Titel IV.
De organisatie van de elektriciteits- en aardgasmarkt in het Vlaamse Gewest


Hoofdstuk I.
Het beheer van de distributienetten en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest


Afdeling I.
Aanwijzing van de netbeheerders


Art. 4.1.1.
De VREG wijst, voor een [aaneensluitend] geografisch afgebakend gebied [met minstens 200.000 aangesloten afnemers] , een rechtspersoon aan die belast is met het beheer van [het elektriciteits- en het aardgasdistributienet] in dat gebied.
[In afwijking van het eerste lid wordt voor de beoordeling of een netbeheerder over een geografisch aaneensluitend afgebakend gebied [met minstens 200.000 aangesloten afnemers] beschikt echter geen rekening gehouden met het grondgebied van de gemeente Voeren en het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied.
In afwijking van het eerste lid kan de VREG, voor het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied en als daarvoor een technische of financiële noodzaak bestaat, een verschillende elektriciteitsdistributienetbeheerder en aardgasdistributienetbeheerder aanstellen.]
Als het distributienet in kwestie geheel of gedeeltelijk eigendom is van een gemeente of groep van gemeenten, doet de VREG de aanwijzing op voorstel van die gemeente of groep van gemeenten. De VREG kan alleen afwijken van dit voorstel, als de voorgestelde netbeheerder niet voldoet aan de voorwaarden, vastgesteld ter uitvoering van artikel 4.1.4, § 1, 1°.

Art. 4.1.2.
De VREG stelt een lijst op met de elektrische leidingen met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, en de bijbehorende installaties, die gelegen zijn in het Vlaamse Gewest en die voornamelijk gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributienetten. Dat geheel van elektrische leidingen en installaties vormt het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
De VREG wijst een rechtspersoon aan die belast wordt met het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit in het Vlaamse Gewest, zoals vermeld in het eerste lid.
Alleen de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan elektrische leidingen aanleggen en beheren met een nominale spanning van minder dan of gelijk aan 70 kilovolt, die gebruikt worden voor het vervoer van elektriciteit naar distributie-netten.
Op eigen initiatief of op verzoek van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan de VREG de lijst wijzigen van het geheel van elektrische leidingen en installaties die het plaatselijk vervoernet van elektriciteit uitmaken, als vermeld in het eerste lid.

Art. 4.1.3.
De aanwijzing, vermeld in artikel 4.1.1 en artikel 4.1.2, tweede lid, is geldig voor een hernieuwbare termijn van twaalf jaar.

Art. 4.1.4.

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt, op advies van de VREG:
de voorwaarden waaraan een kandidaat-netbeheerder moet voldoen om te kunnen worden aangewezen als netbeheerder en waaraan een netbeheerder moet blijven voldoen om aangewezen te blijven als netbeheerder;
de voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder;
de procedure die nageleefd moet worden bij de aanwijzing van een netbeheerder, evenals bij de wijziging en de beëindiging van een aanwijzing van een netbeheerder.

§ 2

De voorwaarden, vermeld in § 1, 1°, hebben in ieder geval betrekking op:
de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de (kandidaat-)netbeheerder [inclusief het beschikken over een door de VREG gecontroleerd ondernemingsplan];
de professionele betrouwbaarheid van de (kandidaat-)netbeheerder;
het exploitatie- of gebruiksrecht van de (kandidaat-)netbeheerder over het distributienet in kwestie;
de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)elektriciteitsdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen[, aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren[, dienstverleners van flexibiliteit] en producenten die actief zijn in het Vlaamse Gewest, en de met deze ondernemingen verbonden en geassocieerde ondernemingen en de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de (kandidaat-)aardgasdistributienetbeheerder ten aanzien van de leveranciers, tussenpersonen en aardgasinvoerders die actief zijn in het Vlaamse Gewest;
[de capaciteit om bij de uitoefening van zijn activiteiten inzake databeheer, zoals vermeld in artikel 4.1.8/2, te voldoen aan de vereisten van de algemene verordening gegevensbescherming;]
[de capaciteit om de uniforme voorwaarden na te leven voor een continu risicobeheersingssysteem met betrekking tot de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.]

§ 3

De voorwaarden, vermeld in § 2, 4°, hebben onder meer betrekking op de activiteiten van de netbeheerder, de deelneming van andere ondernemingen in de netbeheerder, de deelneming van de netbeheerder in andere ondernemingen, de verhouding van de netbeheerder tot derden, het bestuursorgaan van de netbeheerder, het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder en de personeelsleden van de netbeheerder.

