Hoofdstuk III.
Milieueffectrapportage over projecten


Afdeling I.
Toepassingsgebied


Art. 4.3.1.

Voorgenomen projecten worden, alvorens een vergunning kan worden verleend voor de vergunningsplichtige activiteit die het voorwerp uitmaakt van het project, aan een milieueffectrapportage onderworpen in de gevallen bepaald in dit hoofdstuk.

 

Bij de milieueffectrapportage over projecten worden de directe en indirecte aanzienlijke effecten van een project geval per geval op passende wijze geïdentificeerd, beschreven en beoordeeld op de volgende disciplines:

de bevolking en de menselijke gezondheid;
de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de beschermde soorten en habitats, vermeld in bijlage I tot en met IV van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu;
het land, de bodem, het water, de lucht en het klimaat;
de materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap;
de samenhang tussen de disciplines, vermeld in punt 1° tot en met 4°.


De effecten op de disciplines, vermeld in het tweede lid, omvatten de verwachte effecten die voortvloeien uit de kwetsbaarheid van het project voor risico’s op zware ongevallen of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie.


Art. 4.3.2.

§ 1.

De Vlaamse Regering wijst, aan de hand van de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, de categorieën van projecten aan waarvoor overeenkomstig dit hoofdstuk een project-MER moet worden opgesteld.

 

De verplichting tot het uitvoeren van een project-m.e.r. geldt niet voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, tenzij de loutere hernieuwing van de vergunning of de omzetting betrekking heeft op activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.

 

§ 2.

De Vlaamse Regering wijst, aan de hand van de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, de andere dan in paragraaf 1 vermelde categorieën van projecten aan waarvoor overeenkomstig dit hoofdstuk een project-MER of een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting moet worden opgesteld.

 

De verplichting tot het uitvoeren van een project-m.e.r. geldt niet voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, tenzij de loutere hernieuwing van de vergunning of de omzetting betrekking heeft op activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.

 

§ 2bis.

De Vlaamse Regering wijst, aan de hand van de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, de andere dan in paragrafen 1 en 2 vermelde categorieën van projecten aan waarvoor overeenkomstig dit hoofdstuk een project-MER of een project-m.e.r.-screeningsnota moet worden opgesteld.

 

De verplichting tot het uitvoeren van een project-m.e.r. geldt niet voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning en de omzetting, vermeld in artikel 70 respectievelijk 390 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, tenzij de loutere hernieuwing van de vergunning of de omzetting betrekking heeft op activiteiten die fysieke ingrepen in het leefmilieu tot gevolg hebben.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering wijst, aan de hand van de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, aan voor welke veranderingen aan reeds bestaande projecten van de categorieën, vermeld in paragrafen 1 en 2, overeenkomstig dit hoofdstuk al dan niet een project-MER moet worden opgesteld op grond van een beslissing, geval per geval, van de administratie.

 

§ 3bis.

De Vlaamse Regering wijst, aan de hand van de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, aan voor welke veranderingen aan reeds bestaande projecten van de categorieën, vermeld in paragrafen 1, 2 en 2bis, overeenkomstig dit hoofdstuk al dan niet een project-MER moet worden opgesteld op grond van een beslissing, geval per geval, van de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan de criteria die worden omschreven in de bij dit decreet gevoegde bijlage II, nader definiëren. Op grond van die criteria moet het mogelijk zijn uit te maken of aan een bepaald project, dan wel aan een verandering daarvan, al dan niet aanzienlijke milieueffecten verbonden kunnen zijn.

 

Bij de aanwijzing van categorieën van projecten overeenkomstig paragrafen 1, 2, 2bis, 3 of 3bis kan de Vlaamse Regering eveneens de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen aanwijzen die, overeenkomstig artikel 4.3.4, § 4, een afschrift van de kennisgeving moeten ontvangen.

 

Elke vaststelling of vervanging van de criteria, vermeld in het eerste lid, wordt meegedeeld aan de Europese Commissie.

 

§ 5.

De Vlaamse Regering kan besluiten dit hoofdstuk niet toe te passen op projecten, of projectonderdelen, die uitsluitend bestemd zijn voor defensie, dan wel op projecten die uitsluitend de respons op civiele noodsituaties tot doel hebben, als ze van oordeel is dat de toepassing ervan in die gevallen nadelige gevolgen heeft voor deze doeleinden.


