Grondwaterdecreet + bijlage
Decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer

Artikel 1. Dit decreet regelt een aangelegenheid bedoeld in artikel 107quater van de Grondwet.

Art. 2.

Voor de toepassing van dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder:

- grondwater : al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat;
- grondwaterwinning: alle putten, opvangplaatsen, draineerinrichtingen, bronbemalingen en over het algemeen alle werken en installaties die tot doel of tot gevolg hebben grondwater op te vangen, met inbegrip van het opvangen van bronnen op het uitvloeiingspunt en het tijdelijk of bestendig verlagen van de grondwatertafel ingevolge grondwerken;
- waterwingebied: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend en waar kunstwerken en inrichtingen zijn of zullen worden gevestigd voor het winnen en vergaren van grondwater, hoofdzakelijk bestemd voor de drinkwatervoorziening;
- beschermingszone: het geografisch gebied dat overeenkomstig artikel 3, 2°, is afgebakend om het grondwater in het waterwingebied tegen verontreiniging te vrijwaren;
- direkt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen in het grondwater zonder doorsijpeling in de bodem of de ondergrond;
- indirekt lozen: het toevoegen of verspreiden van stoffen, in het grondwater na doorsijpeling in de bodem of de ondergrond. De hoogste grondwaterstand in het gebied is steeds bepalend voor het vaststellen van een direkte of indirekte lozing;
- bodem: het bovenste, losse deel van de aardkost, dat de wortelzone omvat;
- ondergrond: het gedeelte van de aardkost dat onder de bodem gelegen is;
- verontreiniging: het door de mens direkt of indirekt lozen van stoffen of energiedragers in het grondwater, die een gevaar inhouden voor de drinkwatervoorziening, de natuurlijke ecosystemen of andere vormen van rechtmatig gebruik van grondwater.
- hydrogeologische hoofdeenheid : een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrologische eigenschappen bezitten. De hydrogeologische hoofdeenheden zijn opgesomd in de bijlage gevoegd bij dit decreet.
- afgesloten watervoerende laag : watervoerende laag die voorkomt onder één van de volgende afsluitende hydrogeologische hoofdeenheden die gekenmerkt worden door de unieke code 0300, 0500, 0700 of 0900 zoals weergegeven in bijlage bij dit decreet. De Vlaamse Regering legt deze gebieden op kaart vast. Daarbij wordt er voor gezorgd dat elke winning eenduidig is vastgelegd.

 


Hoofdstuk I.
Bescherming van het grondwater.


Art. 3.

§ 1

Om het grondwater te beschermen, met het oog op het eventueel gebruik ervan voor de drinkwatervoorziening, kan de Vlaamse regering volgende maatregelen nemen :

in geheel het Vlaamse Gewest of in delen ervan het direkt of indirekt lozen, het deponeren of opslaan op of in de bodem van stoffen die het grondwater kunnen verontreinigen, verbieden, reglementeren of aan een vergunning onderwerpen;
om reden van openbaar nut, waterwingebieden en beschermingszones afbakenen;
in de waterwingebieden en beschermingszones volgende zaken verbieden, reglementeren of aan een vergunning onderwerpen :
a) het vervoeren, opslaan, deponeren, afvoeren, bedelven, storten, direkt of indirekt lozen en uitstrooien van stoffen die het grondwater kunnen verontreinigen;
b) de kunstwerken, werken en werkzaamheden, alsmede de wijzigingen in de grond of de ondergrond die een gevaar voor verontreiniging van het grondwater kunnen inhouden.

 

 

§ 2

De maatregelen genomen in uitvoering van § 1, 2° en 3°, hebben verordenende kracht.


Art. 4. [...]

Art. 5.

De exploitant van de waterwinning is in de overeenkomstig artikel 3, 2° afgebakende waterwingebieden en beschermingszones, belast met de bescherming van het grondwater.


De Vlaamse regering kan de exploitant van de waterwinning machtigen om door onteigening ten algemene nutte de voor de uitvoering van dit decreet onontbeerlijke onroerende goederen te verwerven.


Art. 6.

§ 1

De Vlaamse regering :

- bepaalt de wijze waarop en de termijnen waarbinnen de aanvragen om vergunning ter uitvoering van de krachtens artikel 3, 1° en 3°, van dit decreet genomen besluiten, worden ingediend en onderzocht;
- wijst de openbare bestuursorganen aan, die beslissen over deze aanvragen, waarbij in ieder afzonderlijk geval een weigering moet gemotiveerd worden of bijzondere voorwaarden kunnen opgelegd worden.
Deze beslissing wordt slechts definitief wanneer is vastgesteld dat de opgelegde voorwaarden zijn nagekomen. De Vlaamse regering bepaalt de bijzonderheden en de termijnen van die vaststelling;
- de wijze waarop en de termijnen waarbinnen beroep kan aangetekend worden tegen de beslissing van het bevoegde openbare bestuursorgaan.

 

 

§ 2

Deze vergunning doet geen afbreuk aan de rechten van derden. Zij kan steeds door het bevoegde openbare bestuursorgaan of de Vlaamse regering bij een met reden omklede beslissing ingetrokken worden, wanneer de opgelegde voorwaarden niet worden nageleefd. Er kunnen ook steeds nieuwe voorwaarden opgelegd worden.

