Titel I.
Algemene bepalingen


Art. 1.1.1.
Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.

Art. 1.1.2.
Dit decreet voorziet, voor wat de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest betreft, in de omzetting van:
[de Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG;]
[de Richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;]
[de Richtlijn 2009/72/EG betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van richtlijn 2003/54/EG;]
[de Richtlijn 2009/73/EG van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van Richtlijn 2003/55/EG;]
[...]
[de richtlijn 2012/27/EU van de Europese Unie van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG;]
[...]

Art. 1.1.3.
In dit decreet wordt verstaan onder:
[aanbieder van energiediensten: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in de inrichtingen of gebouwen van een netgebruiker energiediensten of andere maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie levert;]
1°/1
[]aangifteplichtige: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die de EPB-eisen moet naleven;
[...]
aansluitbare wooneenheid of gebouw: wooneenheid die of gebouw dat nog niet aangesloten is op het aardgasdistributienet, en waarbij aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
a)
er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg aan dezelfde kant van de weg en ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw;
b)
de wooneenheid of het gebouw is niet gelegen in een gebied dat bestemd is voor bewoning en er is een lagedrukleiding aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw, al of niet aan dezelfde kant van de wooneenheid of het gebouw;
c)
een middendrukleiding, categorie A of B, is aanwezig langs de openbare weg ter hoogte van de wooneenheid of het gebouw en deze leiding is specifiek aangelegd voor het aansluiten van respectievelijk wooneenheden of gebouwen;
aansluitingsgraad: het aantal aangesloten wooneenheden en gebouwen in verhouding tot het totaal aantal wooneenheden en gebouwen in een bepaald gebied;
aardgas: elke gasvormige brandstof van ondergrondse oorsprong die hoofdzakelijk uit methaan bestaat, met inbegrip van vloeibaar aardgas;
aardgasdistributienet: geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen, die noodzakelijk zijn voor de distributie van aardgas aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest [en dat geen gesloten distributienet, privédistributienet of directe leiding betreft];
aardgasdistributienetbeheerder: beheerder van een aardgasdistributienet, aangewezen overeenkomstig artikel 4.1.1;
aardgasinvoerder: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die aardgas invoert in België;
[8°/1
ACER: het agentschap, opgericht overeenkomstig verordening nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators;]
[8°/2
achterliggende afnemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt van een gesloten distributienet of een privédistributienet;]
[8°/3
achterliggende netgebruiker: natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas injecteert op of afneemt van een gesloten distributienet of een privédistributienet;]
actieverplichting: een door de Vlaamse Regering aan de netbeheerders in het kader van een openbaredienstverplichting opgelegde REG-actie;
[9°/1
aerothermische energie: energie die in de vorm van warmte is opgeslagen in de omgevingslucht;]
10°
afnamepunt: punt waar elektriciteit of aardgas van het net wordt afgenomen en verbruikt;
11°
afnemer: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn eigen behoeftes;
12°
afsluiten: het buiten dienst stellen van de aansluiting of het ontzeggen van de toegang tot het net door de aansluiting af te koppelen van de installaties van de afnemer;
12°/1
[aggregator: dienstenverrichter die meerdere capaciteiten voor afname, consumptie, productie of injectie combineert om in georganiseerde energiemarkten te verkopen of te veilen;]
13°
allocatie: toewijzing [...] van energiehoeveelheden aan de verschillende marktpartijen;
13°/1
[bandingdeler: de bandingdeler is gelijk aan:
a)
97 euro per groenestroomcertificaat voor de berekening van de bandingfactor voor de toekenning van groenestroomcertificaten;
b)
35 euro per warmte-krachtcertificaat voor de berekening van de bandingfactor voor de toekenning van warmte-krachtcertificaten;
]
13°/2
[bandingfactor: onrendabele top gedeeld door de bandingdeler;]
13°/3
[beheerder van een gesloten distributienet: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die exploitant is van een gesloten distributienet;]
14°
beschermd volume: het beschermde volume van het gebouw zoals dat gedefinieerd is in de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;
15°
[...]
16°
bevrachter: rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met een vervoeronderneming met betrekking tot het vervoer van aardgas tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten op het vervoernet;
[16/1°
bijna-energieneutraal gebouw: een gebouw met een zeer hoge energieprestatie, waarbij de dichtbij nul liggende of zeer lage hoeveelheid energie die nog vereist is, in zeer aanzienlijke mate wordt geleverd uit hernieuwbare energiebronnen die ter plaatse of dichtbij wordt geproduceerd;]
17°
[...]
18°
[...]
[18°/1
biobrandstoffen: vloeibare of gasvormige brandstof voor vervoer die geproduceerd is uit biomassa;
18°/1/1
[biogas: gas uit de anaerobe vergisting van organisch-biologische stoffen;]
18°/2
biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong van de landbouw (met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen), de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur, alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;]
19°
[BKG-installatie: een vaste technische eenheid met inrichtingen of activiteiten die in de indelingslijst, vermeld in artikel 5.2.1, § 1, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, als BKG-inrichting of activiteit zijn aangeduid, alsook andere op dezelfde locatie ten uitvoer gebrachte en daarmee rechtstreeks samenhangende inrichtingen of activiteiten die technisch in verband staan met de voormelde inrichtingen of activiteiten en die gevolgen kunnen hebben voor de emissies en de verontreiniging;]
20°
brandstofleveranciers: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers aardgas, stookolie, steenkool, methaan, butaan en propaan levert;
21°
[...]
