Art. 12bis.

§ 1

Wat het grof wild en het overige wild betreft zijn te allen tijde verboden:
het kopen, het vervoeren, het te koop stellen, het verkopen en het loslaten van elk levend dier;
het uitbaten van teeltparken, reserves en de herbevolking van dieren bestemd om losgelaten, gejaagd of afgeschoten te worden.

§ 2

Na advies van [de Beleidsgroep Landelijke Aangelegenheden] zal de Regering al dan niet in de tijd beperkte afwijkingen kunnen verlenen ten voordele van:
de wetenschap, het onderzoek of het behoud van het wild in de natuur;
het telen van wild voor de productie van vlees of voor toeristische doeleinden, voor zover deze teelt de wilde populaties niet schaadt.

§ 3

De inbreuken op de bepalingen van dit artikel worden gestraft met een geldboete van 100 tot 5000 [euro] en met een gevangenisstraf van één maand tot twee jaar, of slechts met een van deze straffen.]