§ 4

De voorwaarden en gevallen waarin kan of moet worden overgegaan tot wijziging van de aanwijzing of beëindiging van de aanwijzing van de netbeheerder, vermeld in § 1, 2°, bepalen onder meer dat de aanwijzing van de netbeheerder eindigt bij faillissement, ontbinding of fusie en dat de VREG de aanwijzing van een netbeheerder kan herroepen, op voorwaarde dat die werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, bij:
een significante wijziging in het aandeelhouderschap van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop de netbeheerder een beroep doet, die de onafhankelijkheid van het beheer van het net [of de activiteiten inzake databeheer] in kwestie in gevaar zou kunnen brengen;
een grove tekortkoming van de netbeheerder of de werkmaatschappij waarop hij een beroep doet, met betrekking tot de verplichtingen krachtens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan;
[een grove tekortkoming met betrekking tot de naleving van de algemene verordening gegevensbescherming.]

Afdeling II.
Werkmaatschappij


Art. 4.1.5.
Als een distributienetbeheerder voor de exploitatie van het distributienet[, activiteiten inzake databeheer] en de uitvoering van openbaredienstverplichtingen een beroep wil doen op een werkmaatschappij, moet voorafgaandelijk toestemming verkregen worden van de VREG.
[De distributienetbeheerders kunnen op elk moment maar op één gezamenlijke werkmaatschappij een beroep doen gedurende een door de VREG aanvaarde periode. Die periode is voor iedere afzonderlijke distributienetbeheerder niet langer dan de duur van de aanwijzing van die distributienetbeheerder, maar is hernieuwbaar na afloop van die termijn.]
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de nadere voorwaarden waaraan de distributienetbeheerder en de werkmaatschappij waarop ze een beroep wil doen, moeten voldoen. Die voorwaarden hebben in ieder geval betrekking op de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.4, § 2, en de (mede)zeggenschap van de distributienetbeheerder over de werkmaatschappij.
De VREG geeft haar toestemming, zoals vermeld in het eerste lid, als zij van mening is dat de werkmaatschappij voldoet aan de voorwaarden die opgelegd zijn ter uitvoering van het vorige lid en aan de voorwaarden, vermeld in de artikelen 4.1.7 [tot en met artikel 4.1.8/1].
De Vlaamse Regering bepaalt de termijn waarbinnen de toestemming van de VREG moet worden gevraagd en de procedure voor het onderzoek en het verlenen van de toestemming.
[De VREG kan haar toestemming, vermeld in het eerste lid, intrekken wanneer zij van oordeel is dat niet langer voldaan is aan de voorwaarden ter uitvoering van het derde lid of aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.7 tot en met 4.1.8/1.]

Art. 4.1.5/1.

[§ 1 ]

De raad van bestuur van de werkmaatschappij telt maximaal twintig leden, waarbij elke deelnemende distributienetbeheerder ten minste één vertegenwoordiger heeft.
Het mandaat van lid van de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, is onverenigbaar met:
het lidmaatschap van de wetgevende kamers, het Europees Parlement, de gemeenschaps- en gewestparlementen, de Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van Brussel-Hoofdstad, de Vlaamse Gemeenschapscommissie of de Franse Gemeenschapscommissie;
de functie of het ambt van minister, staatssecretaris, of het lidmaatschap van een gewest- of gemeenschapsregering.
Om een meer evenwichtige participatie van mannen en vrouwen te bevorderen mag ten hoogste twee derde van de leden van de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, van hetzelfde geslacht zijn.
Telkens als er door een voordrachtprocedure één of meer mandaten vacant zijn in de raad van bestuur, vermeld in het eerste lid, en de voorgedragen kandidaturen het niet mogelijk maken om te voldoen aan de verplichting, vermeld in het derde lid, wordt de voordrachtprocedure hernomen.

[§ 2

De werkmaatschappij en de personeelsleden van de werkmaatschappij die zijn aangesteld als functionaris voor gegevensbescherming ontvangen bij de uitvoering van de aan hen en aan de werkmaatschappij in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming opgelegde verplichtingen geen directe instructies van de raad van bestuur van de werkmaatschappij, de netbeheerder, de Vlaamse overheid of van de publieke of particuliere rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/7 tot en met 4.1.22/12.
]

Art. 4.1.5/2.
De jaarlijkse bezoldiging van de gedelegeerd bestuurder, de CEO en de leden van het managementcomité van de werkmaatschappij mag niet meer bedragen dan de jaarlijkse bezoldiging van de minister-president van de Vlaamse Regering. Hoofdstuk 5 van het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector is op die functies van overeenkomstige toepassing.