22°
bruto binnenlands energieverbruik: het primaire energieverbruik verminderd met de geleverde energie aan de internationale lucht- en scheepvaartbunkers;
22°/1
[[Btot: de totale bandingcoëfficiënt, dat is de verhouding tussen het aantal toegekende, voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten in kalenderjaar n-2 en de totale brutoproductie van groene stroom in het Vlaamse Gewest in datzelfde kalenderjaar zoals te rapporteren in het kader van de richtlijn 2009/28/EG en volgens de daarin vastgelegde berekeningsmethode;]]
23°
budgetmeter: een budgetmeter voor elektriciteit of een budgetmeter voor aardgas;
24°
[budgetmeter voor aardgas: aardgasmeter met hulpkrediet die toelaat te werken via een systeem van voorafbetaling in het kader van een aan de netbeheerder opgelegde openbaredienstverplichting inzake de bescherming van huishoudelijke afnemers bij wanbetaling;]
25°
[budgetmeter voor elektriciteit: elektriciteitsmeter met begrenzer en hulpkrediet die toelaat te werken via een systeem van voorafbetaling in het kader van een aan de netbeheerder opgelegde openbaredienstverplichting inzake de bescherming van huishoudelijke afnemers bij wanbetaling;]
[25°/1
datum van indienstneming: datum waarop een productie-installatie voor het eerst in dienst werd genomen of datum waarop een warmte-krachtinstallatie ingrijpend gewijzigd werd;]
[Voor groenestroominstallaties is dit de datum waarop de productie-installatie voor het eerst elektriciteit uit een hernieuwbare energiebron produceerde. Voor warmte-krachtinstallaties is dat de datum waarop de eerste gelijktijdige productie van elektriciteit of mechanische energie, en nuttige warmte plaatsvond, of de datum waarop de laatste ingrijpende wijziging voor het eerst gelijktijdig elektriciteit of mechanische energie, en nuttige warmte produceerde;]
26°
[directe lijn: een elektriciteitslijn met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, die een productieinstallatie met een afnemer verbindt;]
27°
directe leiding: elke leiding voor aardgasdistributie die geen deel uitmaakt van een aardgasdistributienet;
28°
[distributie: de activiteit die erin bestaat elektriciteit via elektrische lijnen met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, of aardgas via plaatselijke aardgasleidingen te brengen tot bij afnemers, de levering zelf niet inbegrepen;]
29°
distributienet: elektriciteitsdistributienet of aardgasdistributienet;
30°
distributienetbeheerder: elektriciteitsdistributienetbeheerder of aardgasdistributienetbeheerder;
[30°/1
eigen site: het kadastrale perceel of de aansluitende kadastrale percelen van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon als eigenaar [, erfpachter,] , opstalhouder of concessiehouder;]
[30/2°
eilandwerking: de situatie waarin[, met uitzondering van mobiele installaties,] een productie-installatie in normale werking niet gekoppeld is aan:
a)
het elektriciteitsdistributienet of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten;
b)
het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten;
c)
het transmissienet;
]
31°
eindverbruiksector: ondernemingen en particulieren die energie afnemen of produceren om geheel of overwegend in de eigen energiebehoefte te voorzien;
32°
[elektriciteitsdistributienet: geheel van onderling verbonden elektrische leidingen met een nominale spanning die gelijk is aan of minder is dan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die noodzakelijk zijn voor de distributie van elektriciteit aan afnemers binnen een geografisch afgebakend gebied in het Vlaamse Gewest, dat geen gesloten distributienet, privédistributienet of directe lijn is;]
33°
elektriciteitsdistributienetbeheerder: beheerder van een elektriciteitsdistributienet, aangewezen overeenkomstig artikel 4.1.1;
34°
[...]
35°
[...]
36°
[...]
37°
energiebeleidsovereenkomst: iedere overeenkomst tussen het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering, en een andere partij, waarbij die andere partij zich engageert om binnen een afgesproken termijn een vooropgestelde verbetering inzake energie-efficiëntie te behalen of te stimuleren, tot de wereldtop inzake energie-efficiëntie in haar sector te behoren of een bepaald percentage van het energieverbruik te dekken met behulp van hernieuwbare energietechnologieën of daarvoor stimulansen te verstrekken;
38°
energieboekhouding: het regelmatig meten, registreren, analyseren en rapporteren van het energiegebruik;
39°
[energiedeskundige: de natuurlijke persoon, die onderworpen is aan het sociaal statuut van zelfstandige en die het energieprestatiecertificaat opstelt of energieadvies verstrekt, of de rechtspersoon binnen wiens organisatie het energieprestatiecertificaat opgesteld wordt of energieadvies verstrekt wordt door een zaakvoerder, bestuurder of bezoldigde werknemer;]
39°/1
[energiedienst: het fysieke voordeel, nut of welzijn dat wordt bereikt met een combinatie van energie met energie-efficiënte technologie of actie, die de bewerkingen, het onderhoud en de controle kan omvatten die nodig zijn voor de levering van de dienst, welke wordt geleverd op basis van een overeenkomst en welke onder normale omstandigheden heeft aangetoond te leiden tot een controleerbare en meetbare of een schatbare verbetering van de energie-efficiëntie of tot controleerbare en meetbare of schatbare primaire energiebesparingen;]
40°
energiedrager: kolen en afgeleide producten, petroleumproducten, gas, elektriciteit, hernieuwbare energiebronnen, warmte en nucleaire warmte;
40°/1
[energiefraude: elke onrechtmatige actie van eenieder, zowel actief als passief, die gepaard gaat met het verkrijgen van een onrechtmatig voordeel. Daaronder wordt minstens verstaan:
a)
handelingen uitvoeren op het distributienet of op het plaatselijke vervoernet van elektriciteit zonder daartoe gemachtigd te zijn;
b)
de aansluiting of meetinstallatie manipuleren;
c)
meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement niet uitvoeren;
d)
