Art. 4.5.1.

§ 1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op alle inrichtingen waarvoor :

overeenkomstig artikel 12 van het samenwerkingsakkoord, een veiligheidsrapport moet worden opgesteld of, overeenkomstig artikel 13 van het samenwerkingsakkoord, het veiligheidsrapport opnieuw moet worden beoordeeld ingevolge een wijzing aan de inrichting; en
overeenkomstig het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning een vergunningsaanvraag moet worden ingediend voor het exploiteren of veranderen ervan.

 

Voor de loutere hernieuwing van de omgevingsvergunning moet geen omgevingsveiligheidsrapport opgemaakt worden.

 

§ 2.

De Vlaamse regering kan andere categorieėn van inrichtingen aanwijzen waarvoor een omgevingsveiligheidsrapport moet worden opgesteld overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. De Vlaamse regering kan, in afwijking van artikel 4.5.6, bepalen dat voor deze categorieėn van inrichtingen, het omgevingsveiligheidsrapport bepaalde gegevens niet hoeft te bevatten.

 

§ 3.

In afwijking van paragraaf 1, kan de administratie na gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer geval per geval beslissen dat voor veranderingen aan een vergunde inrichting er geen bijwerking nodig is van een reeds voor deze inrichting goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport.

 

§ 4.

Het gemotiveerd verzoek vermeld in paragraaf 3 bevat ten minste de volgende gegevens :

een beschrijving en een verduidelijking van de vergunde inrichting, alsook van de veranderingen die in het kader van de vergunningsaanvraag worden aangevraagd; 
de verantwoording van het verzoek en alle relevante gegevens ter staving ervan; 
een veiligheidsnota waarin ten minste wordt aangetoond dat :
a) de geplande veranderingen geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor de mens en voor het leefmilieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand, en een nieuw omgevingsveiligheidsrapport daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten;
b) wat de geplande veranderingen betreft, de nodige veiligheidsmaatregelen getroffen werden of getroffen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen van mogelijk zware ongevallen voor de mens of voor het leefmilieu op voldoende geachte wijze te beperken, en een nieuw omgevingsveiligheidsrapport daarover redelijkerwijs geen nieuwe of extra gegevens kan bevatten.

 

De initiatiefnemer moet voor de opmaak van de veiligheidsnota een beroep doen op een erkende deskundige.

 

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de informatie en de modaliteiten waaraan het gemotiveerd verzoek moet voldoen.

 

§ 5.

De administratie neemt binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van het verzoek, vermeld in paragraaf 4 een beslissing en bezorgt ze onverwijld aan de initiatiefnemer. In voorkomend geval bevat de beslissing tevens de voorwaarden die eraan zijn verbonden. Indien de beslissing niet kan worden genomen binnen de hiervoor bedoelde termijn van twintig dagen brengt de administratie de initiatiefnemer hiervan schriftelijk op de hoogte binnen deze termijn. In die kennisgeving geeft de administratie aan wanneer de beslissing uiterlijk zal worden genomen.

 

§ 6.

In geval van een positieve beslissing wordt die beslissing [...] en de veiligheidsnota [...] door de initiatiefnemer gevoegd bij de vergunningsaanvraag.