Jachtwet
Jachtwet van 28 februari 1882

Artikel 1.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Artikel 1.
[...]
Vlaams Gewest

Artikel 1.

[§ 1

In het Waalse Gewest wordt verstaan onder:
jachtbedrijf: de handeling die erin bestaat wild te vangen of te doden, alsook zijn opzoeking of achtervolging met hetzelfde doeleinde;
jachtjaar: periode van twaalf maanden waarvan de openings- en sluitingsdata door de Regering vastgelegd worden;
[Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden: de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden, afdeling “Jacht”, bedoeld in artikel 2/6, §§ 1, 2 en 4 van het decreet van 6 november 2008 houdende rationalisatie van de adviesverlenende functie;]
jachtraad: iedere door de Regering erkende rechtspersoon die voor het klein wild, het grof wild en het waterwild het jachtbeheer coördineert op een gebied waarvan de oppervlakte voldoende is ten opzichte van de biologische eigenschappen van het betrokkene wild en waarvan onder meer de houders van een jachtrecht op dit gebied lid zijn. De Regering bepaalt de algemene voorwaarden en de procedure voor de erkenning van de jachtraden;
loslaten: handeling die erin bestaat dieren als wild op een jachtgebied los te laten;
gebruiker: iedere persoon die een werkelijk belang heeft te verdedigen op de goederen zelf die hij gebruikt of uitbaat;
wildklem: instrument dat dient om een dier vast te houden of te vangen door middel van haken die om één of meer poten van het dier dichtklappen, waardoor het dier deze poot of poten niet uit de klem kan bevrijden;
afschotplan: beslissing tot vaststelling van het aantal dieren, verdeeld volgens hun soort, type, ouderdom en geslacht, die moeten of kunnen geschoten worden op een bepaald gebied tijdens één of meer jachtjaren;
jachtkansel: ieder platform of gelijk welke verheven zitplaats, die het mogelijk maakt het wild te schieten vanaf een punt gelegen boven het normaal niveau van de grond. Worden ermee gelijkgesteld de al dan niet ingerichte bomen, die gebruikt worden voor het schieten van het wild, alsmede iedere op de grond aangelegde constructie of inrichting gebruikt voor het schieten van het wild, uitgezonderd de drijfplaatsen tijdens een drijfjacht;
10°
[afgesloten gebied: onverminderd artikel 2ter, tweede lid, elke ruimte die geheel of gedeeltelijk voortdurend of tijdelijk afgebakend is met één of meer hindernissen waardoor het vrije verkeer van elk soort grof wild belet wordt.]

§ 2

[...]]

Art. 1bis.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 1bis.
Deze wet verstaat onder wild alle dieren die behoren tot de in dit artikel bedoelde soorten.
Het wild wordt volgens volgende categorieën gerangschikt:
a)
Grof wild: edelherten (Cervus elaphus), reeën (Capreolus capreolus), damherten (Dama dama), moeflons (Ovis musimon), en wilde zwijnen (Sus scrofa);
b)
Klein wild: hazen (Lepus europaeus), fazanten (Phasianus colchicus), [...], patrijzen (Perdix perdix), houtsnippen (Scolopax rusticola), en koperwieken (Turdus iliacus), grote lijsters (Turdus viscivorus), kramsvogels (Turdus pilaris), kwartels (Coturnix coturnix), merels (Turdus merula) en Schotse sneeuwhoenders (Lagopus scoticus);
c)
Waterwild: alle soorten ganzen en eenden (Anatidae), voor zover deze vogels niet als pluimvee worden gehouden, goudplevieren (Pluvialis apricarius), watersnippen (Gallinago gallinago), poelsnippen (Gallinago media), bokjes (Lymnocryptes minimus), meerkoeten (Fulica astra), en kieviten (Vanellus vanellus), kokmeeuwen (Larus ridibundus), zilvermeeuwen (Larus argentatus), en waterhoenders (Gallinula chloropus);
d)
Overig wild: houtduiven (Columba palumbus), zwarte en bonte kraaien (Corvus corone corone en Corvus corone cornix), roeken (Corvus frugilegus), kauwen (Corvus monedula), Vlaamse gaaien (Garrulus glandarius), eksters (Pica pica), konijnen (Oryctolagus cuniculus), vossen (Vulpes vulpes), wilde katten (Felis sylvestris), verwilderde katten (Felis catus) bunzings (Putorius putorius), hermelijnen (Mustela erminea), wezels (Mustela nivalis), eekhoorns (Sciurus vulgaris), boom- en steenmarters (Martes martes en Martes foina), dassen (Meles meles), otters (Lutra lutra), en zeehonden (Phoca vitulina en Halichoerus grypus).]
[Echter, in het Waalse Gewest, is de otter (lutra lutra) niet als wild beschouwd.]
Waals Gewest

Art. 1bis.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 1ter.
In het Waalse Gewest bepaalt de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] en na overleg met de andere gewestelijke Regeringen en met de Regeringen van de Benelux-Staten, de data van de opening, van sluiting en die van schorsing van de jacht voor een periode van vijf jaar, voor het geheel of een gedeelte van zijn grondgebied, voor elke categorie, soort, type, of geslacht van wild en voor elke jachtwijze.
Zo de sanitaire, biologische of meteorologische toestand het rechtvaardigt, kan de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], het krachtens het eerste lid bepaalde wijzigen voor de duur van een jachtjaar.
Binnen een bepaalde perimeter kan de Regering, onder de door haar vastgelegde voorwaarden, afwijken van het krachtens het eerste en het tweede lid bepaalde, ten voordele van de houders van een jachtrecht die lid zijn van een door haar erkende jachtraad.
De besluiten betreffende de opening en de sluiting van de jacht worden ten minste dertig dagen vóór de aldus bepaalde data bekendgemaakt.]

