Titel III.
Instellingen


Hoofdstuk 1.
De Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt


Afdeling I.
Oprichting


Art. 3.1.1.

§ 1

Er wordt een autonome dienst met rechtspersoonlijkheid opgericht. Deze dienst draagt als naam Vlaamse Regulator van de Elektriciteits- en Gasmarkt, hierna VREG te noemen.
Alle officiële akten, officiële aankondigingen of andere officiële stukken die van de VREG uitgaan, vermelden de benaming van de dienst, met onmiddellijk daarvoor of daarna, leesbaar en voluit geschreven, de woorden “autonome dienst met rechtspersoonlijkheid”.

§ 2

De VREG staat onder toezicht van het Vlaams Parlement.

§ 3

Het Vlaams Parlement kan de vestigingsplaats van de zetel van de VREG bepalen.

§ 4

De VREG fungeert voor het Vlaamse Gewest en voor de gewestelijke bevoegdheden inzake elektriciteit en aardgas als de regulerende instantie, vermeld in artikel 35, tweede lid, van derichtlijn 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking vanrichtlijn 2003/54/EG en artikel 39, tweede lid, van de richtlijn 2009/73/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor aardgas en tot intrekking van richtlijn 2003/55/EG.
Bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden als regulator vraagt of ontvangt de VREG, noch zijn bestuurders, noch zijn personeelsleden, instructies van de Vlaamse Regering, van het Vlaams Parlement of van een andere publieke of particuliere entiteit.
De VREG oefent zijn taken en bevoegdheden op onpartijdige en transparante wijze uit.

Afdeling II.
Missie, Taken en Bevoegdheden


Art. 3.1.2.
De VREG heeft als missie de regulering van, de controle op en de bevordering van de transparantie van de elektriciteits- en gasmarkt [, de levering van warmte en koude en de uitbating van warmte- of koudenetten] in het Vlaamse Gewest.

