Besluit reglementering handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen + bijlage(n)
Besluit van de Vlaamse Executieve van 27 maart 1985 houdende reglementering van de handelingen die het grondwater kunnen verontreinigen.

Artikel 1.

Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden.


Art. 1/1.

Voor toepassing van onderhavig besluit wordt verstaan onder : "handelingen" : alle zaken, bedoeld in art. 3, § 1-1° van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer; "stoffen van lijst I of II" : produkten of stoffen, die stoffen bevatten, behorend tot de families en groepen van stoffen, opgenomen in de lijsten I of II, gevoegd in bijlage bij dit besluit.


Art. 2.

Dit besluit is niet van toepassing op :

lozingen van huishoudelijk afvalwater van alleenstaande woningen die niet aangesloten zijn op een collectief rioleringssysteem en die buiten de waterwingebieden liggen; 
het direct of indirect lozen, het deponeren of opslaan op of in de bodem van producten en stoffen die in zulke geringe hoeveelheid en concentratie stoffen van lijst I, II en III bevatten dat elk gevaar voor een verontreiniging nu of in de toekomst is uitgesloten;
de injectie van kooldioxidestromen met het oog op opslag in geologische formaties die door hun aard blijvend ongeschikt zijn voor andere doeleinden, op voorwaarde dat dergelijke injecties plaatsvinden overeenkomstig het decreet van 8 mei 2009 betreffende de diepe ondergrond dan wel op grond van artikel 37, tweede lid, van voormeld decreet buiten de werkingssfeer ervan vallen.

 

Op advies van de afdeling van de Vlaamse Milieumaatschappij, bevoegd voor het operationele waterbeheer, kan de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, voor elke stof van lijst I, II en III de hoeveelheid en de concentratie vaststellen.


Art. 3. Het direkt of indirekt lozen van stoffen van lijst I is verboden.

 

§ 1

(...)

 

§ 2

(...)

 

§ 3

(...)


Art. 5. (...)

Art. 6. (...)

Art. 7. (...)

Art. 8. (...)

Art. 9. (...)

 

§ 1

(...)

 

§ 2

(...)


Art. 11. I (...)

Art. 12.

De ligging van ondergrondse leidingen met een minimumlengte van 100 m, die stoffen van lijst I of lijst II bevatten, moeten door de exploitant van de installatie medegedeeld te worden aan de direkteur van de provinciale dienst van de administratie voor ruimtelijke ordening en leefmilieu uiterlijk honderd vijftig kalenderdagen na het van kracht worden van onderhavig besluit. De exploitant van deze installatie moet volgende dokumenten en gegevens bij het dossier voegen :

een overzichtsplan op schaal 1/10 000;
detailplannen van de begin- en eindpunten van de leiding en de bestaande pompstations met hun karakteristieken;
de aard, dikte en diameter van de leidingsmaterialen;
de genomen maatregelen om verontreiniging van grondwater te voorkomen.

 


Art. 13. De Vlaamse Minister van Leefmilieu, Waterbeleid en Onderwijs is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlage.

LIJST I. - Families en groepen van stoffen.
Lijst I omvat de afzonderlijke stoffen van onderstaande families of groepen van stoffen.

1. Organische halogeenverbindingen en stoffen waaruit in water dergelijke verbindingen kunnen ontstaan.
2. Organische fosforverbindingen met uitzondering van pesticiden.
3. Organische tinverbindingen.
4. Stoffen die in of via het water een kankerverwekkende, mutagene of teratogene werking hebben.
5. Kwik en kwikverbindingen.
6. Cadmium en cadmiumverbindingen.
7. Minerale oliėn en koolwaterstoffen.
8. Cyaniden.


LIJST II. - Families en groepen van stoffen.
Lijst II omvat de afzonderlijke stoffen en kategorieėn van stoffen van de onderstaande families en groepen die schadelijk zijn voor het grondwater.

1. De volgende metalloļden en metalen alsmede verbindingen daarvan : 1) zink 2) koper 3) nikkel 4) chroom 5) lood 6) selenium 7) arsenicum 8) antimoon 9) molybdeen 10) titaan 11) tin 12) borium 13) beryllium 14) barium 15) uranium 16) vanadium 17) kobalt 18) thallium 19) tellurium 20) zilver.
[...]
3. Stoffen met een schadelijke werking op de smaak en/of geur van het grondwater alsmede verbindingen waaruit dergelijke stoffen in het water kunnen ontstaan en die het water ongeschikt voor menselijke consumptie kunnen maken.
4. Organische siliciumverbindingen die toxisch of persistent zijn en stoffen waaruit dergelijke verbindingen kunnen ontstaan, met uitzondering van die welke biologisch onschadelijk zijn of die in water snel worden omgezet in onschadelijke stoffen.
5. Anorganische fosforverbindingen en elementair fosfor.
6. Fluoriden, chloriden.
7. Ammoniak, nitrieten en nitraten.

 

LIJST III FAMILIES EN GROEPEN VAN STOFFEN

Lijst III omvat alle pesticiden als vermeld in artikel 3 van het decreet van 8 februari 2013 houdende duurzaam gebruik van pesticiden in het Vlaamse Gewest.