Art. 1ter.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 1quater.
In het Waalse Gewest kan de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], de jacht met het Geweer op door haar aangeduide wildsoorten afhankelijk maken van het houden [en het inachtnemen] van een door haar goedgekeurd afschotplan. Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] bepaalt zij de procedure en de goedkeuringsvoorwaarden van het afschotplan, [de maatregelen ter controle van de naleving van de toepassing van dat plan, alsook de maatregelen die getroffen dienen te worden voor de naleving van laatstgenoemde].
De inbreuken [op de bepalingen van dit artikel en diens uitvoeringsbesluiten] worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 [euro].]

Art. 1quinquies.
In het Waalse Gewest kan de Regering verenigingen voor de opsporing van gekwetst grof wild erkennen.
Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] bepaalt de Regering de erkenningsvoorwaarden en -procedure.
De Regering kan afwijkingen van artikelen 2 en 6, 1e lid, aan de afgevaardigden van deze erkende verenigingen toekennen indien het nodig is een gekwetst grof wild uit zijn lijden te verlossen.
Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] bepaalt de Regering de voorwaarden onder dewelke een persoon de hoedanigheid kan bekomen van afgevaardigde van een erkende vereniging.]

Art. 1sexies.
In het Waalse Gewest kan de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], een financiële tegemoetkoming toekennen aan acties ter bevordering van de studie, het behoud of de ontwikkeling van het in artikel 1bis bedoelde wild levend in de natuur, alsook aan elke actie tot bewustmaking hieromtrent.
Deze tegemoetkoming kan aan elke natuurlijke of rechtspersoon toegekend worden.]

Art. 2.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 2.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 2.
In het Waalse Gewest is het verboden op elk grof wild te jagen op een afgesloten terrein, op straffe van een geldboete van 200 tot 1.000 euro.
Deze bepaling is niet van toepassing op terreinen of delen van terreinen afgebakend met afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van personen, met name om redenen van openbare veiligheid of wegveiligheid, voor de bescherming van de teelten en voor de handhaving van het vee.
De Regering bepaalt de hoogte van de afsluitingen en de modaliteiten voor de plaatsing ervan.

Art. 2bis.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 2bis.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 2bis.

§ 1

De jacht met het geweer is verboden op elk terrein waarvan de aaneengesloten oppervlakte minder bedraagt dan vijfentwintig hectaren ten noorden en ten westen van de lijn Samber en Maas en minder dan vijftig hectare ten zuiden van deze lijn.
Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten terreinen beschouwd, waarop over gans hun uitgestrektheid mag worden gejaagd, de jachtterreinen die doorsneden worden door een openbare of privé-weg, een niet bevaarbare waterloop of een spoorweg.
Worden echter niet als aaneengesloten beschouwd de terreinen:
die hetzij door een autoweg, hetzij door een bevaarbare waterloop, hetzij door een spoorweg met een breedte, bermen inbegrepen, van meer dan vijftig meter, worden doorsneden;
die verbonden zijn door delen waarin omwille van hun afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.
De jacht met geweer is eveneens verboden op elk gedeelte van een terrein, welke ook de oppervlakte van dit laatste weze, waarin omwille van zijn afmetingen geen cirkel met een straal van ten minste vijfentwintig meter kan worden getrokken.

§ 2

De jacht met het geweer op waterwild is evenwel toegestaan op terreinen van geringere oppervlakte dan deze bepaald in § 1, mits deze terreinen, op het ogenblik dat de jacht wordt uitgeoefend, een minimum aaneengesloten wateroppervlakte van één hectare omvatten waarop de jacht toegestaan is.
Voor de toepassing van het eerste lid worden als aaneengesloten beschouwd alle ononderbroken wateroppervlakten, evenals de watervlakten die onderling op natuurlijke of kunstmatige wijze door een watergang verbonden zijn.

[§ 3 Op de terreinen, die verdeeld zijn over twee of meer gewesten of landen, is het jagen toegelaten onder de voorwaarden van dit decreet op het gedeelte van de terreinen gelegen in het Waalse Gewest, voor zover de totale oppervlakte van de aaneengesloten terreinen ten minste gelijk is aan het minimum dat geëist is in een van deze landen of in een van deze gewesten, en voor zover er een reciprociteitsbeginsel bestaat tussen het Waalse Gewest en deze aangrenzende landen of gewesten.]]

[§ 4

Wat het Waalse Gewest betreft, worden de inbreuken op de bepalingen van dit artikel gestraft met een geldboete van 100 of 1000 [euro].]
Waals Gewest

Art. 2ter.
In het Waalse Gewest is het verboden op elk grof wild te jagen op een afgesloten terrein, op straffe van een geldboete van 200 tot 1.000 euro.
Deze bepaling is niet van toepassing op terreinen of delen van terreinen afgebakend met afsluitingen geplaatst voor de veiligheid van personen, met name om redenen van openbare veiligheid of wegveiligheid, voor de bescherming van de teelten en voor de handhaving van het vee.
De Regering bepaalt de hoogte van de afsluitingen en de modaliteiten voor de plaatsing ervan.
]]