Art. 3.1.3.
[Om zijn missie waar te maken], vervult de VREG de volgende taken:
toezichthoudende en controlerende taken:
a)
het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van titels IV, [...] VI en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen;
b)
het toezicht en de controle op de naleving van de technische reglementen;
[c)
het toezicht houden op de doeltreffendheid van de vrijmaking van de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest, inclusief de opvolging van de overstap- en afsluitingspercentages en de elektriciteits- en gasprijzen van huishoudelijke afnemers;
d)
het toezicht houden op de kwaliteit van de dienstverlening van de elektriciteits- en aardgasleveranciers, inclusief hun systemen van vooruitbetaling en de klachten van huishoudelijke afnemers;
e)
het toezicht houden op de zekerheid en betrouwbaarheid van de distributie netten en het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, alsook de kwaliteit van de dienstverlening van de netbeheerders, onder meer bij de uitvoering van herstellingen en onderhoud en op het vlak van de tijd die de beheerders van de netten nodig hebben om aansluitingen en herstellingen uit te voeren;
f)
het toezicht houden op de uitvoering van regels betreffende de taken en verantwoordelijkheden van de distributienetbeheerders, leveranciers, afnemers en andere marktpartijen die actief zijn in het Vlaamse Gewest;
g)
het toezicht houden op de vrije toegang voor de afnemer tot zijn verbruiksgegevens;]
h)
[het toezicht en de controle op de naleving van de bepalingen van titel IV/1 van dit decreet, alsook van de bijbehorende uitvoeringsbepalingen;]
i)
[het toezicht en de controle op de naleving van een eventueel technisch reglement voor warmte- of koudenetten;]
j)
[het toezicht op de kwaliteit van de dienstverlening van de warmte- of koudeleveranciers, inclusief hun systemen van vooruitbetaling en de klachten van huishoudelijke afnemers van thermische energie;]
k)
[het toezicht op de zekerheid en betrouwbaarheid van de warmte- of koudenetten, alsook op de kwaliteit van de dienstverlening van de warmte- of koudenetbeheerders, onder meer bij de uitvoering van herstellingen en onderhoud en op het vlak van de tijd die de warmte- of koudenetbeheerders nodig hebben om aansluitingen en herstellingen uit te voeren;]
l)
[het toezicht op de uitvoering van regels voor de taken en verantwoordelijkheden van de koude- of warmtenetbeheerders, de warmte- of koudeleveranciers, de warmte- of koudeafnemers en andere marktpartijen inzake stadsverwarming of -koeling, die actief zijn in het Vlaamse Gewest;]
m)
[het toezicht op de vrije toegang voor de warmte- of koudeafnemer tot zijn verbruiksgegevens;]
[regulerende taken: de regulering van toegang tot en de werking van de elektriciteits- en gasmarkt, inclusief de distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas of overgangsmaatregelen hierover, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet;]
[taken in verband met bemiddeling en beslechting van geschillen:
a)
het bemiddelen in geschillen [met betrekking tot de verplichtingen van een netbeheerder of beheerder van een gesloten distributienet], vermeld in de titels IV, V, VI en de hoofdstukken I tot en met IV van titel VII van dit decreet en haar uitvoeringsbepalingen;
b)
het beslechten van geschillen [met betrekking tot de verplichtingen van een netbeheerder of beheerder van een gesloten distributienet], vermeld in de titels IV, V, VI en de hoofdstukken I tot en met IV van titel VII van dit decreet en haar uitvoeringsbepalingen;]
c)
[het bemiddelen in geschillen tegen een warmte- of koudenetbeheerder met betrekking tot zijn verplichtingen, vermeld in titel IV/1 en VI van dit decreet en in de uitvoeringsbepalingen ervan;]
d)
[het beslechten van geschillen tegen een warmte- of koudenetbeheerder met betrekking tot zijn verplichtingen, vermeld in titel IV/1 en VI van dit decreet en in de uitvoeringsbepalingen ervan;]
informerende taken:
a)
het informeren van de marktactoren en de afnemers van elektriciteit en aardgas over de werking van de elektriciteits- en aardgasmarkt;
b)
het informeren van de afnemers van elektriciteit en aardgas over de prijzen en voorwaarden die de leveranciers hanteren, met inbegrip van het aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden;
c)
het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt;
[d)
het jaarlijks voor [15 mei] per leverancier in het Vlaamse Gewest publiceren van de gewogen gemiddelde kost per groenestroom- of warmtekrachtcertificaat dat gedurende de laatste inleveringsperiode werd ingeleverd voor de certificatenverplichtingen, vermeld in respectievelijk artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11, waarbij de VREG:
1)
bij de berekeningen van de gewogen gemiddelde kost voor de ingeleverde certificaten die verhandeld werden, de handelsprijs gebruikt die de leveranciers moeten kenbaar maken aan de VREG;
2)
bij de berekeningen van de gewogen gemiddelde kost voor de ingeleverde certificaten die op grond van artikel 7.1.1 en artikel 7.1.2 aan de leverancier in zijn hoedanigheid als producent werden toegekend, de onrendabele top hanteert die is berekend voor de technologie en datum van indienstname van de installatie waarvoor het certificaat werd toegekend. Bij ontstentenis van een onrendabele top wordt gebruikgemaakt van een geschatte onrendabele top;
e)
het jaarlijks voor [15 mei] per leverancier in het Vlaamse Gewest publiceren
1)
van het aantal certificaten waarover een leverancier beschikt;
2)
van het aantal certificaten dat gedurende de laatste inleveringsperiode werd ingeleverd voor de certificatenverplichtingen, vermeld in respectievelijk artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11;]
f)
[[het jaarlijks voor [15 mei] publiceren van een rapport over de door elke leverancier gemaakte en doorgerekende kosten om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11, waarbij de VREG per elektriciteitsleverancier de gewogen gemiddelde kost per certificaat, berekend volgens punt d) voor de vorige inleveringsperiode, vergelijkt met de doorgerekende kost per certificaat voor die inleveringsperiode, zoals door de elektriciteitsleverancier gerapporteerd in het kader van de V-test voor het gemiddelde huishoudelijke klantenprofiel;]]
g)
[het informeren van de marktactoren en de warmte- of koudeafnemers over de werking van de warmte- of koudenetten;]
h)
[het informeren van de warmte- of koudeafnemers over de prijzen en voorwaarden die de warmte- of koudeleveranciers hanteren, met inbegrip van het eventueel aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden;]
i)
[het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens over de werking van de warmte- of koudenetten;]
j)
[het jaarlijks voor 15 mei publiceren van een in samenwerking met de federale energieregulator, en eventueel de andere gewestelijke energieregulatoren, opgestelde studie rond de verschillende componenten van de energiekost die minstens een benchmark met de buurlanden bevat;]
k)
[een vijfjaarlijkse evaluatie van de activiteiten inzake databeheer door de netbeheerder, met inbegrip van een studie over het aanbieden van de specifieke activiteiten en het opnemen van taken en verplichtingen met betrekking tot activiteiten inzake databeheer in de andere gewesten en in de ons omliggende landen;]
l)
[tweejaarlijks rapporteren aan de Vlaamse Regering over de naleving van de voorwaarden waaraan de netbeheerders zijn gebonden bij de uitoefening van hun activiteiten inzake databeheer, met inbegrip van de resultaten van de vijfjaarlijkse evaluatie;]
adviserende taken:
a)
het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen met betrekking tot de elektriciteits- en gasmarkt aan [het Vlaams Parlement, de minister of de Vlaamse Regering];
b)
het uitvoeren van studies of onderzoeken betreffende de elektriciteits- en gasmarkt, op eigen initiatief of op verzoek van [het Vlaams Parlement, de minister of de Vlaamse Regering];
c)
[het op verzoek of op eigen initiatief verlenen van adviezen over de werking van de warmte- of koudenetten aan de minister of de Vlaamse Regering;]
d)
[het uitvoeren van studies of onderzoeken betreffende de werking van de warmte- of koudenetten, op eigen initiatief of op verzoek van de minister of de Vlaamse Regering.]
De VREG kan door [het Vlaams Parlement] worden belast met bijzondere opdrachten die met haar missie en taken verband houden [...].