Afdeling III.
Activiteiten van de netbeheerders


Onderafdeling I.
Beheer van het Net


Art. 4.1.6.

§ 1

Het beheer van een distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat de volgende taken:
het beheer en onderhoud en het ontwikkelen onder economische voorwaarden van een veilig, betrouwbaar en efficiënt net met inachtneming van het milieu en de energie-efficiëntie van het net, en de nodige ondersteunende diensten daarvoor verlenen;
het aanhouden van voldoende netcapaciteit om de elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de afnemers die aangesloten zijn op zijn net en om het vervoer van elektriciteit en aardgas naar de distributienetten mogelijk te maken;
de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij is aangewezen, of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dat geografisch afgebakende gebied;
de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
het oplossen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;
het opstellen, het bewaren en ter beschikking stellen van de plannen van zijn net;
het aansluiten, verzegelen, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het aanpassen van de aansluitingen op zijn net;
het verlenen van nettoegang;
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waarmee zijn net in kwestie verbonden is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen;
10°
als elektriciteitsdistributienetbeheerder transparante, niet-discriminerende en op de markt gebaseerde procedures hanteren bij de aankoop van elektriciteit;
11°
alle vormen van energiefraude, gerelateerd aan hun activiteiten, actief detecteren en vaststellen, en maatregelen nemen om energiefraude te vermijden;
12°
[als neutrale marktfacilitator fungeren door de energie in te kopen die ze gebruiken om energieverliezen te dekken, en door in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun net te voorzien, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;]
13°
[flexibiliteitsdiensten aankopen, voor het beheer van lokale congestie binnen het dekkingsgebied of voor redispatching, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de aanvrager van flexibiliteit is, in de vorm van producten die gevaloriseerd worden, met het oog op het efficiëntere beheer en de efficiënte ontwikkeling van het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;]
14°
[als dat van toepassing is, de referentiecurve van het elektriciteitsafname- en injectieprofiel bepalen, in onderling overleg met de relevante marktpartijen;]
15°
[voor de toepassing van artikel 4.1.17/4, 4.1.17/5 en 4.1.17/6 de specificaties bepalen om het flexibiliteitsvolume te berekenen, in overleg met relevante marktpartijen.]

§ 2

Het beheer van het distributienet omvat bovendien het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud, het herstellen en het actief beheren van digitale, elektronische en analoge meters en tellers.

§ 3

Het beheer van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit omvat bovendien de volgende taken:
het beheren van het toegangsregister van zijn net;
het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;
het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op zijn net en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de distributienetbeheerder, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, [de deelnemers aan flexibiliteit, de dienstverleners van flexibiliteit, de aanvragers van flexibiliteit, de aggregatoren,] de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de afnemers en de VREG;
[het verzamelen, berekenen en verwerken van de gegevens in het kader van de flexibiliteitsdiensten of ondersteunende diensten die hij verleent;]
[het beheer van het flexibiliteitstoegangsregister en het flexibiliteitsactivatieregister voor zijn net.]

Art. 4.1.6/1.
De netbeheerder zorgt met eigen personeel en middelen of via een werkmaatschappij voor de voorbereiding van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het netbeheer:
de exploitatie, het onderhoud en de ontwikkeling van het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;
de toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de aansluiting en aansluitingsvoorwaarden, de technische voorwaarden en de tarieven;
de boekhouding met betrekking tot het netbeheer;
de uitbesteding van de werkzaamheden voor de aansluiting, het netbeheer en meterbeheer.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen beroep doen op producenten, invoerders van buitenlands aardgas, [aggregatoren, dienstverleners van flexibiliteit, evenwichtsverantwoordelijken,] leveranciers of tussenpersonen of op ondernemingen die ermee verbonden of geassocieerd zijn, voor de uitvoering van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het netbeheer:
contacten met de in aanmerking komende afnemers over de toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de aansluitingsvoorwaarden, de technische voorwaarden en de tarieven;
de boekhouding met betrekking tot het netbeheer.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, bepalen welke aanvullende aangelegenheden als strategisch en vertrouwelijk worden beschouwd in de zin van het eerste of tweede lid.
In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder voor de uitoefening van zijn taken, vermeld in het eerste lid, toch een beroep kan doen op derden, met uitzondering van producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers of tussenpersonen, bedrijven die als kerntaak het verwerken van data hebben of op ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn.

