Titel IV.
De organisatie van de elektriciteits- en aardgasmarkt in het vlaamse gewest


Hoofdstuk I.
Het beheer van de distributienetten en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest


Afdeling I.
Aanwijzing van de netbeheerders


Art. 4.1.1.
De VREG wijst, voor een [aaneensluitend] geografisch afgebakend gebied, een rechtspersoon aan die belast is met het beheer van [het elektriciteits- en het aardgasdistributienet] in dat gebied.
[In afwijking van het eerste lid wordt voor de beoordeling of een netbeheerder over een geografisch aaneensluitend afgebakend gebied beschikt echter geen rekening gehouden met het grondgebied van de gemeente Voeren en het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied.
In afwijking van het eerste lid kan de VREG, voor het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied en als daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat, een verschillende elektriciteitsdistributienetbeheerder en aardgasdistributienetbeheerder aanstellen.]
Als het distributienet in kwestie geheel of gedeeltelijk eigendom is van een gemeente of groep van gemeenten, doet de VREG de aanwijzing op voorstel van die gemeente of groep van gemeenten. De VREG kan alleen afwijken van dit voorstel, als de voorgestelde netbeheerder niet voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.1.4, § 1, 1°.

Art. 4.1.2.
De VREG stelt een lijst op met de elektrische leidingen met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest en die voornamelijk gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributienetten. Dat geheel van elektrische leidingen en installaties vormt het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.
Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.
Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid.

Art. 4.1.3.
De aanwijzing, vermeld in artikel 4.1.1 en artikel 4.1.2, tweede lid, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twaalf jaar.

Art. 4.1.4.

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt, op advies van de VREG:
de voorwaarden waaraan een kandidaat-netbeheerder moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als netbeheerder en waaraan een netbeheerder moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als netbeheerder;
de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder;
de procedure die nageleefd moet worden bij de aanwijzing van een netbeheerder, evenals bij de wijziging en de beëindiging van een aanwijzing van een netbeheerder.

§ 2

De voorwaarden, vermeld in § 1, 1°, hebben in ieder geval betrekking op:
de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-)netbeheerder [inclusief het beschikken over een door de VREG gecontroleerd ondernemingsplan];
de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)netbeheerder;
het exploitatie- of gebruiksrecht van de (kandidaat-)netbeheerder over het distributienet in kwestie;
de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)elektriciteitsdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en producenten die actief zijn in het Vlaamse Gewest, en de met deze ondernemingen verbonden en geassocieerde ondernemingen en de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)aardgasdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en aardgasinvoerders die actief zijn in het Vlaamse Gewest.

§ 3

De voorwaarden, vermeld in § 2, 4°, hebben onder meer betrekking op de activiteiten van de netbeheerder, de deelneming van andere ondernemingen in de netbeheerder, de deelneming van de netbeheerder in andere ondernemingen, de verhouding van de netbeheerder tot derden, het bestuursorgaan van de netbeheerder, het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder en de personeelsleden van de netbeheerder.

§ 4

De voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder, vermeld in § 1, 2°, bepalen onder meer dat de aanwijzing van de netbeheerder eindigt bij faillissement, ontbinding of fusie en dat de VREG de aanwijzing van een netbeheerder kan herroepen, op voorwaarde dat die werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, bij:
een significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop de netbeheerder een beroep doet, die de onafhankelijkheid van het beheer van het net in kwestie in gevaar zou kunnen brengen;
een grove tekortkoming van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop hij een beroep doet, met betrekking tot de verplichtingen krachtens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan.

Afdeling II.
Werkmaatschappij


Art. 4.1.5.
Als een distributienetbeheerder voor de exploitatie van het distributienet en de uitvoering van openbaredienstverplichtingen een beroep wil doen op een werkmaatschappij, moet voorafgaandelijk toestemming verkregen worden van de VREG.
[De distributienetbeheerders kunnen op elk moment maar op één gezamenlijke werkmaatschappij een beroep doen gedurende een door de VREG aanvaarde periode. Die periode is voor iedere afzonderlijke distributienetbeheerder niet langer dan de duur van de aanwijzing van die distributienetbeheerder, maar is hernieuwbaar na afloop van die termijn.]
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de nadere voorwaarden waaraan de distributienetbeheerder en de werkmaatschappij waarop ze een beroep wil doen, moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.4, § 2, en de (mede)zeggenschap van de distributienetbeheerder over de werkmaatschappij.
De VREG geeft haar toestemming, zoals vermeld in het eerste lid, als zij van mening is dat de werkmaatschappij voldoet aan de voorwaarden die opgelegd zijn ter uitvoering van het vorige lid en aan de voorwaarden, vermeld in de artikelen 4.1.7 [tot en met artikel 4.1.8/1].
De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de toestemming van de VREG moet worden gevraagd en de procedure voor het onderzoek en het verlenen van de toestemming.
[De VREG kan haar toestemming, vermeld in het eerste lid, intrekken wanneer zij van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de voorwaarden ter uitvoering van het derde lid of aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.7 tot en met 4.1.8/1.]

Art. 4.1.5/1.
De raad van bestuur van de werkmaatschappij telt maximaal twintig leden, waarbij elke deelnemende distributienetbeheerder ten minste één vertegenwoordiger heeft.
Het mandaat van lid van de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, is onverenigbaar met:
het lidmaatschap van de wetgevende kamers, het Europees Parlement, de gemeenschaps- en gewestparlementen, de Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschapscommissie;
de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, of het lidmaatschap van een gewest- of gemeenschapsregering.
Om een meer evenwichtige participatie van mannen en vrouwen te bevorderen mag ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, van hetzelfde geslacht zijn.
Telkens als er door een voordrachtprocedure één of meer mandaten vacant zijn in de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, en de voorgedragen kandidaturen het niet mogelijk maken om te voldoen aan de verplichting, vermeld in het derde lid, wordt de voordrachtprocedure hernomen.

Art. 4.1.5/2.
De jaarlijkse bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder, de CEO en de leden van het managementcomité van de werkmaatschappij mag niet meer bedragen dan de jaarlijkse bezoldiging van de minister-president van de Vlaamse Regering. Hoofdstuk 5 van het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector is op die functies van overeenkomstige toepassing.

Afdeling III.
Activiteiten van de netbeheerders


Onderafdeling I.
Beheer van het Net


Art. 4.1.6.
Het beheer van een distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat, onder meer, de volgende taken:
[het beheer en onderhoud en het ontwikkelen onder economische voorwaarden van een veilig, betrouwbaar en efficiënt net met inachtneming van het milieu en de energie-efficiëntie van het net], en in dat verband, het instaan voor de nodige ondersteunende diensten;
het aanhouden van voldoende capaciteit om de elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de afnemers die aangesloten zijn op zijn net en het vervoer van elektriciteit en aardgas naar distributienetten mogelijk te maken;
de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dit geografisch afgebakende gebied;
de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;
het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn net;
het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het verzwaren van de aansluitingen op zijn net;
het verlenen van toegang tot zijn net;
het beheren van het toegangsregister van zijn net;
10°
het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;
11°
het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op zijn net en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
12°
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de afnemers en de VREG;
13°
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen;
[14°
als elektriciteitsdistributienetbeheerder transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures hanteren bij de aankoop van elektriciteit;]
15°
[alle vormen van energiefraude, gerelateerd aan hun activiteiten, actief detecteren en vaststellen, en maatregelen nemen om energiefraude te vermijden.]