Art. 3.1.4.

§ 1

Met het oog op de vervulling van haar taken is de VREG gerechtigd om alle activiteiten te verrichten die rechtstreeks of onrechtstreeks bijdragen tot de verwezenlijking van voormelde missie en taken.

§ 2

[De VREG beschikt over de hierna vermelde bevoegdheden, die hij uitoefent in overeenstemming met de bepalingen in dit decreet, de uitvoeringsbepalingen, en het ondernemingsplan dat hem verbindt:]
het aangaan van overeenkomsten met derden;
het opleggen van administratieve sancties wegens overtreding van de bepalingen van titels [IV, IV/1, V en VI,] en hoofdstuk I tot en met IV van titel VII van dit decreet, evenals de bijbehorende uitvoeringsbepalingen;
de aanwijzing, de wijziging en beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerders;
het toekennen aan een distributienetbeheerder van de toestemming om een beroep te doen op een werkmaatschappij;
de toekenning van leveringsvergunningen, de wijziging en de opheffing ervan;
het opstellen van de technische reglementen;
de toekenning van groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten, groenewarmtecertificaten en garanties van oorsprong, en het beheer van die certificaten en garanties van oorsprong in een centrale databank;
het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden, de zogenaamde partnerschapovereenkomsten met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt;
[9°
het uitvoeren van onderzoeken naar de werking van de elektriciteits- en gasmarkt in het Vlaamse Gewest;
10°
het opleggen van noodzakelijke en evenredige maatregelen om de daadwerkelijke mededinging te bevorderen en de goede werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt te waarborgen;
11°
de samenwerking en uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werken binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en gasmarkt, voor zover de bepalingen van artikel 3.1.12 worden nageleefd;]
12°
[het goedkeuren van distributienettarieven voor elektriciteit en aardgas en het vaststellen van de berekeningsmethodes hiervoor, volgens transparante criteria of het nemen van overgangsmaatregelen hierover[, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet];]
13°
[het opstellen van een technisch reglement – warmte- of koudenetten indien noodzakelijk;]
14°
[het uitvoeren van onderzoeken naar de werking van de warmte- of koudenetten in het Vlaamse Gewest;]
15°
[het opleggen van noodzakelijke en evenredige maatregelen om de goede werking van de Vlaamse warmte- of koudenetten te waarborgen.]

