Art. 15/16.

§ 1

[In de uitvoering van de haar toegewezen opdrachten, kan de commissie de aardgasondernemingen die op de Belgische markt actief zijn, iedere verbonden of geassocieerde onderneming evenals van elke onderneming die een multilateraal commercieel platform beheert of uitbaat waarop energieblokken of financiėle instrumenten die betrekking hebben op energieblokken worden verhandeld, die een rechtstreeks verband hebben met de Belgische aardgasmarkt of die er een directe impact op uitoefenen, vorderen om haar alle nodige informatie te verstrekken, met inbegrip van de verantwoording van elke weigering tot toegangverlening aan een derde, en alle informatie over de nodige maatregelen om het net te versterken, voor zover zij haar verzoek motiveert. De commissie kan inzage nemen van de boekhouding van de aardgasbedrijven, met inbegrip van de afzonderlijke rekeningen bedoeld in artikel 15/12, § 2, voor zover deze inzage noodzakelijk is voor de in artikel 15/14, § 2 bedoelde opdrachten.]

[§ 1bis

Bij de uitvoering van de opdrachten die haar bij artikelen 15/14bis en 15/14ter worden toebedeeld, beschikt de Commissie bovendien over bevoegdheden en rechten die hierna beschreven zijn:
vanwege de aardgasbedrijven elke inlichting verkrijgen, onder welke vorm ook, over materies die tot haar bevoegdheid en haar opdracht behoren binnen de dertig dagen na haar vraag;
van deze bedrijven verslagen verkrijgen over hun werkzaamheden of bepaalde aspecten ervan;
de informatie bepalen die haar regelmatig dient te worden meegedeeld en de periodiciteit waarmee deze informatie aan haar dient te worden overgemaakt;
bij weigering van het toezenden van de gevraagde informatie binnen de dertig dagen overgaan tot het ter plaatse kennisnemen van alle hoger bedoelde inlichtingen en documenten die nodig zijn voor de uitvoering van de opdrachten die haar zijn toegewezen en deze desgevallend kopiėren.]
[De informatie die in het kader van deze paragraaf vergaard wordt door de commissie mag alleen worden aangewend met het oog op de verslagen, adviezen en aanbevelingen bedoeld bij artikelen 15/14bis en 15/14ter. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overlegd in de Ministerraad, dit artikel uitbreiden tot bindende beslissingen die zouden kunnen bedoeld worden door de artikelen 15/14bis en 15/14ter.]

[§ 1ter

In het kader van de artikelen 3, 4 en 5 van de Verordening (EU) nr.1227/20111, beschikt de commissie over de bevoegdheid om binnen een redelijke termijn informatie op te vragen van alle betrokken natuurlijke of rechtspersonen alsook over de bevoegdheid hen op te roepen en te horen, op voorwaarde dat zij haar verzoek motiveert en dat dit verzoek aansluit op het kader en het doel van haar onderzoek.
De natuurlijke en rechtspersonen die overeenkomstig het eerste lid worden opgeroepen en gehoord, worden op hun verzoek bijgestaan door een raadsman.
]

§ 2

Artikel 26, [§ 2], van de wet van 29 april 1999 is van toepassing op de gegevens die zijn verkregen bij de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 15/14, § 2.]