Art. 25.
De overtredingen van deze wet zijn het voorwerp van hetzij strafvervolgingen, hetzij een schikking of administratieve vervolgingen, overeenkomstig de titels IV en VI van Deel VIII van het decreetgevend deel van Boek I van het Milieuwetboek, tenzij het openbaar ministerie overweegt gebruik te maken of gebruik maakt van de bevoegdheden die hem krachtens de artikelen 216bis en 216ter van het Gerechtelijk wetboek toegewezen worden.
Voor de toepassing van dezelfde titels IV en VI van Deel VIII van het decreetgevend Deel van Boek I van het Milieuwetboek, worden de overtredingen op deze wet gelijkgesteld met overtredingen van vierde categorie, met uitzondering van de overtredingen op artikel 1quater, 2, 2bis, 2ter, 3, 6, 12, 12bis of 12ter die gelijkgesteld worden met overtredingen van derde categorie.