Art. 32.
Opgeheven worden [het decreet van 28-30 april 1790], het decreet van 11 juli 1810, het decreet van 4 mei 1812, voor zover het de jachtverloven betreft, de wetten van 26 februari 1846 en van 29 maart 1873, alsmede alle andere bepalingen die strijdig zijn met deze wet.
[In het Waalse Gewest worden opgeheven:
de artikelen 6bis, 6ter en 7ter;
het artikel 31, behalve wat betrekking heeft op de invoer, de uitvoer en de doorvoer van niet-inheemse vogelsoorten en van hun stoffelijk overschot;
de benaming “Bepalingen eigen aan het Waalse Gewest” ingevoegd tussen de artikelen 32 en 33 van de jachtwet van 28 februari 1882;
de artikelen 33 tot 37;
het decreet van 28 juni 1990 betreffende het jachtverlof en de jachtvergunning. De regeling betreffende de uitreiking van het jachtverlof en de jachtvergunning, alsook de bestaande formulieren hieromtrent blijven echter van toepassing indien zij niet tegenstrijdig zijn met dit decreet en zolang de Regering geen nieuwe regels vastgesteld heeft;
het koninklijk besluit van 17 augustus 1964 tot regeling van het gebruik van jachtkansels met het oog op de uitoefening van de jacht;
het artikel 13 van het Veldwetboek van 7 oktober 1886.]
Waals Gewest