Hoofdstuk IVsexies.
Reguleringsinstantie, geschillenregeling


Art. 15/14.

§ 1

De Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit, opgericht door artikel 23 van de wet van 29 april 1999 krijgt als nieuwe benaming “Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas”, in het Duits “Elektrizitets- und Gasregulierungskommission” en afgekort “CREG”.
[De commissie neemt alle redelijke maatregelen om volgende doelstellingen te bereiken, in het kader van haar opdrachten opgesomd in de § 2, eventueel in nauw overleg met de overige betrokken federale overheden, met inbegrip van de [Belgische Mededingingsautoriteit], en onverminderd hun bevoegdheden:
het bevorderen, in nauwe samenwerking met het ACER, de Europese Commissie, de reguleringsinstanties van de Gewesten en van de overige lidstaten van de Europese Unie, van een door mededinging gekenmerkte interne markt voor aardgas, zeker en duurzaam voor het milieu binnen de Europese Gemeenschap, en van een efficiënte vrijmaking van de markt voor alle afnemers en leveranciers van de Europese Gemeenschap, en het garanderen van de gepaste voorwaarden opdat de aardgasnetten op efficiënte en betrouwbare wijze zouden functioneren, rekening houdend met de doelstellingen op lange termijn;
het ontwikkelen van een markt tussen de regio's van de Europese Gemeenschap zoals bepaald in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, die met elkaar in concurrentie treden en correct functioneren binnen de Europese Gemeenschap met het oog op de verwezenlijking van de in punt 1° bedoelde doelstellingen;
het opheffen van de belemmeringen in de handel in aardgas tussen de lidstaten van de Europese Unie, meer bepaald door voldoende grensoverschrijdende vervoerscapaciteit te voorzien om aan de vraag te beantwoorden en het versterken van de integratie van de markten van de verschillende lidstaten van de Europese Unie, wat zou moeten leiden tot een betere circulatie van aardgas doorheen de hele Europese Gemeenschap;
het verzekeren, op de meest voordelige wijze met betrekking tot de kosten, van de invoering van niet-discriminerende netten die zeker, betrouwbaar, efficiënt en gericht zijn op de eindafnemers, en het bevorderen van adequate netten en, overeenkomstig de algemene doelstellingen van het energiebeleid, de energie-efficiëntie en de integratie van de aardgasproductie, op grote en kleine schaal, uit hernieuwbare energiebronnen;
het bevorderen van de toegang tot het net van nieuwe productiecapaciteit, meer bepaald door de moeilijkheden op te heffen die in de weg zouden staan van de komst van nieuwe marktpartijen en de integratie van de aardgasproductie uit hernieuwbare energiebronnen;
ervoor zorgen dat de beheerder van het aardgasvervoersnet en de netgebruikers voldoende stimuli krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de prestaties van de netten te verbeteren en de integratie van de markt te bevorderen;
ervoor zorgen dat de [afnemers] een efficiënte werking van de markt genieten en het bevorderen van een efficiënte mededinging, en zorgen voor de garantie op bescherming van de eindafnemers;
bijdragen tot het bereiken van een hoog niveau van openbare dienstverlening voor aardgas, en bijdragen tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de nodige gegevensuitwisselingmechanismen om de afnemers die op het vervoersnet zijn aangesloten, toe te laten om van leverancier te veranderen.]