Onderafdeling II.
Activiteiten inzake levering, productie, verschaffen van energiediensten, energieopslag en oplaadpunten voor elektrische voertuigen door de netbeheerder en zijn werkmaatschappij


Art. 4.1.7.
Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen geen activiteiten ondernemen inzake de levering van elektriciteit en aardgas, tenzij voor de levering ervan in het kader van een openbaredienstverplichting die op grond van dit decreet is opgelegd.

Art. 4.1.8.

§ 1

De beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan geen andere activiteiten ondernemen voor de productie van elektriciteit dan de productie van elektriciteit die nodig is om zijn taken als netbeheerder goed te kunnen uitoefenen.

§ 2 [

Een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij, en hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, kunnen:
geen activiteiten ondernemen voor de productie van energie, behalve om het energieverbruik van de eigen gebouwen te dekken;
niet participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van energie. Hieronder valt niet de productie om het energieverbruik van de eigen gebouwen van die rechtspersoon te dekken.
In afwijking van het eerste lid kunnen een distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, activiteiten ondernemen voor de productie van thermische energie of participeren in een rechtspersoon die actief is in de productie van thermische energie voor zover deze activiteit tijdelijk is.
De maximale tijdsperiode waarbinnen de distributienetbeheerder, zijn werkmaatschappij of hun dochtervennootschappen die rechtspersoonlijkheid hebben, de activiteiten, vermeld in het tweede lid, kunnen ondernemen, bedraagt vijf jaar. Deze termijn van vijf jaar kan evenwel op basis van een grondig onderbouwde motivatie maximaal driemaal met twaalf maanden verlengd worden. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels aangaande de uitvoering van deze uitzondering.
]

Art. 4.1.8/1.
Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij ondernemen geen activiteiten inzake het aanbieden van commerciële energiediensten of het optreden als aggregator[, deelnemer aan flexibiliteit of dienstverlener van flexibiliteit].
Niettegenstaande het eerste lid kan de netbeheerder of zijn werkmaatschappij diensten aanbieden aan aandeelhouders/vennoten of op grond van een openbaredienstverplichting die door dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten worden opgelegd[, of die voortvloeien uit de gunning van overheidsopdrachten, uitgeschreven door een andere aanbestedende overheid dan de overheden die aandeelhouder/vennoot zijn en voor zover die gunning betrekking heeft op energiediensten die rechtstreeks ten gunste komen van die aandeelhouders/vennoten].
[Met het oog op het aanbieden van energiediensten, vermeld in het tweede lid, kan de netbeheerder en zijn werkmaatschappij samenwerken met het extern verzelfstandigd agentschap NV Vlaams Energiebedrijf voor wat betreft het gezamenlijk ontwikkelen van energieboekhoudingssoftware en het gezamenlijk ontwikkelen van besparingsmaatregelen als onderdeel van energiezorgsystemen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het gezamenlijk ontwikkelen van energieboekhoudingssoftware. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan die samenwerking op het vlak van het gezamenlijk ontwikkelen van besparingsmaatregelen als onderdeel van energiezorgsystemen moet voldoen.]

Art. 4.1.8/1/1.

§ 1

Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij mogen geen elektriciteitsopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren.
In afwijking van het eerste lid mogen de netbeheerders elektriciteitsopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren als het gaat om volledig geïntegreerde netwerkcomponenten en de VREG zijn goedkeuring heeft verleend of als aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
andere partijen, na een open, transparante en niet-discriminerende aanbestedingsprocedure, die de VREG toetst en goedkeurt, hebben geen recht verworven om dergelijke faciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, of kunnen die diensten niet tegen redelijke kosten en binnen een redelijke termijn aanbieden;
dergelijke faciliteiten zijn nodig voor de netbeheerders om hun verplichtingen na te leven in het kader van een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het distributiesysteem, vermeld in titel IV van dit decreet. De faciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit op de elektriciteitsmarkten of op de markten voor lokaal congestiebeheer te kopen of te verkopen;
de VREG heeft de noodzaak van een dergelijke afwijking beoordeeld, heeft de aanbestedingsprocedure, waaronder de voorwaarden van die aanbestedingsprocedure, geëvalueerd en heeft zijn goedkeuring verleend.
De VREG kan regels of inkoopbepalingen opstellen voor de aanbestedingsprocedure om de billijkheid van de procedure te garanderen.