Art. 3.1.4/1.
Bij de uitoefening van haar taken en bevoegdheden neemt de VREG alle redelijke maatregelen om de volgende doelstellingen te bereiken, indien nodig in overleg met andere betrokken en bevoegde instanties:
de bevordering, in nauwe samenwerking met ACER, de regulerende instanties van andere Belgische overheden en Europese lidstaten en de Europese Commissie, van een door concurrentie gekenmerkte, zekere en vanuit milieuoogpunt duurzame Europese interne markt voor elektriciteit en gas, en van een daadwerkelijke openstelling van de markt voor alle afnemers en Europese leveranciers, en een waarborging dat elektriciteits- en aardgas-distributienetten op een doeltreffende en betrouwbare manier werken, rekening houdend met doelstellingen op lange termijn;
de ontwikkeling van door concurrentie gekenmerkte en goed functionerende regionale markten binnen de Europese Gemeenschap met het oog op het bereiken van de onder 1° genoemde doelstelling;
het opheffen van alle beperkingen voor handel in elektriciteit en aardgas tussen de lidstaten, inclusief de ontwikkeling van afdoende grensoverschrijdende transmissiecapaciteit om aan de vraag te voldoen en de integratie van nationale markten te versterken, hetgeen de elektriciteits- en gasstromen in de Europese Gemeenschap kan faciliteren;
de ontwikkeling, op de meest kosteneffectieve manier, van veilige, betrouwbare en efficiënte niet-discriminerende netten die klantgericht zijn, de adequaatheid van die netten bevorderen, alsook, aansluitend bij de doelstellingen van het algemene energiebeleid, energie-efficiëntie en de integratie van groot- en kleinschalige productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en gedistribueerde productie in distributienetten en het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit;
de toegang van nieuwe productiecapaciteit tot het net vergemakkelijken, namelijk door belemmeringen voor de toegang van nieuwkomers op de markt en van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen weg te nemen;
ervoor zorgen dat de netbeheerders en -gebruikers de nodige stimulansen krijgen, zowel op korte als op lange termijn, om de efficiëntie van netprestaties te verbeteren en de marktintegratie te versterken;
ervoor zorgen dat afnemers de vruchten dragen van een efficiënte werking van de Vlaamse elektriciteits- en gasmarkt, het bevorderen van daadwerkelijke mededinging en het bijdragen tot het waarborgen van consumentenbescherming;
het bereiken van een hoog niveau van universele en openbare dienstverlening bij het leveren van elektriciteit en aardgas, tot de bescherming van kwetsbare afnemers en tot de compatibiliteit van de processen voor de uitwisseling van gegevens die nodig zijn voor het veranderen van leverancier;]
[het geven van prikkels voor de deelname van vraagzijdemiddelen aan het aanbod op de Vlaamse elektriciteits-en gasmarkt.]

Art. 3.1.4/2.
Partijen die een klacht hebben [met betrekking tot de verplichtingen van een netbeheerder[, warmte- of koudenetbeheerder] of beheerder van een gesloten distributienet] uit hoofde van de titels [IV, IV/1, V, VI] en de hoofdstukken I tot en met IV van titel VII van dit decreet of haar uitvoeringsbepalingen, kunnen het geschil schriftelijk ter bemiddeling voorleggen aan de VREG. De VREG stelt de bemiddelingsprocedure vast.]

Art. 3.1.4/3.
Partijen die een klacht hebben [met betrekking tot de verplichtingen van een netbeheerder[, warmte- of koudenetbeheerder] of beheerder van een gesloten distributienet] uit hoofde van de titels [IV, IV/1, V, VI] en de hoofdstukken I tot en met IV van titel VII van dit decreet of haar uitvoeringsbepalingen, kunnen het geschil schriftelijk ter beslechting voorleggen aan de VREG. Enkel geschillen waarin reeds een bemiddelingspoging door de VREG of de ombudsdienst voor energie is geweest, kunnen worden voorgelegd ter beslechting, tenzij in geval van hoogdringendheid en behoudens andersluidende bepaling.
De VREG beslecht het geschil met een gemotiveerde, bindende beslissing binnen twee maanden na ontvangst van de klacht. Deze periode kan met twee maanden worden verlengd als de VREG aanvullende informatie vraagt. Een nieuwe verlenging van deze termijn is mogelijk voor zover de klager daarmee akkoord gaat.
De beslissing wordt genomen na de betrokken partijen te hebben gehoord. De VREG kan overgaan of doen overgaan tot alle nuttige onderzoeken en kan, indien nodig, deskundigen aanwijzen en getuigen horen. Zij kan bewarende maatregelen opleggen in dringende gevallen. De beslissing kan al of niet een terugbetaling of vergoeding opleggen.]