Art. 4.3.3.

§ 1.

De Vlaamse Regering kan op gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer een welbepaald project dat conform artikel 4.3.2 en dit artikel aan milieueffectrapportage moet worden onderworpen, in uitzonderlijke gevallen vrijstellen van de verplichting tot milieueffectrapportage als de toepassing van de bepalingen over de milieueffectrapportage nadelige gevolgen heeft voor het doel van het project en als aan de doelstellingen, vermeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan. De Vlaamse Regering kan de nadere regels over de inhoud van het gemotiveerde verzoek van de initiatiefnemer bepalen.

 

De Vlaamse Regering gaat in dat geval na of er geen andere vorm van beoordeling geschikt is en stelt de verzamelde informatie ter beschikking van het publiek.

 

Als het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, worden de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten betrokken bij de milieueffectrapportageprocedure voor er een beslissing wordt genomen. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, en voor de grensen gewestgrensoverschrijdende procedure, vermeld in het derde lid.

 

§ 1bis.

Een project dat met een specifiek decreet wordt aangenomen, kan door het decreet in kwestie vrijgesteld worden van de bepalingen over de openbare raadpleging over het project-MER, zoals vastgelegd in de toepasselijke vergunningsprocedure, als aan de doelstellingen, vermeld in dit hoofdstuk, wordt voldaan.

 

Als het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, worden de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen of gewesten betrokken bij de milieueffectrapportageprocedure voor er een beslissing wordt genomen.

 

§ 2.

In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, § 2bis en § 3bis, waarvoor een project-m.e.r.-screeningsnota werd opgesteld, neemt de overheid die beslist over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag, een beslissing of er een project-MER moet worden opgesteld. Zij doet dat op het ogenblik van en als onderdeel van de beslissing over de ontvankelijkheid en volledigheid van de vergunningsaanvraag. De beslissing dat al dan niet een project-MER moet worden opgesteld, wordt openbaar gemaakt door de vergunningverlenende overheid. De Vlaamse Regering kan verder inzake de project-m.e.r.-screening nadere regels vaststellen en kan de vorm en de inhoudelijke elementen van de project-m.e.r.-screeningsnota bepalen.

 

Er moet geen milieueffectrapport over het project worden opgesteld als de overheid, vermeld in het eerste lid, oordeelt dat:

een toetsing aan de criteria van bijlage II uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of
vroeger al een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programma waarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten.

 

§ 3.

In de gevallen, vermeld in artikel 4.3.2, § 2 en § 3, kan de initiatiefnemer een gemotiveerd verzoek tot ontheffing van de rapportageverplichting indienen bij de administratie.

 

[...] voor zover het voorgenomen project niet valt onder de toepassing van de lijst van projecten die door de Vlaamse regering overeenkomstig artikel 4.3.2., § 1, is vastgesteld, kan de administratie een project toch ontheffen van milieueffectrapportage als ze oordeelt dat :

vroeger al een plan-MER werd goedgekeurd betreffende een plan of programmawaarin een project met vergelijkbare effecten beoordeeld werd of een project-MER werd goedgekeurd betreffende een project waarvan het voorgenomen initiatief een herhaling, voortzetting of alternatief is, en een nieuw project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of
een toetsing aan de criteria van bijlage II uitwijst dat het voorgenomen project geen aanzienlijke gevolgen kan hebben voor het milieu en een project-MER redelijkerwijze geen nieuwe of bijkomende gegevens over aanzienlijke milieueffecten kan bevatten.

 

§ 4.

Het verzoek, vermeld in paragraaf 3, bevat ten minste:

een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen project, met in het bijzonder:
  a) een beschrijving van de fysieke kenmerken van het hele project en, als dat relevant is, van sloopwerken;
  b) een beschrijving van de locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project een invloed kan hebben;
een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project;
als er informatie over deze effecten beschikbaar is: een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project ten gevolge van:
  a) de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen, als dat van toepassing is;
  b) het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit;
in voorkomend geval een beschrijving van de kenmerken van het voorgenomen project of van de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke milieueffecten zouden zijn geweest. 

 

Bij het verzoek, vermeld in paragraaf 3, wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd, en wordt, als dat relevant is, rekening gehouden met de beschikbare resultaten van andere relevante beoordelingen van de milieueffecten die zijn gemaakt met toepassing van deze titel of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.