informatie bezorgen die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van contract- of aansluitingsaanvragen bij de leverancier, toegangshouder of netbeheerder;
e)
informatie bezorgen die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van de aanvraag van groenestroomcertificaten of warmte-krachtcertificaten of van de rapportering van meetgegevens die aanleiding geven tot het toekennen van groenestroomcertificaten of warmte-krachtcertificaten;
f)
informatie bezorgen die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van subsidie-of premieaanvragen in uitvoering van dit decreet of zijn uitvoeringsbesluiten;
g)
informatie bezorgen die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement;
]
40°/2
[energiehuis: de instantie die op het niveau van één of meer gemeenten energiediensten aanbiedt aan de klant;]
41°
energiekengetal: het gemiddelde van het energieverbruik in een sector in verhouding tot een parameter die bepalend is voor het energieverbruik in die sector;
42°
energieplan: een systematische, gedocumenteerde en objectieve evaluatie van het beheer, de organisatie en de uitrusting van de betrokken onderneming, de niet-commerciële instelling of de publiekrechtelijke rechtspersoon op het gebied van energie-efficiëntie, waarbij de mogelijke maatregelen inzake de verbetering van de energie-efficiëntie in kaart worden gebracht;
42°/1
[energieprestatie van gebouwen: de berekende of gemeten hoeveelheid energie die nodig is om aan de vraag naar energie te voldoen die verband houdt met een normaal gebruik van het gebouw, waaronder energie die wordt gebruikt voor verwarming, koeling, ventilatie, warmwatervoorziening en verlichting;]
43°
energieprestatiecertificaat: een certificaat waarin het resultaat is vermeld van de berekening van de totale energie-efficiëntie van een gebouw, uitgedrukt in een of meer numerieke indicatoren;
44°
energieprestatiecertificatendatabank: een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrekking tot energieprestatiecertificaten wordt opgenomen;
45°
energieprestatiedatabank: een geïnformatiseerd gegevensbestand waarin informatie met betrekking tot de energieprestaties van de gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden, wordt opgenomen;
46°
energiestudie: studie die aantoont dat een nieuwe of een gewijzigde installatie aan bepaalde criteria van energie-efficiëntie zal voldoen;
47°
EPB-aangifte: energieprestatie- en binnenklimaataangifte, dat wil zeggen het [unieke] document waarin de verslaggever alle uitgevoerde maatregelen tot naleving van de EPB-eisen beschrijft en ze al dan niet conform met die eisen verklaart;
47°/1
[EPB-eenheid: elke eenheid van aangrenzende lokalen die in hetzelfde gebouw liggen, die het voorwerp zijn van werken van dezelfde aard, die ontworpen of aangepast zijn om afzonderlijk te worden gebruikt en die ten hoogste één wooneenheid bevatten;]
48°
[EPB-eisen: eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat, dat wil zeggen het geheel van voorwaarden waaraan een gebouw, een technisch bouwsysteem of de constructieonderdelen inzake energetische prestaties, thermische isolatie, binnenklimaat, systeemeisen en ventilatie moet voldoen;]
49°
erkende instelling voor schuldbemiddeling: instelling die erkend is volgens het decreet van 24 juli 1996 [houdende regeling tot erkenning en subsidiëring van de instellingen voor schuldbemiddeling];
50°
evenwichtsverantwoordelijke: rechtspersoon die een contract heeft afgesloten met de beheerder van het transmissienet met betrekking tot de transmissie van elektriciteit tussen een of meer injectiepunten en afnamepunten en die voor een geheel van toegangspunten zorg draagt voor het evenwicht tussen de injectie en de afname van elektriciteit op die toegangspunten;
51°
[federale Elektriciteitswet: de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;]
[...]
[...]
53°
[garantie van oorsprong: uniek, verhandelbaar en overdraagbaar elektronisch document dat uitsluitend tot doel heeft om de eindafnemer aan te tonen dat een bepaald aandeel of een bepaalde hoeveelheid energie geproduceerd is op basis van hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmte-krachtkoppeling;]
54°
gaswinningsinstallatie: installatie waarmee aardgas wordt gewonnen uit de ondergrond of waarin biogas wordt geproduceerd;
55°
gebied bestemd voor bewoning: gebied dat volgens het gewestplan of ruimtelijk uitvoeringsplan één van de volgende bestemmingen heeft:
a)
woongebied;
b)
woongebied met culturele, historische of esthetische waarde;
c)
woongebied met landelijk karakter;
d)
woongebied met landelijk karakter en culturele, historische of esthetische waarde;
e)
woonuitbreidingsgebied;
56°
[gebouw: voor de toepassing van titels X en XI en artikel 13.4.5 tot en met 13.4.10, elk gebouw in zijn geheel of delen ervan die zijn ontworpen of aangepast om afzonderlijk te worden gebruikt, en waarvoor energie verbruikt wordt om een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen;]
[56°/1
gemeenschappelijk deel: elke eenheid van aangrenzende lokalen die door meerdere [EPB-eenheden] samen gebruikt wordt en die behoort tot het beschermd volume van het gebouw;]
[56°/1
geothermische energie: energie die in de vorm van warmte onder het vaste aardoppervlak is opgeslagen;]
[56°/2
gesloten distributienet: een net dat gebruikt wordt voor de distributie van elektriciteit of aardgas binnen een geografisch afgebakende industriële of commerciële locatie of een geografisch afgebakende locatie met gedeelde diensten, dat, behoudens incidenteel, geen huishoudelijke afnemers van elektriciteit of aardgas voorziet, en dat aan een van de volgende vereisten voldoet:
a)
om specifieke technische eisen of veiligheidseisen voorziet het in een geïntegreerde exploitatie of een geïntegreerd productieproces van de verschillende gebruikers van het net;
b)
het distribueert primair elektriciteit of aardgas aan de eigenaar of beheerder van het net of de daarmee verwante bedrijven.]