§ 2

De VREG houdt regelmatig en minstens elke vijf jaar een openbare raadpleging over de bestaande elektriciteitsopslagfaciliteiten van de netbeheerder om de potentiële beschikbaarheid en belangstelling om in dergelijke faciliteiten te investeren, te evalueren. Als uit die openbare raadpleging blijkt dat derde partijen in staat zijn dergelijke installaties op een kosteneffectieve manier te bezitten, te ontwikkelen, te exploiteren of te beheren, ziet de VREG erop toe dat die activiteiten van de netbeheerders in dit verband binnen achttien maanden worden uitgefaseerd.
De VREG kan toestaan dat de netbeheerders een redelijke vergoeding ontvangen zodat ze de restwaarde van hun investering in die elektriciteitsopslagfaciliteiten kunnen terugverdienen.
Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten of gedurende de gebruikelijke afschrijvingsperiode van nieuwe elektriciteitsopslagfaciliteiten als het over batterijen gaat waarbij een definitieve investeringsbeslissing vóór 4 juli 2019 is genomen, op voorwaarde dat dergelijke batterijopslagfaciliteiten aan al de volgende voorwaarden voldoen:
de batterijopslagfaciliteiten zijn uiterlijk twee jaar na de voormelde investeringsbeslissing met het netwerk verbonden;
de batterijopslagfaciliteiten zijn volledig in het distributiesysteem geïntegreerd;
de batterijopslagfaciliteiten worden uitsluitend gebruikt om de veiligheid van het netwerk reactief onmiddellijk te herstellen in geval van noodgevallen, als een dergelijke herstelmaatregel onmiddellijk van kracht wordt en wordt beëindigd zodra reguliere redispatching in staat is het probleem op te lossen;
de batterijopslagfaciliteiten worden niet gebruikt om elektriciteit te kopen of te verkopen op de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie, met inbegrip van balanceringsmarkten.

§ 3

Paragraaf 1 is niet van toepassing op elektriciteitsopslagfaciliteiten die gebruikt worden in het kader van het energiebeheer van de eigen gebouwen.

Art. 4.1.8/1/2.
Een netbeheerder en zijn werkmaatschappij mogen geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren, behalve als ze zelf particuliere oplaadpunten bezitten die uitsluitend voor eigen gebruik bestemd zijn.

