Art. 4.3.8.

1.

Op de wijze, vermeld in de wetgeving van de desbetreffende vergunningsprocedure of -procedures, bezorgt de initiatiefnemer het project-MER aan de overheid die in eerste aanleg een beslissing zal nemen over de vergunningsaanvraag voor het project.

De initiatiefnemer kan aan de overheid, vermeld in het eerste lid, vragen dat bepaalde delen uit het project-MER aan het openbaar onderzoek binnen de vergunningsprocedure worden onttrokken. De Vlaamse Regering kan de nadere regels daarvoor bepalen.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de samenwerking en informatie-uitwisseling van de administratie met de administraties betrokken in de vergunningsprocedure.

2.

Na raadpleging van de adviesverlenende instanties, vermeld in het derde lid, en na afsluiting van het openbaar onderzoek van de vergunningsprocedure, toetst de administratie het project-MER inhoudelijk:

1 aan de beslissing, vermeld in artikel 4.3.4, 3;
2 in voorkomend geval aan het advies, vermeld in artikel 4.3.4, 4, tweede lid;
3 aan de vereiste gegevens, vermeld in artikel 4.3.7;
4 aan de adviezen, opmerkingen en commentaren van de instanties en het publiek over het project-MER, verstrekt naar aanleiding van het openbaar onderzoek;
5 in voorkomend geval aan de adviezen, opmerkingen en commentaren van de bevoegde autoriteiten, vermeld in artikel 4.3.4, 2, en het publiek over het project-MER, verstrekt naar aanleiding van het openbaar onderzoek in grensoverschrijdend verband.


Het resultaat van de toetsing wordt opgenomen in het project-MER-verslag en leidt tot de goed- of afkeuring van het project-MER.


De adviesverlenende instanties, vermeld in het eerste lid, zijn de instanties die de Vlaamse Regering heeft aangewezen en die vermeld zijn in de wetgeving van de desbetreffende vergunningsprocedure.


De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de wijze van raadpleging van de adviesverlenende instanties, vermeld in het eerste lid, en van de bevoegde autoriteiten, vermeld in het eerste lid, 5, door de administratie.

3.

De administratie bezorgt haar beslissing over de goed- of afkeuring van het project-MER:

1 aan de initiatiefnemer;
2 in voorkomend geval aan de administraties, overheidsinstellingen en openbare besturen, vermeld in artikel 4.3.4, 4, eerste lid;
3 aan de adviesverlenende instanties, vermeld in paragraaf 2, derde lid;
4 in voorkomend geval aan de bevoegde autoriteiten, vermeld in artikel 4.3.4, 2;
5 aan de overheid die in eerste aanleg een beslissing over de vergunningsaanvraag voor het project zal nemen.


De beslissing bevat ook een afschrift van het project-MER-verslag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid.

4.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de goed- of afkeuring van het project-MER en voor de bekendmaking ervan.