Hoofdstuk II.
Het energiefonds


Art. 3.2.1.

§ 1

Er wordt een Energiefonds opgericht. Dit fonds is een begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991.

§ 2

[Aan dit Energiefonds worden rechtstreeks de volgende inkomsten toegewezen:
opbrengsten uit heffingen en administratieve geldboetes die decretaal aan het Energiefonds worden toegewezen, de opbrengsten afkomstig van de dadingen die hierover worden aangegaan, evenals de opbrengsten die worden geďnd naar aanleiding van beslissingen van de hoven en rechtbanken die hierover worden genomen ten laste van de decretaal aangewezen heffings- of boeteplichtigen;
andere middelen aan het Energiefonds toegewezen krachtens wettelijke, decretale of conventionele bepalingen, de terugstortingen, de middelen van de Europese Unie of andere internationale instellingen voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds, de middelen van de andere gewesten en de federale overheid voor projecten die tot stand komen met cofinanciering vanuit het Energiefonds en die een financiering op Belgisch niveau vergen zoals overlegd op het energie-overleg staat-gewesten, de middelen van andere partners die aan deze projecten deelnemen, de toevallige inkomsten uit deze projecten volgens de overeenkomsten afgesloten met of tussen de projectpartners, de inkomsten uit de verkoop van publicaties die kaderen in het energiebeleid en de overige toevallige ontvangsten.]

§ 3

[De Vlaamse Regering beschikt over de kredieten van het Energiefonds, inclusief de machtiging om hiermee subsidies toe te kennen, voor de uitvoering van haar energiebeleid, in het bijzonder voor de financiering van [de VREG, van de] openbaredienstverplichtingen inzake energie, voor haar sociaal energiebeleid, haar beleid inzake het rationeel energiegebruik, haar beleid inzake warmte-krachtkoppeling, haar beleid inzake de hernieuwbare energiebronnen [...]][alsmede voor de financiering van energiegerelateerde kosten van de Vlaamse overheid.]