 

§ 3

Het bevoegde openbare bestuursorgaan beslist over de beroepen tegen een weigering binnen zestig dagen na afgifte bij de post van de aangetekende zending die het beroep bevat.


Art. 7.

§ 1

De Vlaamse regering bepaalt nadere regelen betreffende de vaststelling en afbakening van de waterwingebieden en de beschermingszones.

 

§ 2

Alvorens de afbakening van de waterwingebieden en beschermingszones vast te stellen, wordt een openbaar onderzoek ingesteld. Daartoe worden volgende stukken gedurende dertig dagen ter inzage gelegd op het gemeentehuis van de gemeenten, geheel of gedeeltelijk gelegen in bedoelde waterwingebieden en beschermingszones :

1. een kaart met nauwkeurige afbakening van de voorgestelde waterwingebieden en beschermingszones;
2. een lijst van de kadastrale percelen gelegen binnen de af te bakenen waterwingebieden en beschermingszones met opgave van naam en adres van de eigenaars;
3. opgave van wijzigingen, stopzettingen, omschakelingen, herstellingen en beperkingen die kunnen voortspruiten uit de in artikel 3, 3° bedoelde maatregelen.


Het openbaar onderzoek wordt aangekondigd door aanplakking aan het gemeentehuis en publikatie in drie lokale dag- of weekbladen, met vermelding van begin- en einddatum van het openbaar onderzoek.

 

Bezwaren en opmerkingen kunnen schriftelijk worden medegedeeld aan het college van burgemeester en schepenen of een daartoe aangewezen persoon voor het einde van deze termijn, ofwel mondeling op de plaats, dag en uur, vermeld in het bericht van bekendmaking.

 

De eigenaars bedoeld in punt 2 van deze paragraaf worden bij aangetekend schrijven in kennis gesteld van de begin- en einddatum van het openbaar onderzoek.

 

Binnen vijftien dagen na beëindiging van het openbaar onderzoek maakt het college van burgemeester en schepenen het dossier, aangevuld met zijn advies, over aan de deputatie.

 

Indien de Vlaamse regering beslist tot afbakening, wordt aan de betrokken gemeentebesturen een exemplaar van het bundel toegestuurd, dat altijd ter inzage is op het gemeentehuis.

 

De Vlaamse regering bepaalt alle andere regelen, noodzakelijk bij dit openbaar onderzoek.


Art. 8.

§ 1

Wanneer als gevolg van maatregelen, genomen in uitvoering van artikel 3, 3°, van dit decreet gebouwen, inrichtingen of kunstwerken moeten worden gewijzigd of gesloopt of wanneer werken, werkzaamheden of wijzigingen in of op de bodem of de ondergrond moeten stopgezet, beperkt, omgeschakeld of in de oorspronkelijke staat hersteld worden, is de eigenaar of exploitant er slechts toe gehouden deze verplichting na te komen, wanneer diegene, aan wie de bescherming ten goede komt, hierom verzoekt.


In dit geval wordt de rechtstreekse materiële schade, die door de eigenaar of de exploitant wordt geleden, vergoed ten laste van diegene aan wie de bescherming ten goede komt.

 

§ 2

De bepalingen van § 1 zijn van toepassing op de gebouwen, inrichtingen, kunstwerken en werkzaamheden, alsmede de wijzigingen in of op de bodem of de ondergrond, die bestaan of uitgeoefend worden op het ogenblik dat het in artikel 7 van dit decreet bepaalde openbaar onderzoek wordt ingesteld en voor zover ze op dat ogenblik beantwoorden aan alle geldende wettelijke en reglementaire beschikkingen ter zake.

 

§ 3

Het recht op vergoeding bedoeld in § 1 van dit artikel ontstaat slechts vanaf het ogenblik dat diegene aan wie de bescherming ten goede komt, de eigenaar of exploitant per aangetekend schrijven verzoekt om wijziging of sloping van de gebouwen, inrichtingen of kunstwerken of om de stopzetting, beperking of omschakeling van werken of werkzaamheden of om het herstel in de oorspronkelijke staat van wijzigingen in de grond of de ondergrond, vermeld in § 2 van dit artikel.

 

§ 4

Op straffe van verval, dient de vordering tot schadevergoeding, bepaald in dit artikel, te worden ingediend binnen drie jaar na het in § 3 bedoelde verzoek.


Hoofdstuk II.
Reglementering voor het gebruik van grondwater


Art. 9.

De Vlaamse regering kan:

1°  aan een vergunning of melding onderwerpen en de voorwaarden opleggen voor het aanleggen, wijzigen, verbouwen en exploiteren van bestaande of nieuwe grondwaterwinningen, in het bijzonder de voorwaarden betreffende de bescherming en het behoud van de grondwaterlagen en van de openbare en private bovengrondse eigendommen. Hierbij worden in ieder geval de economische, landbouwkundige, ecologische en stabiliteitsaspecten in aanmerking genomen;
het gebruik reglementeren van grondwater, dat beschikbaar komt bij werken, inzonderheid bij het ontginnen van mijnen, groeven en graverijen.

bepalen dat het aanleggen, wijzigen of verbouwen van een constructie die gebruikt kan worden als grondwaterwinning enkel mag gebeuren door een daartoe erkende persoon ongeacht of dit gebeurt voor eigen rekening dan wel voor rekening van derden.