Onderafdeling II.
Activiteiten inzake levering, productie, verschaffen van energiediensten door de netbeheerder en zijn werkmaatschappij


Art. 4.1.7.
Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen activiteiten ondernemen inzake de levering van elektriciteit en aardgas, tenzij voor de levering ervan in het kader van een openbaredienstverplichting die op grond van dit decreet is opgelegd.

Art. 4.1.8.

§ 1

De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan geen andere activiteiten ondernemen voor de productie van elektriciteit dan de productie van elektriciteit die nodig is om zijn taken als netbeheerder goed te kunnen uitoefenen.

§ 2

Een distributienetbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen activiteiten ondernemen inzake de productie van elektriciteit [of gas], behoudens de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling in productie-installaties waarvan de distributienetbeheerder op 1 oktober 2006 eigenaar is en die op het net van deze distributienetbeheerder aangesloten zijn. De elektriciteit die in deze installaties wordt opgewekt, wordt alleen aangewend voor de dekking van het eigen verbruik van de distributienetbeheerder, het eigen verbruik van de werkmaatschappij en/of de netverliezen. De verdere exploitatie van kwalitatieve warmtekrachtinstallaties waarvan hij op 1 oktober 2006 eigenaar is, vormt een openbaredienstverplichting voor de distributienetbeheerder zolang de certificaten die toegekend zijn voor de primaire energiebesparing die de installatie realiseert, niet aanvaard worden voor de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11. De distributienetbeheerder streeft daarbij naar een maximale primaire energiebesparing.

Art. 4.1.8/1.
Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij ondernemen geen activiteiten inzake het aanbieden van commerciële energiediensten of het optreden als aggregator.
Niettegenstaande het eerste lid kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij diensten aanbieden aan aandeelhouders/vennoten of op grond van een openbaredienstverplichting die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgelegd.

Afdeling IV.
Vertrouwelijkheid en non-discriminatieverplichtingen, opgelegd aan de netbeheerder en diens werkmaatschappij


Art. 4.1.9.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij onthouden zich van elke vorm van discriminatie tussen producenten, aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers, tussenpersonen, [aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren,] afnemers en categorieën van afnemers.

Art. 4.1.10.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij [eerbiedigen de vertrouwelijkheid van] alle persoonlijke en commerciële gegevens die ze bij de uitoefening van hun taken verwerven [...].
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, en de personeelsleden die die gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
[De netbeheerder en zijn werkmaatschappij voorkomen ook dat informatie over hun eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.]

Art. 4.1.11.
De personeelsleden en bestuurders van de netbeheerder en zijn werkmaatschappij zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.

Afdeling IV/1.
Vergoedingsplichten van de netbeheerder


Onderafdeling I.
Schadevergoeding bij storing


Art. 4.1.11/1.
De netbeheerder is de netgebruiker die aangesloten is op zijn net in overeenstemming met de wettelijke bepalingen vergoeding verschuldigd van de schade die de netgebruiker leed als gevolg van een storing, behoudens andersluidende contractuele bepalingen.
De vergoeding kan echter niet meer bedragen dan 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.
De netbeheerder wordt in overeenstemming met de wettelijke bepalingen in de rechten van de netgebruiker gesteld ten opzichte van de veroorzaker van de storing, voor de door hem betaalde vergoeding met toepassing van dit artikel.

Onderafdeling II.
Gemeenschappelijke bepalingen voor onderafdelingen III tot en met V


Art. 4.1.11/2.
De bepalingen van onderafdeling III tot en met V gelden behoudens andersluidende contractuele bepalingen.
De bepalingen van onderafdeling III tot en met V sluiten de toepassing van andere wettelijke bepalingen niet uit. De gezamenlijke toepassing van verschillende aansprakelijkheidsgronden kan nooit leiden tot een hogere vergoeding dan de integrale herstelling van de geleden schade. De vergoeding is beperkt tot 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.
De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/3 tot en met 4.1.11/5, worden vanaf 1 januari 2015 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door vermenigvuldiging met het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni 2013.
Onder gezondheidsindexcijfers als vermeld in het tweede lid, wordt verstaan: het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.

Onderafdeling III.
Forfaitaire vergoeding bij laattijdige aansluiting


Art. 4.1.11/3.
De distributienetbeheerder is de aanvrager van een aansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag overschrijding van de aansluitingstermijn die voorgeschreven is door de technische reglementen of die in onderling overleg werd afgesproken, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de aansluiting niet heeft kunnen beletten.
De dagvergoeding bedraagt 25 euro voor een huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, 50 euro voor een niet-huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, en 100 euro voor een laattijdige aansluiting met detailstudie.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Onderafdeling IV.
Forfaitaire vergoeding bij laattijdige heraansluiting


Art. 4.1.11/4.
De distributienetbeheerder is een aanvrager van een heraansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag vertraging van de realisatie van de heraansluiting van die netgebruiker op zijn net, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de heraansluiting niet heeft kunnen beletten.
De vergoeding bedraagt 75 euro.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Onderafdeling V.
Forfaitaire vergoeding bij langdurige stroomonderbreking


Art. 4.1.11/5.

§ 1

De netbeheerder is de netgebruiker, aangesloten op het distributienet, een vergoeding verschuldigd in geval van een niet-geplande stroomonderbreking met technische oorzaak van minstens vier uur.
De vergoeding bedraagt 35 euro voor de huishoudelijke netgebruiker, vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid.
Voor de niet-huishoudelijke netgebruiker bedraagt de vergoeding 20 % van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur.

§ 2

De vergoedingsplicht, vermeld in paragraaf 1, geldt niet in geval van een onderbreking als gevolg van een noodsituatie of overmacht, zoals omschreven in de technische reglementen.

§ 3

De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking. Binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, wordt de vergoeding door de distributienetbeheerder betaald als de aanvraag gegrond is.

§ 4

De distributienetbeheerder wordt in de rechten van de netgebruiker gesteld ten opzichte van degene die het ontstaan of het aanhouden van de onderbreking veroorzaakte, voor de door hem betaalde vergoeding met toepassing van dit artikel.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Afdeling V.
Aansluiting op een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit


Art. 4.1.12.
Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend voor de aansluiting op zijn net.

Art. 4.1.13.

§ 1

De aardgasdistributienetbeheerder mag voor de aansluiting van een aansluitbare wooneenheid of gebouw op het aardgasdistributienet in de gebieden in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de aardgasleiding langs de openbare weg waar de aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit;
er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt;
de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur;
de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar.

§ 2

Als de aardgasdistributienetbeheerder om technische of economische redenen toch beslist om een niet-aansluitbare wooneenheid of gebouw gelegen in een gebied bestemd voor bewoning via een onderboring aan te sluiten op een aardgasleiding aan de overkant van de straat, mag hij in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, voor de aansluiting een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de aardgasleiding langs de openbare weg waar het aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit;
er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt;
de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur;
de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar.

Art. 4.1.14.
Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om [[...] afnemer die elektriciteit [...] koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] overeenkomstig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het elektriciteitsdistributienet als de huishoudelijke afnemer erom vraagt, op voorwaarde dat:
a)
de aanvrager bij nieuwbouw een geldige [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] kan voorleggen;
b)
een bestaande woning hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn.

Art. 4.1.15.
Elke aardgasdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om [elke afnemer die aardgas koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] overeenkomstig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het aardgasdistributienet als [hij daartoe verzocht wordt], op voorwaarde dat:
a)
de aanvrager bij nieuwbouw een geldige [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] kan voorleggen;
b)
een bestaande wooneenheid of een bestaand gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn;
c)
[...]

