Afdeling 2.
Missie, taken en bevoegdheden


Art. 10.2.2.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] heeft als missie bij te dragen tot de realisatie van de doelstellingen van het milieubeleid, bedoeld in artikel 1.2.1, § 1, door het voorkomen, beperken en ongedaan maken van schadelijke effecten voor watersystemen, verontreiniging van de atmosfeer [...], en tot de realisatie van de doelstellingen van het integraal waterbeleid, bedoeld in artikel 1.2.2. van het decreet integraal waterbeleid.


Art. 10.2.3.

§ 1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] heeft als taak om bij te dragen tot het integraal waterbeleid, bedoeld in artikel 1.2.1. van het decreet integraal waterbeleid.

 

De [Vlaamse Milieumaatschappij] vervult deze taak onder meer door :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door : 
a) het meten van de toestand – met name de kwantiteit, de kwaliteit en de ecologische waarde – van watersystemen;
b) het agentschap is evenwel niet bevoegd voor het meten van de waterkwantiteit van de waterwegen; 
c) het inventariseren van de rechtstreekse of onrechtstreekse emissies van verontreinigingsfactoren in watersystemen en van de bronnen ervan; 
d) het inventariseren van andere vormen en bronnen van schadelijke effecten voor watersystemen; 
e) de modellering en de scenario-ontwikkeling; 
f) het beoordelen van de hierboven bedoelde gegevens en informatie; het verwerken van de hierboven bedoelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
het opstellen en continu bijstellen van water- en vuilvrachtbalansen per stroomgebied en bekken; 
de coördinatie en de organisatie van de planning van het integraal waterbeleid, in samenwerking binnen het beleidsdomein en onder coördinatie van de Vlaamse regering, door :  
a) het verzorgen van het secretariaat en het ondersteunen van de planningscel van de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW), bedoeld in artikel 1.5.2.2. van het decreet integraal waterbeleid, met het oog op :
b) het opmaken van de waterbeleidsnota;
c) het opmaken van de stroomgebiedbeheerplannen, inclusief de maatregelenprogramma’s; 
d) de organisatie van het openbaar onderzoek bij de stroomgebiedbeheerplannen;
e) het deelnemen aan de werkzaamheden van de bekkensecretariaten, vermeld in artikel 1.5.3.3. van het decreet betreffende het integraal waterbeleid, onder meer door de coördinatie van het opmaken van de stroomgebiedbeheerplannen, de bekkenvoortgangsrapporten en de wateruitvoeringsprogramma's;
het verzorgen van de inbreng van het beleidsdomein in de planning van het integraal waterbeleid, in samenwerking binnen het beleidsdomein;
[...]
het uitvoeren van de analyses en beoordelingen van de kenmerken van het stroomgebiedsdistrict, de effecten van de menselijke activiteiten op de toestand van het oppervlaktewater en het grondwater en van het watergebruik, bedoeld in artikel 1.7.3.1. van het decreet integraal waterbeleid; 
het uitbrengen van het advies bij de watertoets, bedoeld in artikel 1.3.1.1, § 3, van het decreet integraal waterbeleid, voor die gevallen waarin de [Vlaamse Milieumaatschappij] door de Vlaamse regering is aangewezen als adviesverlenende instantie; 
het opstellen, controleren en opvolgen van de investeringsprogramma’s en de subsidiëringsprogramma’s voor de zuivering van het afvalwater dat geloosd wordt in de openbare riolen en collectoren; de aansturing van de uitbouw van het gemeentelijke rioleringsnet met inbegrip van subsidiëring en het ecologisch en economisch toezicht op de uitbouw en het beheer van de zuiveringsinfrastructuur;
het beheren van het grondwater [...] en de voorstellen voor afbakening van waterwingebieden en beschermingszones;  
10° met betrekking tot de onbevaarbare waterlopen :
  a) de coördinatie van de uitvoering van de wet op de onbevaarbare waterlopen;
  b) het bijhouden van de Vlaamse Hydrografische Atlas;
  c) het beheren van onbevaarbare waterlopen van eerste categorie, [...]
  d) het beheren van de eigendommen van het Vlaamse Gewest van de niet-geklasseerde onbevaarbare waterlopen; 
11° het bijdragen aan de normering en de karakterisering van de waterbodems, en het beheer van de waterbodems van de waterlopen van de eerste categorie [...] niet wordt overgedragen aan het waterschap;
12° het controleren en opvolgen van de werking van de polders en wateringen en de technische ondersteuning en subsidiëring van hun waterbeheer;
13° [...]
14° het bijdragen aan de beleidsvoorbereiding en het controleren en opvolgen van de ecologische aspecten van water bestemd voor menselijke aanwending;
15° het organiseren, controleren, opvolgen en ambtshalve optreden inzake de rattenbestrijding in het Vlaamse Gewest, het effectief bestrijden van ratten in of nabij oppervlaktewaterlichamen die onder de bevoegdheid vallen van het Vlaamse Gewest of in gebieden waarover een overeenkomst werd afgesloten;
16° het vestigen, innen en invorderen van de heffing waterverontreiniging en grondwater zoals vermeld in hoofdstuk II van titel IV van het decreet integraal waterbeleid;
17° het ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de schadelijke effecten voor de watersystemen te voorkomen, te beperken of ongedaan te maken.
18° [toezicht op de waterdistributiemaatschappijen met betrekking tot de doorrekening van de kosten verbonden aan de saneringsverplichting;] 
19° het op eenvoudig verzoek van de exploitanten van een openbaar waterdistributienetwerk, de Vennootschap bedoeld in artikel 2.6.1.1.1. van het decreet integraal waterbeleid, de gemeenten, de gemeentebedrijven, de intercommunales, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden of de door de gemeente na publieke marktbevraging aangestelde entiteiten die door de gemeente belast zijn met en instaan voor de aanleg, het aanpassen, het onderhoud of de exploitatie van gemeentelijke saneringsinfrastructuur, meedelen van gegevens waarover de VMM beschikt van heffingsplichtigen bedoeld in artikel 4.2.2.3.1 en artikel 4.2.2.5.1. van het decreet integraal waterbeleid, voor zover die noodzakelijk zijn in het kader van de aanrekening van de bijdrage, zoals bedoeld in artikel 4.3.1.1.1 van het decreet integraal waterbeleid, en de vergoeding, zoals bedoeld in artikel 4.3.2.1 en artikel 2.6.2.2, § 4, van het decreet integraal waterbeleid;
20° het opmaken van zoneringsplannen voor de sanering van het afvalwater. De zoneringsplannen maken een onderscheid tussen de gebieden met collectieve sanering en de gebieden met individuele sanering. In uitvoering van één of meerdere zoneringsplannen wordt een gebiedsdekkend uitvoeringsplan per zuiveringsgebied opgemaakt waarin de uitvoering en de timing van de projecten met betrekking tot respectievelijk de gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting geregeld zijn, evenals de noodzakelijke afstemming van de projecten. Deze zonerings- en uitvoeringsplannen worden bindend voor derden na goedkeuring door de Vlaamse Regering]
21° het ondersteunen van de uitbouw van grijswatercircuits ter bescherming van de kwetsbare watervoerende lagen door subsidiëring van grijswaterleveranciers.

