Titel X.
Agentschappen


Hoofdstuk I.
Inleidende bepalingen


Art. 10.1.1.

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder :

Bestuursdecreet: het Bestuursdecreet van 7 december 2018 ;
Materialendecreet : het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen;
samenwerkingsakkoord verpakkingsafval : samenwerkingsakkoord van 30 mei 1996 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval;
Bodemsaneringsdecreet : decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering;
[...]
decreet integraal waterbeleid : het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018;
OVAM : Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij;
[VMM : Vlaamse Milieumaatschappij;]
[...]

 


Hoofdstuk II.
De Vlaamse Milieumaatschappij


Afdeling 1.
Oprichting


Art. 10.2.1.

§ 1.

Er wordt een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht zoals bedoeld in artikel III.4 tot en met III.6 van het Bestuursdecreet. Dat agentschap heeft als naam [Vlaamse Milieumaatschappij]. Het is de rechtsopvolger van de Vlaamse Milieumaatschappij, bedoeld in artikel 32bis, § 1, wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, zoals gewijzigd door het decreet van 12 december 1990.

 

§ 2.

De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort.


Afdeling 2.
Missie, taken en bevoegdheden


Art. 10.2.2.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid, bedoeld in artikel 1.2.1, § 1, door het voorkomen, beperken en ongedaan maken van schadelijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer [...], en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid, bedoeld in artikel 1.2.2. van het decreet integraal waterbeleid.


Art. 10.2.3.

§ 1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] heeft als taak om bij te dragen tot het integraal waterbeleid, bedoeld in artikel 1.2.1. van het decreet integraal waterbeleid.

 