§ 2

De Commissie is belast met een raadgevende taak ten behoeve van de overheid inzake de organisatie en de werking van de [aardgasmarkt], enerzijds, en met een taak van toezicht en controle op de toepassing van de betreffende wetten en reglementen, anderzijds.
Te dien einde zal de Commissie:
gemotiveerde adviezen geven en voorstellen voorleggen in de gevallen bepaald door deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan;
op eigen initiatief of op verzoek van de minister of van een gewestregering onderzoeken en studies uitvoeren in verband met de [aardgasmarkt]. [In het kader hiervan waakt de commissie over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of persoonsgegevens en onthoudt zij zich ervan deze openbaar te maken;]
[toezicht houden op de transparantie en de mededinging op de aardgasmarkt overeenkomstig artikel 15/14bis;]
3bis
[[de objectief verantwoorde verhouding beoordelen tussen de prijzen en de kosten van een bedrijf, bedoeld in artikel 15/14ter;]]
[advies geven aan het Bestuur Energie over de aanvragen tot het bekomen van leveringsvergunningen krachtens artikel 15/3 en controle uitoefenen op de naleving van de voorwaarden van deze vergunningen; een advies verstrekken aan dit bestuur over de aanvragen tot het bekomen van de vervoersvergunningen krachtens artikel 3;]
[toezicht houden op de naleving door de beheerders van het aardgasvervoersnet, de LNG-installatie [, een interconnector en de aardgasopslaginstallatie] en de aardgasondernemingen van de verplichtingen die hen krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn opgelegd, evenals van de andere voor de aardgasmarkt toepasselijke wettelijke reglementaire bepalingen, onder meer inzake de grensoverschrijdende kwesties en de materies die beoogd worden door Verordening (EG) nr. 715/2009;]
5°bis
[toezicht en controle uitoefenen op de handelsuitwisselingen van voor de groothandel bestemde energieproducten overeenkomstig de Verordening (EU) nr. 1227/2011, met eerbiediging van de respectievelijke bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit en van de FSMA;]
de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de vervoernetten goedkeuren [met uitzondering van de tarieven bedoeld [in de artikelen [15/5 tot 15/5quinquies]]] en de toepassing ervan door de vervoerondernemingen in hun respectieve netten controleren;
6°bis
[het transportcontract voor de toegang tot een interconnector goedkeuren;]
de uitvoering van de openbare dienstverplichtingen bedoeld in artikel 15/11 controleren en evalueren;
de toepassing van de bepalingen van artikel 15/7 controleren en evalueren;
8bis
[Overeenkomstig artikel 23bis van de wet van 29 april 1999 erop toezien dat de tarieven voor de levering van aardgas gericht zijn op het algemeen be lang en, in voorkomend geval, de maximumprijzen controleren die toepasselijk zijn op eindafnemers [...];]
de boekhouding van de ondernemingen van de [aardgassector] controleren, inzonderheid ter verificatie van de naleving van de bepalingen van artikel 15/12 en de afwezigheid van kruissubsidies [...];
9°bis
[[de tariefbevoegdheden uitoefenen bedoeld in de artikelen 15/5 tot 15/5quinquies en de toepassing van de tarieven door de vervoersbedrijven wat hun respectievelijke netten betreft controleren;]]
10°
[de afwezigheid van kruissubsidies tussen [activiteiten van vervoer, distributie, opslag, LNG en levering][...] verifiëren;]
11°
alle andere taken uitvoeren die haar door wetten en reglementen betreffende de organisatie van de geliberaliseerde [aardgasmarkt] worden toevertrouwd;
[12°
er op toezien dat de met name technische en tarifaire toestand van de aardgassector alsook de evolutie van deze sector het algemeen belang beogen en kaderen in het algemene energiebeleid. De Commissie verzekert de permanente monitoring van de aardgasmarkt, zowel op het vlak van de marktwerking als op het vlak van de prijzen. De Koning kan, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels van de permanente monitoring van de aardgasmarkt nader bepalen;
13°
toezien op de essentiële belangen van de consument en op de correcte toepassing van de openbare dienstverplichtingen door de betrokkene ondernemingen;]
14°
[toezien op de investeringsplannen van de beheerder van het aardgasvervoersnet en de samenhang analyseren van dit plan met het ontwikkelingsplan van het net in de hele Europese Gemeenschap bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009. In voorkomend geval kan deze analyse aanbevelingen omvatten met het oog op de wijziging van het investeringsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. Bij de uitoefening van dit toezicht en analyse houdt de commissie rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
15°
de toepassing van de gedragscode controleren en de geleverde prestaties in uitvoering van de regels van deze code evalueren in verband met de veiligheid en de betrouwbaarheid van het aardgasvervoersnet;
16°
toezicht houden op de graad van transparantie, met inbegrip van de groothandelsprijzen, en toezien op de naleving van de verplichtingen inzake transparantie door de aardgasbedrijven;
17°
toezien op het bereikte niveau en de bereikte efficiëntie inzake de vrijmaking van de markt en de mededinging voor de groot- en kleinhandelsmarkten, met inbegrip van de beurzen voor aardgas, en toezien op de eventuele concurrentievervalsing of -beperking, door alle nuttige informatie mee te delen en de zaken die dit verantwoorden door te verwijzen naar de [Belgische Mededingingsautoriteit];
18°
toezien op het opduiken van beperkende contractuele praktijken, met inbegrip van exclusiviteitsbedingen, die niet-residentiële afnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet zouden verhinderen om tegelijk met meer dan één leverancier contracten af te sluiten of die hun keuze ter zake zouden kunnen beperken en, in voorkomend geval, de [Belgische Mededingingsautoriteit] van deze praktijken op de hoogte brengen;
19°