Onderafdeling III.
Activiteiten inzake databeheer


Art. 4.1.8/2.
De activiteiten inzake databeheer [op het distributienet] omvatten volgende taken:
het af- en uitlezen van de digitale, elektronische en analoge meters en tellers op de toegangspunten van het distributienet voor:
a)
allocatie, reconciliatie en facturatie in het kader van de aankoop en verkoop van elektriciteit en aardgas;
b)
het aanbieden van energiediensten door een derde na expliciete en geïnformeerde toestemming van de afnemer;
c)
netbeheer en operationele veiligheid;
d)
[verrekeningen die gepaard gaan met peer-to-peerhandel van de hoeveelheden groene stroom door één actieve afnemer aan één andere actieve afnemer en met energiedelen door actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers of hernieuwbare-energiegemeenschappen;]
het beheren van het toegangsregister;
het beheren, verwerken, beveiligen en bewaren van de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten van het distributienet, en het instaan voor de waarachtigheid en nauwkeurigheid ervan;
de bepaling en de validatie van de injectie en de afname van de producenten en afnemers die aangesloten zijn op het distributienet;
het verstrekken van de nodige gegevens aan andere netbeheerders, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming en de beheerder van het plaatselijk vervoernet in het kader van netbeheer en operationele veiligheid;
het faciliteren van de ontwikkeling van innovatieve diensten en producten als dat conform de regelgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens is;
het verstrekken van de nodige gegevens aan de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, de beheerder van het plaatselijk vervoernet, de transmissienetbeheerder, de aanbieders van energiediensten, de ESCO's, de aggregatoren, [de deelnemers aan flexibiliteit, de dienstverleners van flexibiliteit, de aanvragers van flexibiliteit, energiegemeenschappen van burgers of hernieuwbare-energiegemeenschappen,] de afnemers en de VREG, voor het vervullen van hun taken of om de energiemarkt te faciliteren en dit op een evenwaardige manier;
het verstrekken van de nodige gegevens aan overheden voor het uitoefenen van hun taak;
het verstrekken van geanonimiseerde gegevens voor wetenschappelijk onderzoek;
10°
[het verzamelen, berekenen, verwerken en bezorgen aan de betrokken marktpartijen, in overleg met de transmissienetbeheerder waar dat van toepassing is, van de informatie die nodig is om het flexibiliteitsvolume, het geleverde flexibiliteitsvolume per toegangspunt of allocatiepunt en de referentiecurve van het elektriciteitsafnameen injectieprofiel te berekenen conform de regels die voor de betrokken flexibiliteitsdienst of ondersteunende dienst worden bepaald, voor:
a)
de valorisatie van de flexibiliteit die een energieoverdracht met zich meebrengt;
b)
een gereguleerd product van een elektriciteitsdistributienetbeheerder;
c)
de transmissienetbeheerder als hij dat nodig heeft;
]
11°
[het beheer van het flexibiliteitstoegangsregister;]
12°
[het beheer van het flexibiliteitsactivatieregister.]
De netbeheerder is verantwoordelijk voor het verzekeren van het recht van toegang en het recht van verbetering voor wat betreft de gegevens die hij beheert, verwerkt, valideert en bewaart.
De netbeheerder verstrekt de gegevens, vermeld in het eerste lid, 5°, 7°, 8° en 9°, op een transparante, onpartijdige en niet-discriminatoire wijze, zowel ten aanzien van zichzelf als ten aanzien van de partijen, vermeld in het eerste lid, 5°, 7°, 8° en 9°.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, aan de netbeheerder taken en openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot zijn dienstverlening aan onder andere netbeheerders, producenten, leveranciers, aanbieders van energiediensten[, deelnemers aan flexibiliteit, dienstverleners van flexibiliteit, aanvragers van flexibiliteit, aggregatoren] en afnemers, en met betrekking tot zijn dienstverlening op het vlak van submeting.

Art. 4.1.8/3.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij zorgt met eigen personeel en middelen voor de voorbereiding van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2:
het aflezen van de meters en tellers;
het beheer en de beveiliging van de technische, relationele en meetgegevens.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij kan geen beroep doen op producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers, tussenpersonen, aanbieders van energiediensten, ESCO's, aggregatoren[, dienstverleners van flexibiliteit, evenwichtsverantwoordelijken] of ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn, voor de uitvoering van de beslissingen over de volgende strategische en vertrouwelijke aangelegenheden voor het databeheer, zoals vermeld in artikel 4.1.8/2:
contacten met de afnemers over de toegang tot hun gegevens;
het aflezen van de meters en tellers;
het beheer en de beveiliging van de technische, de relationele en de meetgegevens.
De Vlaamse Regering kan bepalen welke aanvullende aangelegenheden als strategisch en vertrouwelijk worden beschouwd in de zin van het eerste of tweede lid.
De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder of zijn werkmaatschappij voor de uitvoering van deze taken een beroep kan doen op derden.
In afwijking van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerder of zijn werkmaatschappij voor de uitoefening van zijn taken, vermeld in het eerste lid, toch een beroep kan doen op derden, met uitzondering van producenten, invoerders van buitenlands aardgas, leveranciers of tussenpersonen, bedrijven die als kerntaak het verwerken van data hebben of op ondernemingen die met die ondernemingen verbonden of geassocieerd zijn.

Art. 4.1.8/4.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij kunnen de gegevens verkregen bij de uitoefening van zijn taken inzake databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2, niet gebruiken om commerciële diensten aan te bieden.

Afdeling IV.
Vertrouwelijkheid en non-discriminatieverplichtingen, opgelegd aan de netbeheerder en diens werkmaatschappij


Art. 4.1.9.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij onthouden zich van elke vorm van discriminatie tussen producenten, aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers, tussenpersonen, [aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren,] [deelnemers aan flexibiliteit, dienstverleners van flexibiliteit, aanvragers van flexibiliteit,] afnemers en categorieën van afnemers.

Art. 4.1.10.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij [eerbiedigen de vertrouwelijkheid van] alle persoonlijke en commerciële gegevens die ze bij de uitoefening van hun taken verwerven [...].
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, en de personeelsleden die die gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
[De netbeheerder en zijn werkmaatschappij voorkomen ook dat informatie over hun eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.]