Art. 3.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 3.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 3.
[In het Waalse Gewest is het verboden, op straffe van een geldboete van 100 tot 1000 [euro], te jagen op de spoorwegen en hun aanhorigheden. De eigenaar kan echter het jagen toelaten indien de spoorweg niet meer in dienst is.]
Op straffe van dezelfde geldboete is het aan ieder ander dan de aangelande eigenaar of zijn rechthebbende verboden te jagen op de openbare wegen en op de spoorwegbermen.
De aangelande eigenaar mag op de spoorwegbermen van dit recht echter alleen gebruik maken om met buidels en fretten op konijnen te jagen.
Waals Gewest

Art. 4.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 4.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 4.
[In het Waalse Gewest is het verboden te eniger tijd en op enigerlei wijze te jagen op andermans grond zonder toestemming van de eigenaar of zijn rechthebbenden, op straffe van een geldboete van 100 tot 1000 [euro].
De geldboete is van 300 tot 1000 [euro] wanneer het terrein met muren of hagen afgesloten is.]
Waals Gewest

Art. 5.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 5.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 5.
[In het Waalse Gewest worden met een geldboete van 50 tot 100 [euro] gestraft zij die wetens en willens hun honden laten jagen of rondlopen op gronden waarvan het jachtrecht aan een andere toebehoort.]
Het feit dat honden over andermans erf lopen bij het vervolgen van wild dat op het eigendom van hun meester is opgejaagd, kan worden geacht niet onder toepassing te vallen van dit artikel noch van het vorige artikel, behoudens de burgerlijke rechtsvordering in geval van schade.
Waals Gewest

Art. 5bis.

§ 1

In het Waalse Gewest is het verplicht, vanuit een ethisch standpunt, gekwetst wild op te sporen.
Deze opsporing is uitgevoerd door de houder van het jachtrecht of, onder zijn verantwoordelijkheid, door de door hem aangestelde personen.
De houder van het jachtrecht kan de afgevaardigden aanstellen van de in artikel 1quinquies bedoelde erkende verenigingen voor de opsporing van gekwetst grof wild.
De aanstelling kan mondeling of schriftelijk zijn.
Iedere gewapende persoon, die gekwetst wild opspoort, moet in het bezit zijn van een jachtverlof.

§ 2

In het Waalse Gewest is het opsporen van gekwetst wild op andermans terrein toegelaten zonder de in artikel 4, 1e lid, bedoelde toestemming en in afwijking van artikel 5.
Deze opsporing kan echter niet plaatsvinden:
op de plaatsen die een woning vormen in de zin van artikel 15 van de Grondwet;
zonder voorafgaande schriftelijke of mondelinge verwittiging van de betrokkene houder van het jachtrecht of van zijn beëdigde jachtopziener.

§ 3

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 200 [euro].]
Waals Gewest

Art. 6.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 6.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 6.
[In het Waalse Gewest is het verboden op enigerlei wijze te jagen buiten de door de Regering bepaalde tijden.
Het is eveneens verboden te eniger tijd eieren of broedsels van vogels, gerangschikt als wild en levend in de natuur, weg te nemen of te vernielen, te koop te stellen, te verkopen, te kopen, te vervoeren of te venten.
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 200 tot 1000 [euro].]
Waals Gewest

Art. 6bis.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 6bis.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 6bis.
[De Regering bepaalt de modaliteiten voor de verzameling en de analyse van biologische gegevens betreffende de populaties van steenmarter, bunzing en marter om toezicht te houden op hun staat van instandhouding.]]
Waals Gewest

Art. 6ter.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 6ter.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 6ter.
[...]]
Waals Gewest

Art. 7.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 7.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 7.

[§ 1 ]

[Op voorwaarde dat er geen bevredigende oplossing bestaat en zonder het voortbestaan van de betrokkene populatie te schaden, kan de Regering na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], de vangst, de verdrijving of de bestrijding van wildsoorten toelaten [of bevelen]:
a.
in het belang van de bescherming van fauna en flora;
b.
om belangrijke schade aan teelten, veeteelt, bossen, visserijen, wateren te voorkomen;
c.
in het belang van de volksgezondheid en -veiligheid, alsook voor de luchtveiligheid;
d.
met het oog op vorsing en educatie, herbevolking, herinvoering alsook voor het kweken in verband met deze acties.
De Regering bepaalt de tijd- en plaatsomstandigheden, de middelen, installaties of methodes die kunnen gebruikt worden en welke personen bevoegd zijn voor de vangst, de verdrijving of de bestrijding, alsook de voorwaarden die zij moeten vervullen.
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 400 [euro].]

[§ 2

Op grond van de gegevens verzameld krachtens artikel 6bis, neemt de Regering de noodzakelijke maatregelen om de ontrekking en de exploitatie van de steenmarter, de marter en de bunzing te beperken en om die soorten in een gunstige staat van instandhouding te bewaren.
Die maatregelen kunnen met name behelzen:
voorschriften betreffende de toegang tot sommige gebieden;
een tijdelijk of plaatselijk verbod op het onttrekken van specimens aan de natuur en het exploiteren van bepaalde populaties;
voorschriften omtrent de onttrekkingsperioden en/of -wijzen;
het bij de onttrekking toepassen van jachtregels die beantwoorden aan de eisen van instandhouding;
de instelling van een stelsel van onttrekkingsvergunningen of quota;
voorschriften betreffende het kopen, het verkopen, het te koop aanbieden, het in bezit hebben en het vervoeren voor verkoop van specimens.]