De [Vlaamse Milieumaatschappij] vervult deze taak onder meer door :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door : 
a) het meten van de toestand – met name de kwantiteit, de kwaliteit en de ecologische waarde – van watersystemen;
b) het agentschap is evenwel niet bevoegd voor het meten van de waterkwantiteit van de waterwegen; 
c) het inventariseren van de rechtstreekse of onrechtstreekse emissies van verontreinigingsfactoren in watersystemen en van de bronnen ervan; 
d) het inventariseren van andere vormen en bronnen van schadelijke effecten voor watersystemen; 
e) de modellering en de scenario-ontwikkeling; 
f) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens en informatie; het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het opstellen en continu bijstellen van water- en vuilvrachtbalansen per stroomgebied en bekken; 
de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid, in samenwerking binnen het beleidsdomein en onder coördinatie van de Vlaamse regering, door :  
a) het verzorgen van het secretariaat en het ondersteunen van de planningscel van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), bedoeld in artikel 1.5.2.2. van het decreet integraal waterbeleid, met het oog op :
b) het opmaken van de waterbeleidsnota;
c) het opmaken van de stroomgebiedbeheerplannen, inclusief de maatregelenprogramma’s; 
d) de organisatie van het openbaar onderzoek bij de stroomgebiedbeheerplannen;
e) het deelnemen aan de werkzaamheden van de bekkensecretariaten, vermeld in artikel 1.5.3.3. van het decreet betreffende het integraal waterbeleid, onder meer door de coördinatie van het opmaken van de stroomgebiedbeheerplannen, de bekkenvoortgangsrapporten en de wateruitvoeringsprogramma's;
het verzorgen van de inbreng van het beleidsdomein in de planning van het integraal waterbeleid, in samenwerking binnen het beleidsdomein;
[...]
het uitvoeren van de analyses en beoordelingen van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict, de effecten van de menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater en van het watergebruik, bedoeld in artikel 1.7.3.1. van het decreet integraal waterbeleid; 
het uitbrengen van het advies bij de watertoets, bedoeld in artikel 1.3.1.1, § 3, van het decreet integraal waterbeleid, voor die gevallen waarin de [Vlaamse Milieumaatschappij] door de Vlaamse regering is aangewezen als adviesverlenende instantie; 
het opstellen, controleren en opvolgen van de investeringsprogramma’s en de subsidiëringsprogramma’s voor de zuivering van het afvalwater dat geloosd wordt in de openbare riolen en collectoren; de aansturing van de uitbouw van het gemeentelijke rioleringsnet met inbegrip van subsidiëring en het ecologisch en economisch toezicht op de uitbouw en het beheer van de zuiveringsinfrastructuur;
het beheren van het grondwater [...] en de voorstellen voor afbakening van waterwingebieden en beschermingszones;  
10° met betrekking tot de onbevaarbare waterlopen :
  a) de coördinatie van de uitvoering van de wet op de onbevaarbare waterlopen;
  b) het bijhouden van de Vlaamse Hydrografische Atlas;
  c) het beheren van onbevaarbare waterlopen van eerste categorie, [...]
  d) het beheren van de eigendommen van het Vlaamse Gewest van de niet-geklasseerde onbevaarbare waterlopen; 
11° het bijdragen aan de normering en de karakterisering van de waterbodems, en het beheer van de waterbodems van de waterlopen van de eerste categorie [...] niet wordt overgedragen aan het waterschap;
12° het controleren en opvolgen van de werking van de polders en wateringen en de technische ondersteuning en subsidiëring van hun waterbeheer;
13° [...]
14° het bijdragen aan de beleidsvoorbereiding en het controleren en opvolgen van de ecologische aspecten van water bestemd voor menselijke aanwending;
15° het organiseren, controleren, opvolgen en ambtshalve optreden inzake de rattenbestrijding in het Vlaamse Gewest, het effectief bestrijden van ratten in of nabij oppervlaktewaterlichamen die onder de bevoegdheid vallen van het Vlaamse Gewest of in gebieden waarover een overeenkomst werd afgesloten;
16° het vestigen, innen en invorderen van de heffing waterverontreiniging en grondwater zoals vermeld in hoofdstuk II van titel IV van het decreet integraal waterbeleid;
17° het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de schadelijke effecten voor de watersystemen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
18° [toezicht op de waterdistributiemaatschappijen met betrekking tot de doorrekening van de kosten verbonden aan de saneringsverplichting;] 
19° het op eenvoudig verzoek van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de Vennootschap bedoeld in artikel 2.6.1.1.1. van het decreet integraal waterbeleid, de gemeenten, de gemeentebedrijven, de intercommunales, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteiten die door de gemeente belast zijn met en instaan voor de aanleg, het aanpassen, het onderhoud of de exploitatie van gemeentelijke saneringsinfrastructuur, meedelen van gegevens waarover de VMM beschikt van heffingsplichtigen bedoeld in artikel 4.2.2.3.1 en artikel 4.2.2.5.1. van het decreet integraal waterbeleid, voor zover die noodzakelijk zijn in het kader van de aanrekening van de bijdrage, zoals bedoeld in artikel 4.3.1.1.1 van het decreet integraal waterbeleid, en de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 4.3.2.1 en artikel 2.6.2.2, § 4, van het decreet integraal waterbeleid;
20° het opmaken van zoneringsplannen voor de sanering van het afvalwater. De zoneringsplannen maken een onderscheid tussen de gebieden met collectieve sanering en de gebieden met individuele sanering. In uitvoering van één of meerdere zoneringsplannen wordt een gebiedsdekkend uitvoeringsplan per zuiveringsgebied opgemaakt waarin de uitvoering en de timing van de projecten met betrekking tot respectievelijk de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting geregeld zijn, evenals de noodzakelijke afstemming van de projecten. Deze zonerings- en uitvoeringsplannen worden bindend voor derden na goedkeuring door de Vlaamse Regering]
21° het ondersteunen van de uitbouw van grijswatercircuits ter bescherming van de kwetsbare watervoerende lagen door subsidiëring van grijswaterleveranciers.

 

[Met betrekking tot de in § 1, tweede lid, 8°, bepaalde taak kan tegen de beslissingen van de ecologische en economische toezichthouder beroep worden ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de voorwaarden.]

 

§ 2.

De taken van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de verontreiniging van de atmosfeer zijn :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
  a) het meten van de verontreiniging van de atmosfeer;
b) het inventariseren van de emissies van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer en van relevante bronnen ervan;
c) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
d) het beoordelen van de hierboven vermelde gegevens en informatie;
e) het verwerken van de hierboven vermelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
2°  het bijdragen tot ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de verontreiniging van de atmosfeer te voorkomen en te beperken;
[...]

 

 

§ 3.

[...]

 

§ 4.

In het kader van haar missie en taken levert de [Vlaamse Milieumaatschappij] een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.


Art. 10.2.4.

§ 1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot het vervullen van haar missie of taken.

 

§ 2.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan de onroerende goederen verwerven die nuttig zijn voor de uitvoering van haar missie en taken. Ze kan die goederen tevens vervreemden als ze niet langer nuttig zijn.

De Vlaamse regering kan de [Vlaamse Milieumaatschappij] machtigen tot onteigening in de gevallen waarin ze oordeelt dat het verkrijgen van de goederen in kwestie noodzakelijk is voor het algemeen belang.

