Art. 12.
[Het vervoer en het loslaten van levend klein wild en van levend waterwild is alleen toegelaten van de dag na de sluiting van de jacht tot de dertigste dag vr de opening van de jacht op het betrokken soort. Wat het soort patrijs betreft, zijn het vervoer en het loslaten toegelaten tot de vijftiende dag vr de opening van de jacht op dit soort.
Bovendien wanneer vogels aanzien als wild, gevangen in de natuur en vermeld in de bijlage III, deel 2, van de Richtlijn 79/409/EEG inzake het behoud van de vogelstand, vervoerd worden voor de verkoop wordt dit vervoer alleen toegelaten door de Regering na raadpleging van de Commissie, overeenkomstig de bepalingen van artikel 6, punten 3 en 4, van deze Richtlijn.
Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] bepaalt de Regering de voorwaarden die het loslaten van klein wild en waterwild regelen.
De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 5000 [euro] en met een gevangenisstraf van n maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.]