Hoofdstuk III.
Verplichtingen van de gebruiker en de eigenaar van een centraal stooktoestel


Art. 7. Keuring voor de eerste ingebruikname van een nieuw centraal stooktoestel

§ 1

De eigenaar van een nieuw centraal stooktoestel zorgt ervoor dat de goede en veilige staat van werking van het toestel, vóór de ingebruikname door de gebruiker, gekeurd wordt.
[In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de eigenaar van een nieuw centraal stooktoestel gevoed met gasvormige brandstof dat in gebruik werd genomen vóór 1 juni 2010, niet verplicht tot keuring voor eerste ingebruikname.]

§ 2

Bij een centraal stooktoestel, gevoed met vloeibare of gasvormige brandstof, wordt de keuring, bedoeld onder § 1, uitgevoerd door respectievelijk een erkende technicus vloeibare brandstof en een erkende technicus gasvormige brandstof. In geval van een centraal stooktoestel, gevoed met vaste brandstof, kan eveneens een [geschoolde] vakman de keuring, bedoeld onder § 1, uitvoeren.

§ 3

Een nieuw centraal stooktoestel mag enkel in gebruik genomen worden als het keuringsrapport dat uitdrukkelijk toestaat. Als het keuringsrapport ontbreekt, dan wordt het centrale stooktoestel geacht niet te voldoen aan de bepalingen van dit besluit en dan mag het niet in gebruik worden genomen.

Art. 8. Gebruik en onderhoud van een centraal stooktoestel

De gebruiker van een centraal stooktoestel moet:
uitsluitend de brandstof gebruiken waarvoor dit toestel gebouwd en afgesteld is;
het nodige doen om dit toestel steeds in goede en veilige staat van werking te houden;
de gebruikersinstructies van de fabrikant van het centrale stooktoestel respecteren;
Het centraal stooktoestel periodiek een onderhoudsbeurt laten geven in overeenstemming met de bepalingen in onderstaande tabel:
Centraal stooktoestel gevoed met
Nominaal vermogen V
Onderhoudsfrequentie
Onderhoud moet worden uitgevoerd door
Vaste brandstof
Alle
Jaarlijks
[geschoolde] vakman
Vloeibare brandstof
>= 20 kW
Jaarlijks
erkende technicus vloeibare brandstof
[Gasvormige brandstof
>= 20 kW
Tweejaarlijks
erkende technicus gasvormige brandstof gasketels met niet premix- of premixbrander: niveau GI of GII, gasketels met ventilatorbrander: niveau GII]
De tijd tussen twee opeenvolgende onderhoudsbeurten mag niet langer zijn dan de weergegeven onderhoudsfrequentie, vermeerderd met 3 maanden. [Die vermeerdering verstoort de onderhoudsfrequentie, vermeld in het eerste lid niet.]
Het reinigen en het controleren van [het rookgasafvoerkanaal] mag steeds door een schoorsteenveger uitgevoerd worden. [Als bij de onderhoudsbeurt, vermeld in artikel 13, [het rookgasafvoerkanaal] gereinigd en gecontroleerd moet worden, zal dat voorafgaand aan de reinigingsbeurt van het centrale stooktoestel gebeuren. Als de technicus de reiniging en controle van [het rookgasafvoerkanaal] niet zelf uitvoert, zal het reinigingsattest daarvan aan de erkende technicus worden voorgelegd.]
zodanig stoken dat de hinder en de uitstoot aan verontreinigende stoffen zo klein mogelijk is.

Art. 9. Verwarmingsaudit

§ 1 [

De eigenaar van een centraal stooktoestel met een nominaal vermogen van 20 kW of meer laat telkens een verwarmingsaudit uitvoeren samen met de eerstvolgende onderhoudsbeurt, vermeld in artikel 8, 4°, nadat het toestel vijf jaar oud is geworden en nadien vijfjaarlijks.
In afwijking van het eerste lid, laat de eigenaar van een centraal stooktoestel met een nominaal vermogen van meer dan 100 kW een verwarmingsaudit uitvoeren met de [volgende frequentie die ingaat na eerste ingebruikname]:
tweejaarlijks in het geval van een centraal stooktoestel gevoed met vloeibare brandstof;
vierjaarlijks in het geval van een centraal stooktoestel gevoed met gasvormige brandstof.
]

