Art. 16.
Voor de uitvoering van deze wet bepaalt de Koning onder meer:
[...]
welke overheden of diensten, behalve provincies en gemeenten, moeten worden geraadpleegd en binnen welke termijn zij hun advies moeten geven;
de procedure en de formaliteiten die in acht moeten worden genomen bij elk in artikel 9 bedoeld gebruik van het openbaar domein, of wanneer de centrale, provinciale of gemeentelijke overheden, overeenkomstig hetzelfde artikel, de op hun openbaar domein aangelegde vervoerinstallaties willen doen wijzigen;
de procedure die moet worden gevolgd voor de verklaring van openbaar nut bedoeld in artikel 10, en binnen welke termijn gevolg moet worden gegeven aan een aanvraag tot verklaring van openbaar nut;
[...];
[...];
de strafbedingen die mogen worden gesteld in geval van niet-nakoming van de verbintenissen inzake gasvervoer;
[de voorschriften die moeten worden in acht genomen door eenieder die, in de nabijheid van vervoerinstallaties door middel van leidingen, werken uitvoert, doet uitvoeren of beoogt uit te voeren.][Deze voorschriften kunnen veiligheidsverplichtingen voorzien ten laste van de natuurlijke en rechtspersonen die werken uitvoeren in de nabijheid van leidingen, zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van hoofdstuk V van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en haar uitvoeringsbesluiten.]
De Koning bepaalt ook de schaal van de maximumretributies die de Staat, de provincie of de gemeente, overeenkomstig artikel 13, als vergoeding voor de bezetting van zijn openbaar of privaat domein mag heffen, alsmede de schaal van de minimumuitkeringen die krachtens hetzelfde artikel aan private personen verschuldigd zijn.