Afdeling VI.
Financiėle middelen en controle


Art. 3.1.13.

§ 1

De VREG kan beschikken over de volgende ontvangsten:
de dotatie;
retributies voor zover die bij decreet aan de VREG toegewezen zijn;
ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot eigen domeingoederen;
de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt;
terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven;
vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst.

§ 2

Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.

[§ 3

De werkingskosten van de VREG worden gedekt door het Energiefonds, ten belope van de kredieten in de begroting bepaald door de raad van bestuur na rapportering aan het Vlaams Parlement zoals bepaald in paragraaf 5.
]

[§ 4

De VREG duidt een bedrijfsrevisor aan. Deze bedrijfsrevisor mag geen functie vervullen bij de netbeheerder, de distributienetbeheerders alsook bij de producenten, leveranciers en tussenpersonen.
De bedrijfsrevisor, aangeduid overeenkomstig het eerste lid, controleert de financiėle toestand en de jaarrekeningen van de VREG alsook de regelmatigheid van de verrichtingen te constateren in de jaarrekeningen. Hiervan stelt hij een verslag op.
Bij het uitvoeren van hun opdracht passen het Rekenhof en de bedrijfsrevisor de regels inzake single audit toe.
]

[§ 5

Het ontwerp van begroting van de VREG wordt opgemaakt door de algemeen directeur. Het ontwerp van begroting van de VREG, vergezeld van een ontwerp van ondernemingsplan, wordt na goedkeuring door de raad van bestuur van het jaar voorafgaand aan dit waarop het betrekking heeft, overgemaakt aan het Vlaams Parlement, ter bespreking.
Na de hoorzitting in het Vlaams Parlement stelt de VREG zijn definitieve begroting en ondernemingsplan vast.
Op basis van deze definitieve begroting stelt de Vlaamse Regering de dotatie voor de VREG vast.
De VREG zendt de jaarrekening, vergezeld van het verslag van de bedrijfsrevisor opgesteld op basis van paragraaf 4, tweede lid, voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken jaar, over aan het Vlaams Parlement en aan het Rekenhof. Het Rekenhof controleert de jaarrekening van de VREG en zendt zijn auditverslag over aan het Vlaams Parlement.
]

[§ 6

De VREG is onderworpen aan de bepalingen zoals opgenomen in titel 6 van het Rekendecreet van 8 juli 2011.
]

[§ 7

De algemeen directeur staat in voor de noodzakelijke informatie-uitwisseling met de Vlaamse Regering voor de opmaak van de algemene uitgavenbegroting en de opmaak van de ESR-consolidatie.
]

[§ 8

De VREG stelt jaarlijks uiterlijk op 31 januari een ondernemingsplan voor dat jaar vast en deelt het mee aan het Vlaams Parlement. Het omvat onder meer de beleids- en beheersdoelstellingen, zowel meerjarig als voor het komende jaar, en de operationele vertaling ervan. Als bij het verstrijken van een ondernemingsplan geen nieuw ondernemingsplan in werking is getreden, blijft het bestaande ondernemingsplan van toepassing tot op het ogenblik dat het nieuwe ondernemingsplan in werking treedt.
]

[§ 9

De VREG stelt jaarlijks een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan op dat hij aan het Vlaams Parlement overzendt. Wat betreft de punten 1°, 3° en 4° gebeurt dit voor 31 januari van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. Wat betreft punt 2° gebeurt dit voor 31 maart van het jaar volgend op het betrokken boekjaar. Het jaarrapport van de VREG heeft onder meer betrekking op:
de uitvoering van het ondernemingsplan van het voorgaande jaar;
de staat van zijn werkingskosten en de wijze waarop zij gedekt zijn, met inbegrip van een overzicht van activa/passiva en het verslag van de bedrijfsrevisor;
de evolutie van de energiemarkten;
de beslissingen die eventueel werden genomen tijdens het betrokken boekjaar inzake de methodologie voor de berekening van de tarieven, de tariefstructuur en het technisch reglement.
De VREG beschrijft in dit verslag de wijze waarop hij zijn doelstellingen al dan niet heeft bereikt.
Dit verslag wordt op de internetsite van de VREG gepubliceerd. Ter informatie wordt een afschrift van dit verslag eveneens naar de Vlaamse Regering gestuurd.
]

Art. 3.1.14.
De raad van bestuur van de VREG staat in voor de interne controle op de bedrijfsprocessen en activiteiten van de VREG. De interne controle is in het bijzonder gericht op:
het bereiken van de opgelegde doelstellingen en het effectief en efficiėnt beheer van risico's;
de naleving van regelgeving en procedures;
de betrouwbaarheid van de financiėle en beheersrapportering;
de effectieve en efficiėnte werking van de diensten en het efficiėnt inzetten van de middelen;
de bescherming van haar activa en de voorkoming van fraude.
De raad van bestuur evalueert de interne controlesystemen van de VREG, gaat na of ze adequaat zijn en formuleert aanbevelingen tot verbetering daarvan. Zij voert daartoe financiėle audits, overeenstemmingsaudits en operationele audits uit en is gemachtigd alle bedrijfsprocessen en activiteiten te onderzoeken.

Art. 3.1.15.

§ 1

De algemene rekeningen bestaan uit:
een jaarrekening die de volgende elementen bevat:
a)
de balans op 31 december;
b)
de resultatenrekening, opgesteld op basis van de kosten en de opbrengsten van het afgelopen boekjaar;
een jaarrapport over de uitvoering van de begroting, opgesteld in dezelfde vorm als de begroting;
een rapportering die de aansluiting tussen de jaarrekening, vermeld in punt 1°, en de rapportering, vermeld in punt 2°, bevat;
een toelichting bij de balans, de resultatenrekening en de rapportering over de begroting.

§ 2

De VREG volgt bij het opstellen van de rekeningen de boekhoudkundige regels zoals bepaald in artikel 10 tot en met 15 van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de begroting en de boekhouding van de Vlaamse rechtspersonen.