Art. 4.1.16.
Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
De Vlaamse Regering houdt voor het vaststellen van de uitzonderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, minstens rekening met de aanwezigheid van andere netten en de energieprestaties van de aan te sluiten gebouwen.
De aanvrager van de aansluiting of verkaveling draagt de overige kosten.
De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling.

Art. 4.1.17.
Iedere aardgasdistributienetbeheerder stelt jaarlijks op zijn website en in zijn klantenkantoren een indicatieve lijst ter beschikking van het publiek die per gemeente, de straten aangeeft waar de [aardgasdistributienetbeheerder] volgens zijn investeringsplan in de komende drie jaren aardgasleidingen zal aanleggen. Als de aardgasleiding niet in de volledige straat of aan beide kanten zal worden aangelegd, worden de huisnummers en de straatkant vermeld waarlangs de aardgasleiding zal worden aangelegd. De aardgasdistributienetbeheerder bezorgt die gegevens ook aan de betrokken gemeente.

Afdeling VI.
Toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit


Art. 4.1.18.

§ 1 [

Afnemers en producenten hebben recht op toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor respectievelijk de afname en injectie van elektriciteit of aardgas.
De technische reglementen bepalen wie door de toegangsgerechtigden, bedoeld in het voorgaande lid, als toegangshouder op een toegangspunt aangeduid kan worden.
]

§ 2

[Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend waartegen de toegangshouder toegang tot het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan verkrijgen.]
Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen weigeren, beëindigen of opschorten in één of meer van onderstaande gevallen:
zijn net beschikt niet over voldoende capaciteit om het vervoer te verzekeren;
de veilige en betrouwbare werking van zijn net komt in het gedrang;
[...]
[Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net voor een toegangshouder bovendien weigeren of beëindigen indien de aanvrager van de toegang tot het net niet voldoet of de toegangshouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn net, vastgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1.]

§ 3

Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring.
De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen:
bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement;
in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft;
de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel;
voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt.

[§ 3/1

De netbeheerder is verplicht om een bemiddeling op te starten bij de VREG indien hij in het geval, vermeld in paragraaf 2, derde lid, de toegang tot het net wil weigeren of beëindigen, behoudens in de gevallen waar geen voorafgaande toestemming door de VREG is vereist.
]

§ 4

Tegen een weigering, opschorting of beëindiging van toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan [overeenkomstig artikel 3.1.4/3, zonder voorafgaande bemiddeling, een geschillenbeslechtingsprocedure gevoerd] worden bij de VREG. De Vlaamse Regering stelt de beroepsprocedure vast, na advies van de VREG. Als de VREG, bij de behandeling van het beroep, van mening is dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang onterecht was, geeft de netbeheerder de betrokken persoon alsnog of opnieuw toegang tot zijn net.

Art. 4.1.18/1.
De netbeheerders stellen, in nauwe samenwerking met aanbieders van energiediensten, met inbegrip van aggregatoren, en afnemers, en na goedkeuring door de VREG, technische specificaties op met betrekking tot de toegang tot en de deelname van vraagzijdebeheer aan de markten inzake balancerings-, en andere ondersteunende diensten op het distributienet. Deze technische specificaties zijn gebaseerd op de technische eisen van deze markten en de mogelijkheden die vraagzijdebeheer biedt.

Art. 4.1.18/2.
Teneinde de veilige en betrouwbare werking van het net te garanderen, dienen installateurs van hernieuwbare energiesystemen maandelijks aan elke netbeheerder in wiens gebied ze gedurende de voorgaande maand werken hebben uitgevoerd een lijst met hernieuwbare energie-installaties voor elektriciteitsproductie die door hen werden geïnstalleerd over te maken. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van deze meldingen.

Afdeling VII.
Investeringsplannen


Art. 4.1.19.

§ 1

Iedere netbeheerder stelt jaarlijks een indicatief investeringsplan op voor het net dat hij beheert. Het investeringsplan bestrijkt een periode van drie jaar.
Het investeringsplan bevat:
een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
het investeringsprogramma inzake vernieuwing en uitbreiding van het net dat de netbeheerder zal uitvoeren om aan de behoeften te voldoen;
een overzicht en toelichting over de in het afgelopen jaar uitgevoerde investeringen;
de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie.
Voor wat de aardgasdistributienetbeheerders betreft, bevat het investeringsplan ook:
een gedetailleerd plan van het aardgasdistributienet van de [aardgasdistributienetbeheerder], met aanduiding per straat (en eventueel huisnummers) van de bestaande aardgasleidingen;
een gedetailleerde lijst van het aardgasdistributienet van de [aardgasdistributienetbeheerder], met aanduiding per straat (en eventueel huisnummers) van de aardgasleidingen waarvan de aanleg in de drie daaropvolgende jaren wordt gepland;
[het aantal aangesloten en het aantal aansluitbare wooneenheden en gebouwen op 1 januari van het beschouwde jaar.]
Het technisch reglement kan nader bepalen op welke wijze deze informatie ter beschikking wordt gesteld.

§ 2

Het investeringsplan wordt jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
Als de VREG, na overleg met de netbeheerder, vaststelt dat de investeringen voorzien in het investeringsplan de netbeheerder niet in de mogelijkheid stellen om op een adequate en doeltreffende manier aan de capaciteitsbehoeften te voldoen [...], kan de VREG de netbeheerder verplichten om het plan binnen een redelijke termijn aan te passen.
Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen drie maanden na de ontvangst ervan wordt het investeringsplan geacht aangenomen te zijn. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt die termijn met nog eens drie maanden verlengd.

Afdeling VIII.
Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de netbeheerder


Art. 4.1.20.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op hun net.
Die openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over:
de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de elektriciteits- en aardgastoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net;
de karakteristieken van de geleverde elektrische spanning, aardgasdruk en aardgaskwaliteit op het toegangspunt;
de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;
de termijnen waarbinnen klachten en vragen van afnemers behandeld worden;
de facturatie aan afnemers;
de informatieverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net;
de behandeling van klachten van afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net.

Art. 4.1.21.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden.
Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de netbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelde.

Art. 4.1.22.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders extra openbaredienstverplichtingen opleggen naast de openbaredienstverplichtingen van dit decreet, met betrekking tot:
hun investeringen in het net;
de levering van elektriciteit of aardgas aan [iedere afnemer die elektriciteit of aardgas koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] die niet over een leveringscontract beschikken of van wie de leverancier zijn verplichtingen niet nakomt, doordat de toegang tot het distributienet beëindigd wordt of doordat hij, om welke reden dan ook, geen elektriciteit of aardgas meer kan leveren aan zijn afnemers;
de procedure die de netbeheerder moet volgen bij wanbetaling door de afnemer;
maatregelen van sociale aard, zoals de plaatsing en de exploitatie van budgetmeters voor elektriciteit[, budgetmeters voor aardgas] en van stroombegrenzers;
de exploitatie van openbare verlichting.
De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen hun medewerking aan de netbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen die hun opgelegd zijn volgens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin die medewerking zal bestaan.

Art. 4.1.22/1.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij brengen de evenwichtsverantwoordelijken onmiddellijk op de hoogte van de onderbreking of van de beperking van de afname en injectie van de productie-eenheden, aangesloten op hun net en de modaliteiten hiervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.

Afdeling IX.
Slimme meters


Art. 4.1.22/2.

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt de situaties waarin de netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributienet een slimme meter plaatsen.

§ 2

In het geval dat een slimme meter wordt geplaatst, zorgen de netbeheerder en de beheerder van een gesloten distributienet ervoor dat de afnemer voldoende geïnformeerd en geadviseerd wordt over zijn rechten en plichten en het volledige potentieel dat de meter heeft, onder meer inzake het gebruik van de gegevens van de slimme meter en inzake de mogelijkheid voor de afnemer tot controle van zijn energieverbruik.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt aan welke voorwaarden deze slimme meters moeten voldoen.

