Art. 21.
De vader, de moeder, de meester en zij die andere aanstellen, zijn burgerrechtelijk aansprakelijk voor de bij deze wet omschreven misdrijven, gepleegd door hun ongehuwde minderjarige kinderen die bij hen inwonen, door hun dienstboden of aangestelden, behoudens verhaal als naar recht.
Die aansprakelijkheid wordt geregeld overeenkomstig artikel 1384 van het Burgerlijk Wetboek en vindt alleen toepassing op de schadevergoeding en de kosten, zonder evenwel aanleiding te geven tot lijfsdwang.
Federale tekst