toezien op de tijd die de beheerder van het aardgasvervoersnet doet over de uitvoering van de aansluitingen en herstellingen;
20°
toezien op en een evaluatie maken van de voorwaarden betreffende de toegang tot de aardgasopslaginstallaties, de aardgasopslag in leidingen en andere ondersteunende diensten;
21°
bijdragen tot de garantie, in samenwerking met alle andere bevoegde overheden, van de efficiëntie en de invoering van beschermingsmaatregelen voor de eindafnemers;
22°
minstens eenmaal per jaar de aanbevelingen publiceren betreffende de overeenstemming van de leveringsprijzen met de door deze wet en haar uitvoeringsbesluiten vastgestelde openbare dienstverplichtingen en, in voorkomend geval, deze overmaken aan de [Belgische Mededingingsautoriteit];
23°
de toegang verzekeren tot de gegevens betreffende het verbruik van de eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet en de beschikbaarstelling, met het oog op een facultatief gebruik, verzekeren van een gemakkelijk te begrijpen methode voor een geharmoniseerde voorstelling van de gegevens, betreffende het verbruik en de snelle toegang van alle eindafnemers aangesloten op het aardgasvervoersnet tot deze gegevens zodat deze kosteloos over hun verbruiksgegevens kunnen beschikken en toegang verlenen tot hun verbruiksoverzichten, middels uitdrukkelijk akkoord en kosteloos, voor alle als leverancier geregistreerde bedrijven;
24°
toezien op de uitvoering van de regels betreffende de functies en verantwoordelijkheden van de beheerder van het aardgasvervoersnet [, de beheercder van een interconnector], de leveranciers, de eindafnemers en de andere marktpartijen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 715/2009;
25°
toezien op de implementering van de veiligheidsmaatregelen die worden voorzien door artikel 23 en de gedragscode, in samenwerking met de Federale instantie voor de bevoorradingszekerheid inzake aardgas;
26°
de beheerders van het aardgasvervoersnet, [een interconnector,] de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG installatie certificeren, in overeenstemming met de bepalingen van artikel 8, §§ 4bis, 4ter en 4quater, en van artikel 8ter. De commissie verzekert de bestendige monitoring van de onafhankelijkheid van de beheerders ten opzichte van bedrijven die rechtstreeks of onrechtstreeks actief zijn in de productie en/of de levering van aardgas en/of elektriciteit en, desgevallend, gaat zij over op eigen initiatief tot de certificeringprocedure. De commissie kan van de beheerders en van de bedrijven die actief zijn in de productie en de levering van aardgas alle informatie eisen die nuttig is voor haar opdrachten in het kader van deze certificeringprocedures. De commissie waakt over het vrijwaren van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige informatie en/of informatie met een persoonlijk karakter;
27°
bijdragen tot de compatibiliteit van de uitwisselingmechanismen van gegevens betreffende de belangrijkste marktverrichtingen op regionaal vlak, zoals voorzien in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009;
28°
de richtsnoeren bepalen inzake de uitwisseling van gegevens en van reglement, de eigendom van de gegevens en de verantwoordelijkheden inzake de overzichten;
29°
op voorstel van de [beheerder van het aardgasvervoersnet en de beheerder van een interconnector], de methoden goedkeuren die gebruikt zijn om de toegang tot de grensoverschrijdende infrastructuren mogelijk te maken, met inbegrip van de procedures voor de toewijzing van capaciteiten en congestiebeheer. Deze methoden zijn transparant en niet-discriminerend. De commissie publiceert de goedgekeurde methoden op haar website;
30°
toezien [...] op het congestiebeheer van het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de interconnecties, en de invoering van de regels voor het congestiebeheer, in overeenstemming met artikel 15/1, § 3, 7°[. De commissie informeert de Algemene Directie Energie hierover];
31°
indien nodig en in geval van weigering tot toegang, erop toezien dat de beheerder van het aardgasvervoersnet [en de beheerder van een interconnector de nodige informatie verstrekken in verband met de noodzakelijke maatregelen om het vervoersnet of de interconnector te versterken];
32°
op verzoek van de gebruiker van een gesloten industrieel net, de in het gesloten industrieel net toegepaste tarieven of de berekeningsmethode van deze tarieven controleren en goedkeuren op basis van door artikel 15/9bis vastgelegde criteria;
33°
voor zover de toepasselijke regionale bepalingen een regime voor gesloten distributienetten implementeren, op vraag van de gebruiker van een gesloten distributienet dat is aangesloten op een distributienet de tarieven of de berekeningsmethodologie van de toegepaste tarieven op het gesloten distributienet nagaan en goedkeuren.]
In de gevallen waarin deze wet of de uitvoeringsbesluiten ervan het advies van de Commissie vereisen, kan deze op eigen initiatief voorstellen doen.
[De Commissie brengt haar adviezen en voorstellen uit binnen veertig kalenderdagen na het verzoek ertoe, behalve wanneer de minister een langere termijn verleent. De minister kan een kortere termijn voorzien voor adviezen aangevraagd in het kader van artikel 23.]
[Bij de uitoefening van haar toezicht- en controleopdrachten bedoeld in het tweede lid, 5°bis, werkt de commissie samen met de Belgische Mededingingsautoriteit en met de FSMA en wisselt met hen alle informatie uit en deelt de informatie mee, in voorkomend geval wederkerig, nodig en relevant voor de goede uitvoering van Verordening (EU) nr. 1227/2011 of in de gevallen voorzien of toegelaten door die Verordening. Wanneer de commissie informatie ontvangt vanwege andere autoriteiten in het kader van de uitoefening van haar toezicht- en controleopdrachten, verzekert zij hetzelfde niveau van vertrouwelijkheid als vereist wordt van de autoriteit die ze levert, onverminderd artikel 26, § 2, eerste lid.]