Art. 7bis.
De vergoeding voor schade, door konijnen aan vruchten en gewassen veroorzaakt, bedraagt het dubbele van de schade.
Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd bij aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbaal op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
Tenzij de verweerder verkiest het bedrag, door de deskundige als dubbele vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te betalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting, te houden binnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen, dan worden deze in het vonnis vermeld.
[...]
Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing.
[...]
Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Eisen van [24,79 euro] en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet.]
Federale tekst
Beperking toepassing
Artikel 7bis, lid 1 schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof, nr. 5/98 van 21 januari 1998 (B.S., 2 april 1998) en Arbitragehof, nr. 53/98 van 20 mei 1998 (B.S., 17 juli 1998)).
Artikel 7bis van de jachtwet van 28 februari 1882, gewijzigd bij de wet van 4 april 1900, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat het hoger beroep niet meer ontvankelijk is na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis (Arbitragehof nr. 125/2001, 16 oktober 2001 (prejudiciële vraag) (B.S., 6 december 2001 (tweede uitg.))).

Art. 7bis.
[...]]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 7bis.
[...]
Hij die beweert schade te hebben geleden, richt tot de vrederechter een mondeling of schriftelijk verzoek, waarin hij zijn naam, beroep en woonplaats en die van de verantwoordelijke persoon vermeldt, alsmede het voorwerp en de oorzaak van de eis.
Geschiedt het verzoek mondeling, dan maakt de rechter daarvan proces-verbaal op. Binnen de acht dagen benoemt hij een deskundige en, na te bekwamer tijd bij aangetekende brief en zo nodig bij geregistreerd telegram aan partijen kennis te hebben gegeven van de inhoud van het verzoek, alsmede van de dag en het uur van de plaatsopneming en van het deskundig onderzoek, begeeft hij zich, vergezeld van de deskundige ter plaatse. Is de eis vatbaar voor hoger beroep, dan maakt hij van de verklaringen van de deskundige proces-verbaal op en, indien daartoe reden is, ook van zijn eigen bevindingen. De partijen worden verzocht al hun middelen uiterlijk tijdens deze plaatsopneming te doen kennen.
Tenzij de verweerder verkiest het bedrag, door de deskundige als dubbele vergoeding bepaald, en de kosten dadelijk te betalen, verwijst de rechter de zaak naar een terechtzitting, te houden binnen de eerstvolgende acht dagen. Is bij deze verwijzing een van de partijen niet aanwezig, dan wordt haar daarvan aanstonds kennis gegeven bij aangetekende brief. Op de terechtzitting waarnaar de zaak is verwezen, worden partijen zonder enige andere procesvorm gehoord en doet de rechter uitspraak.
Indien de rechter een getuigenverhoor of een nieuw deskundig onderzoek beveelt, geschieden deze binnen acht dagen en partijen pleiten in voorkomend geval zonder verwijl. Het vonnis wordt terstond of uiterlijk binnen acht dagen uitgesproken.
Worden de hierboven gestelde termijnen verlengd om uitzonderlijke redenen, dan worden deze in het vonnis vermeld.
[...]
Hij die beweert schade te hebben geleden, kan de zaak ook bij gewone dagvaarding aanhangig maken. In dat geval kan hij dagvaarden, hetzij tot behandeling van de zaak in haar geheel, hetzij alleen tot instelling van een deskundig onderzoek en dan zijn de leden 2 tot 6 niet van toepassing.
[...]
Aan partijen wordt, binnen drie dagen na de uitspraak, bij ter post aangetekende brief kennis gegeven van het beschikkende gedeelte van elk vonnis dat niet in hun tegenwoordigheid is gewezen.
Hoger beroep is niet meer ontvankelijk na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis. Eisen van [duizend] frank en minder, berekend op de grondslag van het enkele schadebedrag, worden uitgewezen bij een vonnis dat niet vatbaar is voor hoger beroep, maar alleen voor verzet.]
Vlaams Gewest
Beperking toepassing
Artikel 7bis, lid 1 schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof, nr. 5/98 van 21 januari 1998 (B.S., 2 april 1998) en Arbitragehof, nr. 53/98 van 20 mei 1998 (B.S., 17 juli 1998)).
Artikel 7bis van de jachtwet van 28 februari 1882, gewijzigd bij de wet van 4 april 1900, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in zoverre het bepaalt dat het hoger beroep niet meer ontvankelijk is na veertien dagen, te rekenen van de uitspraak van het vonnis (Arbitragehof nr. 125/2001, 16 oktober 2001 (prejudiciële vraag) (B.S., 6 december 2001 (tweede uitg.))).
Artikel 7bis schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet (Arbitragehof nr. 44/2007, 21 maart 2007 (prejudiciële vraag) (B.S., 25 mei 2007 (tweede uitg.))).

Art. 7ter.
[...]]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 7ter.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 7ter.
[...]]
Waals Gewest

Art. 8.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 8.
[...]
[...]
Vlaams Gewest

Art. 8.
[In het Waalse Gewest, onverminderd de bepalingen van artikel 7, is het te allen tijde verboden te vervoeren en gebruik te maken van netten, stropen, wildklemmen, tuigen, al dan niet vergiftigde lokazen, en alle andere tuigen voor de vangst, de bestrijding of om de vangst of de bestrijding van alle wild te vergemakkelijken.
[De vernietiging van de steenmarter en van de bunzing d.m.v. vuurwapens mag niet uitgevoerd worden met halfautomatische of automatische wapens waarvan de lader meer dan twee patronen kan bevatten.]
Het houden, de verkoop en het te koop te stellen van wildklemmen is verboden.
Elk jachtbedrijf vanuit een motorvoertuig is verboden.
[De [...] afsluitingen bedoeld in artikel 2ter, tweede lid, worden niet als tuig beschouwd in de zin van dit artikel.]
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 [euro].]