56°/3
[gezondheidsvoorziening: een organisatie die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap en activiteiten uitoefent op het gebied van de zorgverstrekking, de gezondheidsopvoeding en de preventieve gezondheidszorg, vermeld in artikel 5, § 1, I, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, met uitzondering van de voorzieningen werkzaam op het vlak van de medisch verantwoorde sportbeoefening;]
57°
gestrande kosten: de kosten die ondernemingen moeten dragen ten gevolge van verplichtingen die ze in het verleden zijn aangegaan, maar die ze niet langer kunnen nakomen door de liberalisering van de betrokken sector;
58°
groene stroom: elektriciteit die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron;
59°
groene warmte: warmte die geproduceerd is uit een hernieuwbare energiebron;
60°
groenestroomcertificaat: uniek, verhandelbaar[, elektronisch] en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode [een hoeveelheid] elektriciteit heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;
61°
groenewarmtecertificaat: uniek, verhandelbaar[, elektronisch] en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode 1000 kWh warmte heeft opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen;
62°
grote onderneming: onderneming die niet ressorteert onder de categorie kleine of middelgrote onderneming;
63°
haalbaarheidsstudie: studie die de economische, sociale of juridische haalbaarheid van een concreet project onderzoekt;
64°
heffingsjaar: het kalenderjaar waarvoor de heffing, vermeld in titel XIV, is verschuldigd;
65°
hernieuwbare energiebronnen: hernieuwbare niet-fossiele en niet-nucleaire energiebronnen, met name wind, zon, [aerothermische, geothermische, hydrothermische energie en energie uit de oceanen], waterkracht, biomassa, stortgas, gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas;
66°
hernieuwbare energietechnologieën: technologieën die gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen;
66°/1
[hoogspanning: een nominaal spanningsniveau van 30 kilovolt of hoger;]
67°
huishoudelijke afnemer: elke natuurlijke persoon aangesloten op een aardgasdistributienet of een elektriciteitsdistributienet op een spanning gelijk aan 1000 volt of minder, die elektriciteit of aardgas afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit respectievelijk aardgas op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, [als vermeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht];
67°/2
[huishoudelijke netgebruiker: een huishoudelijke afnemer of een natuurlijke persoon die aangesloten is op een aardgasdistributienet of een elektriciteitsdistributienet op een spanning gelijk aan 1000 volt of minder, die elektriciteit opwekt, biogas produceert of aardgas wint om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn;]
68°
hulpkrediet: een krediet dat ter beschikking wordt gesteld van een huishoudelijke afnemer, zodra het op de budgetmeter voor elektriciteit of op de budgetmeter voor aardgas opgeladen bedrag opgebruikt is;
[68°/1
hydrothermische energie: energie die in de vorm van warmte in het oppervlaktewater is opgeslagen;]
[68°/2
[ingrijpende wijziging: wijziging van een warmte-krachtinstallatie, waarvan de motor ouder is dan tien jaar en/of waarvan de turbine ouder is dan vijftien jaar, en waarbij minstens de motor of de turbine vervangen wordt door een nog niet gebruikte motor of turbine. Indien een warmte-krachtinstallatie uit meerdere motoren of turbines bestaat, dan moeten alle motoren en turbines ouder zijn dan respectievelijk tien of vijftien jaar en moeten alle motoren en turbines vervangen worden door een nog niet gebruikte motor of turbine;]
69°
injecteren: het inbrengen van elektriciteit of aardgas in een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, vanuit een net of door een producent;
70°
injectiepunt: punt waar elektriciteit of aardgas in het net wordt geïnjecteerd;
71°
internationale luchtvaartbunkers: de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan vliegtuigen die op buitenlandse luchthavens vliegen;
72°
internationale scheepvaartbunkers: de hoeveelheid energie die geleverd wordt aan schepen die op buitenlandse havens varen;
[72/1°
K-peilvolume: elke eenheid van aaneengesloten lokalen die in hetzelfde gebouw gelegen zijn, die het voorwerp zijn van werken van dezelfde aard en die moeten voldoen aan dezelfde K-peileis;]
73°
[...]