§ 4

De Vlaamse Regering bepaalt welke partijen voor welke doeleinden toegang krijgen tot welke gegevens uit slimme meters.

§ 5

De partijen die via dit decreet en zijn uitvoeringsbepalingen toegang krijgen tot de gegevens uit deze slimme meters, zorgen ervoor dat te allen tijde de dataveiligheid gegarandeerd wordt en voldaan wordt aan de privacywetgeving.

Afdeling X.
Prerogatieven van de netbeheerders


Onderafdeling I.
Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder


Art. 4.1.23.

§ 1

De netbeheerders hebben als erfdienstbaarheid het recht:
op blijvende wijze steunen, ankers en de bijhorende uitrustingen aan te brengen voor bovengrondse elektrische lijnen, aan de buitenzijde van de muren en gevels die uitgeven op de openbare weg;
elektrische lijnen boven de private eigendommen te laten doorgaan zonder vasthechting noch aanraking;
boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluitingen of schade aan de lijn zouden kunnen veroorzaken;
wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse elektrische lijnen of aardgasleidingen komen en die schade aan de lijn of leiding zouden kunnen veroorzaken.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1, 3° en 4°, kan de netbeheerder ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen, als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, niet volstaat.

§ 3

De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de netbeheerder van algemeen nut is om elektrische lijnen of aardgasleidingen aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren.
De netbeheerder heeft in dat geval het recht de lijnen of leidingen aan te leggen boven of onder deze gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.

§ 4

De aangelegde kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de netbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.

§ 5

Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de netbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de netbeheerder zelf.
Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.

Art. 4.1.24.

§ 1

De netbeheerder vergoedt bij minnelijke overeenkomst de eigenaars en de eventuele huurders, pachters of iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed in de vorm van een vergoeding voor het nadeel dat mogelijk voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.1.23, § 1, 1°.

§ 2

Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4.1.23, § 2, is de netbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de procedure voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding.

§ 4

Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.

Art. 4.1.25.
De uitoefening door de netbeheerder van het recht, vermeld in artikel 4.1.23, kan de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht, als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, dan moet de netbeheerder de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen, voor zover deze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken netbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder.
De betrokken netbeheerder kan die kosten terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.

Onderafdeling II.
Onteigeningen door de netbeheerder


Art. 4.1.26.

§ 1

Met uitzondering voor het gewestelijk openbaar domein kunnen netbeheerders, daartoe gemachtigd door de Vlaamse Regering, overeenkomstig de reglementering betreffende de onteigening ten algemenen nutte, in eigen naam en voor eigen rekening onroerende goederen onteigenen die voor de rechtstreekse verwezenlijking van hun doel nodig zijn.
[De onteigeningen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd conform de bepalingen van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017.]

§ 2

In afwijking van § 1 kan de Vlaamse Regering aan de netbeheerder op het gewestelijk openbaar domein domeintoelatingen, vergunningen voor het privatief gebruik of domeinconcessies verlenen via het gelasten van de door haar of via decreet aangestelde domeinbeheerder.

Onderafdeling III.
Recht op toegang van de netbeheerder tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker


Art. 4.1.26/1.
De netbeheerder heeft het recht op toegang tot de ruimte(s) waardoor de aansluitkabel loopt of de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer, of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas.
De netgebruiker verschaft de netbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

Onderafdeling IV.
Gebruik van persoonlijke gegevens door de netbeheerder


Art. 4.1.26/2.
De netbeheerders kunnen, onder toezicht van de VREG, voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.

Afdeling XI.
Gebruik van het openbaar domein door de netbeheerder


Art. 4.1.27.

§ 1

De netbeheerder heeft het recht het openbaar domein te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van aardgasleidingen en elektrische lijnen boven of onder het openbaar domein en de bijbehorende uitrustingen, als hij over een voorafgaandelijke domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.
In afwijking van het eerste lid en onverminderd de bepalingen van artikel 4.1.28 hebben de netbeheerders, waarvan de gemeenten enerzijds geheel of gedeeltelijk en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder zijn, het recht om op het openbaar domein dat beheerd wordt door een van hun deelnemende gemeenten, distributienetten aan te leggen, te onderhouden en uit te baten.

§ 2

In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] nodig is, de aanvraag tot het verkrijgen van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag tot het verkrijgen van een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen]. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn om een domeintoelating, als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De door het verzoek gevatte domeinbeheerders brengen hun beslissing ter kennis van het vergunningverlenende bestuursorgaan, rekening houdend met volgende regelingen:
indien de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek, voorzien in [het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning], wordt de beslissing ter kennis gebracht aan het vergunningverlenende bestuursorgaan binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na deze waarop het openbaar onderzoek werd afgesloten;
in alle andere gevallen, wordt de beslissing ter kennis gebracht binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van het verzoek. Deze termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen.
Als de domeinbeheerder binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, geen beslissing neemt, wordt de aanvraag tot het verkrijgen van de domeintoelating geacht te zijn toegestaan.
De beslissingen over het al dan niet verlenen van de domeintoelatingen en [de omgevingsvergunning] worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan ter kennis gebracht van de aanvrager met een aangetekende brief of enige andere vorm van beveiligde zending, vermeld in [artikel 2, 2°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de dossiersamenstelling en de te volgen procedure.

Art. 4.1.28.
De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de netbeheerder verplichten de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken netbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daartoe.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder.

Afdeling XII.
Tarieven voor de aansluiting op en het gebruik van het distributienet


Onderafdeling I.
Toepassingsgebied


Art. 4.1.29.
De aansluiting op en het gebruik van het distributienet voor de afname en/of injectie van elektriciteit, aardgas of biogas, met inbegrip van de meetdiensten en, in voorkomend geval, de ondersteunende diensten en de openbaredienstverplichtingen, maken het voorwerp uit van gereguleerde tarieven.

Onderafdeling II.
Algemene bepalingen


Art. 4.1.30.

§ 1

De VREG stelt een tariefmethodologie op en oefent zijn tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de distributienetbeheerders in staat stelt de noodzakelijke investeringen in hun distributienetten uit te voeren.

§ 2

De VREG oefent zijn tariefbevoegdheid uit, rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd op Europees, federaal en gewestelijk niveau.

§ 3

De VREG motiveert volledig en op omstandige wijze zijn tariefbeslissingen, zowel op het vlak van de tariefmethodologieën als op het vlak van de tarieven. Indien een beslissing op economische of technische overwegingen steunt, maakt de motivering melding van alle elementen die de beslissing rechtvaardigen. Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.

§ 4

De tarieven die van toepassing zijn, kunnen niet met terugwerkende kracht worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de verrekening van de saldi, of de compensatiemaatregelen na voorlopige tarieven.

Onderafdeling III.
Procedure voor het opstellen van de tariefmethodologie


Art. 4.1.31.

§ 1

Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, werkt de VREG het ontwerp van tariefmethodologie uit die deze distributienetbeheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De overlegprocedure, vermeld in het eerste lid, komt tot stand met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord tussen de VREG en de distributienetbeheerders over de overlegprocedure, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt:
de VREG stuurt de oproeping voor de overlegvergadering naar de distributienetbeheerders. De VREG maakt die oproeping minstens acht kalenderdagen vóór de vergadering in kwestie op zijn website bekend alsook de documentatie met betrekking tot de agendapunten van die overlegvergadering. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de overlegvergadering, alsook de agendapunten;
na de overlegvergadering stelt de VREG een ontwerp van proces-verbaal op van de overlegvergadering waarin de argumenten van de verschillende partijen worden opgenomen, alsook de vastgestelde punten waarover wel of geen overeenstemming bestaat. De VREG zendt dat verslag ter goedkeuring over aan de aanwezige partijen binnen acht kalenderdagen na de overlegvergadering.

