatregelen die getroffen werden in het raam van Verordening (EU) nr. 994/2010 voor hun activiteiten op het vervoersnet, de aardgasopslaginstallatie of de LNG-installatie;]]
[een fonds oprichten, onder beheer van de Commissie, dat:
a)
de volledige of een deel van de reėle netto-kosten van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in het 1° en het 2° ten laste neemt, voor zover deze kosten een onbillijke last zou vertegenwoordigen voor de ondernemingen die tot deze verplichtingen gehouden zijn. In voorkomend geval wordt de berekening van de kosten bedoeld in 3°, a), door elke betrokken onderneming gedaan, overeenkomstig de door de Commissie opgestelde methodologie, en door deze laatste geverifieerd;
b)
wordt gefinancierd [...] door middel van heffingen, [...] op de hoeveelheden, uitgedrukt in energie-eenheden, geleverd aan alle of aan objectief bepaalde categorieėn van aardgasverbruikers, volgens de nadere regels bepaald door hetzelfde besluit.
Elk besluit dat krachtens 3°, b), wordt vastgesteld, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen de [twaalf] maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.]
[In het kader van wat in het eerste lid wordt bepaald houdt de Koning rekening met het investeringsprogramma vervat in het indicatieve plan bedoeld in artikel 15/13, § 2, 3°.]
[...]
[...]
[Elk trimester bezorgt de commissie aan de ministers bevoegd voor Energie, Begroting en Financiėn een overzicht over de hoogte en evolutie van de fondsen bedoeld in het paragraaf 1ter, met uitzondering van het fonds bedoeld in het paragraaf 1ter, 1°.]
[...]
[...]
[...]

[§ 1bis

Een “federale bijdrage” wordt geheven tot financiering van sommige openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden met de regulering van en de controle op de gasmarkt.
De federale bijdrage is verschuldigd door elke eindafnemer gevestigd op het Belgische grondgebied, op de hoeveelheden aardgas, aangevoerd langs een aardgasvervoersnet, een distributienet of door middel van een directe leiding, die hij voor eigen gebruik afneemt.
De beheerder van het aardgasvervoersnet wordt belast met de inning van de federale bijdrage.
Daarvoor factureert hij de federale bijdrage voor de toegang tot zijn net aan de houders van een vervoerscontract.
Indien de houders van een vervoerscontract niet zelf het van het net afgenomen gas verbruiken, factureren ze de federale bijdrage aan hun eigen afnemers, tot op het ogenblik dat de toeslag uiteindelijk aangerekend wordt aan de persoon die het aardgas voor eigen gebruik verbruikte.
In afwijking van het vorige lid, wordt de operator van een directe leiding belast met de inning van de federale bijdrage verschuldigd door de eindafnemers die via deze directe leiding bevoorraad worden.
De opbrengst van de federale bijdrage is bestemd voor:
de gedeeltelijke financiering van de werkingskosten van de commissie zoals bedoeld in artikel 15/15, § 4, en dit onverminderd de overige bepalingen van artikel 15/15, § 4;
de gedeeltelijke financiering van de uitvoering van de maatregelen van begeleiding en maatschappelijke steunverlening inzake energie voorzien door de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
de financiering van de werkelijke nettokosten voortvloeiend uit de toepassing van de maximum prijzen voor de levering van aardgas aan de residentiėle beschermde klanten zoals bepaald in artikel 15/10, § 2.
]

[§ 1ter

De beheerder van het aardgasvervoersnet en de operatoren van een directe leiding storten de gefactureerde federale bijdrage aan de commissie volgens de door de commissie vastgelegde en gepubliceerde verdeling, respectievelijk:
in een fonds dat beheerd wordt door de commissie, voor de financiering van haar werkingskosten, overeenkomstig artikel 15/15, § 4;
in het fonds dat beheerd wordt door de commissie, bedoeld onder § 1, eerste lid, 3°, met het oog op de gedeeltelijke financiering van de maatregelen bedoeld in de bepaling onder § 1bis, zevende lid, 2°, waarvan de middelen te dien einde, ter beschikking gesteld worden van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, overeenkomstig de bepalingen van de wet van 4 september 2002 houdende toewijzing van een opdracht aan de openbare centra voor maatschappelijk welzijn inzake de begeleiding en de financiėle maatschappelijke steunverlening aan de meest hulpbehoevenden inzake energielevering;
in een fonds dat beheerd wordt door de commissie ten behoeve van beschermde residentiėle klanten, zoals bedoeld in § 1bis, zevende lid 3°.
]