Art. 4.1.11.
De personeelsleden en bestuurders van de netbeheerder en zijn werkmaatschappij zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.

Afdeling IV/1.
Vergoedingsplichten van de netbeheerder


Onderafdeling I.
Schadevergoeding bij storing


Art. 4.1.11/1.
De netbeheerder is de netgebruiker die aangesloten is op zijn net in overeenstemming met de wettelijke bepalingen vergoeding verschuldigd van de schade die de netgebruiker leed als gevolg van een storing, behoudens andersluidende contractuele bepalingen.
De vergoeding kan echter niet meer bedragen dan 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.
De netbeheerder wordt in overeenstemming met de wettelijke bepalingen in de rechten van de netgebruiker gesteld ten opzichte van de veroorzaker van de storing, voor de door hem betaalde vergoeding met toepassing van dit artikel.

Onderafdeling II.
Gemeenschappelijke bepalingen voor onderafdelingen III tot en met V


Art. 4.1.11/2.
De bepalingen van onderafdeling III tot en met V gelden behoudens andersluidende contractuele bepalingen.
De bepalingen van onderafdeling III tot en met V sluiten de toepassing van andere wettelijke bepalingen niet uit. De gezamenlijke toepassing van verschillende aansprakelijkheidsgronden kan nooit leiden tot een hogere vergoeding dan de integrale herstelling van de geleden schade. De vergoeding is beperkt tot 2.000.000 euro per incident, voor het geheel van de schadegevallen. Als het totale bedrag van de schadevergoedingen dat maximumbedrag overschrijdt, is de schadevergoeding die verschuldigd is aan elke netgebruiker naar evenredigheid beperkt. Dit maximumbedrag geldt niet voor schade aan personen.
De bedragen, vermeld in artikel 4.1.11/3 tot en met 4.1.11/5, worden vanaf 1 januari 2015 jaarlijks van rechtswege geïndexeerd door vermenigvuldiging met het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni van het jaar n-1 en die te delen door het gezondheidsindexcijfer voor de maand juni 2013.
Onder gezondheidsindexcijfers als vermeld in het tweede lid, wordt verstaan: het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994.

Onderafdeling III.
Forfaitaire vergoeding bij laattijdige aansluiting


Art. 4.1.11/3.
De distributienetbeheerder is de aanvrager van een aansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag overschrijding van de aansluitingstermijn die voorgeschreven is door de technische reglementen of die in onderling overleg werd afgesproken, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de aansluiting niet heeft kunnen beletten.
De dagvergoeding bedraagt 25 euro voor een huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, 50 euro voor een niet-huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, en 100 euro voor een laattijdige aansluiting met detailstudie.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Onderafdeling IV.
Forfaitaire vergoeding bij laattijdige heraansluiting


Art. 4.1.11/4.
De distributienetbeheerder is een aanvrager van een heraansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag vertraging van de realisatie van de heraansluiting van die netgebruiker op zijn net, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de heraansluiting niet heeft kunnen beletten.
De vergoeding bedraagt 75 euro.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Onderafdeling V.
Forfaitaire vergoeding bij langdurige stroomonderbreking


Art. 4.1.11/5.

§ 1

De netbeheerder is de netgebruiker, aangesloten op het distributienet, een vergoeding verschuldigd in geval van een niet-geplande stroomonderbreking met technische oorzaak van minstens vier uur.
De vergoeding bedraagt 35 euro voor de huishoudelijke netgebruiker, vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid.
Voor de niet-huishoudelijke netgebruiker bedraagt de vergoeding 20 % van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur.

§ 2

De vergoedingsplicht, vermeld in paragraaf 1, geldt niet in geval van een onderbreking als gevolg van een noodsituatie of overmacht, zoals omschreven in de technische reglementen.

§ 3

De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking. Binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, wordt de vergoeding door de distributienetbeheerder betaald als de aanvraag gegrond is.

§ 4

De distributienetbeheerder wordt in de rechten van de netgebruiker gesteld ten opzichte van degene die het ontstaan of het aanhouden van de onderbreking veroorzaakte, voor de door hem betaalde vergoeding met toepassing van dit artikel.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding.