Afdeling III.
Bestuur en werking


Onderafdeling I.
De organen van de VREG


Art. 3.1.4/4.
De organen van de VREG zijn de raad van bestuur en de algemeen directeur.

Onderafdeling II.
Raad van bestuur


Art. 3.1.5.

§ 1

De VREG wordt bestuurd door een raad van bestuur die uit zeven leden bestaat.
De leden van de raad van bestuur worden aangewezen door het Vlaams Parlement voor een eenmalig hernieuwbare termijn van vijf jaar. De raad van bestuur kiest onder zijn leden een voorzitter.
Alle leden van de raad van bestuur moeten beantwoorden aan artikel 3.1.7 van het Energiedecreet.

§ 2

Ten hoogste twee derde van de leden is van hetzelfde geslacht.

§ 3

De leden van de raad van bestuur kunnen alleen worden ontslagen op eigen verzoek, bij niet-naleving van de vereisten vermeld in artikel 3.1.7 of ten gevolge van een strafrechtelijke veroordeling.

§ 4

De leden van de raad van bestuur worden vergoed overeenkomstig categorie I van het besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de vergoeding van de bestuurders van de publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigde agentschappen van de Vlaamse overheid, en van de regeringsafgevaardigden die toezicht uitoefenen bij deze agentschappen.

Art. 3.1.6.
Alle leden van de raad van bestuur zijn stemgerechtigd.
[De algemeen directeur van de VREG woont de raad van bestuur bij met raadgevende stem.]

Art. 3.1.7.

[§ 1

Het mandaat van bestuurder van de VREG is onverenigbaar met:
iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke [of van een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een warmte- of koudeleverancier];
het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, [vermeld in punt 1°,] of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren;
het lidmaatschap van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden;
de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, het lidmaatschap van een gewest- of gemeenschapsregering, het lidmaatschap van het kabinet van een lid van de Federale Regering of van een gemeenschaps- of gewestregering, het lidmaatschap van de bestendige deputatie van de provincieraden en het lidmaatschap van het college van burgemeester en schepenen van een gemeente;
[een functie in de VREG;]
een functie in een departement of een ander agentschap van de federale of gewestelijke overheid.
Het verbod, vermeld in het eerste lid, 1°, blijft van kracht gedurende één jaar na afloop van het mandaat bij de VREG.

§ 2

Als een bestuurder de bepalingen van paragraaf 1 overtreedt, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.
Als de bestuurder nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het eerste lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het agentschap te hebben neergelegd, zonder dat het afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. In zijn vervanging wordt voorzien overeenkomstig de bepalingen van artikel 3.1.5.]

Art. 3.1.8.
De raad van bestuur beschikt over de volheid van bestuursbevoegdheid en beslist in alle aangelegenheden waarvoor de VREG krachtens dit decreet bevoegd is.
Tot de bevoegdheden van de raad van bestuur, waarvoor geen delegatie mogelijk is, behoren, naast de bevoegdheden in andere decreten, in elk geval:
het goedkeuren van het ontwerp van begroting en van de rekeningen;
het vaststellen en goedkeuren van een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan;
het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen;
het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden met andere regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Waalse, Brusselse Hoofdstedelijke, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt;
het vaststellen en bepalen van de tariefmethodologie overeenkomstig de bepaling zoals opgenomen in afdeling XII van het Energiedecreet;
het vaststellen en bepalen van de tariefstructuur;
het goedkeuren van de technische reglementen.
De VREG licht het Vlaams Parlement in van zijn beslissing tot goedkeuring van de tariefmethodologie, zoals bedoeld in punt 5° van het vorige lid.