74°
karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik: het conventioneel bepaalde jaarlijkse energieverbruik van een gebouw, uitgedrukt in primaire energie-equivalenten;
74°/1
[klantengroep: iedere groep van distributienetgebruikers die elektriciteit, aardgas of biogas injecteren en/of afnemen van het distributienet en die zich kenmerkt door het type netwerk waarop de netgebruiker is aangesloten, het type aansluiting waarover die netgebruiker beschikt, de automatische compensatie van afgenomen en geïnjecteerde elektriciteit, het jaarverbruik, [het type meetinstallatie, het toegangsvermogen, het piekvermogen] of door het feit of die netgebruiker al dan niet elektriciteit of biogas injecteert op het netwerk waarop die netgebruiker is aangesloten, met dien verstande dat één netgebruiker volgens zijn toegangspunten tot verschillende klantengroepen kan behoren;]
75°
kleine onderneming: ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 50 werknemers tewerkstellen;
b)
een jaaromzet hebben van maximaal 10 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 10 miljoen euro;
c)
beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium;
[75°/1
kolencentrale: elektriciteitsproductie-eenheid waar producten met de GN-codes 2701, 2702, 2703 of 2704, zoals bedoeld in de EG-verordening nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van EEG-Verordening nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijke douanetarief, als brandstof worden of werden gebruikt;]
75°/2
[kostenoptimaal niveau: het energieprestatieniveau dat gedurende de geraamde economische levensduur de laagste kosten met zich meebrengt, waarbij:
a)
de laagste kosten worden bepaald aan de hand van de energiegerelateerde investeringskosten, de onderhouds- en bedrijfskosten (met inbegrip van energiekosten en -besparingen, de betrokken gebouwencategorie, inkomsten van geproduceerde energie), waar van toepassing en verwijderingskosten, waar van toepassing;
b)
de resterende geraamde economische levensduur van een gebouw, waarbij de energieprestatie-eisen voor het gebouw in zijn geheel worden vastgesteld, hetzij op de geraamde economische levensduur van een onderdeel van een gebouw, waarbij de energieprestatie-eisen voor afzonderlijke onderdelen van gebouwen worden vastgesteld;
en dat binnen het scala van prestatieniveaus ligt waar de berekende kosten-batenanalyse over de geraamde economische levensduur positief is;
]
76°
[kwalitatieve warmte-krachtinstallatie: warmte-krachtinstallatie waarvan het productieproces voldoet aan de kwaliteitsvoorwaarden die opgelegd zijn overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;]
77°
[kwalitatieve warmte-krachtkoppeling: warmte-krachtkoppeling die voldoet aan de kwaliteitsvereisten, opgelegd overeenkomstig artikel 7.1.2, § 4;]
77°/1
[laagspanning: een nominaal spanningsniveau van 1000 volt of lager;]
78°
leverancier: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers elektriciteit of aardgas verkoopt [behoudens indien de verkoop plaatsvindt via een directe lijn, een directe leiding of privédistributienet.];
79°
lokale adviescommissie: commissie als vermeld in artikel 7 van het decreet van 20 december 1996 tot regeling van het recht op minimumlevering van elektriciteit, gas en water;
79°/1
[lopende projecten: projecten met startdatum tot en met de eerstvolgende hieronder genoemde van toepassing zijnde datum:
a)
31 juli;
b)
[...]
]
80°
m3(n): de hoeveelheid gas die, bij een temperatuur van nul graden Celsius en onder absolute druk van 1,01325 bar, een volume van één kubieke meter inneemt;
81°
marktpartij: producent, aardgasinvoerder, distributienetbeheerder, beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoernet, werkmaatschappij, leverancier, tussenpersoon, bevrachter of evenwichtsverantwoordelijke;
82°
marktintroductieproject: project voor het installeren en monitoren van het gebruik van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën die nog niet ruim verspreid zijn in het Vlaamse Gewest, door een particulier, een niet-commerciële instelling, een publiekrechtelijke persoon of een onderneming, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan is;
83°
melding: de verplichte melding van de handelingen aan het college van burgemeester en schepenen, vermeld in [artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009];
84°
met een onderneming geassocieerde ondernemingen: de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders, waarin de onderneming een deelneming bezit en waarin ze een invloed van betekenis uitoefent op de oriëntatie van het beleid; behoudens tegenbewijs wordt een invloed van betekenis vermoed als de stemrechten die aan deze deelneming verbonden zijn één vijfde of meer vertegenwoordigen van het totaal aantal stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van deze ondernemingen;
85°
met een onderneming verbonden ondernemingen: de ondernemingen, met uitsluiting van de gemeenten en de netbeheerders:
a)
waarover de onderneming een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, uitoefent;
b)
die een controlebevoegdheid, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, over de onderneming uitoefenen;
c)
waarmee de onderneming een consortium, vermeld in het Wetboek van vennootschappen, vormt;
d)
die, bij weten van haar bestuursorgaan, onder de controle staan van de ondernemingen, vermeld in a), b) en c);
86°
middelgrote onderneming: ondernemingen die cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoen:
a)
minder dan 250 werknemers tewerkstellen;
b)
een jaaromzet hebben van maximaal 50 miljoen euro of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 43 miljoen euro;
c)
beantwoorden aan het zelfstandigheidscriterium;
86°/1
[middenspanning: een nominaal spanningsniveau van meer dan 1000 volt en lager dan 30 kilovolt;]
87°
minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid;
88°
[...]
89°
net: distributienet, plaatselijk vervoernet van elektriciteit, [transmissienet, vervoersnet, gesloten distributienet of privédistributienet];
90°
netbeheerder: een elektriciteitsdistributienetbeheerder, een aardgasdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
91°
neteigenaar: eigenaar van een net;
[91°/1
netgebruiker: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas injecteert op of afneemt van een distributienet;]
92°
niet-commerciële instellingen: scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, [ verenigingen van mede-eigenaars, kerkfabrieken,] verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting;
92°/1/1
[nieuwe groenestroominstallatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een groenestroominstallatie;]
92°/1/2
[nieuwe productie-installatie: een nieuwe groenestroominstallatie of een nieuwe warmte-krachtinstallatie;]
92°/2
[nieuwe projecten: projecten met startdatum na de eerstvolgende hieronder genoemde van toepassing zijnde datum:
a)
31 juli;
b)
[...]