 

De initiatiefnemer bezorgt het verzoek aan de administratie door betekening of door afgifte tegen ontvangstbewijs.

 

§ 5.

[...]

 

§ 6.

De administratie neemt onverwijld en uiterlijk binnen een termijn van zestig dagen na de ontvangst van het verzoek, vermeld in paragraaf 3, een beslissing. In voorkomend geval bevat de beslissing ook de voorwaarden die aan de ontheffing zijn verbonden.

 

Als besloten wordt dat een project-MER moet worden opgesteld, bevat de beslissing de belangrijkste redenen waarom een project-MER moet worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd.

 

Als besloten wordt dat er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, bevat de beslissing de belangrijkste redenen waarom er geen project-MER hoeft te worden opgesteld, waarbij verwezen wordt naar de relevante criteria, vermeld in bijlage II, die bij dit decreet is gevoegd, en, als de initiatiefnemer die heeft voorgesteld, de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om te vermijden of te voorkomen wat anders wellicht aanzienlijke nadelige milieueffecten zouden zijn geweest.

 

De administratie houdt, als dat relevant is, bij de beslissing rekening met de resultaten van voorafgaande controles die zijn verricht of beoordelingen van de effecten op het milieu die zijn gemaakt met toepassing van deze titel of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.

 

De ontheffing wordt verleend voor een beperkte duur en vervalt als het project niet wordt aangevangen binnen de termijn die in de beslissing is vastgesteld. De ontheffing vervalt in elk geval zodra de initiatiefnemer zijn vergunningsaanvraag niet heeft ingediend binnen een termijn van vier jaar na de ontheffingsbeslissing.

 

De beslissing wordt binnen een termijn van zeventig dagen na de ontvangst van het verzoek bekendgemaakt, ter inzage gelegd bij de administratie en aan de initiatiefnemer betekend.

 

§ 7.

De initiatiefnemer kan een gemotiveerd verzoek tot heroverweging van de beslissing, vermeld in paragraaf 3, aan de administratie betekenen of afgeven tegen ontvangstbewijs. Artikel 4.6.4 is van overeenkomstige toepassing.

 

§ 8.

In de gevallen, vermeld in paragraaf 1 en 6, wordt de definitieve beslissing door de initiatiefnemer gevoegd bij de vergunningsaanvraag.

 

§ 9.

De administratie zorgt ervoor dat een afschrift van de definitieve beslissing of beslissingen wordt verstuurd naar de Commissie van de Europese Gemeenschap:

in de gevallen, vermeld in paragraaf 1: onverwijld en in ieder geval voor de vergunningsbeslissing is genomen; 
in de gevallen, vermeld in paragraaf 1bis: om de twee jaar na 16 mei 2017.

 

§ 10.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen inzake [...] de ontheffing van de verplichting tot het opstellen van een project-MER.


Afdeling II.
Aanmelding en inhoudsafbakening van het voorgenomen project-MER


Art. 4.3.4.

§ 1.

Voor de initiatiefnemer de vergunningsaanvraag of in voorkomend geval de vergunningsaanvragen indient, meldt hij aan de administratie zijn voornemen om een project-MER op te stellen.


Die aanmelding bevat ten minste:

een beschrijving van het project, met inbegrip van de locatie en de technische capaciteit ervan en met inbegrip van een beknopte beschrijving van de overwogen alternatieven voor het project of voor onderdelen ervan;
de vergunningen die moeten worden aangevraagd en in voorkomend geval de bestaande vergunningstoestand;
een beschrijving van de te onderzoeken aanzienlijke effecten voor mens en milieu die het project vermoedelijk zal hebben;
een beschrijving van het procesverloop, met in voorkomend geval een beschrijving van het participatietraject;
in voorkomend geval alle beschikbare informatie over de mogelijke aanzienlijke grensoverschrijdende effecten van het project;
de relevante gegevens over de voorgestelde erkende MER-coördinator en het voorgestelde team van erkende MER-deskundigen, vermeld in artikel 4.3.6, en de taakverdeling tussen de deskundigen, op basis van de beschrijving, vermeld in punt 3°;
in voorkomend geval een verzoek tot advies over de te verstrekken informatie, vermeld in artikel 4.3.7;
in voorkomend geval de gronden voor de vraag tot onttrekking aan bekendmaking van de aanmelding of aangeduide delen ervan.