Onderafdeling III.
Gedelegeerd bestuurder


Art. 3.1.9.
De algemeen directeur van de VREG wordt op gemotiveerde wijze benoemd en ontslagen door de raad van bestuur.
De algemeen directeur wordt benoemd omwille van zijn deskundigheid, inzonderheid voor wat betreft het management.
De algemeen directeur wordt benoemd voor een termijn van zes jaar. Deze termijn is eenmalig hernieuwbaar na een positieve evaluatie door de raad van bestuur.
De marktconforme bezoldiging van de algemeen directeur wordt bepaald door de raad van bestuur.
De rechtspositieregeling van de algemeen directeur wordt bepaald door de raad van bestuur van de VREG.

Art. 3.1.10.

§ 1

De [algemeen directeur] is, binnen de perken van dit decreet, de bijbehorende uitvoeringsbepalingen en het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 3.1.11, belast met het dagelijks bestuur van de VREG.
Het huishoudelijk reglement legt de taken van het dagelijks bestuur vast. [...]

§ 2

De [algemeen directeur] is belast met de voorbereiding van de beslissingen van de raad van bestuur. Hij verstrekt aan de raad van bestuur alle inlichtingen en brengt alle voorstellen die voor de werking van de VREG nuttig of nodig zijn op de agenda van de raad van bestuur.

§ 3

De [algemeen directeur] vertegenwoordigt de VREG in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, met inbegrip van het optreden voor administratieve rechtscolleges, en treedt rechtsgeldig in naam en voor rekening van de VREG op, zonder dat hij dat aan de hand van een beslissing van de raad van bestuur moet staven.

§ 4

Zonder afbreuk te doen aan de rechtspositieregeling van het personeel, kan de [algemeen directeur] onder zijn verantwoordelijkheid een of meerdere specifieke bevoegdheden delegeren aan een of meer personeelsleden van de VREG. Die delegatie wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

§ 5

De [algemeen directeur] voert de beslissingen van de raad van bestuur uit.

§ 6

De [algemeen directeur] is belast met de leiding van het personeel.

Art. 3.1.10/1.
De algemeen directeur stelt een directieteam samen.
De leden van het directieteam worden tewerkgesteld krachtens arbeidsovereenkomsten beheerst door de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De leden van het directieteam worden gekozen omwille van hun deskundigheid, inzonderheid voor wat betreft de directies die zij leiden.

Afdeling IV.
Huishoudelijk reglement


Art. 3.1.11.

§ 1

De raad van bestuur stelt een huishoudelijk reglement op, dat inzonderheid de volgende inhoud heeft:
[de regels inzake de bijeenroeping van de raad van bestuur, op verzoek van de voorzitter van de raad van bestuur, de algemeen directeur of ten minste vier leden van de raad van bestuur;]
de regels inzake het voorzitterschap van de raad van bestuur, en de regels bij afwezigheid of verhindering van de voorzitter;
de nadere precisering van het dagelijks bestuur;
de regels die de raad van bestuur in acht moet nemen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;
de voorwaarden die de raad van bestuur moet respecteren bij de behartiging van bijzondere vraagstukken;
de regels op grond waarvan de leden van de raad van bestuur zich op kosten van de VREG kunnen laten bijstaan door technische raadgevers.
[Bij de vaststelling van het huishoudelijk reglement doet de raad van bestuur geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 3.1.8.]

§ 2

[...]

§ 3

[...]

§ 4

Het huishoudelijk reglement wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Afdeling V.
Beroepsgeheim


Art. 3.1.12.
[De bestuurders, de algemeen directeur en de personeelsleden van de VREG] zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis komen op grond van hun functie bij de VREG aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen of in het kader van de uitwisseling van gegevens met de regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt, voor zover die gegevensuitwisseling nadrukkelijk bepaald of toegestaan is in verordeningen of richtlijnen die de instellingen van de Europese Unie hebben vastgesteld, of als met die instanties een overeenkomst is gesloten, als vermeld in artikel 3.1.4, § 2, 8°.