]
92°/2/1
[nieuwe warmtekracht-installatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk in één proces thermische warmte en elektrische of mechanische energie opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een warmtekracht-installatie;]
92°/3
[noodgroep: generatoren die uitsluitend tot bedoeling hebben om kritische belasting te voeden bij netuitval, en die verder enkel netgekoppeld worden om te testen of om een aanzienlijk of systematisch onevenwicht in de Belgische regelzone op te vangen zoals onder de tertiaire reserve omschreven in het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe;]
[[92°/4
ombudsdienst voor energie: de ombudsdienst, vermeld in artikel 27 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;]
93°
ondernemingen: elke natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of die zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen;
93°/1
[onderneming in moeilijkheden: een onderneming die zich in één van de volgende situaties bevindt:
a)
in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal is verdwenen door de opgebouwde verliezen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming, een negatief cumulatief bedrag oplevert dat hoger is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal;
b)
in het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk zijn voor de schulden van de onderneming: meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, is door de gecumuleerde verliezen verdwenen;
c)
tegen de onderneming loopt een collectieve insolventieprocedure of de onderneming voldoet volgens het nationale recht aan de criteria om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen;
d)
wanneer de onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zit;
e)
in het geval van een onderneming die geen kmo is: wanneer de afgelopen twee jaar:
1)
de verhouding tussen de schulden en het eigen vermogen van de onderneming meer dan 7,5 bedroeg; en
2)
de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad van de onderneming lager lag dan 1,0;
]
94°
[ondersteunende dienst: een dienst die nodig is voor de exploitatie van een transmissie- of distributienet;]
94°/1
[onderwijsinstelling: alle scholen, internaten, centra voor volwassenenonderwijs en voor basiseducatie, centra voor leerlingenbegeleiding, hogescholen en universiteiten, die gefinancierd, gesubsidieerd of erkend zijn door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming;]
95°
onrendabele top: het productieafhankelijk gedeelte van de inkomsten dat nodig is om de netto contante waarde van een investering op nul te doen uitkomen en die berekend wordt aan de hand van een cashflowberekening;
96°
[...]
97°
openbaredienstverplichting: verplichting die betrekking heeft op de sociaaleconomische, ecologische of technische aspecten van de energievoorziening;
97°/1
[peil van de energetische prestatie van de schil (of S-peil): peil dat de energetische prestatie van de schil van de EPB-eenheid weergeeft zoals vastgelegd door de Vlaamse Regering;]
98°
peil van globale warmte-isolatie (of K-peil): peil van de globale warmte-isolatie zoals dat gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;
99°
peil van primair energieverbruik (of E-peil): peil dat de globale energetische prestatie weergeeft en uitgedrukt wordt door de verhouding van het karakteristiek jaarlijks primair energieverbruik tot een referentiewaarde;
100°
plaatselijk vervoernet van elektriciteit: het geheel van elektrische leidingen met een nominale spanning tot en met 70 kilovolt en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest, dat voornamelijk gebruikt wordt om het vervoer van elektriciteit naar distributienetten mogelijk te maken en dat wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 4.1.2;
100°/1
[primaire energie: energie uit hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen die geen omzetting of transformatie heeft ondergaan;]
101°
primair energieverbruik: de totale hoeveelheid energie die Vlaanderen nodig heeft om aan de energiebehoefte te voldoen;
101°/1
[privacywetgeving:
a)
wet van 8 december 1992 voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en diens uitvoeringsbesluiten;
b)
decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer;
]
101°/2
[[]privédistributienet: een elektriciteitslijn, aardgasleiding of net voor distributie van elektriciteit of aardgas dat niet wordt uitgebaat door een door de VREG aangewezen distributienetbeheerder noch door de beheerder van het plaatselijk vervoersnet, en dat geen gesloten distributienet, directe lijn of directe leiding is;]
102°
producent: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit opwekt, biogas produceert en/of aardgas wint;
103°
promotor-bouwheer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die als geregelde werkzaamheid heeft om [gebouwen] op te richten, te laten oprichten of te verbouwen om ze onder bezwarende titel te vervreemden;
104°
[...]
105°
rationeel energiebeheer: het geheel van handelingen die ondernomen worden om het energiegebruik te meten, te analyseren, te verminderen en te volgen met het oog op het verkrijgen van een rationeel energiegebruik, met inbegrip van het volgen van vormingsactiviteiten rond rationeel energiegebruik en het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de installatie van een energiezuinig product, systeem of een energiezuinige techniek;
106°
rationeel energiegebruik: het zo efficiënt mogelijke gebruik van energie;
107°
reconciliatie: onderlinge verrekening tussen marktpartijen op basis van het verschil tussen gealloceerde en werkelijk gemeten energiehoeveelheden;
108°
[...]
