Art. 31.
[De Koning kan alle maatregelen treffen die hij nuttig acht voor de bescherming van alle in het wild levende vogelsoorten andere dan deze vermeld in artikel 1bis van deze wet, evenals van hun eieren, zelfs uitgeblazen, en van hun jongen. Deze maatregelen kunnen zowel op levende als op dode of geprepareerde vogels betrekking hebben.
De feiten verboden door de maatregelen getroffen op grond van vorig lid worden gestraft met geldboete van vijf [euro] tot vijfentwintig [euro], benevens verbeurdverklaring van de in beslag genomen vogels en van de netten, de strikken, het lokaas en de andere tuigen.
In geval van herhaling wordt het maximum van de geldboete opgelegd en de rechtbank kan, behalve geldboete, ook gevangenisstraf van drie dagen tot zeven dagen uitspreken.]
Federale tekst
Beperking toepassing
Opgeheven bij art. 33 Decr. W. Gew. R. 14 juli 1994 (B.S., 28 september 1994), met ingang van 1 juli 1995, behalve wat betrekking heeft op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van hun stoffelijk overschot.