Art. 15/21.

§ 1

Het beroep bedoeld in [artikel 15/20] heeft geen schorsende werking, tenzij het ingesteld is tegen een beslissing van de Commissie tot het opleggen van een administratieve geldboete. Het [Marktenhof] waarbij een dergelijk beroep aanhangig wordt gemaakt, kan evenwel, alvorens recht te doen, de schorsing bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep als de aanvrager ernstige middelen inroept die de vernietiging of herziening van de beslissing mogelijk kunnen rechtvaardigen en als de onmiddellijke tenuitvoerlegging ervan hem een ernstig en moeilijk te herstellen nadeel dreigt te berokkenen. Het hof spreekt zich onverwijld uit over de vordering tot schorsing.[Zo ook kunnen alle personen die een belang hebben een beroep aanhangig maken bij het [Marktenhof] en de schorsing vragen van de tenuitvoerlegging van alle beslissingen van de commissie genomen in toepassing van de artikelen 15/5 tot 15/5quinquies waardoor de commissie de wet zou overtreden. Een vordering tot schorsing kan niet worden ingeleid zonder dat een vordering ten gronde wordt ingeleid.]

§ 2

Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het hof van beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet werd ter kennis gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.

§ 3

[Binnen drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt het betekend via gerechtsbrief door de griffie van het hof van beroep aan alle door de verzoeker bij de zaak opgeroepen partijen. De griffie van het hof van beroep vraagt aan het directiecomité van de commissie een administratief dossier neer te leggen betreffende de aangevochten akte bij de griffie, met het verzoekschrift. De indiening van het administratief dossier geschiedt ten laatste de dag van het inleidend verhoor, zonder evenwel dat de termijn tussen het ontvangen van het verzoekschrift en het inleidend verhoor minder mag zijn dan tien dagen. In geval van uiterste hoogdringendheid kan het [Marktenhof] de termijn voor de indiening van het administratief dossier inkorten, zonder dat dat deze termijn evenwel korter mag zijn dan vijf dagen na het ontvangen van het verzoekschrift. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het hof van beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]

§ 4

Op ieder ogenblik kan het [Marktenhof] ambtshalve alle andere partijen, wier toestand beďnvloed dreigt te worden door de beslissing die het voorwerp uitmaakt van het beroep, uitnodigen in het geding tussen te komen.

§ 5

Deel IV, Boek II, Titel III, Hoofdstuk VIII van het Gerechtelijk Wetboek is van toepassing op de procedure voor het [Marktenhof].

§ 6

Het [Marktenhof] stelt de termijnen vast waarbinnen de partijen elkaar hun schriftelijke opmerkingen mededelen en een kopie ervan neerleggen ter griffie. Het hof bepaalt eveneens de datum van de debatten.
Het [Marktenhof] beslist binnen een termijn van zestig dagen na de neerlegging van het in § 2 beoogde verzoekschrift.]