 

§ 3.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren voor zover dat nuttig is voor de uitvoering van haar taken.

 

§ 4.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan, voor zover dat wenselijk is, laboratoria oprichten om analyses of metingen van lucht, water of hinder uit te voeren, maar kan deze ook laten uitvoeren in door de Vlaamse regering erkende of volgens de geldende internationale normen geaccrediteerde laboratoria. De Vlaamse regering kan een referentielaboratorium aanwijzen.

 

§ 5.

[De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in §§ 1 tot en met 3 van artikel [10].2.3 vermelde taken.]

 

§ 6.

In afwijking van de vorige paragrafen van dit artikel wordt de Vlaamse Milieumaatschappij, na goedkeuring door de Vlaamse Regering, gemachtigd om de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en/of de bijhorende gronden te verkopen aan de NV Aquafin. 


Afdeling 3.
Financiële middelen


Art. 10.2.5.

§ 1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan beschikken over de volgende ontvangsten :

dotaties;
leningen;
fiscale heffingen voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de [Vlaamse Milieumaatschappij];
retributies voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de [Vlaamse Milieumaatschappij];
ontvangsten uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
prijzen, schenkingen en legaten in contanten;
inkomsten uit eigen participaties en uit door de [Vlaamse Milieumaatschappij] verstrekte leningen aan derden;
opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
de subsidies waarvoor de [Vlaamse Milieumaatschappij] als begunstigde in aanmerking komt;
10° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
11° vergoedingen voor prestaties aan derden [...];
12° opbrengsten uit intellectuele rechten;
13° de inkomsten voortvloeiend uit :
a) [...]
b) de vrijwillige, contractuele, reglementaire of decretale bijdragen van natuurlijke personen, rechtspersonen, openbare besturen en instellingen ter verwezenlijking van de doelstellingen vermeld in artikelen 5, 8, 9 en 13 van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen, van titel V van de wet van 5 juli 1956 betreffende de wateringen en van titel V van de wet van 3 juni 1957 betreffende de polders4;
c) de opbrengst van administratieve geldboeten en alle bedragen welke door de diensten van het Vlaamse Gewest worden geďnd ten laste van de overtreders van de wetgeving en reglementering inzake waterhuishouding, polders en wateringen;
d) de opbrengsten van concessies verhuur en van vervreemdingen van eigendommen, installaties en aanhorigheden, die verworven werden met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen inzake waterhuishouding, polders en wateringen;
e) het aandeel van mede-opdrachtgevende overheden in projecten inzake waterhuishouding waar de Vlaamse Milieumaatschappij conform de regelgeving overheidsopdrachten in het kader van een samengevoegde opdracht optreedt als aanbestedende overheid en het aandeel van de mede-opdrachtgevende overheden voorfinanciert;
14° de bijdragen van de natuurlijke of rechtspersonen naar privaat of publiek recht die door hun activiteiten de schade bedoeld bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer kunnen veroorzaken of verergeren en ten aanvullende titel door leningen op korte termijn waaraan de Vlaamse Regering de gewestwaarborg kan hechten. De Vlaamse Regering bepaalt het aandeel van elk soort inkomsten en de criteria om te bepalen wie bijdrageplichtig is, het bedrag en de modaliteiten van de inning. 

 

 

§ 2.

Tenzij anders is bepaald in een decreet worden de ontvangsten, bedoeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

 

In afwijking van het eerste lid zijn de in paragraaf 1, 13° en 14°, genoemde ontvangsten te beschouwen als toegewezen ontvangsten. Zij mogen aangewend worden in het kader van het beleid inzake de waterhuishouding, en voor de Polders en Wateringen, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de Vlaamse Milieumaatschappij.

 

[...]

 

§ 3.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het hoofd van het agentschap beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico’s van de aanvaarding.

 

§ 4.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan de kennis die ze heeft opgedaan bij de uitvoering van haar missie en taken te gelde maken in het binnen- en buitenland.

 

§ 5.