De administratie kan aan de initiatiefnemer steeds vragen om aanvullende informatie te verstrekken. De procedure kan pas worden voortgezet nadat de administratie de door haar gevraagde informatie heeft ontvangen.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de informatie die in de aanmelding opgenomen moet worden. Dit kan zowel gaan om aanvullende informatie die niet wordt vermeld in het tweede lid als om een verdere verduidelijking van de informatie vermeld in het tweede lid.

 

§ 2.

Als uit de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, blijkt dat het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, meldt de administratie het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, met de vraag of ze hun commentaar aan de administratie kunnen meedelen. Die melding omvat ten minste de volgende informatie:

een afschrift van de aanmelding, vermeld in paragraaf 1;
een beschrijving van de rapportageprocedure die op het voorgenomen project van toepassing is;

informatie over de vergunningsplicht waaraan het voorgenomen project onderworpen is.


De administratie brengt de initiatiefnemer ervan op de hoogte dat het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie gemeld werd.

 

§ 3.

De administratie neemt een beslissing over de opstellers van het project-MER, vermeld in artikel 4.3.6, en deelt haar beslissing aan de initiatiefnemer mee binnen de termijn en op de wijze die wordt bepaald door de Vlaamse Regering.

 

§ 4.

Als de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, een verzoek tot advies als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 7°, bevat, bezorgt de administratie een afschrift van de aanmelding voor advies aan de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen die de Vlaamse Regering heeft aangewezen.


Na ontvangst van de adviezen van de instanties, vermeld in het eerste lid, verleent de administratie een advies over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die de initiatiefnemer overeenkomstig artikel 4.3.7 moet verstrekken. De administratie houdt bij haar advies rekening met de opmerkingen en commentaren van de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen in kwestie.

 

§ 5.

De administratie maakt de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn bekend op haar website.


Als de initiatiefnemer in de aanmelding een vraag stelde tot onttrekking aan bekendmaking van de aanmelding of delen ervan, maakt de administratie in haar beslissing een belangenafweging overeenkomstig artikel II.36 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De administratie kan de gegevens in kwestie geheel of gedeeltelijk onttrekken aan bekendmaking. Als ze beslist tot gehele of gedeeltelijke onttrekking aan bekendmaking van de aangeduide gegevens, moet ze de gegevens die aan bekendmaking worden onttrokken, opnemen in een bijlage. De bijlage wordt niet bekendgemaakt.


Tegen de beslissing tot onttrekking aan bekendmaking staat beroep open overeenkomstig artikel II.48 tot en met artikel II.51 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de aanmeldingsprocedure, de grens- en gewestgrensoverschrijdende procedure en de procedure van adviesverlening vanwege de adviesinstanties en de administratie.

 

§ 7.

De initiatiefnemer kan voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag of vergunningsaanvragen aan de administratie vragen dat het project-MER inhoudelijk op zijn kwaliteit wordt getoetst.


In de gevallen, vermeld in het eerste lid, toetst de administratie het project-MER inhoudelijk aan:

de beslissing, vermeld in paragraaf 3;
in voorkomend geval het advies, vermeld in paragraaf 4, tweede lid;
de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.3.7;
in voorkomend geval de adviezen, opmerkingen en commentaren van de bevoegde autoriteiten, vermeld in paragraaf 2.


Het resultaat van de toetsing leidt tot de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER.


De administratie bezorgt haar beslissing over de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER binnen een door de Vlaamse Regering bepaalde termijn aan de initiatiefnemer.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER en voor de bekendmaking ervan.


Art. 4.3.5. [...]

Afdeling III.
Het opstellen van het project-MER


Art. 4.3.6.

§ 1.

Het project-MER wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid en op kosten van de initiatiefnemer.

De initiatiefnemer moet hiervoor een beroep doen op een team van erkende MER-deskundigen onder leiding van een erkende MER-coördinator. Hij stelt aan de MER-coördinator alle relevante informatie ter beschikking die voorhanden is. Hij verleent alle medewerking opdat de MER-coördinator zijn taak naar behoren kan vervullen.

 

§ 2.

De erkende MER-coördinator en de erkende MER-deskundigen mogen geen belang hebben bij het voorgenomen project of de alternatieven, noch betrokken worden bij de latere uitvoering van het project. Ze voeren hun opdracht volledig onafhankelijk uit.