Afdeling V/1.
Rechtspositieregeling van de personeelsleden van de VREG


Art. 3.1.12/1.
Het uitoefenen van een [functie als algemeen directeur of personeelslid van de VREG] is onverenigbaar met:
iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, ten dienste van een neteigenaar, een netbeheerder, een producent die geen zelfopwekker is, een aardgasinvoerder, de beheerder van het transmissienet, de beheerder van het vervoersnet, een werkmaatschappij, een leverancier, een bevrachter of een evenwichtsverantwoordelijke [of een warmte- of koudeneteigenaar, een warmte- of koudenetbeheerder, een warmteproducent die geen zelfopwekker is of een wamte- of koudeleverancier];
het bezit van aandelen, of andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, uitgegeven door een neteigenaar of marktpartij, [vermeld in punt 1°,] of het bezit van financiële instrumenten die het mogelijk maken om dergelijke aandelen of waardepapieren te verwerven of over te dragen, of die aanleiding geven tot een betaling in contanten die hoofdzakelijk afhankelijk is van de evolutie van de waarde van dergelijke aandelen of waardepapieren;
het lid zijn van de wetgevende kamers, het Europees Parlement en de gemeenschaps- en gewestraden;
de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, lid van gewest- of gemeenschapsregering, lid van het kabinet van een lid van de Federale Regering of van een gemeenschaps- of gewestregering, lid van de bestendige deputatie van de provincieraden en lid van het college van burgemeester en schepenen van een gemeente;
een functie in een departement of een ander agentschap van de federale of gewestelijke overheid.]

Afdeling V/2.
Aansprakelijkheid en rechtspositieregeling


Art. 3.1.12/2.
Als een bestuurder rechtstreeks of onrechtstreeks een belang heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid van de raad van bestuur behoort, mag hij niet deelnemen aan de beraadslaging van de raad van bestuur over deze verplichtingen of beslissingen, noch aan de stemming in dat verband.

Art. 3.1.12/3.
De bestuurders zijn verantwoordelijk voor de vervulling van de hun opgedragen taak en aansprakelijk voor de tekortkomingen in hun bestuur. Zij zijn hetzij jegens de VREG, hetzij jegens derden, hoofdelijk aansprakelijk voor alle schade die het gevolg is van overtreding van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.

Art. 3.1.12/4.

§ 1

De personeelsleden van de VREG zijn onderworpen aan de rechtspositieregeling die van toepassing is op de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid.

§ 2

De personeelsleden van de VREG zijn onderworpen aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 2007 op basis waarvan de VREG gemachtigd is om deel te nemen aan de pensioenregeling ingesteld bij de wet van 28 april 1958 betreffende het pensioen van het personeel van zekere organismen van openbaar nut alsmede van hun rechthebbende alsook het koninklijk besluit van 6 maart 2008 waarmee deze pensioenregeling van toepassing werd verklaard op het personeel van de VREG.

Afdeling VI.
Financiële middelen en controle


Art. 3.1.13.

§ 1

De VREG kan beschikken over de volgende ontvangsten:
de dotatie;
retributies voor zover die bij decreet aan de VREG toegewezen zijn;
ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt;
terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst.

§ 2

Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

[§ 3

De werkingskosten van de VREG worden gedekt door het Energiefonds, ten belope van de kredieten in de begroting bepaald door de raad van bestuur na rapportering aan het Vlaams Parlement zoals bepaald in paragraaf 5.
]

[§ 4

De VREG duidt een bedrijfsrevisor aan. Deze bedrijfsrevisor mag geen functie vervullen bij de netbeheerder, de distributienetbeheerders alsook bij de producenten, leveranciers en tussenpersonen.
De bedrijfsrevisor, aangeduid overeenkomstig het eerste lid, controleert de financiële toestand en de jaarrekeningen van de VREG alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen. Hiervan stelt hij een verslag op.
Bij het uitvoeren van hun opdracht passen het Rekenhof en de bedrijfsrevisor de regels inzake single audit toe.
]

[§ 5

Het ontwerp van begroting van de VREG wordt opgemaakt door de algemeen directeur. Het ontwerp van begroting van de VREG, vergezeld van een ontwerp van ondernemingsplan, wordt na goedkeuring door de raad van bestuur van het jaar voorafgaand aan dit waarop het betrekking heeft, overgemaakt aan het Vlaams Parlement, ter bespreking.
Na de hoorzitting in het Vlaams Parlement stelt de VREG zijn definitieve begroting en ondernemingsplan vast.
Op basis van deze definitieve begroting stelt de Vlaamse Regering de dotatie voor de VREG vast.
De VREG zendt de jaarrekening, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van paragraaf 4, tweede lid, voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken jaar, over aan het Vlaams Parlement en aan het Rekenhof. Het Rekenhof controleert de jaarrekening van de VREG en zendt zijn auditverslag over aan het Vlaams Parlement.
]