Bij de Vlaamse Milieumaatschappij wordt een Fonds voor de Waterhuishouding opgericht;
het Fonds voor de Waterhuishouding wordt gestijfd door de in § 1, 13° en 14°, vermelde ontvangsten;
het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Fonds voor de Waterhuishouding opgericht bij decreet van 22 november 1995, artikel 17, worden overgedragen naar het Fonds voor de Waterhuishouding, opgericht bij dit decreet;
3°/1 het per 12 mei 2006 beschikbaar saldo en de op die datum nog openstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen van het Schadefonds opgericht bij decreet van 24 januari 1984 en gewijzigd bij decreet van 12 december 1990, worden overgedragen naar het Fonds voor deWaterhuishouding, opgericht bij dit decreet;
de middelen van het Fonds voor de Waterhuishouding kunnen aangewend worden voor al wat dienen kan in het raam van het beleid inzake waterhuishouding, en voor de polders en de wateringen, met uitzondering evenwel van de loon- en werkingskosten van de Vlaamse Milieumaatschappij.

 

§ 6.

[...]


Hoofdstuk III.
De Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij


Afdeling 1.
Oprichting


Art. 10.3.1.

§ 1.

Er wordt een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid opgericht als bedoeld in artikel III.4 tot en met III.6 van het Bestuursdecreet. Dat agentschap heeft als naam Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij. Het is de rechtsopvolger van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest, bedoeld in artikel 38 van Afvalstoffendecreet.

 

§ 2.

De Vlaamse regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein het agentschap behoort.


Afdeling 2.
Missie, taken en bevoegdheden


Art. 10.3.2.

De OVAM heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid, bedoeld in artikel 1.2.1, § 1, door bij te dragen tot een duurzaam beheer van materiaalkringlopen en tot de realisatie van de doelstellingen van het afvalstoffenbeleid, vermeld in artikel 4 van het Materialendecreet, en door de uitvoering van een bodemsaneringsbeleid, overeenkomstig het Bodemsaneringsdecreet.


Art. 10.3.3.

§ 1.

De taken van de OVAM met betrekking tot het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen zijn :

het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van het zuinige gebruik van grondstoffen, onder meer door zo veel mogelijk de materiaalkringlopen te sluiten;
het bevorderen van de kwaliteit van producten en productieprocessen met aandacht voor kwalitatieve en kwantitatieve preventie voor wat betreft het gebruik van grondstoffen, het verspreiden van milieugevaarlijke stoffen en het voorkomen van afval;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor de bevordering van een duurzaam consumptiegedrag, voor wat betreft het gebruik van grondstoffen, het verspreiden van milieugevaarlijke stoffen en het voorkomen van afval;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen voor een veilig beheer van milieugevaarlijke stoffen en voor het voorkomen en zo nodig beperken van lekken van milieugevaarlijke stoffen uit stoffenkringlopen;
ter aanvulling van de vorige taken, de sturing en coördinatie van de inzameling en de veilige verwijdering van afvalstoffen alsmede de ambtshalve verwijdering ervan;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de correcte werking van de afvalstoffenmarkt te garanderen.
instrumenten ontwikkelen en maatregelen uitwerken om te komen tot een asbestafbouwbeleid, onder meer door proefprojecten op te starten, beleidsstudies uit te voeren, inventarisaties van asbesthoudende materialen uit te voeren en vrijwillig over te gaan tot de verwijdering van asbesthoudende materialen.

 

§ 2.

De OVAM vervult deze taken onder meer door :

