Hoofdstuk VII.
Diverse bepalingen


Art. 21.
De wet van 17†januari 1938 tot regeling van het gebruik door de openbare besturen, de verenigingen van gemeenten en de concessiehouders van openbare diensten of van diensten van openbaar nut, van de openbare domeinen van de Staat, van de provincies en van de gemeenten voor het aanleggen en het onderhouden van leidingen, inzonderheid van gas- en waterleidingen, is opgeheven in zover zij het gasvervoer betreft.

Art. 22.
Aan degene die op de datum van inwerkingtreding van deze wet een gasvervoer als bedoeld in artikel†2 exploiteert, wordt de in artikel†3 bepaalde gasvervoervergunning of -toelating verleend op voorwaarde dat hij, binnen de termijn te bepalen door de Koning, aan de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort de stukken overmaakt en de inlichtingen verstrekt die overeenkomstig artikel†17 zijn vereist. De Koning of de Minister tot wiens bevoegdheid de energie behoort, al naar het geval, bepaalt binnen welke termijn de vervoerder, op straffe van verval, moet voldoen aan de voorschriften van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en aan de voorschriften van de algemene voorwaarden waarvan de tekst bij de vergunningsakte is gevoegd, of aan de voorwaarden die in de toelatingsakte zijn vermeld.

Art. 23.
In geval van dreigende crisis of van plotse crisis op de energiemarkt, of wanneer de bevoorradingszekerheid van het land in gedrang komt, of wanneer de fysieke veiligheid van personen, de veiligheid of betrouwbaarheid van uitrusting of installaties of de integriteit van de vervoernetten wordt bedreigd, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, na advies van de Commissie [en in overleg met de aardgasvervoersnetbeheerder, de beheerder van een opslaginstallatie, de beheerder van een LNG installatie], de nodige beschermingsmaatregelen nemen, met inbegrip van tijdelijke afwijkingen van de bepalingen van deze wet.]
[Deze maatregelen moeten zo min mogelijk storingen veroorzaken in de werking van de Europese interne markt en mogen de strikt onontbeerlijke draagwijdte niet overstijgen die nodig is om te verhelpen aan de plotse moeilijkheden die zich hebben voorgedaan.
De minister geeft onmiddellijk kennis van deze maatregelen aan de andere lidstaten van de Europese Unie en aan de Europese Commissie.]

Art. 24.
[De aardgasondernemingen, met uitzondering van de beheerders] met een sterke positie op de Belgische gasmarkt dragen er zorg voor om in hun intern besluitvormingsproces aangepaste mechanismen in te bouwen teneinde te vermijden dat belangenconflicten in hoofde van verbonden of geassocieerde ondernemingen ertoe leiden dat beslissingen of strategieŽn worden aangenomen die de wezenlijke belangen van de consumenten of de correcte uitvoering van de openbare dienstverplichtingen van de betrokken onderneming kunnen schaden.
De commissie doet aanbevelingen ter invulling van wat in het eerste lid is bepaald; zij inspireert zich hierbij op de beste praktijken van deugdelijk vennootschapsbestuur. De betrokken vennootschappen lichte de commissie in over het gevolg dat zij aan deze aanbevelingen geven; in voorkomend geval lichten zij haar de specifieke redenen toe op grond waarvan zij menen ervan af te moeten wijken.
Voor de toepassing van dit artikel wordt een onderneming geacht een sterke positie te hebben op de Belgische gasmarkt wanneer zij een aandeel heeft van meer dan 25†% van deze markt of een segment ervan.]

Art. 25.
De hoofdstukken†IVter en IVquater van deze wet zijn niet van toepassing op [...] de Zeepipe-installaties op Belgisch grondgebied.]