§ 2

De VREG organiseert een openbare raadpleging over het ontwerp van tariefmethodologie. Tijdens die raadpleging krijgen alle belanghebbenden gedurende minstens vijfenveertig kalenderdagen de tijd om hun opmerkingen aan de VREG te bezorgen. Na afloop van die periode publiceert de VREG daarover binnen vijfenveertig kalenderdagen een gemotiveerd consultatieverslag.

§ 3

Na het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 1 en 2, stelt de VREG de tariefmethodologie vast. Onverminderd de toepassing van de algemene boekhoudkundige normen en regels, preciseert die tariefmethodologie onder andere:
de definitie van de kostencategorieën;
de algemene tariefstructuur, tariefdragers en de klantengroepen.

§ 4

Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders, het gemotiveerd consultatieverslag, en alle documenten die nuttig worden geacht voor de motivering van de beslissing van de VREG over de tariefmethodologie.

Onderafdeling IV.
Richtsnoeren voor het opstellen van de tariefmethodologie


Art. 4.1.32.

§ 1

De VREG stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren:
de tariefmethodologie is volledig en transparant, zodat het voor de distributienetbeheerders mogelijk is om hun tariefvoorstellen op basis van de tariefmethodologie op te stellen. Ze bevat de elementen die verplicht zijn in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die de distributienetbeheerders moeten gebruiken;
onverminderd de mogelijkheid om conform artikel 4.1.33, § 4, de tariefmethodologie tussentijds te herzien, stelt de tariefmethodologie het aantal jaren vast van de reguleringsperiode die aanvangt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de VREG de tariefmethodologie heeft vastgesteld;
de criteria voor de verwerping van kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel;
de tarieven zijn een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte en structureel vergelijkbare distributienetbeheerder;
de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de netgebruikers worden gedragen [Dit wordt door de VREG onder andere gecontroleerd door middel van een vergelijking met distributienetactiviteiten in de andere gewesten en de buurlanden.];
de verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat de distributienetbeheerder beheert;
in geval van fusie of wijzigingen van distributienetbeheerders kunnen tot het einde van de op het moment van die fusie of van die wijzigingen lopende evenals de daaropvolgende reguleringsperiode in elke geografische zone verschillende tarieven verder worden toegepast;
de vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerder toelaten om de noodzakelijke investeringen te doen voor de uitoefening van zijn opdrachten en maakt een toegang tot kapitaal mogelijk;
10°
de kosten voor de openbaredienstverplichtingen die worden opgelegd door of krachtens het decreet, en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, subsidies, bijdragen en heffingen, worden op een transparante en niet-discriminerende wijze verrekend in de tarieven na controle door de VREG;
11°
de tariefmethodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten, die bestaan uit de lasten voor het niet-gekapitaliseerde aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde distributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
12°
de tariefmethodologie bepaalt de wijze van vaststelling van de positieve of negatieve saldi van de kosten, vermeld in 10° en 11°, en andere kosten of inkomsten die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven;
13°
de productiviteitsinspanningen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte en op lange termijn noch de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering in het gedrang brengen;
14°
de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegestaan;
15°
de tariefmethodologie moedigt de distributienetbeheerders aan om hun efficiëntie te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de uitvoering van hun investeringsplannen;
16°
de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en het rationeel gebruik van de infrastructuren;
17°
de tarieven zijn een realistische weergave van de kostenvoordelen die kunnen voortvloeien uit de aansluiting op en het gebruik van het distributienet door installaties die gebruikmaken van hernieuwbare-energiebronnen en gedistribueerde opwekking;
18°
de tarieven weerspiegelen de kostenbesparingen in distributienetten die worden behaald vanuit maatregelen die passen binnen het vraagzijdebeheer en kunnen een dynamische prijsstelling voor afnemers ondersteunen;
19°
de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie, inclusief de energie-efficiëntie, aantasten van de productie, de distributie en de levering van elektriciteit of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren. De tarieven geven wel prikkels voor de deelname van vraagzijdemiddelen aan het aanbod op georganiseerde elektriciteitsmarkten en voor de levering van ondersteunende diensten;
20°
de tarieven beletten netbeheerders of energiedetailhandelaren niet systeemdiensten beschikbaar te stellen voor vraagresponsmaatregelen, vraagzijdebeheer en gedistribueerde opwekking op georganiseerde elektriciteitsmarkten, met name:
a)
verschuiven van de belasting van piekperioden naar dalperioden omdat de eindafnemer rekening houdt met de beschikbaarheid van hernieuwbare energie, energie uit warmte-krachtkoppeling en verspreide opwekking;
b)
energiebesparing vanuit de vraagrespons van verspreide verbruikers door aggregatoren;
c)
vermindering van de vraag resulterend uit energie-efficiëntiemaatregelen die door aanbieders van energiediensten met inbegrip van bedrijven die energiediensten leveren, zijn genomen;
d)
de aansluiting op en verdeling van opwekkingsbronnen op lagere spanningsniveaus;
e)
de aansluiting van opwekkingsbronnen vanuit een locatie dichterbij het verbruik;
f)
energieopslag;
21°
bij de invoering van een capaciteitstarief houden de tarieven rekening met regionaal objectiveerbare verschillen.

§ 2

De VREG kan de kosten van de distributienetbeheerders controleren en in voorkomend geval verwerpen, in het licht van de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, en van de beoordelingscriteria, vermeld in paragraaf 1, 3°.

Onderafdeling V.
Procedure voor het indienen en goedkeuren van de tariefvoorstellen


Art. 4.1.33.

§ 1

De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie en dienen die in bij de VREG, met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.

§ 2

De VREG onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring ervan en deelt zijn gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.

§ 3

De VREG stelt de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen op met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt:
de distributienetbeheerder dient binnen dertig kalenderdagen op voorstel van de VREG zijn tariefvoorstel in voor het volgende jaar in de vorm van het rapporteringsmodel dat de VREG vaststelt overeenkomstig artikel 4.1.32, § 1, 1°;
de distributienetbeheerder bezorgt het tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief aan de VREG of geeft het af tegen ontvangstbewijs. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische versie van het tariefvoorstel dat de VREG kan bewerken;
binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het tariefvoorstel bevestigt de VREG aan de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook per e-mail, dat het dossier volledig is of bezorgt de distributienetbeheerder een lijst van aanvullende inlichtingen of vragen die de distributienetbeheerder moet verstrekken of beantwoorden. Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de voormelde lijst, verstrekt de distributienetbeheerder de gevraagde aanvullende inlichtingen, antwoorden en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze aan de VREG. De onder dit punt vermelde procedure tot bekomen van bijkomende inlichtingen kan herhaald worden indien de VREG dit nuttig acht;
binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het tariefvoorstel, vermeld in punt 2°, of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de laatste antwoorden en de laatste aanvullende inlichtingen en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel, van de distributienetbeheerder, vermeld in punt 3°, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze op de hoogte van zijn ontwerp van beslissing over het tariefvoorstel in kwestie. Ingeval de VREG in zijn ontwerp beslist tot weigering van het tariefvoorstel geeft de VREG op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen overeenkomstig de tariefmethodologie om een beslissing tot goedkeuring van de VREG te verkrijgen;
als de VREG een ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel aan de distributienetbeheerder bezorgt, kan de distributienetbeheerder binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van dat ontwerp van beslissing zijn bezwaren daarover meedelen aan de VREG. Die bezwaren worden afgegeven tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief verzonden aan de VREG, en tegelijk op elektronische wijze. De distributienetbeheerder kan binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, zijn aangepaste tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief of door afgifte met ontvangstbewijs aan de VREG bezorgen. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische kopie aan de VREG. Binnen vijftien kalenderdagen nadat de VREG het ontwerp van de beslissing over het tariefvoorstel of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de bezwaren en in voorkomend geval het aangepaste tariefvoorstel, heeft verzonden, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook elektronisch, op de hoogte van zijn beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangepaste tariefvoorstel;
als de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen, vermeld in de punten 1° tot 5°, of als de VREG een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel of tot weigering van het aangepaste tariefvoorstel, zijn voorlopige tarieven die de VREG oplegt, van kracht, tot de distributienetbeheerder zijn verplichtingen, vermeld in de punten 1° tot 5°, alsnog is nagekomen, tot alle rechtsmiddelen van de distributienetbeheerder of van de VREG zijn uitgeput, of tot over de twistpunten tussen de VREG en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De VREG is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen als de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven.