 het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
a) het inventariseren van afvalstoffen, materialen en materiaalkringlopen, met een bijzondere aandacht voor milieugevaarlijke stoffen;
b) het inventariseren van relevante bronnen van afvalstoffen en van processen waaruit afvalstoffen voortkomen;
c) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
d) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens en informatie;
e) het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het ontwerpen van preventieprogramma’s en uitvoeringsplannen als vermeld in artikel 17 en 18 van het Materialendecreet, alsook het controleren en opvolgen van de uitvoering van voormelde preventieprogramma’s en uitvoeringsplannen en het voorbereiden en mee uitwerken van programma’s overeenkomstig de geldende internationale en Europese voorschriften, waarvan de uitvoering binnen het toepassingsgebied van het Materialendecreet valt;
het sluiten van overeenkomsten met de gemeenten of verenigingen van gemeenten ter bevordering of begeleiding van de organisatie van de selectieve ophaling of inzameling van huishoudelijke afvalstoffen als vermeld in artikel 27 van het Materialendecreet;
het voorbereiden van de onderhandelingen met het oog op het sluiten van de milieubeleidsovereenkomsten, vermeld in het Materialendecreet;
het behandelen van de aanvragen en het verlenen, schorsen en opheffen van de erkenningen, vermeld in artikel 7, 9, 32/1 en 33 van het Materialendecreet;
het leveren van een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in titel V;
het uitvoeren van de taken in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, vermeld in artikel 21 van het Materialendecreet, en de terugnameplicht, vermeld in het samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval;
het vestigen, innen en invorderen van de milieuheffing op de verwerking van afvalstoffen, vermeld in artikel 44 tot en met artikel 65 van het Materialendecreet;
de behandeling van subsidieaanvragen en de toekenning van de subsidies, vermeld in artikel 15 van het Materialendecreet;
10° het opvolgen en controleren van materiaalstromen.
11° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving betreffende de overbrenging van afvalstoffen.
12° het adviseren van de Vlaamse Regering over de afwijkingen van de hiërarchie als vermeld in artikel 8 van het Materialendecreet. 
13° het optreden als bevoegde autoriteit voor het Vlaamse Gewest in het kader van de Europese regelgeving betreffende de scheepsrecycling in de zin van artikel 3, lid 1, 11, van de verordening van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 ‘inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1013/2006 en van richtlijn 2009/16/EG.
14° de asbestinventarisattesten, vermeld in artikel 33/11 van het Materialendecreet, af te leveren;
15° de databank asbestinventarisatie, vermeld in artikel 33/10 van het Materialendecreet, te beheren;
16° asbesthoudende materialen te ontmantelen, in te zamelen, te transporteren of te verwerken, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
17° een asbestinventaris op te maken conform artikel 33/12 van het Materialendecreet, en de ontzorging, de prefinanciering of financiering daarvan, vermeld in artikel 33/8 van het Materialendecreet;
18° aanvragen te behandelen en de erkenning, vermeld in artikel 33/16 van het Materialendecreet, te verlenen, te schorsen en op te heffen;
19° de retributies, vermeld in artikel 66, § 1, van het Materialendecreet, te innen.

 

§ 3.

De taken van de OVAM met betrekking tot de bodemsanering zijn :

het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om nieuwe bodemverontreiniging te voorkomen;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om individuele en collectieve saneringen te stimuleren;
het saneren van de historische en nieuwe bodemverontreiniging, met inbegrip van de zorg om verlaten terreinen waar mogelijk opnieuw een nuttige functie te geven;
het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de correcte werking van de bodemsaneringsmarkt te garanderen.

 

§ 4.

De OVAM vervult deze taken onder meer door :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
a) het verzamelen van gegevens met betrekking tot bodemverontreiniging;
b) het verzamelen van gegevens over de factoren, inrichtingen en activiteiten die aanleiding gaven of kunnen geven tot bodemverontreiniging;
c) het inventariseren van verontreinigde bodems;
d) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
e) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens;
f) het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het in ontvangst nemen van en het uitvoeren van oriënterende bodemonderzoeken, het opleggen of uitvoeren van beschrijvende bodemonderzoeken, bodemsaneringsprojecten en bodemsaneringswerken, en het opleggen van maatregelen ter bewaking en controle na de uitvoering van de bodemsanering, het aanleggen van een databank voor identificatie en inventarisatie van verontreinigde of mogelijk verontreinigde gronden, het voorstellen van gebruiksbeperkingen en het opleggen van voorzorgsmaatregelen, het bevelen van dwangmaatregelen, het verzoeken om financiële zekerheden te stellen, het uitreiken van bodemattesten, bedoeld in het Bodemsaneringsdecreet;
mee te zorgen voor de handhaving van de regelgeving met betrekking tot bodemsanering;
het beheren van de regeling met betrekking tot uitgegraven bodem, bedoeld in het Bodemsaneringsdecreet.

 


Art. 10.3.4.

§ 1.

De OVAM kan alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot het vervullen van haar missie of taken.

 

§ 2.

De OVAM kan de onroerende goederen verwerven die nuttig zijn voor de uitvoering van haar missie en taken. Ze kan die goederen tevens vervreemden als ze niet langer nuttig zijn.

 

De Vlaamse regering kan de OVAM machtigen tot onteigening in de gevallen waarin ze oordeelt dat het verkrijgen van de goederen in kwestie noodzakelijk is voor het algemeen belang.

 

§ 3.

De OVAM kan wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren voor zover dit nuttig is voor het vervullen van haar missie of taken.

 

§ 4.

[...]

 

§ 5.

De OVAM kan de producten, die door terugwinning en regeneratie verkregen zijn, en de afvalstoffen die voor hergebruik geschikt zijn, op de markt brengen en verkopen.

 

§ 6.

De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in artikel 10.3.3 vermelde taken.