§ 2bis

In het kader van de uitoefening van haar bevoegdheden, neemt de commissie de contractuele vrijheid in acht op het vlak van overeenkomsten van onderbreekbare levering en overeenkomsten op lange termijn wanneer zij verenigbaar zijn met het gemeenschapsrecht en in overeenstemming met het gemeenschapsbeleid.

§ 3

[De commissie stelt elk jaar een jaarverslag op dat zij vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan de Kamer van volksvertegenwoordigers overzendt.
Het jaarverslag van de commissie heeft betrekking op:
de uitvoering van haar opdrachten;
de staat van haar werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
de evolutie van de markt voor aardgas;
de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten;
een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13;
een kopie van de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven bij toepassing van artikel 15/5bis tot 15/5quinquies.
Dit verslag wordt op de internetsite van de commissie gepubliceerd. Een afschrift wordt eveneens ter informatie naar de minister verstuurd.]

[§ 3bis

De commissie maakt ook vóór 1 mei van het jaar volgend op het betrokken boekjaar aan het ACER en aan de Europese Commissie, een jaarverslag over met betrekking tot haar activiteiten en de uitvoering van haar opdrachten. Dit verslag omvat de getroffen maatregelen en de behaalde resultaten voor elk van de in § 2 opgesomde opdrachten. Dit verslag bevat eveneens een analyse van het ontwikkelingsplan opgesteld door de aardgasvervoersnetbeheerder, vanuit het oogpunt van de samenhang ervan met het ontwikkelingsplan van het net over de hele Europese Gemeenschap, zoals bedoeld in artikel 8, § 3, b), van Verordening (EG) nr. 715/2009, alsook, in voorkomend geval, van de aanbevelingen tot wijziging van het ontwikkelingsplan opgesteld door de beheerder van het aardgasvervoersnet. De commissie houdt in het raam van deze analyse rekening met de prospectieve studie opgesteld met toepassing van artikel 15/13.]