109°
referentieproject: project voor het installeren en monitoren bij een eerste gebruiker, die niet de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur is, van voor het Vlaamse Gewest nieuwe energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën of van voor het Vlaamse Gewest nieuwe toepassingen van energiezuinige producten, technieken, systemen of hernieuwbare energietechnologieën door de ontwikkelaar, fabrikant of distributeur ervan;
110°
REG-actieplan: actieplan voor de bevordering van het rationeel energiegebruik, waarbij de acties minstens bestaan uit het geven van een financiële stimulans aan de afnemers voor het uitvoeren van maatregelen en uit het verlenen van informatie, waardoor de aandacht op de actie wordt gevestigd en de doelgroep de nodige informatie krijgt over de besparingsmogelijkheden ervan;
111°
rendabele investeringen: investeringen met een interne rentevoet na belastingen die hoger is dan een minimum, dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering;
111°/1
[residentiële afnemer: elke natuurlijke persoon aangesloten op een elektriciteitsdistributienet op laagspanning, die elektriciteit afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, zoals bedoeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht;]
112°
[richtlijn 2010/31/EU: richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen;]
113°
[richtlijn 2009/28/EG: de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG;]
[113°/1
slimme meter: een elektronische meter die energiestromen en aanverwante fysische grootheden meet en registreert en die uitgerust is met een tweerichtingscommunicatiemiddel, dat ervoor zorgt dat de gegevens niet alleen lokaal, maar ook op afstand uitgelezen kunnen worden en dat de meter in staat is om op basis van de gegevens die hij lokaal of van op afstand ontvangt bepaalde acties uit te voeren;]
113°/1/1
[SPF: de seizoensprestatiefactor van een warmtepomp;]
113°/1/1
[stadsverwarming of -koeling: de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water of gekoelde vloeistoffen vanuit een centrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen of koelen van ruimten of processen;]
[113°/2
startdatum: voor wat betreft projecten die niet over [een omgevingsvergunning] dienen te beschikken, de datum van indienstneming van de installatie;
voor wat betreft projecten die over een [omgevingsvergunning] dienen te beschikken: de datum waarop een aanvraag voor de toekenning van certificaten voor het project is ingediend, of de datum waarop het project beschikt over de vereiste [omgevingsvergunning], indien deze laatste datum een latere datum is. [Deze startdatum blijft voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) kleiner of gelijk aan 10 MW geldig gedurende twaalf maanden, voor installaties op basis van zonne-energie met een maximaal AC-vermogen van de omvormer(s) groter dan 10 MW gedurende vijftien maanden, voor warmte-krachtinstallaties met een elektrisch vermogen groter dan 25 MW gedurende 48 maanden en voor andere installaties gedurende 36 maanden na de aanvraag.] [[...]]
Een project kan maar een nieuwe startdatum krijgen voor zover aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a)
de installatie is nog niet in gebruik genomen [gedurende de geldigheidsduur van de startdatum en op voorwaarde dat de nieuwe aanvraag gebeurt in hetzelfde kalenderjaar als het jaar van de indienstname];
b)
zij beschikt nog steeds over [een omgevingsvergunning];
c)
er zijn voor installaties op basis van zonne-energie minstens twaalf maanden en voor andere installaties minstens 36 maanden verstreken sinds de vorige aanvraag voor de toekenning van certificaten werd ingediend;
]
114°
startverklaring: een schriftelijke verklaring met de startdatum van de werkzaamheden en het overzicht van de prestaties inzake EPB-eisen die voor het gebouw worden nagestreefd;
[114/1°
[...];]
115°
subsidieovereenkomst: een overeenkomst waarin de rechten en de verplichtingen van de Vlaamse Regering en van de begunstigde van de subsidie worden geregeld;
[115/1°
systeemeisen: eisen in verband met de totale energieprestatie, het adequaat installeren, dimensioneren, afstellen en controleren van de technische bouwsystemen die in nieuwe gebouwen worden geïnstalleerd of in bestaande gebouwen nieuw worden geïnstalleerd, vervangen of verbeterd;]
115°/1/1
[tariefdrager: objectieve, meetbare eenheid waarvoor er een distributienettarief bestaat;]
[115/2°
technisch bouwsysteem: de installaties voor energieopwekking, ruimteverwarming, bereiding van sanitair warm water, koeling, ventilatie en verlichting of een combinatie daarvan;]
116°
technische reglementen: het technisch reglement distributie elektriciteit, het technisch reglement distributie gas en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit;
117°
technisch reglement distributie elektriciteit: de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het elektriciteitsdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1;
118°
technisch reglement distributie gas: de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het aardgasdistributienet, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1;
119°
technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit: de technische en operationele regels die verbonden zijn aan het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, inclusief de regels inzake aansluiting, meting en toegang, vermeld in artikel 4.2.1;
120°
titularis van een toegangspunt: natuurlijke persoon of rechtspersoon die in het toegangsregister bekend staat als afnemer of producent op het toegangspunt in kwestie;
[120°/1
toegang tot het net: de mogelijkheid tot injectie of afname van actieve energie op één of meer toegangspunten, met inbegrip van het gebruik van het net en de aansluitingsinstallaties die door de beheerder van het betrokken net worden beheerd, en van diens ondersteunende diensten;]
121°
toegangshouder: natuurlijke persoon of rechtspersoon die een contract heeft gesloten met een netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het [vervoersnet] met betrekking tot de toegang tot diens net op een bepaald toegangspunt;
122°
toegangspunt: afnamepunt of injectiepunt;
123°
toegangsregister: register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld;
124°
[...]
125°
transmissienet: het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt;
126°
tussenpersoon: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas koopt met het oog op de doorverkoop aan een andere tussenpersoon of leverancier;
126/1°
[uitbating volgens de regels van de kunst: een uitbating overeenkomstig het “goede-huisvader-beginsel en waarbij bovendien het potentieel aan energie-opwekking of energiebesparing ten aanzien van het vermogen van de installatie niet significant wordt onderbenut voor langdurige periodes door de expliciete of impliciete wil van de exploitant en/of eigenaar, en waarbij louter contractuele en/of commerciële overwegingen niet kunnen gelden als verschoning voor een langdurige onderbenutting van het potentieel van deze installatie. Kortdurende onderbenutting met het oog op een betere afstemming van elektriciteitsproductie en marktvraag of met het oog op een ondersteuning van het netbeheer beantwoordt wel aan het “goede-huisvader”-beginsel.]