Art. 9.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 9.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 9.
[In het Waalse Gewest is het artikel 8 niet toepasselijk op:
buidels voor het vangen van konijnen;
tuigen die de eigenaar of zijn rechthebbende met machtiging van de Regering zal mogen gebruiken om voor de teelt bestemde fazanten in zijn bossen opnieuw te bemachtigen;
vangtuigen gebruikt voor wetenschappelijke vorsingsdoeleinden of voor profylactische doeleinden, binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald door de Regering;
selectieve vangtuigen volgens de modaliteiten bepaald door de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden];
middelen toegelaten door de Regering op grond van artikel 7.]

Art. 9bis.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 9bis.
[In het Waalse Gewest:

§ 1

Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] treft de Regering een regeling voor het gebruik van projectielen, tuigen, toestellen, of procédés, jachtwijzen of -technieken ter uitoefening van de jacht.
De parforcejacht is verboden in het Waalse Gewest.

§ 2

Het is verboden met een vuurwapen gebruik te maken van jachtkansels gelegen op minder dan tweehonderd meter van elk terrein waar iemand anders met het geweer jaagt of van een natuurreservaat in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, behalve indien de jacht er toegelaten is, of van een kunstmatige voederplaats voor het wild.
Het voorafgaand verbod slaat niet op jachtkansels benut voor de bestrijding van de houtduif onder de door de Regering bepaalde voorwaarden.

§ 3

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 [euro].]]

Art. 9bis.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 10.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 10.
[...]

Art. 10.
[In het Waalse Gewest is het verboden dood wild te vervoeren of in de handel te brengen, behalve vanaf de opening van de jacht tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht op dit wild.
Het verbod van het eerste lid slaat niet op wildpreparaten wanneer het wild dat er in verwerkt is, volledig onherkenbaar is.
Wanneer de jacht in een beperkt gebied geopend is, kan de Regering een regeling treffen voor het vervoer en het te koop stellen van het wild geschoten tijdens de betrokken periode.
De handelaars in wild, tafelhouders en restaurateurs kunnen alle wild vervoeren, laten vervoeren, stockeren, gereedmaken, behandelen, in de handel brengen na de in het 1e en 2e lid bedoelde periodes op voorwaarde dat zij hun herkomst kunnen bepalen, hun regelmatig houden kunnen bewijzen, onder meer ten opzichte van de regeling toepasselijk in de Staat of in het Gewest van herkomst en dat zij de voorwaarden vastgesteld door de Regering na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] beantwoorden.
De Regering kan beslissen dat het vervoer of het in de handel brengen van dood wild eveneens verboden is of gereglementeerd wordt tijdens de periode vanaf de opening van de jacht tot en met de tiende dag volgend op de sluiting van de jacht.
[In geval van sanitair risico kan de regering ook het vervoer van elk geschoten wild naar wildverzamelcentra bevelen met het oog op analyse, en voor de vernietiging ervan. De Regering bepaalt de gebieden waarop de maatregel betrekking heeft, wijst de verzamelcentra aan, bepaalt de vervoervoorwaarden van het geschoten wild naar deze centra en de voorwaarden voor een eventuele vergoeding.]
Wat betreft het grof wild kan de Regering een Waalse herkomst- en kwaliteitslabel instellen, dat bestemd is voor de teeltprodukten en de jachtprodukten. Zij bepaalt de toekenningsvoorwaarden van het label.
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 [euro] en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.]

Art. 11.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 11.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 11.
Het wild mag [...] worden opgespoord en in beslag genomen, overeenkomstig de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering, op elk ogenblik en in alle plaatsen en voertuigen die geen woning vormen in de zin van artikel 15 van de Grondwet.
[...]
[Het gevangen wild wordt onmiddellijk door de burgemeester van de gemeente ter beschikking gesteld van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn (O.C.M.W.). In geval van weigering van het O.C.M.W. wordt het door de burgemeester ter beschikking gesteld van een ander O.C.M.W. of van een v.z.w. die als doel heeft de minst bedeelden bij te staan.]
Waals Gewest

Art. 12.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 12.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 12.
[Het vervoer en het loslaten van levend klein wild en van levend waterwild is alleen toegelaten van de dag na de sluiting van de jacht tot de dertigste dag vóór de opening van de jacht op het betrokken soort. Wat het soort patrijs betreft, zijn het vervoer en het loslaten toegelaten tot de vijftiende dag vóór de opening van de jacht op dit soort.
Bovendien wanneer vogels aanzien als wild, gevangen in de natuur en vermeld in de bijlage III, deel 2, van de Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, vervoerd worden voor de verkoop wordt dit vervoer alleen toegelaten door de Regering na raadpleging van de Commissie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, punten 3 en 4, van deze Richtlijn.
Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] bepaalt de Regering de voorwaarden die het loslaten van klein wild en waterwild regelen.
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 5000 [euro] en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.]

Art. 12bis.

§ 1

Wat het grof wild en het overige wild betreft zijn te allen tijde verboden:
het kopen, het vervoeren, het te koop stellen, het verkopen en het loslaten van elk levend dier;
het uitbaten van teeltparken, reserves en de herbevolking van dieren bestemd om losgelaten, gejaagd of afgeschoten te worden.

