Art. 16.3.4bis.

De deputaties, de colleges van burgemeester en schepenen en de bevoegde organen, vermeld in artikel 16.3.1, §1, 4° en 5°, zijn in de volgende gevallen gehouden tot een meldingsplicht over de aanstelling van toezichthouders als vermeld in artikel 16.3.1, §1, 2°, 3°, 4° en 5°:

de toezichthouder neemt zijn functie minstens zes maanden niet waar
de toezichthouder legt zijn functie definitief neer.

 

De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de wijze waarop en de instantie waarbij de melding gedaan moet worden.

 

Het subsidiėren van de aanstelling van toezichthouders overeenkomstig artikel 16.3.4 kan afhankelijk worden gesteld van het voldoen aan deze meldingsplicht.