Art. 16.6.6.

1.

Naast de straf kan de rechtbank, ofwel ambtshalve, ofwel op vordering van het openbaar ministerie, ofwel op vordering van de gemachtigde ambtenaar, ofwel op vordering van de burgerlijke partij, bevelen om de plaats in de oorspronkelijke toestand te herstellen, het strijdige gebruik te staken of aanpassingswerken uit te voeren.

Als de gemachtigde ambtenaar daartoe een herstelvordering indient, gebeurt dat op grond van deze vordering.

2.

De herstelvordering wordt door de gemachtigde ambtenaar bij het parket ingeleid met een gewone brief, in naam van het Vlaamse Gewest.

De vordering vermeldt minstens de geldende milieuvoorschriften en een omschrijving van de toestand zoals die was voor het misdrijf.

Het vorderingsrecht van de gemachtigde ambtenaar verjaart binnen vijf jaar nadat een toezichthouder voor het milieumisdrijf een proces-verbaal heeft afgesloten, met dien verstande dat het vorderingsrecht niet kan verjaren zolang conform artikel 16.4.8bis een bestuurlijke maatregel kan worden opgelegd of zolang de strafvordering niet vervallen is.

3.

De rechtbank bepaalt een termijn voor de uitvoering van de herstelmaatregelen, rekening houdend met de termijn die voor de uitvoering van de herstelmaatregelen is bepaald in de herstelvordering, vermeld in 1.

De rechtbank kan op vordering van de gemachtigde ambtenaar ook een dwangsom bepalen per dag vertraging in de tenuitvoerlegging van de herstelmaatregelen.