Art. 17.

§ 1

Na advies van Algemene Directie Energie van de FOD Economie en advies van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, bepaalt de Koning de algemene veiligheidsvoorschriften in het kader van het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties.
De algemene voorschriften definiëren onder meer:
de verplichtingen van de houder van een vervoervergunning ter preventie en behandeling van ongevallen door de invoering van een systeem van veiligheidsbeheer en een noodplan;
de voorbehouden zone en het daaraan verbonden verbod om te bouwen, te bezetten, te werken of aan te planten;
de ingravingsdiepte van de leidingen en de voorwaarden waaronder een bovengrondse installatie kan worden gebruikt;
de bescherming van het tracé;
de bescherming tegen corrosie;
de gebruikte materialen en de specificatie voor de levering van materialen alsook de testen en controle van materialen;
de specificaties voor de berekening van de leiding;
de specificaties voor de uitvoering van de werken op de werf bij de aanleg van leidingen;
de controle op de samengevoegde onderdelen;
10°
de controle op de werken na de aanleg en de ontvangsttesten op het vlak van de dichtheid;
11°
de exploitatievoorwaarden; met inbegrip van het toezicht op de vervoerinstallaties, alsook de druk, de temperatuur en de wanddikte van de vervoerinstallaties;
12°
de verplichtingen van de organismen voor de controle van de vervoerinstallaties; en
13°
de vereisten inzake de risicoanalyse.

§ 2

Op voorstel van een of meerdere houders van een vervoerver-gunning en na advies van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie, of op voorstel van de Administratie Kwaliteit en Veiligheid van de FOD Economie en na overleg met een of meerdere houders van een vervoervergunning, keurt de minister de Technische Codes goed.
De respectievelijke Technische Codes bepalen de technische maatregelen die noodzakelijk zijn om de algemene veiligheidsvoorschriften bedoeld in § 1 van dit artikel uit te voeren door de voorschriften met betrekking tot de veiligheid, meer bepaald in het kader van het ontwerp, de bouw, inbedrijfstelling, het toezicht, het onderhoud, en de buitengebruikstelling van vervoerinstallaties, het veiligheidsbeheersysteem en het noodplan verder uit te werken.

§ 3

De minister kan aan de ambtenaren van de FOD Economie die hij aanduidt voor specifieke door hem voorziene functies, de bevoegdheid delegeren om:
binnen de grenzen bepaald door de Koning, algemene technische maatregelen te bepalen;
binnen de grenzen bepaald door de Koning, individuele technische maatregelen te bepalen.