[§ 4

het kader van de uitvoering van de taken die haar zijn toegewezen ter uitvoering van § 2, tweede lid, 4°, 6°, 7°, 8°, 9°, 9°bis en 11°, kan de Voorzitter van het directiecomité van de Commissie de bijstand vorderen van de ambtenaren van het Bestuur Energie en van het Bestuur Economische Inspectie van het Ministerie van Economische Zaken, die aangewezen zijn overeenkomstig artikel 18, vijfde lid.]
[De commissie geeft een volledige motivering en verantwoording voor haar beslissingen om de jurisdictionele toetsing ervan mogelijk te maken.
De nadere regels die van toepassing zijn op deze motiveringen en rechtvaardigingen worden nader omschreven in het huishoudelijk reglement van het directiecomité, onder meer rekening houdend met de volgende principes:
in de motivering wordt het geheel van de elementen opgenomen waarop de beslissing gesteund is;
de aardgasondernemingen hebben de mogelijkheid om hun opmerkingen te laten gelden vóór een beslissing die hen betreft, wordt genomen;
het gevolg dat aan deze opmerkingen wordt gegeven wordt gerechtvaardigd in de eindbeslissing;
de akten met een individuele of collectieve draagwijdte die worden aangenomen in uitvoering van haar opdrachten alsook iedere voorbereidende akte, expertiseverslag, opmerking van de geconsulteerde partijen die ermee samenhangen worden gepubliceerd op de website van de commissie, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens en/of gegevens met een persoonlijk karakter.]

[§ 5

De commissie ziet erop toe dat haar personeel en de personen belast met haar beheer:
a)
onafhankelijk van alle commerciële belangen handelen;
b)
in de uitoefening van hun opdrachten met toepassing van § 2 geen directe instructies vragen noch aanvaarden van gelijk welke regering of andere openbare of privé-entiteit,. Deze vereiste geldt onverminderd een nauw overleg, in voorkomend geval, met alle overige bevoegde overheden, evenals de algemene, door de regering voorgeschreven richtsnoeren.]

Art. 15/14bis.
De Commissie ziet er op toe dat elke aardgasonderneming, die aardgas levert aan in België gevestigde afnemers zich onthoudt, afzonderlijk of in overleg met meerdere andere aardgasondernemingen, van elk anti-competitief gedrag of oneerlijke handelspraktijken die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België.
Indien de Commissie bij de uitoefening van haar toezichts- of controletaken oneerlijke handelspraktijken of een anti-competitief gedrag vaststelt, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister, met haar bevindingen en desgevallend elke maatregel waarvan zij het nodig acht dat die genomen wordt door haarzelf of door elke andere bevoegde overheid om de oneerlijke handelspraktijken of het anti-competitief gedrag die een weerslag hebben of zouden kunnen hebben op een goed werkende aardgasmarkt in België te verhelpen.
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [Belgische Mededingingsautoriteit], zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden, en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
Wat betreft de oneerlijke handelspraktijken, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
De Commissie kan adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die de goede werking en de transparantie op de markt verhoogt en die van toepassing is op alle aardgasondernemingen, actief in België.]

Art. 15/14ter.

§ 1

De prijzen van een aardgasonderneming dienen op een objectief verantwoorde wijze in verhouding te staan tot de kosten van de onderneming. De Commissie beoordeelt deze verhouding door ondermeer de kosten en de prijzen van genoemde onderneming te vergelijken met de kosten en de prijzen van vergelijkbare ondernemingen, indien mogelijk ook op internationaal vlak.

§ 2

Als een aardgasonderneming een verbonden onderneming is, wordt misbruik van machtpositie vermoed indien het discriminatoire prijzen en/of voorwaarden aanbiedt aan niet-verwante ondernemingen.

§ 3

Indien de Commissie vaststelt dat er geen objectief verantwoorde verhouding bestaat zoals bedoeld in § 1, maakt zij, op eigen initiatief, een rapport over aan de minister dat haar bevindingen weergeeft en de maatregelen die zij aanbeveelt.
De Commissie geeft de veronderstelde inbreuken aan bij de [Belgische Mededingingsautoriteit], zendt het rapport over dat ze aan de minister heeft overgezonden en deelt deze Raad ook de noodzakelijke vertrouwelijke informatie mede.
Wat betreft de discriminatoire prijzen en/of voorwaarden, kan de Koning, op voorstel van de Commissie, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de dringende maatregelen nader bepalen die de Commissie toegelaten wordt te nemen.
Wat betreft de prijzen, kan de Commissie adviezen formuleren en elke maatregel voorstellen die van toepassing is op alle aardgasbedrijven, actief in België.]

Art. 15/14quater.