Afdeling 3.
Financiële middelen


Art. 10.3.5.

§ 1.

De OVAM kan beschikken over de volgende ontvangsten :

dotaties;
leningen;

fiscale heffingen voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de OVAM;
retributies voor zover ze bij decreet toegewezen zijn aan de OVAM;
ontvangsten voortvloeiend uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
prijzen, schenkingen en legaten in contanten;
inkomsten uit eigen participaties en uit door de OVAM verstrekte leningen aan derden;
opbrengsten uit de verkoop van eigen participaties;
de subsidies waarvoor de OVAM als begunstigde in aanmerking komt;
10° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
11° vergoedingen voor prestaties aan derden [...];
12° opbrengsten uit intellectuele rechten;
13° inkomsten uit het op de markt brengen en verkopen van producten, die door terugwinning en regeneratie verkregen zijn, en de afvalstoffen die voor hergebruik geschikt zijn;
14° teruggevorderde middelen uit ambtshalve verwijdering van afvalstoffen en ambtshalve bodemsanering.

 

 

§ 2.

Tenzij anders is bepaald in een decreet worden de ontvangsten, bedoeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

 

§ 3.

De OVAM kan schenkingen of legaten aanvaarden. Het hoofd van het agentschap beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico’s verbonden aan de aanvaarding.

 

§ 4.

De OVAM kan de kennis die ze heeft opgedaan bij de uitoefening van haar missie en taken te gelde maken in binnen- en buitenland.


Hoofdstuk IV.
[...]


Hoofdstuk V.
[...]


Hoofdstuk VI.
Gemeenschappelijke bepalingen


Afdeling 1.
Bestuur en werking


Art. 10.6.1.

De bepalingen van het Bestuursdecreet zijn van toepassing op de agentschappen, bedoeld in deze titel.

 

De agentschappen, bedoeld in deze titel, streven hun missie na en voeren hun taken uit om een bijdrage te leveren aan de beleidsvoorbereiding, met inbegrip van de milieuplanning en de regelgeving, of om het vastgestelde beleid uit te voeren. De beleidsvoorbereiding en de beleidsuitvoering maken het voorwerp uit van de door de Vlaamse regering en het departement aangestuurde beleids- en beheerscyclus.

 

De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen met betrekking tot het bestuur en de werking van de agentschappen, bedoeld in deze titel.


Afdeling 2.
Raadgevend comité


Art. 10.6.2.

De Vlaamse regering kan op voorstel van het hoofd van een in deze titel bedoeld agentschap een raadgevend comité oprichten.

De Vlaamse regering kan nadere regels vaststellen betreffende de taak, de samenstelling en de werking van het raadgevend comité en een vergoeding bepalen voor de leden ervan.


Afdeling 3.
Relatie met andere bestuursniveaus, beleidsdomeinen en actoren, inhoudelijke euro samenwerking en coördinatie


Art. 10.6.3.

In het kader van hun missie en taken dragen de in deze titel bedoelde agentschappen, in samenwerking binnen het beleidsdomein en gecoördineerd door de Vlaamse regering en het departement, bij tot :

de internationale, Europese, bovengewestelijke en intergewestelijke samenwerking en besluitvorming op milieugebied;
het stimuleren van de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid door andere beleidsdomeinen en de uitbouw van vormen van samenwerking hiervoor;
de realisatie van vormen van samenwerking met lokale overheden;
de realisatie van vormen van samenwerking met niet-gouvernementele organisaties en belangengroepen.

Art. 10.6.4.

In het kader van hun missie en taken dragen de in deze titel bedoelde agentschappen, in samenwerking binnen het beleidsdomein en gecoördineerd door de Vlaamse regering en het departement, bij tot :

de volledige omzetting en toepassing van het internationaal en Europees milieurecht en van de samenwerkingsakkoorden met de andere gewesten;
de communicatiestrategie en -planning van het beleidsdomein, met inbegrip van sensibilisering en informatieverstrekking;
de realisatie van een breed maatschappelijk draagvlak voor hun missie en het bevorderen van de maatschappelijke participatie daarin;
het gecoördineerde doelgroepenbeleid van het beleidsdomein;
de ontwikkeling van een zo goed mogelijk geďntegreerd instrumentarium voor het milieubeleid;
het bepalen van de informatiebehoefte, de geďntegreerde inzameling van gegevens en informatie en het geďntegreerd informatiebeheer;
de geďntegreerde aansturing van het wetenschappelijk onderzoek.