 

De samenstelling van het team van erkende MER-deskundigen maakt het opstellen mogelijk van het project-MER in overeenstemming met het m.e.r.-richtlijnenboek en in voorkomend geval met het advies, vermeld in artikel 4.3.4, § 4, tweede lid.

 

§ 3.

Tijdens het opstellen van het project-MER zijn de erkende MER-coördinator en in voorkomend geval de erkende MER-deskundigen gehouden tot overleg met de administratie. [...]

 

§ 4.

De administratie vervult haar taken op objectieve wijze en ziet erop toe dat ze zich niet bevindt in een situatie die tot een belangenconflict aanleiding geeft.


Art. 4.3.7.

§ 1.

Als een milieueffectrapport is vereist, stelt de initiatiefnemer een project-MER op en dient hij die in. De door de initiatiefnemer te verstrekken informatie bevat ten minste:

een beschrijving van het project met informatie over de locatie, het ontwerp, de omvang en andere relevante kenmerken van het project;
een beschrijving van de waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van het project;
een beschrijving van de kenmerken van het project of de geplande maatregelen om de waarschijnlijk aanzienlijke nadelige milieueffecten te vermijden, te voorkomen of te beperken en, als dat mogelijk is, te compenseren;
een beschrijving van de redelijke alternatieven die de initiatiefnemer heeft onderzocht en die relevant zijn voor het project, en de specifieke kenmerken ervan, met opgave van de belangrijkste motieven voor de gekozen optie, in het licht van de milieueffecten van het project;
een niet-technische samenvatting van de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 4° ;
alle aanvullende informatie als vermeld in bijlage IIbis, die bij dit decreet is gevoegd, die van belang is voor de specifieke kenmerken van een bepaald project of projecttype en voor de milieuaspecten die daardoor kunnen worden beïnvloed.

 

Als er een advies wordt uitgebracht met toepassing van artikel 4.3.4, § 4, is het project-MER gebaseerd op dat advies en bevat het de informatie die redelijkerwijs mag worden vereist om tot een gemotiveerde conclusie over de aanzienlijke milieueffecten van het project te komen, waarbij rekening wordt gehouden met de bestaande kennis en beoordelingsmethodes. Om overlappingen van beoordelingen te voorkomen, houdt de initiatiefnemer bij het opstellen van het project-MER rekening met de beschikbare resultaten van andere uitgevoerde relevante beoordelingen met toepassing van deze titel of met toepassing van andere gewestelijke of federale regelgeving.

 

§ 2.

Het project-MER moet de in § 1 genoemde informatie slechts bevatten :

voorzover ze relevant is voor het stadium van het vergunningsproces waarin de milieueffect-rapportage wordt uitgevoerd en voor zover ze relevant is in het licht van de specifieke kenmerken van een bepaald project of de categorie van projecten waartoe de onderzochte actie behoort en de milieuaspecten die door het voorgenomen project kunnen worden beïnvloed;
voorzover de bestaande kennis en de bestaande effectanalyse- en beoordelingsmethodes redelijkerwijze toelaten om deze informatie te verzamelen en te verwerken.

 

 

§ 3.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen inzake de inhoud van het project-MER.


Afdeling IV.
Het onderzoek en het gebruik van het project-MER


Art. 4.3.8.

§ 1.

Op de wijze, vermeld in de wetgeving van de desbetreffende vergunningsprocedure of -procedures, bezorgt de initiatiefnemer het project-MER aan de overheid die in eerste aanleg een beslissing zal nemen over de vergunningsaanvraag voor het project.

De initiatiefnemer kan aan de overheid, vermeld in het eerste lid, vragen dat bepaalde delen uit het project-MER aan het openbaar onderzoek binnen de vergunningsprocedure worden onttrokken. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling van de administratie met de administraties betrokken in de vergunningsprocedure.

 

§ 2.

Na raadpleging van de adviesverlenende instanties, vermeld in het derde lid, en na afsluiting van het openbaar onderzoek van de vergunningsprocedure, toetst de administratie het project-MER inhoudelijk:

aan de beslissing, vermeld in artikel 4.3.4, § 3;
in voorkomend geval aan het advies, vermeld in artikel 4.3.4, § 4, tweede lid;
aan de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.3.7;
aan de adviezen, opmerkingen en commentaren van de instanties en het publiek over het project-MER, verstrekt naar aanleiding van het openbaar onderzoek;
in voorkomend geval aan de adviezen, opmerkingen en commentaren van de bevoegde autoriteiten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, en het publiek over het project-MER, verstrekt naar aanleiding van het openbaar onderzoek in grensoverschrijdend verband.