§ 2

Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] zal de Regering al dan niet in de tijd beperkte afwijkingen kunnen verlenen ten voordele van:
de wetenschap, het onderzoek of het behoud van het wild in de natuur;
het telen van wild voor de productie van vlees of voor toeristische doeleinden, voor zover deze teelt de wilde populaties niet schaadt.

§ 3

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 5000 [euro] en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.]

Art. 12ter.

§ 1

Met uizondering van het wild zwijn is het bijbrengen van voedsel voor het grof wild verboden.

§ 2

Nochtans, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], kan het bijbrengen van voedsel toegelaten worden of verplicht zijn als aanvulling onder de door de Regering vastgelegde voorwaarden, tussen 1 november en 30 april, op een geheel van biologische gelijkaardige terreinen.

§ 3

Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] kan de Regering strikt in de tijd beperkte afwijkingen van de bepalingen van §§ 1 en 4 toestaan voor het belang van de wetenschap, het natuurbehoud of voor sanitaire doeleindes.

§ 4

Het voedsel bijbrengen voor wilde zwijnen kan enkel plaatsvinden als afleiding om de teelten van belangrijke schade te beschermen en onder de voorwaarden bepaald door de Regering na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden].

§ 5

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 1000 [euro].]

Art. 12quater.
In het Waalse Gewest is het loslaten en het in de natuur invoeren van elk dier voortkomend uit een kruising van twee soorten, waarvan één een wild dier is, verboden op straffe van een geldboete van 100 tot 5000 [euro] en met een gevangenisstraf van een maand tot twee jaar, of slechts met één van deze straffen.]
Waals Gewest

Art. 13.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 13.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 13.
De jacht in de stadsdomeinen [en de domeinen van het Waalse Gewest] is alleen geoorloofd ingevolge een openbare aanbesteding.
De jacht in het Zoniënbos, in de bossen van Saint-Hubert en in het Hertogenwald, alsook in de staatseigendommen grenzende aan het “domaine d'Ardenne”, is evenwel voorbehouden aan de Kroon.
[In de domeinen van het Waalse Gewest moet de aannemer bij toewijzing in het bezit zijn van een door het Waalse Gewest uitgereikte jachtverlof. Wat deze domeinen betreft heeft de uittredende aannemer bij toewijzing, die tijdens een nieuwe aanbestedingsprocedure het hoogste aanbod niet doet, het recht te worden aangesteld als aannemer bij toewijzing door een prijs te betalen gelijk aan het bedrag van deze aanbesteding, behalve wanneer hij de bepalingen van de vorige overeenkomst(en) niet heeft nageleefd of indien hij het onderwerp is geweest van een definitieve veroordeling tot straf wegens inbreuk op deze wet.]
Waals Gewest

Art. 14.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 14.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 14.

[§ 1

Voor elke jachtwijze wordt hij die jagend wordt aangetroffen en niet in het bezit is van een in § 3 bedoelde jachtverlof of jachtvergunning gestraft met een geldboete van 200 [euro]. Indien de jager het bewijs kan leveren van een jachtverlof of van een jachtvergunning, maar niet in het bezit is van deze dokumenten, wordt de geldboete tot 25 [euro] verminderd.
Nochtans moeten de jachtopzieners, alsook de drijvers en andere helpers tijdens de waarneming van hun opdracht niet in het bezit zijn van een jachtverlof of -vergunning.
Hij die jagend wordt aangetroffen en het vereiste verlof niet overlegt, wordt, behalve tot de geldboete bij dit artikel bepaald, ambtshalve veroordeeld tot betaling van het bedrag van de voor dit verlof verschuldigde taks en door het strafbare feit ontdoken is.
Het jachtverlof en de jachtvergunning moeten getoond worden op elk verzoek van één der in artikel 24 bedoelde agenten. Zij zijn persoonlijk.

§ 2

Het jachtverlof wordt door de door de Regering aangestelde ambtenaren uitgereikt tegen betaling aan het Waalse Gewest van een jaarlijkse taks van [223,10 euro]. Het is geldig alle dagen van de week.
De Regering bepaalt de vorm en de andere voorwaarden voor de uitreiking van het verlof.
De Regering kan de toekenning van het jachtverlof aan een eksamen onderwerpen.

§ 3

De houder van een in het Waalse Gewest uitgereikt jachtverlof kan een jachtvergunning bekomen voor zijn genodigde, die niet in dit Gewest woont.
Deze vergunning is geldig tijdens vijf opeenvolgende dagen en zij wordt uitgereikt tegen de betaling aan het Gewest van een taks van [37,18 euro].
Deze vergunning vermeldt de naam van de houder van het verlof en de naam van de houder van de vergunning, alsook de data en de plaats waar zij zal worden gebruikt.
De Regering bepaalt de vorm en de voorwaarden voor de uitreiking van de vergunning en duidt de voor haar uitreiking bevoegde ambtenaren aan.

§ 4

Overeenkomstig de indexschommelingen kan de Regering overgaan tot een driejaarlijkse herziening van de bedragen van de in §§ 2 en 3 bedoelde taksen.
De krachtens de bepalingen van de §§ 2 en 3 geïnde bedragen kunnen niet terugbetaald worden.
Nochtans, indien het jachtverlof of de jachtvergunning niet uitgereikt werden, kan een aanvraag om terugbetaling van hun bedrag ingediend worden bij de Minister bevoegd voor de jacht.
De in §§ 2 en 3 bedoelde bedragen worden betaald vóór de uitreiking van het jachtverlof of van de jachtvergunning bij middel van een storting of een overschrijving op de rekening van de ontvangsten van het Ministerie van het Waalse Gewest.