§ 2

De verwarmingsaudit, bedoeld in § 1, wordt uitgevoerd door:
Een erkende technicus vloeibare brandstof, indien het centraal stooktoestel wordt gevoed met vloeibare brandstof en een nominaal totaal geïnstalleerd vermogen heeft kleiner of gelijk aan 100 kW;
Een erkende technicus gasvormige brandstof, indien het centraal stooktoestel wordt gevoed met gasvormige brandstof en een nominaal totaal geïnstalleerd vermogen heeft kleiner of gelijk aan 100 kW;
[Een erkende technicus verwarmingsaudit:
a.
die ook erkend is als technicus gasvormige brandstof, als het totaal geïnstalleerd nominaal vermogen van het centraal stooktoestel, gevoed met gasvormige brandstof, meer dan 100 kW bedraagt of indien de verwarmingsinstallatie, gevoed met gasvormige brandstof, uit meerdere ketels bestaat;
b.
die ook erkend is als technicus vloeibare brandstof, als het totaal geïnstalleerd nominaal vermogen van het centraal stooktoestel, gevoed met vloeibare brandstof, meer dan 100 kW bedraagt of indien de verwarmingsinstallatie, gevoed met vloeibare brandstof, uit meerdere ketels bestaat;
c.
als het centraal stooktoestel gevoed wordt met vaste brandstof.]

§ 3

[...]

Art. 10. Wegwerken van tekortkomingen

§ 1

[Als na de keuring vóór de eerste ingebruikname uit het keuringsrapport blijkt dat een verbouwing of een aanpassing van het centrale stooktoestel, het stooklokaal of het rookgasafvoerkanaal noodzakelijk is, omdat de goede en veilige staat van werking onvoldoende gegarandeerd is, dan mag het toestel niet in gebruik worden genomen en heeft de eigenaar de plicht om het centrale stooktoestel, het stooklokaal of het rookgasafvoerkanaal te verbouwen of aan te passen en om hiervan het bewijs te leveren. Het bewijs bestaat uit een nieuw keuringsrapport.]

§ 2

[Als na de onderhoudsbeurt uit het reinigings- en/of verbrandingsattest blijkt dat het centrale stooktoestel niet in goede en veilige staat van werking verkeert, of dat herstellingen aan het rookgasafvoerkanaal, het stooklokaal of het centrale stooktoestel noodzakelijk zijn, dan hebben de gebruiker en de eigenaar de plicht om het rookgasafvoerkanaal, het stooklokaal of het centrale stooktoestel binnen de drie maanden na de datum van het reinigings- en/of verbrandingsattest in orde te brengen en om hiervan het bewijs te leveren. Dit bewijs bestaat uit een nieuw attest waaruit minstens blijkt dat deze tekortkoming verholpen werd en dat de meetresultaten van een nieuwe verbrandingscontrole bevat.]

Art. 11. Ter beschikking houden van attesten en rapporten

§ 1

De eigenaar van een centraal stooktoestel zorgt ervoor dat het keuringsrapport [of een duplicaat daarvan] bij het toestel [blijft] zolang dat ongewijzigd in gebruik is.

§ 2

[De gebruiker bezorgt een duplicaat van het attest aan de eigenaar. De gebruiker en de eigenaar houden minstens [de duplicaten van] de attesten van de laatste twee onderhoudsbeurten bij.]

§ 3

De eigenaar van het centrale stooktoestel houdt het verwarmingsauditrapport bij zolang het toestel in gebruik is en geen nieuwe verwarmingsaudit werd uitgevoerd. [De eigenaar bezorgt een duplicaat van het verwarmingsauditrapport aan de gebruiker.]

§ 4

De attesten en rapporten, bedoeld in § 1, § 2 en § 3, worden ter beschikking gehouden van de [toezichthouder] en voorgelegd op eenvoudig verzoek.

§ 5

De eigenaar van het toestel bezorgt [...] een duplicaat van de attesten en rapporten, bedoeld in § 1, § 2 en § 3, aan een [...] gebruiker.