Het resultaat van de toetsing wordt opgenomen in het project-MER-verslag en leidt tot de goed- of afkeuring van het project-MER.


De adviesverlenende instanties, vermeld in het eerste lid, zijn de instanties die de Vlaamse Regering heeft aangewezen en die vermeld zijn in de wetgeving van de desbetreffende vergunningsprocedure.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze van raadpleging van de adviesverlenende instanties, vermeld in het eerste lid, en van de bevoegde autoriteiten, vermeld in het eerste lid, 5°, door de administratie.

 

§ 3.

De administratie bezorgt haar beslissing over de goed- of afkeuring van het project-MER:

aan de initiatiefnemer;
in voorkomend geval aan de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen, vermeld in artikel 4.3.4, § 4, eerste lid;
aan de adviesverlenende instanties, vermeld in paragraaf 2, derde lid;
in voorkomend geval aan de bevoegde autoriteiten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2;
aan de overheid die in eerste aanleg een beslissing over de vergunningsaanvraag voor het project zal nemen.


De beslissing bevat ook een afschrift van het project-MER-verslag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.

 

§ 4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de goed- of afkeuring van het project-MER en voor de bekendmaking ervan.


Art. 4.3.9.

§ 1.

Vanaf de betekening van de beslissing, vermeld in artikel 4.3.8, § 3, liggen het project-MER, het project-MER-verslag, vermeld in artikel 4.3.8, § 2, tweede lid, en in voorkomend geval het advies, vermeld in artikel 4.3.4, § 4, tweede lid, ter inzage bij de administratie.

 

§ 2.

De initiatiefnemer kan aan de administratie vragen om te onderzoeken of ze, overeenkomstig artikel 15 van het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, gegevens in de in § 1 bedoelde stukken aan terinzagelegging moet onttrekken. Hij stelt zijn vraag aan de administratie uiterlijk op het moment dat hij het voltooide project-MER aan de administratie bezorgt. Hij duidt in zijn vraag aan over welke gegevens het gaat en op welke gronden de onttrekking aan de terinzagelegging moet gebeuren.

 

De administratie neemt een beslissing over de vraag van de initiatiefnemer uiterlijk op het moment van de goed- of afkeuring van het project-MER. Ze maakt een belangenafweging overeenkomstig het bedoelde artikel. De administratie kan de bedoelde gegevens geheel of gedeeltelijk aan terinzagelegging onttrekken. Als ze beslist tot hele of gedeeltelijke onttrekking aan de terinzagelegging van de aangeduide gegevens, moet ze de relevante gegevens opnemen in een bijlage. De bijlage wordt niet ter inzage gelegd van het publiek.

 

§ 3.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen inzake het gebruik van het project-MER bij de verdere besluitvorming over het voorgenomen project en inzake de bekendmaking van het definitieve besluit over het project.

 

§ 4.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de wijze waarop de bevoegde autoriteiten en de burgers van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, hun commentaar op het goedgekeurde project-MER en het voorgenomen project kunnen meedelen, en betreffende de wijze waarop hierover overleg wordt gepleegd.

 

Het definitieve vergunningsbesluit wordt opgestuurd aan de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2.

 

§ 5.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een vergunningsaanvraag die al dan niet een project-MER omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval te organiseren openbaar onderzoek.

 

De Vlaamse Regering kan tevens nadere regels vaststellen betreffende het verstrekken van een advies over de vergunningsaanvraag, vermeld in het eerste lid, aan de bevoegde autoriteit van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2.

 

De Vlaamse Regering kan ten slotte nadere regels vaststellen betreffende de wijze waarop de overheid die door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten, vermeld in artikel 4.3.4, § 2, op de hoogte wordt gebracht van een beslissing over een vergunningsaanvraag die al dan niet een project-MER omvat, de administratie dan wel de betrokken provincie waar de effecten zich kunnen voordoen, hiervan op de hoogte brengt en betreffende het in voorkomend geval ter beschikking stellen van deze beslissing aan het publiek.