§ 5

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden opgespoord en vastgesteld door de in artikel 24 bedoelde ambtenaren, wachters en agenten, alsook door de ambtenaren of agenten daartoe door de Regering aangesteld. Buiten dewelke bedoeld in § 1, worden de andere inbreuken op de bepalingen van dit artikel gestraft met een geldboete van 100 tot 200 [euro].]
Waals Gewest

Art. 15.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 15.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 15.
[De misdrijven, in de hierboven artikelen 3, 4, 6, 8, 9bis en 14 omschreven, worden gestraft met dubbele geldboete en met gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, wanneer zij worden gepleegd door middel van een verboden wapen, wanneer de schuldigen verkleed of gemaskerd zijn, of wanneer de feiten in bende of bij nacht worden gepleegd.]
Waals Gewest

Art. 16.
De straffen worden verdubbeld ten aanzien van douanebeambten, veld- of boswachters, rijkswachters of bijzondere wachters, die zich schuldig maken aan één van de misdrijven bij deze wet omschreven.
Federale tekst

Art. 16.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 16.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 17.
[...]

Art. 18.
Elk van de verschillende straffen wordt verdubbeld in geval van herhaling. Zij worden verdrievoudigd in geval van een derde veroordeling en nemen in dezelfde verhouding toe bij latere veroordelingen.
Die straffen mogen evenwel duizend [euro] geldboete en acht maanden gevangenisstraf niet te boven gaan.
Herhaling bestaat wanneer de schuldige in de loop van de twee voorgaande jaren veroordeeld is wegens één van de misdrijven bij deze wet omschreven.
Federale tekst

Art. 18.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 18.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 19.
[...]

Art. 20.
Behalve in het geval van [artikel 4, eerste lid], wordt het wapen waarvan de schuldige zich heeft bediend, verbeurd verklaard; hij is gehouden het wapen onmiddellijk af te geven aan de agent die proces-verbaal opmaakt.
Indien hij het niet afgeeft, wordt hij gestraft met een bijzondere geldboete van honderd [euro].
Federale tekst

Art. 20.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 20.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 21.
De vader, de moeder, de meester en zij die andere aanstellen, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de bij deze wet omschreven misdrijven, gepleegd door hun ongehuwde minderjarige kinderen die bij hen inwonen, door hun dienstboden of aangestelden, behoudens verhaal als naar recht.
Die aansprakelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek en vindt alleen toepassing op de schadevergoeding en de kosten, zonder evenwel aanleiding te geven tot lijfsdwang.
Federale tekst

Art. 21.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 21.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 22.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 22.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 22.
De jagers mogen niet worden ontwapend, behalve in de volgende gevallen:
1.
wanneer de schuldige verkleed of gemaskerd is, weigert zijn naam kenbaar te maken of geen bekende woonplaats heeft;
2.
wanneer het misdrijf bij nacht gepleegd wordt;
3.
wanneer de schuldige bedreigingen, smaad of geweld pleegt tegen de agenten van het openbaar gezag of van de openbare macht;
[4.
wanneer de jager klaarblijkelijk dronken is.]
In de gevallen van 1, kan de schuldige worden aangehouden en geleid voor de burgemeester of [de rechter in de politierechtbank], die zich van zijn identiteit vergewist en hem, indien daartoe grond bestaat, ter beschikking stelt van de procureur des Konings.
Waals Gewest

Art. 23.
De bij deze wet omschreven misdrijven worden bewezen hetzij door processen-verbaal of verslagen, hetzij door getuigen bij ontstentenis van verslagen en processen-verbaal of tot staving ervan.
Federale tekst

Art. 23.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 23.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 24.
De processen-verbaal, opgemaakt door [politieambtenaren bekleed met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie], [personeelsleden, in de zin van artikel 3, 1°, van het Boswetboek], kantonniers, stationchefs, [...] of [bijzondere veldwachters] van bijzondere personen, leveren bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is.
De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in [artikel 8, eerste lid en derde lid en in artikel 10, eerste lid], opsporen en vaststellen.
Waals Gewest

Art. 24.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 24.
[...]
De processen-verbaal van douanebeambten leveren eveneens bewijs op zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer die agenten in de plaatsen waar zij gemachtigd zijn hun bediening uit te oefenen, de misdrijven omschreven in [artikel 19, eerste lid en derde lid en in artikel 26, eerste lid van het Jachtdecreet van 24 juli 1991], opsporen en vaststellen.
Vlaams Gewest

Art. 25.
[...]
Federale tekst

Art. 26.
De vervolging geschiedt ambtshalve, maar indien het enkel een overtreding van de artikelen 4 of 5 betreft, geschiedt de vervolging niet dan op klacht van de houder van het jachtrecht of van zijn rechthebbende. De klager is alleen dan gehouden zich burgerlijke partij te stellen, indien hij schadevergoeding wil vorderen.
Wanneer de overtreding van artikel 4 evenwel begaan wordt op een eigendom dat deel uitmaakt van het openbaar domein of van het privaat domein van de Staat, van de provincie, van de gemeente of van openbare instellingen, en waarvan de jacht niet verhuurd is, geschiedt de vervolging ambtshalve.
Federale tekst