§ 4

Onverminderd de mogelijkheid van de VREG om de tariefmethodologie of de tarieven gedurende de reguleringsperiode te allen tijde en in afwijking van de termijnen uit de procedure, vermeld in paragraaf 3, op eigen initiatief te wijzigen, kan een distributienetbeheerder, voor zover dat strikt noodzakelijk wordt geacht, binnen de reguleringsperiode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tarieven voor de komende jaren van die tariefmethode ter goedkeuring voorleggen aan de VREG. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven houdt rekening met de tariefmethodologie, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de VREG behandeld overeenkomstig de geldende procedure, vermeld in paragraaf 3.

§ 5

Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of van commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen, de ontwerpen van tarifaire beslissingen en, in voorkomend geval, de goedgekeurde tariefvoorstellen die de distributienetbeheerders hebben ingediend.
De VREG publiceert de tarieven en hun motivering binnen drie werkdagen na hun goedkeuring op zijn website. De VREG houdt rekening met een redelijke implementatietermijn voor de leveranciers.

§ 6

De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan hun toegangshouders de tarieven mee die ze moeten toepassen en stellen ze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Ze publiceren die tarieven ook zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing ervan preciseert.

Onderafdeling VI.
Beroepsprocedure tegen beslissingen van de VREG met betrekking tot de tarieven


Art. 4.1.34.
Tegen de beslissingen die de VREG met toepassing van titel IV, hoofdstuk I, afdeling XII, heeft genomen, kan door iedere persoon die een belang aantoont, beroep aangetekend worden voor het Hof van Beroep te Brussel, dat zetelt zoals in kort geding.
[Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet ter kennis is gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt hiervan kennis gegeven via gerechtsbrief door de griffie van het Hof van Beroep aan alle partijen die door de verzoeker bij de zaak worden betrokken. De griffie van het Hof van Beroep vraagt [...] de VREG het administratief dossier betreffende de aangevochten akte met het verzoekschrift bij de griffie neer te leggen. De neerlegging van het administratief dossier geschiedt ten laatste samen met de eerste conclusie van de VREG. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het Hof van Beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]
Het Hof van Beroep kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief oordelen dat de rechtsgevolgen van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing geheel of gedeeltelijk in stand blijven of voorlopig in stand blijven voor een termijn die het bepaalt. Deze maatregel kan evenwel enkel worden bevolen om uitzonderlijke redenen die een aantasting van het legaliteitsbeginsel rechtvaardigen, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing en na een tegensprekelijk debat. Deze beslissing moet ook rekening houden met de belangen van derden.

Hoofdstuk II.
Technische reglementen


Art. 4.2.1.

§ 1

[De VREG stelt, na voorafgaandelijk stakeholdersoverleg, een ontwerp van technisch reglement op voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, het aardgasdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. Dit ontwerp van reglement wordt vervolgens ter consultatie aan de marktpartijen voorgelegd.]
[De reglementen bevatten telkens de bepalingen van toepassing op de gesloten distributienetten [...].]

§ 2

De technische reglementen, vermeld in § 1, bevatten voor het beheer, de toegang tot en de aansluiting op het net in ieder geval:
de technische en operationele regels die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het beheer van het net, vermeld in artikel 4.1.6;
de verplichtingen die opgelegd zijn aan producenten, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers[, aanbieders van energiediensten met inbegrip van [exploitanten van noodgroepen,] aggregatoren], afnemers, [...], om de netbeheerder in staat te stellen zijn net zo kwaliteitsvol mogelijk te beheren[, inclusief de handels- en balanceringsvereisten opgelegd aan iedere leverancier van elektriciteit of aardgas aan afnemers in het Vlaamse Gewest];
de regels voor de uitwisseling van gegevens tussen de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de distributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit, [de beheerder van het gesloten distributienet], de producenten, de aardgasinvoerders, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers[, de aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren] en de afnemers;
de regels die opgelegd zijn aan leveranciers en netbeheerders bij klant- of leverancierswissels, [contractuele wijzigingen op het toegangspunt], de opname en rechtzetting van meterstanden en de allocatie en reconciliatie, inclusief de financiële verrekeningen tussen marktpartijen;
de eventuele technische uitvoeringsregels bij openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan leveranciers of netbeheerders op grond van dit decreet;
de informatieverplichtingen of voorafgaande goedkeuring [of vaststelling] door de VREG van de operationele regels, algemene voorwaarden, typeovereenkomsten, formulieren en procedures die gebruikt worden door de netbeheerder ten aanzien van leveranciers[, aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren] en afnemers;
de prioriteit die moet worden gegeven aan kwalitatieve warmtekrachtinstallaties en aan productie-installaties van groene stroom;
[de verplichting voor de netbeheerders tot het verstrekken van informatie aan de VREG over de beoordeling die zij uitvoeren van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun gas- en elektriciteitsinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft transport, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting op installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren.]
[de vaststelling of goedkeuring van niet-tarifaire toegangs- en aansluitingsvoorwaarden.]

§ 3 [

De technische reglementen, vermeld in paragraaf 1, worden na een openbare consultatie goedgekeurd door de raad van bestuur van de VREG.
De technische reglementen treden pas in werking na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
]

Hoofdstuk III.
De levering van elektriciteit en aardgas


Afdeling I.
De leveringsvergunning


Art. 4.3.1.

§ 1

[De levering van elektriciteit en aardgas via het distributienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, aan afnemers], is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een leveringsvergunning door de VREG [of aan de eisen, gesteld door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de federale overheid of een andere gewestelijke bevoegde overheid in verband met de levering van elektriciteit of aardgas].
De levering van elektriciteit en aardgas door een netbeheerder in het kader van zijn taken, vermeld in artikel 4.1.6, of een openbaredienstverplichting die opgelegd is in dit decreet of een uitvoeringsbesluit ervan, is niet onderworpen aan de toekenning van een leveringsvergunning.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot toekenning, wijziging en opheffing van een leveringsvergunning.
De voorwaarden tot toekenning van een leveringsvergunning hebben in ieder geval betrekking op:
de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de aanvrager;
de professionele betrouwbaarheid van de aanvrager;
de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen;
de openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan de leveranciers volgens dit decreet of de [uitvoeringsbepalingen] ervan;
de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders.
Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn.