§ 1

De commissie werkt voor de grensoverschrijdende zaken samen met de reguleringsoverheid of -overheden van de betrokken lidstaten van de Europese Unie en met het ACER.
De commissie consulteert en werkt nauw samen met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie, zij wisselt met hen alle informatie uit voor de uitvoering van de taken die haar toebedeeld zijn krachtens deze wet, en deelt deze informatie mee aan het ACER. De overheid die deze uitgewisselde informatie ontvangt, behandelt deze met dezelfde strikte vertrouwelijkheid, als de overheid die deze verstrekt.
De commissie werkt ten minst samen op regionaal niveau, zoals bedoeld in artikel 12, § 3 van Verordening (EG) nr. 715/2009, en wel als volgt:
a)
zij bevorderen de implementatie van praktische regelingen om een optimaal beheer van het net te garanderen, zij bevorderen tevens de ontwikkeling van beurzen voor aardgas en de toewijzing van grensoverschrijdende capaciteit en om een adequaat niveau van koppelingscapaciteiten, met inbegrip via de nieuwe interconnecties, binnen de regio en tussen de regio's, zoals bedoeld in artikel 12, § 3, van Verordening (EG) nr. 715/2009 mogelijk te maken, zodat een efficiënte mededinging kan plaatsvinden en de bevoorradingszekerheid kan worden versterkt, zonder discriminatie tussen de leveranciersbedrijven in de verschillende lidstaten van de Europese Unie;
b)
zij coördineren de ontwikkeling van alle netcodes voor de beheerders van een aardgasvervoersnet en de andere betrokken marktpartijen; en
c)
zij coördineren de ontwikkeling van de congestiebeheerregels.
De commissie is bevoegd om samenwerkingsakkoorden af te sluiten met de reguleringsoverheden van de andere lidstaten van de Europese Unie teneinde de samenwerking inzake regulering te bevorderen.
De acties bedoeld in het derde lid worden, in voorkomend geval, ondernomen in nauw overleg met de andere betrokken federale overheden en onverminderd de bevoegdheden van deze laatste.

§ 2

De commissie richt zich naar en implementeert de juridisch dwingende beslissingen van het ACER en van de Europese Commissie.
De commissie kan het advies van het ACER vragen in verband met de overeenstemming van een beslissing genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie met de door de Europese Commissie opgestelde richtsnoeren in uitvoering van Richtlijn 2009/73/EG of bedoeld in Verordening (EG) nr. 715/2009.
De commissie kan de Europese Commissie ook op de hoogte brengen van elke beslissing van toepassing op de grensoverschrijdende uitwisselingen, genomen door een regionale reguleringsoverheid of een andere Lidstaat van de Europese Unie die zij in strijd acht met de in het tweede lid vermelde richtsnoeren, en wel binnen twee maanden na deze beslissing.
Wanneer de Europese Commissie aan de commissie vraagt om één van haar beslissingen in te trekken, gaat deze binnen een termijn van twee maanden over tot de intrekking ervan en brengt ze de Europese Commissie hiervan op de hoogte.

§ 3

De commissie werkt samen met de regionale reguleringsoverheden.
De vertegenwoordiging en de contacten op communautair niveau binnen het ACER worden verzekerd door een vertegenwoordiger van de commissie die in formeel overleg handelt met de regionale reguleringsoverheden.]

Art. 15/15.

[§ 1

Het directiecomité van de commissie is samengesteld uit vier leden.

§ 2

De administratieve directie, bedoeld in artikel 25, § 1, 3°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, is verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 2°.

§ 3

De directie voor de technische werking van de markt, bedoeld in artikel 25, § 1, 1°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 4° tot 8°.
De directie voor de controle op de prijzen en de rekeningen bedoeld in artikel 25, § 1, 2°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt is eveneens verantwoordelijk voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 15/14, § 2, tweede lid, 8°bis tot 10°.]]

[§ 4

De werkingskosten van de commissie worden gedekt door de federale bijdrage, beoogd in artikel 15/11, § 1bis, ten belope van het budget dat door de Kamer van Volksvertegenwoordigers werd vastgelegd in toepassing van artikel 25, § 5, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt.
]

Art. 15/16.

§ 1

[In de uitvoering van de haar toegewezen opdrachten, kan de commissie de aardgasondernemingen die op de Belgische markt actief zijn, iedere verbonden of geassocieerde onderneming evenals van elke onderneming die een multilateraal commercieel platform beheert of uitbaat waarop energieblokken of financiële instrumenten die betrekking hebben op energieblokken worden verhandeld, die een rechtstreeks verband hebben met de Belgische aardgasmarkt of die er een directe impact op uitoefenen, vorderen om haar alle nodige informatie te verstrekken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering tot toegangverlening aan een derde, en alle informatie over de nodige maatregelen om het net te versterken, voor zover zij haar verzoek motiveert. De commissie kan inzage nemen van de boekhouding van de aardgasbedrijven, met inbegrip van de afzonderlijke rekeningen bedoeld in artikel 15/12, § 2, voor zover deze inzage noodzakelijk is voor de in artikel 15/14, § 2 bedoelde opdrachten.]

