Afdeling II.
De richtlijnenboeken, evaluatie en monitoring


Art. 4.6.2.

§ 1.

De administratie stelt een richtlijnenboek inzake milieueffectrapportage op. Dit m.e.r.-richtlijnenboek is het referentiewerk waarop de administratie, de initiatiefnemer, de erkende coördinatoren en de deskundigen zich baseren voor het goede verloop van de rapportage en voor de inhoud van een plan-MER of project-MER, met inbegrip van de methodologische aspecten.

 

De bijzondere en in voorkomend geval de aanvullende bijzondere richtlijnen kunnen op gemotiveerde wijze het m.e.r.-richtlijnenboek aanvullen, strengere voorschriften bevatten of er in minder strenge zin van afwijken.

 

Het advies, vermeld in artikel 4.3.4, § 4, tweede lid, omvat de bijzondere en in voorkomend geval de aanvullende bijzondere richtlijnen, vermeld in het tweede lid.

 

§ 2.

De administratie stelt een richtlijnenboek inzake veiligheidsrapportage op. Dit v.r.-richtlijnenboek is het referentiewerk waarop de administratie, de initiatiefnemer en de deskundigen zich baseren voor het goede verloop van de rapportage en de inhoud van een ruimtelijk veiligheidsrapport , een omgevingsveiligheidsrapport of een veiligheidsnota, met inbegrip van de methodologische aspecten.

 

De bijzondere en in voorkomend geval aanvullende bijzondere richtlijnen kunnen op gemotiveerde wijze het v.r.-richtlijnenboek aanvullen, strengere voorschriften bevatten of er in minder strenge zin van afwijken.

 

Het advies, vermeld in artikel 4.5.2, § 4, omvat de bijzondere en in voorkomend geval de aanvullende bijzondere richtlijnen, vermeld in het tweede lid.

 

§ 3.

De administratie is verantwoordelijk voor de geregelde actualisering van de richtlijnenboeken op basis van de wetenschappelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, alsook de evaluatie van de ervaringen met milieueffect- en veiligheidsrapportages.


Art. 4.6.3.

§ 1.

Er wordt over een project of over categorieën van projecten die gedurende een bepaalde periode zijn uitgevoerd, die aanzienlijke nadelige milieueffecten kunnen veroorzaken en waarvoor een project-MER is opgesteld, een evaluatie of een monitoringonderzoek georganiseerd van de aanzienlijke nadelige milieueffecten ten gevolge van de bouw en exploitatie van het project of de projecten.

 

Als dat passend is, kan worden gebruikgemaakt van bestaande monitoringregelingen op grond van andere wetgeving om overlapping van monitoring te vermijden.

 

§ 2.

Het soort parameters dat wordt gemonitord, en de looptijd van de monitoring moeten evenredig zijn met de aard, de locatie en de omvang van het project en met het belang van de milieueffecten.

 

§ 3.

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen voor de procedure van de evaluatie en het monitoringonderzoek.


Art. 4.6.3bis.

§ 1.

De initiatiefnemer gaat de aanzienlijke gevolgen voor het milieu van de tenuitvoerlegging van plannen en programma’s na, onder meer om onvoorziene negatieve gevolgen in een vroeg stadium te kunnen identificeren en de passende herstellende maatregelen te kunnen nemen.

 

§ 2.

Om te voldoen aan de bepalingen van paragraaf 1 kunnen, als dat passend is, de bestaande monitoringsregelingen worden gebruikt om overlapping van monitoring te vermijden.

 

§ 3.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen voor de monitoring.