[§ 3

Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen.]

Afdeling II.
Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de leveranciers


Art. 4.3.2.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, [iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest] openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot:
de facturatie van het elektriciteits- en aardgasverbruik;
de informatieverlening;
de behandeling van klachten van hun klanten;
maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract.

Art. 4.3.2/1.
Behoudens in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering kan een leverancier niet weigeren een huishoudelijke afnemer te beleveren.
Dit artikel treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.

Afdeling III.
Noodleverancier


Art. 4.3.3.
In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, intrekt, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De Vlaamse Regering bepaalt de maximale periode, die niet langer kan zijn dan zestig dagen, gedurende dewelke de netbeheerder voor die afnemers als noodleverancier kan optreden en de Vlaamse Regering kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder zij deze taak uitvoeren.

Hoofdstuk IV.
Vrije leverancierskeuze


Art. 4.4.1.
Iedere afnemer heeft de volgende rechten:
het recht om van elektriciteit of aardgas, naargelang het geval, te kunnen worden voorzien door een leverancier naar keuze;
het recht om kosteloos van leverancier te veranderen.
[Als een afnemer wil veranderen van leverancier, met inachtneming van de contractuele voorwaarden van het leveringscontract met zijn leverancier, wordt dat binnen een termijn van drie weken na de ontvangst van dat bericht geregeld door de betrokken netbeheerder.]

Hoofdstuk V.
De aanleg en het beheer van directe lijnen en directe leidingen


Art. 4.5.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een directe lijn of een directe leiding die de grenzen van de eigen site niet overschrijdt om elektriciteit of aardgas te leveren, is altijd toegelaten.
De beheerder van de directe lijn of directe leiding, vermeld in het eerste lid, meldt elektronisch binnen de dertig dagen volgende op de ingebruikname dat die directe lijn of directe leiding in gebruik werd genomen en de ligging ervan:
aan de VREG wanneer het eilandwerking betreft. De VREG stelt daarvoor een meldingsformulier ter beschikking op zijn website;
aan de netbeheerder op wiens net de afnemer van die directe lijn is aangesloten. De netbeheerder stelt daarvoor een meldingsformulier ter beschikking op zijn website. De netbeheerder stelt de ontvangen gegevens op eerste vraag ter beschikking aan de VREG.

§ 2

De aanleg en het beheer van een directe lijn of een directe leiding die de grenzen van de eigen site overschrijdt om elektriciteit of aardgas te leveren, is alleen toegestaan na een voorafgaande toelating van de VREG. De VREG stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking op zijn website. De Vlaamse Regering kan voorwaarden vastleggen waaraan een directe lijn of directe leiding die de grenzen van de eigen site overschrijdt moet voldoen om te worden toegelaten.
De VREG beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen nadat hij een aanvraag heeft ontvangen. De VREG wint in het kader van een aanvraag tot het verkrijgen van de toelating het advies in van de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding gelegen is. Deze adviestermijn bedraagt vijftien dagen.
De VREG kan een aanvraag als vermeld in het eerste lid alleen weigeren in een van de hierna volgende gevallen:
de installaties die achter verschillende toegangspunten liggen worden met elkaar verbonden;
de rechten van afnemers worden niet gewaarborgd;
er is niet voldaan aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, die de Vlaamse Regering vastgesteld heeft;
de veiligheid van het net van de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding is gelegen, komt aantoonbaar in het gedrang.
Onverminderd het derde lid houdt de VREG bij het beoordelen van een aanvraag als vermeld in het eerste lid met betrekking tot bestaande productie-installaties die voor 1 januari 2019 reeds zijn aangesloten op een net en die vanaf 1 januari 2019 hun aansluiting willen wijzigen om een directe lijn of directe leiding aan te leggen, bijkomend rekening met de risico's inzake inefficiëntie en de impact op de distributienettarieven.
De VREG brengt de aanvrager van de toelating en de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding gelegen is, op de hoogte van zijn beslissing.
De VREG publiceert op zijn website een actuele lijst van de directe lijnen en de directe leidingen, waarvoor conform deze paragraaf een toelating is verleend, alsook van de beheerders van die directe lijnen en directe leidingen.

§ 3

Als de aanleg van een directe lijn of een directe leiding de eigen site overschrijdt en als het openbaar domein daarbij wordt doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De beheerder van de directe lijn of de directe leiding kan de procedure pas starten als hij de toelating van de VREG, vermeld in paragraaf 2, gekregen heeft.

Art. 4.5.2.
De taken van de beheerder van een directe lijn of leiding omvatten onder meer:
het beheer en het onderhoud van de directe lijn of leiding;
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de producent, de afnemer en de VREG;
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerder van het net waarop de directe lijn of leiding is aangesloten om een veilige en efficiënte uitbating en ontwikkeling van dat net te waarborgen.]

Hoofdstuk VI.
De aanleg en het beheer van een gesloten distributienet


Art. 4.6.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een gesloten distributienet op eigen site is toegelaten na voorafgaande melding aan de VREG.

§ 2

De aanleg van een gesloten distributienet dat de grenzen van de eigen site overschrijdt, is toegestaan na een voorafgaande toelating, verleend door de VREG, die hiertoe het advies van de betrokken netbeheerder inwint.[De adviestermijn voor de betrokken netbeheerder bedraagt vijftien dagen. De VREG beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de VREG oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de VREG aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig dagen verlengd wordt tot een termijn van negentig dagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. Bij gebrek aan beslissing binnen de voormelde termijn, wordt de toelating geacht stilzwijgend te zijn verleend.]
De VREG hanteert hierbij de criteria zoals vermeld in artikel 1.1.3, 56°/2, en houdt ook rekening met de risico's inzake inefficiëntie, de risico's inzake veiligheid, de impact op de nettarieven, de waarborg van de rechten van afnemers, de eventuele weigering van aansluiting op het net door de betrokken netbeheerder of een gebrek aan aanbod tot aansluiting of toegang op het net tegen redelijke economische of technische voorwaarden.
De VREG kan de toelating opheffen zodra wordt vastgesteld dat niet meer aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, is voldaan.
[Als door de aanleg van een gesloten distributienet het openbaar domein moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het gesloten distributienet pas worden aangevat als de toelating van de VREG, vermeld in het eerste lid, verworven is.]

§ 3

De VREG kan de nadere modaliteiten vastleggen voor de melding, de toekenning en de opheffing van de toelating[, onverminderd wat bepaald is in paragraaf 2, eerste lid].]

Art. 4.6.2.
De gebruikers van een gesloten distributienet van elektriciteit hebben alleen met de beheerder van dat gesloten distributienet een contractuele relatie, en niet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit of de transmissienetbeheerder.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit of de transmissienetbeheerder heeft alleen met de beheerder van een gesloten distributienet voor elektriciteit dat gekoppeld is aan zijn net, een reglementaire of contractuele relatie en niet met de gebruikers van het gesloten distributienet van elektriciteit.
De gebruikers van een gesloten distributienet van aardgas hebben alleen met de beheerder van het gesloten distributienet van aardgas een contractuele relatie, en niet met de aardgasdistributienetbeheerder en de beheerder van het vervoersnet.
De aardgasdistributienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet heeft alleen met de beheerder van een gesloten distributienet van aardgas dat gekoppeld is aan zijn net, een reglementaire of contractuele relatie en niet met de gebruikers van het gesloten distributienet van aardgas.]

