Afdeling II.
Aanmelding en inhoudsafbakening van het voorgenomen project-MER


Art. 4.3.4.

§ 1.

Voor de initiatiefnemer de vergunningsaanvraag of in voorkomend geval de vergunningsaanvragen indient, meldt hij aan de administratie zijn voornemen om een project-MER op te stellen.


Die aanmelding bevat ten minste:

een beschrijving van het project, met inbegrip van de locatie en de technische capaciteit ervan en met inbegrip van een beknopte beschrijving van de overwogen alternatieven voor het project of voor onderdelen ervan;
de vergunningen die moeten worden aangevraagd en in voorkomend geval de bestaande vergunningstoestand;
een beschrijving van de te onderzoeken aanzienlijke effecten voor mens en milieu die het project vermoedelijk zal hebben;
een beschrijving van het procesverloop, met in voorkomend geval een beschrijving van het participatietraject;
in voorkomend geval alle beschikbare informatie over de mogelijke aanzienlijke grensoverschrijdende effecten van het project;
de relevante gegevens over de voorgestelde erkende MER-coördinator en het voorgestelde team van erkende MER-deskundigen, vermeld in artikel 4.3.6, en de taakverdeling tussen de deskundigen, op basis van de beschrijving, vermeld in punt 3°;
in voorkomend geval een verzoek tot advies over de te verstrekken informatie, vermeld in artikel 4.3.7;
in voorkomend geval de gronden voor de vraag tot onttrekking aan bekendmaking van de aanmelding of aangeduide delen ervan.


De administratie kan aan de initiatiefnemer steeds vragen om aanvullende informatie te verstrekken. De procedure kan pas worden voortgezet nadat de administratie de door haar gevraagde informatie heeft ontvangen.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de informatie die in de aanmelding opgenomen moet worden. Dit kan zowel gaan om aanvullende informatie die niet wordt vermeld in het tweede lid als om een verdere verduidelijking van de informatie vermeld in het tweede lid.

 

§ 2.

Als uit de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, blijkt dat het project aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie of in verdragspartijen bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, ondertekend in Espoo op 25 februari 1991, of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van die lidstaten, verdragspartijen of gewesten daarom verzoeken, meldt de administratie het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie, met de vraag of ze hun commentaar aan de administratie kunnen meedelen. Die melding omvat ten minste de volgende informatie:

een afschrift van de aanmelding, vermeld in paragraaf 1;
een beschrijving van de rapportageprocedure die op het voorgenomen project van toepassing is;

informatie over de vergunningsplicht waaraan het voorgenomen project onderworpen is.


De administratie brengt de initiatiefnemer ervan op de hoogte dat het project aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, verdragspartijen of gewesten in kwestie gemeld werd.

 

§ 3.

De administratie neemt een beslissing over de opstellers van het project-MER, vermeld in artikel 4.3.6, en deelt haar beslissing aan de initiatiefnemer mee binnen de termijn en op de wijze die wordt bepaald door de Vlaamse Regering.

 

§ 4.

Als de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, een verzoek tot advies als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 7°, bevat, bezorgt de administratie een afschrift van de aanmelding voor advies aan de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen die de Vlaamse Regering heeft aangewezen.


Na ontvangst van de adviezen van de instanties, vermeld in het eerste lid, verleent de administratie een advies over de reikwijdte en het detailleringsniveau van de informatie die de initiatiefnemer overeenkomstig artikel 4.3.7 moet verstrekken. De administratie houdt bij haar advies rekening met de opmerkingen en commentaren van de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen in kwestie.

 

§ 5.

De administratie maakt de aanmelding, vermeld in paragraaf 1, binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn bekend op haar website.


Als de initiatiefnemer in de aanmelding een vraag stelde tot onttrekking aan bekendmaking van de aanmelding of delen ervan, maakt de administratie in haar beslissing een belangenafweging overeenkomstig artikel II.36 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. De administratie kan de gegevens in kwestie geheel of gedeeltelijk onttrekken aan bekendmaking. Als ze beslist tot gehele of gedeeltelijke onttrekking aan bekendmaking van de aangeduide gegevens, moet ze de gegevens die aan bekendmaking worden onttrokken, opnemen in een bijlage. De bijlage wordt niet bekendgemaakt.


Tegen de beslissing tot onttrekking aan bekendmaking staat beroep open overeenkomstig artikel II.48 tot en met artikel II.51 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de aanmeldingsprocedure, de grens- en gewestgrensoverschrijdende procedure en de procedure van adviesverlening vanwege de adviesinstanties en de administratie.

 

§ 7.

De initiatiefnemer kan voorafgaand aan het indienen van de vergunningsaanvraag of vergunningsaanvragen aan de administratie vragen dat het project-MER inhoudelijk op zijn kwaliteit wordt getoetst.


In de gevallen, vermeld in het eerste lid, toetst de administratie het project-MER inhoudelijk aan:

de beslissing, vermeld in paragraaf 3;
in voorkomend geval het advies, vermeld in paragraaf 4, tweede lid;
de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.3.7;
in voorkomend geval de adviezen, opmerkingen en commentaren van de bevoegde autoriteiten, vermeld in paragraaf 2.


Het resultaat van de toetsing leidt tot de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER.


De administratie bezorgt haar beslissing over de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER binnen een door de Vlaamse Regering bepaalde termijn aan de initiatiefnemer.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de voorlopige goed- of afkeuring van het project-MER en voor de bekendmaking ervan.


Art. 4.3.5. [...]