[§ 6

De VREG is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in titel 6 van het Rekendecreet van 8 juli 2011.
]

[§ 7

De algemeen directeur staat in voor de noodzakelijke informatie-uitwisseling met de Vlaamse Regering voor de opmaak van de algemene uitgavenbegroting en de opmaak van de ESR-consolidatie.
]

[§ 8

De VREG stelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari een ondernemingsplan voor dat jaar vast en deelt het mee aan het Vlaams Parlement. Het omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan. Als bij het verstrijken van een ondernemingsplan geen nieuw ondernemingsplan in werking is getreden, blijft het bestaande ondernemingsplan van toepassing tot op het ogenblik dat het nieuwe ondernemingsplan in werking treedt.
]

[§ 9

De VREG stelt jaarlijks een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan op dat hij aan het Vlaams Parlement overzendt. Wat betreft de punten 1°, 3° en 4° gebeurt dit voor 31 januari van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. Wat betreft punt 2° gebeurt dit voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. Het jaarrapport van de VREG heeft onder meer betrekking op:
de uitvoering van het ondernemingsplan van het voorgaande jaar;
de staat van zijn werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
de evolutie van de energiemarkten;
de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven, de tariefstructuur en het technisch reglement.
De VREG beschrijft in dit verslag de wijze waarop hij zijn doelstellingen al dan niet heeft bereikt.
Dit verslag wordt op de internetsite van de VREG gepubliceerd. Ter informatie wordt een afschrift van dit verslag eveneens naar de Vlaamse Regering gestuurd.
]

Art. 3.1.14.
De raad van bestuur van de VREG staat in voor de interne controle op de bedrijfsprocessen en activiteiten van de VREG. De interne controle is in het bijzonder gericht op:
het bereiken van de opgelegde doelstellingen en het effectief en efficiënt beheer van risico's;
de naleving van regelgeving en procedures;
de betrouwbaarheid van de financiële en beheersrapportering;
de effectieve en efficiënte werking van de diensten en het efficiënt inzetten van de middelen;
de bescherming van haar activa en de voorkoming van fraude.
De raad van bestuur evalueert de interne controlesystemen van de VREG, gaat na of ze adequaat zijn en formuleert aanbevelingen tot verbetering daarvan. Zij voert daartoe financiële audits, overeenstemmingsaudits en operationele audits uit en is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken.

Art. 3.1.15.

§ 1

De algemene rekeningen bestaan uit:
een jaarrekening die de volgende elementen bevat:
a)
de balans op 31 december;
b)
de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het afgelopen boekjaar;
een jaarrapport over de uitvoering van de begroting, opgesteld in dezelfde vorm als de begroting;
een rapportering die de aansluiting tussen de jaarrekening, vermeld in punt 1°, en de rapportering, vermeld in punt 2°, bevat;
een toelichting bij de balans, de resultatenrekening en de rapportering over de begroting.

§ 2

De VREG volgt bij het opstellen van de rekeningen de boekhoudkundige regels zoals bepaald in artikel 10 tot en met 15 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen.

Hoofdstuk II.
Het energiefonds


Art. 3.2.1.

§ 1

Er wordt een Energiefonds opgericht. Dit fonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

§ 2

[Aan dit Energiefonds worden rechtstreeks de volgende inkomsten toegewezen:
opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen, de opbrengsten afkomstig van de dadingen die hierover worden aangegaan, evenals de opbrengsten die worden geďnd naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken die hierover worden genomen ten laste van de decretaal aangewezen heffings- of boeteplichtigen;
andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleid en de overige toevallige ontvangsten.]

§ 3

[De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds, inclusief de machtiging om hiermee subsidies toe te kennen, voor de uitvoering van haar energiebeleid, in het bijzonder voor de financiering van [de VREG, van de] openbaredienstverplichtingen inzake energie, voor haar sociaal energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake warmte-krachtkoppeling, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen [...]][alsmede voor de financiering van energiegerelateerde kosten van de Vlaamse overheid.]