[§ 1quater

Na advies van de commissie, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad:
het bedrag, de berekeningswijzen en de overige modaliteiten van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis;
de modaliteiten voor het beheer van deze fondsen door de commissie;
de modaliteiten van de heffing van de federale bijdrage;
de toepassingsmodaliteiten van de degressiviteit en de vrijstelling bedoeld in artikel 15/11bis en 15/11ter, in het bijzonder de wijze waarop de aardgasondernemingen die de federale bijdrage in rekening brengen aan de eindafnemers, de voorgeschoten bedragen zullen kunnen terugkrijgen van de commissie en de nodige bewijzen om deze terugbetaling te verkrijgen;
het forfait dat in aanmerking kan worden genomen, alsook het eventuele plafond dat dit forfait beperkt om de extra administratieve kosten te dekken die verband houden met de heffing van de federale bijdrage, de financiėle kosten en risico's;
de betalingsvoorwaarden van de federale bijdrage voor de eindafnemers die worden bevoorraad door meer dan één leverancier of die hun aardgas doorverkopen.
Elk besluit tot vaststelling van het bedrag, de modaliteiten van heffing en toepassing van de degressiviteit en vrijstelling, alsook de wijze van berekening van de federale bijdrage bedoeld in § 1bis, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien dit besluit niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Onverminderd het tweede lid, kan de Koning, bij besluit vastgesteld na overleg in de ministerraad, na advies van de commissie, de bepalingen wijzigen, vervangen of intrekken van het koninklijk besluit van 24 maart 2003 tot vaststelling van een federale bijdrage bestemd voor de financiering van bepaalde openbare dienstverplichtingen en van de kosten verbonden aan de regulering van en controle op de aardgasmarkt., bekrachtigd door het artikel 437 van de programma wet van 22 december 2003.
]

[§ 1quinquies

Op voorstel van de commissie, bepaalt de Koning de regels voor het bepalen van de werkelijke nettokosten voor de aardgasondernemingen, als gevolg van de in artikel 15/10, § 2 bedoelde activiteiten, en van hun betrokkenheid bij de tenlasteneming.
Elk besluit dat voor dit doel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad, indien het niet bij wet is bekrachtigd binnen twaalf maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.
Op voorstel van de commissie, kan de Koning de regels wijzigen, vervangen of opheffen, die zijn vastgelegd door het koninklijk besluit van 21 januari 2004 tot vaststelling van de nadere regels voor de compensatie van de werkelijke nettokost die voortvloeit uit de toepassing van de sociale maximumprijzen in de aardgasmarkt en de tussenkomstregels voor het ten laste nemen hiervan, zoals bevestigd door de wet van 27 december 2004.
]

[§ 2

[De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas wijst de capaciteiten van deze opslaginstallatie toe aan de hand van transparante en niet-discriminerende criteria toe, en op basis van door de commissie goedgekeurde toewijzingsregels en gereguleerde tarieven.
Deze criteria houden rekening met de bepalingen van de gedragscode aanvaard in uitvoering van artikel 15/5undecies, en die van toepassing zijn voor de toewijzing op korte, middellange en lange termijn van de opslagcapaciteiten.
Het opgezette tariefmechanisme moet elke vorm van speculatie voorkomen.
De derdetoegangsdiensten worden door de beheerder van de opslaginstallatie aan de opslaggebruiker aangeboden overeenkomstig artikel 15 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De beheerder van de opslaginstallatie respecteert eveneens de transparantievereisten zoals bepaald in artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De mechanismen inzake capaciteitsallocatie en de procedures inzake congestiebeheer geschieden in respect van artikel 17 van de Verordening (EG) nr. 715/2009. De commissie keurt de toegangsvoorwaarden voor opslag goed en houdt toezicht op de toepassing ervan.]]

[§ 3

[In uitvoering van artikel 8 van Verordening (EU) nr. 994/2010, kan de Bevoegde Instantie in uitvoering van dit reglement de gasondernemingen die beschermde klanten in de zin van deze Verordening (EU) nr. 994/2010 bevoorraden, de verplichting opleggen om aan te tonen dat zij over voldoende en snel beschikbare volumes aardgas, waaronder aardgas opgeslagen in opslaginstallaties, beschikken om bovenvermelde klanten te bevoorraden.]]

[§ 4

De gebruiker van een opslaginstallatie, die opslagcapaciteit gereserveerd heeft, dient capaciteiten en opgeslagen gasvolumes onmiddellijk en tijdelijk ter beschikking te stellen van de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas, in geval van onderbreking of verslechtering van de aardgaslevering op de Belgische markt hetgeen overeenkomt met een noodsituatie in de zin van artikel 10.3, c), van de Verordening (EU) nr. 994/2010 voor beschermde klanten in de zin van Verordening (EU) 994/2010.
In dergelijke noodsituaties, zijn de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas evenals de beheerder van het aardgasvervoersnet gehouden tot de openbare dienstverplichting om bij voorrang dit gas toe te wijzen aan de bevoorrading van de beschermde klanten, in de zin van de Verordening (EU) nr. 994/2010.
De beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas vergoedt de betrokken gebruikers van de opslaginstallatie voor de gebruikte hoeveelheid gas of geeft aan deze gebruikers een hoeveelheid gas terug die overeenkomt met de hoeveelheid die is gebruikt in de noodsituatie.]