Art. 15/18.
[De Geschillenkamer, opgericht bij artikel 29 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, beslist op verzoek van één van de partijen over de geschillen tussen de netgebruikers en de beheerder van het aardgasvervoersnet, [de beheerder van een interconnector,] de beheerder van de aardgasopslaginstallatie, de beheerder van de LNG-installatie, de distributienetbeheerders of de beheerder van een gesloten industrieel net, die betrekking hebben op de verplichtingen die krachtens deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan aan deze beheerders zijn opgelegd, behalve de geschillen inzake contractuele rechten en verbintenissen.
In het kader van geschillen inzake de toegang tot de upstream-installaties houdt de Geschillenkamer rekening met de in artikel 15/9, tweede lid, bepaalde doelstellingen en criteria, evenals met de partijen die in de onderhandeling over de toegang tot het net kunnen betrokken zijn. In geval van grensoverschrijdende geschillen is de Geschillenkamer slechts bevoegd in de hypothese dat de upstream-installatie binnen haar rechtsgebied is gelegen. Indien de betrokken installatie onder de bevoegdheid van verschillende lidstaten valt, raadpleegt de Geschillenkamer de geschillenbeslechtingoverheden die door de betrokken lidstaten zijn opgericht om een coherente regeling te waarborgen.]]