Art. 26.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 26.
De vervolging geschiedt ambtshalve, maar indien het enkel een overtreding van de [artikelen 7 en 10 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] betreft, geschiedt de vervolging niet dan op klacht van de houder van het jachtrecht of van zijn rechthebbende. De klager is alleen dan gehouden zich burgerlijke partij te stellen, indien hij schadevergoeding wil vorderen.
Wanneer de overtreding van [artikel 7 van het Jachtdecreet van 24 juli 1991] evenwel begaan wordt op een eigendom dat deel uitmaakt van het openbaar domein of van het privaat domein van de Staat, van de provincie, van de gemeente of van openbare instellingen, en waarvan de jacht niet verhuurd is, geschiedt de vervolging ambtshalve.
Vlaams Gewest

Art. 27.
In alle gevallen bepaald bij deze wet, spreekt de rechter, voor het geval dat de geldboete niet betaald wordt, een gevangenisstraf uit, waarvan de uitvoering en de duur overeenkomstig de artikelen 40 en 41 van het Strafwetboek worden geregeld.
Federale tekst

Art. 27.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 27.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 28.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 28.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 28.
[In het Waalse Gewest verjaart de strafvordering wegens een van de misdrijven bij deze wet omschreven door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop het misdrijf gepleegd is.]
Waals Gewest

Art. 29.
De rechtbank waarbij een van de bij deze wet omschreven misdrijven aanhangig is, kan schadevergoeding toekennen op klacht van de eigenaar der vruchten, voor gezien getekend door de burgemeester en vergezeld van een door deze ambtenaar kosteloos opgemaakt proces-verbaal van schatting van de schade.
De voorgaande bepaling is toepasselijk in de gevallen van artikel [552, 6°], en van artikel 556, 6° en 7°, van het Strafwetboek.
Federale tekst

Art. 29.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 29.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 30.
[De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de misdrijven bij deze wet omschreven. Wanneer echter verzachtende omstandigheden in aanmerking worden genomen, wordt de bij artikel 20, tweede lid, bepaalde bijzondere geldboete niet verminderd en is de politierechtbank bevoegd om die uit te spreken.]
Federale tekst

Art. 30.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 30.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 30bis.
[...]
]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 30bis.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 30bis.
[In het Waalse Gewest kan de Regering, in het belang van de wetenschap, van het natuurbeheer[, voor bewezen sanitaire risico's] of tot voorkoming van belangrijke schade, afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 2bis, 9bis, 10, 1e lid, 12, 1e lid, 12bis, § 1, van deze wet.]]

Art. 30ter.

§ 1

Elke beslissing genomen ter uitvoering van deze wet mag niet als doel of gevolg hebben een afwijking te zijn van een regel van internationaal recht zonder de door haar opgelegde voorwaarden na te leven.

§ 2

Wat betreft de krachtens deze wet genomen beslissingen die niet volledig in het Belgisch Staatsblad bekend worden gemaakt, treft de Regering, na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden], de nodige maatregelen om ze bekend te maken langs andere wegen dan het Belgisch Staatsblad of om het publiek te informeren over de manier waarop het er kennis van kan nemen.]

Art. 31.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 31.
[...]
Vlaams Gewest

Art. 31.
[De Koning kan alle maatregelen treffen die hij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 1bis van deze wet, evenals van hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben.
De feiten verboden door de maatregelen getroffen op grond van vorig lid worden gestraft met geldboete van vijf [euro] tot vijfentwintig [euro], benevens verbeurdverklaring van de in beslag genomen vogels en van de netten, de strikken, het lokaas en de andere tuigen.
In geval van herhaling wordt het maximum van de geldboete opgelegd en de rechtbank kan, behalve geldboete, ook gevangenisstraf van drie dagen tot zeven dagen uitspreken.]
Federale tekst
Beperking toepassing
Opgeheven bij art. 33 Decr. W. Gew. R. 14 juli 1994 (B.S., 28 september 1994), met ingang van 1 juli 1995, behalve wat betrekking heeft op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van hun stoffelijk overschot.

Art. 31bis.
[...]]
Vlaams Gewest

Art. 31ter.
[...]
]
Vlaams Gewest

Art. 32.
Opgeheven worden [het decreet van 28-30 april 1790], het decreet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het de jachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873, alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet.
Federale tekst

Art. 32.
[...]
Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Art. 32.
Opgeheven worden [het decreet van 28-30 april 1790], het decreet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het de jachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873, alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet.
[In het Waalse Gewest worden opgeheven:
de artikelen 6bis, 6ter en 7ter;
het artikel 31, behalve wat betrekking heeft op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van hun stoffelijk overschot;
de benaming “Bepalingen eigen aan het Waalse Gewest” ingevoegd tussen de artikelen 32 en 33 van de jachtwet van 28 februari 1882;
de artikelen 33 tot 37;
het decreet van 28 juni 1990 betreffende het jachtverlof en de jachtvergunning. De regeling betreffende de uitreiking van het jachtverlof en de jachtvergunning, alsook de bestaande formulieren hieromtrent blijven echter van toepassing indien zij niet tegenstrijdig zijn met dit decreet en zolang de Regering geen nieuwe regels vastgesteld heeft;
het koninklijk besluit van 17 augustus 1964 tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht;
het artikel 13 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886.]
Waals Gewest


Bepalingen eigen aan het Waals Gewest


Art. 33.
[...]
Waals Gewest

Art. 34.
[...]
Waals Gewest

Art. 35.
[...]
Waals Gewest

Art. 36.
[...]
Waals Gewest

Art. 37.
[...]
Waals Gewest