 

[Met betrekking tot de in § 1, tweede lid, 8°, bepaalde taak kan tegen de beslissingen van de ecologische en economische toezichthouder beroep worden ingesteld bij de Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu. De Vlaamse Regering bepaalt hiertoe de voorwaarden.]

 

§ 2.

De taken van de Vlaamse Milieumaatschappij met betrekking tot de verontreiniging van de atmosfeer zijn :

het verzamelen, beoordelen en verwerken van gegevens en informatie door :
  a) het meten van de verontreiniging van de atmosfeer;
b) het inventariseren van de emissies van verontreinigingsfactoren in de atmosfeer en van relevante bronnen ervan;
c) de modellering en de scenario-ontwikkeling;
d) het beoordelen van de hierboven vermelde gegevens en informatie;
e) het verwerken van de hierboven vermelde gegevens en informatie met het oog op het rapporteren en informeren hierover;
2°  het bijdragen tot ontwikkelen van instrumenten en het uitwerken van maatregelen om de verontreiniging van de atmosfeer te voorkomen en te beperken;
[...]

 

 

§ 3.

[...]

 

§ 4.

In het kader van haar missie en taken levert de [Vlaamse Milieumaatschappij] een bijdrage aan het beleid inzake de ingedeelde inrichtingen en activiteiten, bedoeld in het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.


Art. 10.2.4.

§ 1.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan alle activiteiten verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot het vervullen van haar missie of taken.

 

§ 2.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan de onroerende goederen verwerven die nuttig zijn voor de uitvoering van haar missie en taken. Ze kan die goederen tevens vervreemden als ze niet langer nuttig zijn.

De Vlaamse regering kan de [Vlaamse Milieumaatschappij] machtigen tot onteigening in de gevallen waarin ze oordeelt dat het verkrijgen van de goederen in kwestie noodzakelijk is voor het algemeen belang.

 

§ 3.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren voor zover dat nuttig is voor de uitvoering van haar taken.

 

§ 4.

De [Vlaamse Milieumaatschappij] kan, voor zover dat wenselijk is, laboratoria oprichten om analyses of metingen van lucht, water of hinder uit te voeren, maar kan deze ook laten uitvoeren in door de Vlaamse regering erkende of volgens de geldende internationale normen geaccrediteerde laboratoria. De Vlaamse regering kan een referentielaboratorium aanwijzen.

 

§ 5.

[De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de in §§ 1 tot en met 3 van artikel [10].2.3 vermelde taken.]

 

§ 6.

In afwijking van de vorige paragrafen van dit artikel wordt de Vlaamse Milieumaatschappij, na goedkeuring door de Vlaamse Regering, gemachtigd om de rioolwaterzuiveringsinfrastructuur en/of de bijhorende gronden te verkopen aan de NV Aquafin.