Art. 4.6.3.
Het beheer van een gesloten distributienet omvat, onder meer, de volgende taken:
het beheer van de elektriciteits- of aardgasstromen op zijn net, met daarbij het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van zijn net, en in dat verband, het instaan voor de nodige ondersteunende diensten;
het aanhouden van voldoende netcapaciteit om de redelijke elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de achterliggende afnemers en om het vervoer van elektriciteit en aardgas van en naar het net waarmee het gesloten distributienet gekoppeld is, mogelijk te maken;
de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dit geografisch afgebakende gebied;
de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;
het opstellen, het bewaren en ter beschikking houden van de plannen van zijn net aan de bevoegde regulator, de gebruikers van het gesloten distributienet en de beheerder van het net waaraan zijn net is gekoppeld;
het aansluiten, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het verzwaren van de aansluitingen op zijn net;
het verlenen van toegang tot zijn net;
het beheren van het toegangsregister van zijn net;
10°
het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;
11°
het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de achterliggende netgebruikers en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
12°
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, [de aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren,] de afnemers en de VREG;
13°
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waaraan zijn net in kwestie gekoppeld is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen.
De beheerder van een gesloten distributienet kan de taken, vermeld in de punten 9 tot en met 12 van het vorig lid, uitbesteden aan de beheerder van het net waaraan zijn net is gekoppeld, waarbij deze laatste de uitvoering van deze taken niet kan weigeren.]

Art. 4.6.4.
De beheerder van een gesloten distributienet kan activiteiten inzake levering of productie van elektriciteit en aardgas ondernemen, mits zijn net minder dan 100.000 achterliggende afnemers bedient.]

Art. 4.6.5.
De beheerder van het gesloten distributienet onthoudt zich van elke vorm van discriminatie tussen aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers[, aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren,] tussenpersonen, achterliggende netgebruikers en categorieën van achterliggende netgebruikers.]

Art. 4.6.6.
De beheerder van het gesloten distributienet behandelt alle persoonlijke en commerciële gegevens die hij bij de uitoefening van zijn taken verwerft strikt vertrouwelijk.
De beheerder van het gesloten distributienet neemt de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met zijn dagelijkse leiding [...], en de personeelsleden die deze gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.]

Art. 4.6.7.
De personeelsleden en bestuurders van de beheerder van het gesloten distributienet mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de beheerder van het gesloten distributienet aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.]

Art. 4.6.8.
Iedere beheerder van het gesloten distributienet maakt de geldende tarieven en voorwaarden voor de aansluiting op zijn net bekend aan de achterliggende netgebruikers.]

Art. 4.6.9.

§ 1 [

Achterliggende netgebruikers hebben recht op toegang tot een gesloten distributienet voor de afname en injectie van elektriciteit of aardgas.
De technische reglementen bepalen wie door de toegangsgerechtigden, bedoeld in het voorgaande lid, als toegangshouder op een toegangspunt aangeduid kan worden.
]

§ 2 [

Iedere beheerder van het gesloten distributienet maakt de geldende tarieven en voorwaarden waartegen de toegangshouder toegang tot het gesloten distributienet kan verkrijgen bekend aan de achterliggende netgebruikers op dat gesloten distributienet.
]

§ 3

Een beheerder van een gesloten distributienet kan de toegang tot zijn net alleen weigeren, beëindigen of opschorten in één of meer van onderstaande gevallen:
zijn net beschikt niet over voldoende capaciteit om het vervoer te verzekeren;
de veilige en betrouwbare werking van zijn net komt in het gedrang;
de aanvrager van de toegang tot het net voldoet niet of de toegangshouder voldoet niet meer aan de voorwaarden voor toegang tot zijn net, omschreven in het van toepassing zijnde technische reglement, het reglement of contract van de beheerder van het gesloten distributienet.
Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de beheerder van het gesloten distributienet aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring.
De beheerder van het gesloten distributienet kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen:
bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement;
in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft;
de beheerder van het gesloten distributienet oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel;
voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt.

§ 4

Tegen een weigering, opschorting of beëindiging van toegang tot het gesloten distributienet kan overeenkomstig artikel 3.1.4/3, zonder voorafgaande bemiddeling, een geschillenbeslechtingsprocedure gevoerd worden bij de VREG.
Als de VREG oordeelt dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang onterecht was, geeft de beheerder van het gesloten distributienet de betrokken persoon alsnog of opnieuw toegang tot zijn net.
Als de VREG oordeelt dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang terecht was, heeft de betrokken persoon de mogelijkheid zich te wenden tot de beheerder van het net waaraan het gesloten distributienet gekoppeld is.]

Art. 4.6.10.
Iedere beheerder van een gesloten distributienet past voor de aansluiting, het gebruik en de ondersteunende diensten die van toepassing zijn op dat net, tarieven toe die in overeenstemming zijn met de volgende richtsnoeren:
de tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
de tarieven zijn transparant voor de gebruiker van een gesloten distributienet;
het tarief dat de beheerder van een gesloten distributienet op de gebruikers van dat net toepast, omvat de kosten voor aansluiting, gebruik en ondersteunende diensten, alsook in voorkomend geval, de kosten die verband houden met de extra lasten die het gesloten distributienet moet dragen om het transmissie- of distributienet of het plaatselijk vervoersnet voor elektriciteit waarop hij aangesloten is te gebruiken;
de beheerder van het gesloten distributienet kiest de afschrijvingstermijnen en de winstmarges gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die in de distributienetten worden toegepast;
de tarieven zijn, wat de aansluiting, de versterking ervan en de vernieuwing van de uitrusting van het net betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen die eigen zijn aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten distributienet.

Hoofdstuk VII.
De aanleg en het beheer van een privédistributienet


Art. 4.7.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een privédistributienet is principieel verboden.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 is de aanleg en het beheer van volgende privédistributienetten toegelaten:
privédistributienetten waarbij de distributie van elektriciteit of aardgas een inherent en ondergeschikt karakter heeft ten opzichte van het geheel van diensten die door de beheerder van het privédistributienet aan de achterliggende afnemer worden geleverd, zoals bij garageverhuur, bij verhuur van een studentenkamer, een verblijfplaats in een recreatie- of vakantiepark, een kamer in een rusthuis, de terbeschikkingstelling van een standplaats bij markten, evenementen en kermissen;
laadpunten voor voertuigen.
Een privédistributienet kan een openbare weg, waterloop, treinspoor of ander openbaar domein alleen kruisen als hiertoe toestemming van de distributienetbeheerder verkregen is.][De netbeheerder beslist over de toestemming binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de netbeheerder oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de netbeheerder aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van negentig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel.]
[Als door de aanleg van een privédistributienet het openbaar domein moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het privédistributienet pas worden aangevat als de toelating van de distributienetbeheerder, vermeld in het tweede lid, verworven is.]

Art. 4.7.2.
De gebruikers van een privédistributienet hebben alleen met de beheerder van het privédistributienet een contractuele relatie, en niet met de distributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, de transmissienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet waarop het privédistributienet aangesloten is.
De distributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, de transmissienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet heeft alleen met de beheerder van het privédistributienet aangesloten op zijn net een reglementaire of contractuele relatie, en niet met de gebruikers van dat privédistributienet.
Het privédistributienet is op elk moment slechts via één aansluitingspunt verbonden met het distributienet, het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, het transmissienet of het vervoersnet, tenzij de betrokken beheerders toestemming verlenen voor een meervoudige verbinding.]

Art. 4.7.3.
De beheerder van een privédistributienet is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van zijn privédistributienet.]

Art. 4.7.4.
De beheerder van een privédistributienet heeft geen openbare dienstverplichtingen ten aanzien van de achterliggende afnemer.]