 

De erkenning, vermeld in het eerste lid, wordt geregeld via de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

Zij kan tevens aan de erkende personen verplichtingen opleggen, met inbegrip van de verplichting tot aanleggen, bijhouden en jaarlijks indienen bij de bevoegde overheid van een register van de door hem aangelegde, gewijzigde en/of verbouwde constructies die gebruikt kunnen worden als grondwaterwinningen; zij kan de gegevens bepalen die voormeld register dient te bevatten. 

 


Art. 10.

De Vlaamse regering stelt de voorwaarden vast waarop een algemene telling van de grondwatervoorraden zal geschieden.


Hoofdstuk III.
Toezicht


Art. 11.

Voor dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan verlopen het toezicht, het onderzoek, de vaststelling en de bestraffing van de milieu-inbreuken en milieumisdrijven, alsook het nemen van bestuurlijke maatregelen en veiligheidsmaatregelen, volgens de regels, vermeld in titel XVI, hoofdstuk III tot en met VII, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, tenzij het uitdrukkelijk anders wordt bepaald in artikel 29 van dit decreet.


Art. 12.

Het nemen van monsters en hun ontleding wordt verricht door een laboratorium dat daartoe in het Vlaamse Gewest is erkend met toepassing van de bepalingen van titel V, hoofdstuk 6, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid.

 

De Vlaamse Regering bepaalt, onder vrijwaring van de rechten van de verdediging, de wijze waarop de monsters worden genomen. Ze kan eveneens de ontledingsmethodes vaststellen.


Art. 13. [...]

Hoofdstuk IV.
Voorkomen en vergoeden van schade


Afdeling II.
Fonds ter voorkoming en vergoeding van schade bij het winnen en het pompen van grondwater.


Art. 20.

[...]


Art. 24. [...]

Art. 28bis.

Aan het Vlaamse Gewest worden alle rechten en verplichtingen, activa en passiva, van de instelling van openbaar nut 'Fonds ter voorkoming en vergoeding van schade veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater' toegewezen. Het beschikbaar batig saldo wordt aan het Fonds toegewezen.


Hoofdstuk IV bis.
Heffingen op de winning van grondwater


Ter info:.

De hoofdstukken IVbis. en V werden opgeheven als gevolg van de publicatie van het Waterwetboek op 18 december 2018.

Op basis van de concordantietabel wordt per artikel een link gelegd naar het overeenkomstige artikel waar u de inhoudelijke bepalingen vanaf nu kan consulteren. De links activeert u in het menu "Extra" door op "Toon definities" te klikken.


Afdeling 1.
Algemene bepalingen


Art. 28ter.

[...]

 

Zie art. 4.2.1.2.1, 4.2.1.2.2, 5.4.1.3 en 5.4.1.2.


Afdeling 2.
Vaststelling van de heffing


Art. 28quater.

[...]

 

Zie art. 4.2.3.1.


Art. 28quinquies.

[...]

 

Zie art. 4.2.3.2.


Afdeling 3.
Vestiging en invordering van de heffing


Art. 28sexies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.1.


Art. 28sexies/1.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.2.


Art. 28septies.

[...]

 

Zie art. 5.4.1.2 en 5.4.1.3.


Art. 28octies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.3.


Art. 28novies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.4.


Art. 28decies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.5.


Art. 28undecies.

[...]

 

zie art. 5.4.2.1 en 5.4.2.2.


Art. 28duodecies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.6.


Art. 28terdecies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.7.


Art. 28quaterdecies.

[...]

 

Zie art. 4.2.4.8.


Hoofdstuk V.
Strafbepalingen


Art. 29.

[...]

 

Zie art. 5.4.1.1.


Hoofdstuk VI.
Slotbepalingen


Art. 30. Dit decreet treedt in werking dertig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van hoofdstuk IV, dat in werking treedt op datum vast te stellen door de Vlaamse regering.

Art. 31.

§ 1

De hiernavolgende wetten worden, voor toepassing in het Vlaamse gewest, opgeheven :
- de besluitwet van 18 december 1946 waarbij tot het houden van een telling der grondwaterreserves en tot invoering van een reglementering van hun gebruik besloten wordt;
- de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van het grondwater;
- de wet van 9 juli 1976 betreffende de reglementering van de exploitatie van grondwaterwinning.


Art. 32. De besluiten ter uitvoering van de besluitwet van 18 december 1946 waarbij tot het houden van een telling der grondwaterreserves en tot invoering van een reglementering van hun gebruik besloten wordt, en de besluiten, ter uitvoering van de wet van 9 juli 1976 betreffende de reglementering van de exploitatie van grondwaterwinning, blijven van kracht totdat zij worden opgeheven.
De strafbepalingen van dit decreet zijn van toepassing op bedoelde besluiten.

Bijlage. bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer

[...]