[§ 1bis

Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 15/14bis en 15/14ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn:
vanwege de aardgasbedrijven elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgemaakt;
bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiëren.]
[De informatie die in het kader van deze paragraaf vergaard wordt door de commissie mag alleen worden aangewend met het oog op de verslagen, adviezen en aanbevelingen bedoeld bij artikelen 15/14bis en 15/14ter. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad, dit artikel uitbreiden tot bindende beslissingen die zouden kunnen bedoeld worden door de artikelen 15/14bis en 15/14ter.]

[§ 1ter

In het kader van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr.1227/20111, beschikt de commissie over de bevoegdheid om binnen een redelijke termijn informatie op te vragen van alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen alsook over de bevoegdheid hen op te roepen en te horen, op voorwaarde dat zij haar verzoek motiveert en dat dit verzoek aansluit op het kader en het doel van haar onderzoek.
De natuurlijke en rechtspersonen die overeenkomstig het eerste lid worden opgeroepen en gehoord, worden op hun verzoek bijgestaan door een raadsman.
]

§ 2

Artikel 26, [§ 2], van de wet van 29 april 1999 is van toepassing op de gegevens die zijn verkregen bij de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2.]

Art. 15/16bis.
[Op de ombudsdienst voor energie, opgericht bij artikel 27 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, kan een beroep worden gedaan voor alle vragen en klachten betreffende het functioneren van de elektriciteitsmarkt en gasmarkt alsook voor alle geschillen tussen eindafnemers en aardgasondernemingen inzake aangelegenheden die tot de bevoegdheid van de federale overheid behoren krachtens artikel 6, § 1, VI, vierde en vijfde lid, en VII, tweede lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.]]

Art. 15/17.
[...]
]

Art. 15/18.
[De Geschillenkamer, opgericht bij artikel 29 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, beslist op verzoek van één van de partijen over de geschillen tussen de netgebruikers en de beheerder van het aardgasvervoersnet, [de beheerder van een interconnector,] de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, de beheerder van de LNG-installatie, de distributienetbeheerders of de beheerder van een gesloten industrieel net, die betrekking hebben op de verplichtingen die krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan aan deze beheerders zijn opgelegd, behalve de geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen.
In het kader van geschillen inzake de toegang tot de upstream-installaties houdt de Geschillenkamer rekening met de in artikel 15/9, tweede lid, bepaalde doelstellingen en criteria, evenals met de partijen die in de onderhandeling over de toegang tot het net kunnen betrokken zijn. In geval van grensoverschrijdende geschillen is de Geschillenkamer slechts bevoegd in de hypothese dat de upstream-installatie binnen haar rechtsgebied is gelegen. Indien de betrokken installatie onder de bevoegdheid van verschillende lidstaten valt, raadpleegt de Geschillenkamer de geschillenbeslechtingoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht om een coherente regeling te waarborgen.]]

Art. 15/18bis.
Elke belanghebbende partij die zich geschaad acht naar aanleiding van een door de commissie genomen beslissing kan, ten laatste binnen een termijn van vijftien dagen na de verschijning of de kennisgeving van deze beslissing bij de commissie een klacht indienen teneinde de zaak opnieuw te laten onderzoeken.
Deze klacht heeft geen opschortende uitwerking en sluit de indiening van een beroep voor het [Marktenhof] met toepassing van artikel 15/20 niet uit, noch vormt zij een voorafgaande voorwaarde hiertoe.
De klacht met het oog op een nieuw onderzoek wordt per aangetekend schrijven of neerlegging met ontvangstbewijs bij de zetel van de commissie gericht. Zij bevat een afschrift van de bestreden beslissing evenals de redenen die een herziening verantwoorden.
De commissie neemt haar beslissing betreffende de klacht binnen een termijn van twee maanden te tellen vanaf de neerlegging van de klacht met het oog op een nieuw onderzoek.]

Art. 15/19.
[...]]
[...]