[126/2°
vergunningverlenend bestuursorgaan: het bestuursorgaan dat de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] aflevert;]
126°/3
[verordening 2016/631/EU: verordening 2016/631/EU van de Commissie van 14 april 2016 tot vaststelling van een netcode betreffende eisen voor de aansluiting van elektriciteitsproducenten op het net;]
126°/4
[verordening 2016/1388/EU: verordening 2016/1388/EU van de Commissie van 17 augustus 2016 tot vaststelling van een netcode voor aansluiting van verbruikers;]
127°
[verslaggever: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die in het kader van de energieprestatieregelgeving energieadvies aan de aangifteplichtige verstrekt en die instaat voor de decretaal verplichte rapporteringen, vermeld in titel XI, hoofdstuk I;]
128°
[vervoersnet]: het [vervoersnet], vermeld in artikel 1, 10°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
129°
vervoeronderneming: vervoeronderneming, vermeld in artikel 1, 9°, van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen;
130°
Vlaams Energieagentschap: het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 16 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap, het Vlaamse Energieagentschap[, vervangen door het Energiebesluit van 19 november 2010];
131°
[Vlaamse Belastingdienst: het agentschap dat opgericht werd door het besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot oprichting van het agentschap Vlaamse Belastingdienst;]
[131°/1
vloeibare biomassa: vloeibare brandstof voor energiedoeleinden andere dan vervoer, waaronder elektriciteit, verwarming en koeling, die geproduceerd is uit biomassa;]
[131/2°
vollasturen:
a)
voor groenestroomproductie is dit de netto groenestroomproductie over een bepaalde periode die in aanmerking komt voor groenestroomcertificaten, gedeeld door het nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen, rekening houdend met de groenfactor;
b)
voor warmte-krachtbesparing is dit de netto warmte-krachtbesparing over een bepaalde periode die in aanmerking komt voor warmte-krachtcertificaten, gedeeld door het theoretisch vermogen aan warmtekrachtbesparing, dat berekend wordt op basis van de constructeursgegevens zoals die gebruikt werden voor het berekenen van de RPE die werd vastgelegd in de beslissing van de VREG;
]
131°/3
[vraagzijdebeheer: een algemene of geïntegreerde aanpak die erop gericht is de omvang en de timing van het elektriciteitsverbruik te beïnvloeden teneinde het primaire energieverbruik en piekbelastingen te verminderen door voorrang te geven aan investeringen in energie-efficiëntiebevorderende maatregelen of andere maatregelen, zoals onderbreekbare leveringscontracten, in plaats van aan investeringen om de productiecapaciteit te verhogen, indien de eerstgenoemde maatregelen de doelmatigste en meest economische optie vormen, mede gelet op het positieve milieueffect van een lager energieverbruik en de daarmee verband houdende aspecten met betrekking tot de voorzieningszekerheid en de distributiekosten;]
132°
VREG: [autonome dienst met rechtspersoonlijkheid, die] overeenkomstig artikel 3.1.1 wordt opgericht;
133°
wanbetaling: de niet-betaling of onvolledige betaling van minstens één elektriciteits- of aardgasfactuur;
134°
warmtedoorgangscoëfficiënt (of U-waarde): de warmtedoorgang door een constructieonderdeel per eenheid van oppervlakte, eenheid van tijd en eenheid van temperatuurverschil tussen de omgevingen aan beide zijden van het deel, zoals die gedefinieerd is volgens de Belgische norm of de door de Vlaamse overheid vastgelegde specificaties;
135°
warmtekrachtcertificaat: uniek, verhandelbaar[, elektronisch] en overdraagbaar immaterieel goed dat aantoont dat een bepaalde productie-installatie in een bepaalde periode [een hoeveelheid primaire energiebesparing] heeft gerealiseerd door gebruik te maken van kwalitatieve warmtekrachtkoppeling ten opzichte van een moderne referentiecentrale en een moderne referentieketel [...];
136°
warmtekrachtinstallatie: installatie die in één proces thermische warmte en elektrische of mechanische energie opwekt;
137°
warmtekrachtkoppeling: gelijktijdige opwekking in één proces van thermische warmte en elektrische of mechanische energie;
137°/1
[warmtepomp: voor wat de toepassing van de titels X en XI betreft, een machine, toestel of installatie dat/die warmte uit de natuurlijke omgeving, zoals de lucht, het water of de bodem overdraagt aan gebouwen of industriële installaties door de natuurlijke warmtestroming om te keren van een lagere naar een hogere temperatuur of waar bij omkeerbare warmtepompen de warmtestroming ook van het gebouw naar de natuurlijke omgeving kan plaatsvinden;]
137°/2
[welzijnsvoorziening: een organisatie die erkend is door de Vlaamse Gemeenschap en activiteiten uitoefent op het gebied van het gezin, het maatschappelijk welzijn, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, de mindervaliden, de bejaarden, de jeugdbescherming en de sociale hulpverlening aan gedetineerden met het oog op hun sociale re-integratie, vermeld in artikel 5, § 1, II, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;]
138°
werkmaatschappij: de privaatrechtelijke vennootschap waarin de distributienetbeheerder participeert of de publiekrechtelijke rechtspersoon die participeert in de distributienetbeheerder, die in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder belast is met de exploitatie van zijn net en de toepassing van openbaredienstverplichtingen;
138°/1
[Woningbouwwet: de wet van 9 juli 1971 tot regeling van de woningbouw en de verkoop van te bouwen of in aanbouw zijnde woningen;]
139°
wooneenheid: elke eenheid in een woongebouw die over de nodige woonvoorzieningen beschikt om autonoom te kunnen functioneren.