Art. 4.1.11/6.
Onverminderd de toepassing van artikel 82 van de algemene verordening gegevensbescherming is de netbeheerder aan de betrokkene vergoeding verschuldigd van de schade die de betrokkene lijdt als gevolg van een inbreuk in verband met de persoonsgegevens die de netbeheerder beheert, valideert en bewa art. De betrokkene dient hiervoor enkel de schade en het oorzakelijk verband tussen de inbreuk en de schade te bewijzen.
De netbeheerder wordt in de rechten van de betrokkene gesteld ten opzichte van de veroorzaker van de inbreuk, voor de vergoeding die hij heeft betaald met toepassing van dit artikel.

Afdeling V.
Aansluiting op een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit


Art. 4.1.12.
Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend voor de aansluiting op zijn net.

Art. 4.1.13.

§ 1

De aardgasdistributienetbeheerder mag voor de aansluiting van een aansluitbare wooneenheid of gebouw op het aardgasdistributienet in de gebieden in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de aardgasleiding langs de openbare weg waar de aansluitbare wooneenheid of het aansluitbare gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit;
er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt;
de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur;
de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar;
[de wooneenheid of het gebouw betreft geen nieuwbouw.]

§ 2

Als de aardgasdistributienetbeheerder om technische of economische redenen toch beslist om een niet-aansluitbare wooneenheid of gebouw gelegen in een gebied bestemd voor bewoning via een onderboring aan te sluiten op een aardgasleiding aan de overkant van de straat, mag hij in het geografische gebied waarvoor hij werd aangewezen, voor de aansluiting een maximale prijs aanrekenen van 250 euro als cumulatief aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
de aardgasleiding langs de openbare weg waar het [niet-aansluitbare] wooneenheid of het [niet-aansluitbare] gebouw gelegen is, heeft voldoende capaciteit;
er is maximaal 20 meter afstand tussen de aardgasleiding en het toekomstige afnamepunt;
de gevraagde capaciteit van de aansluiting is lager dan of gelijk aan 10 m3(n) per uur;
de gevraagde leveringsdruk is gelijk aan 21 of 25 mbar;
[de wooneenheid of het gebouw betreft geen nieuwbouw.]

Art. 4.1.14.
Elke elektriciteitsdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om [[...] afnemer die elektriciteit [...] koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] overeenkomstig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het elektriciteitsdistributienet als de huishoudelijke afnemer erom vraagt, op voorwaarde dat:
a)
de aanvrager bij nieuwbouw een geldige [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] kan voorleggen;
b)
een bestaande woning hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn.

Art. 4.1.15.
Elke aardgasdistributienetbeheerder is ertoe gehouden om [elke afnemer die aardgas koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] overeenkomstig de regels van het toepasselijke technisch reglement aan te sluiten op het aardgasdistributienet als [hij daartoe verzocht wordt], op voorwaarde dat:
a)
de aanvrager bij nieuwbouw een geldige [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] kan voorleggen;
b)
een bestaande wooneenheid of een bestaand gebouw hoofdzakelijk vergund is of geacht wordt vergund te zijn;
c)
[...]

Art. 4.1.16.
Onverminderd artikel 4.1.13 is voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de aansluiting van een wooneenheid of gebouw het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein [en de gemeentewegen] van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de wooneenheid of het gebouw, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
Voor de netuitbreiding of netversterking met het oog op de ontsluiting van een verkaveling is het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein [en de gemeentewegen] van de verbinding tussen de lagedrukleiding of de residentiële middendrukleiding, vermeld in artikel 1.1.3, 3°, c), enerzijds, en de verkaveling, anderzijds, ten laste van de aardgasdistributienetbeheerder, behalve in de gevallen die door de Vlaamse Regering worden bepaald.
De Vlaamse Regering houdt voor het vaststellen van de uitzonderingen, vermeld in het eerste en tweede lid, minstens rekening met de aanwezigheid van andere netten en de energieprestaties van de aan te sluiten gebouwen.
De aanvrager van de aansluiting of verkaveling draagt de overige kosten.
De VREG beslist, met toepassing van afdeling XII, over het rendabele deel van de kosten voor de aanleg op het openbaar domein [en de gemeentewegen] tussen het aardgasdistributienet en de wooneenheid, het gebouw of de verkaveling.

Art. 4.1.16/1.
In afwijking van artikel 4.1.13, artikel 4.1.15 en artikel 4.1.16, kan elke aardgasdistributienetbeheerder bij nieuwe grote verkavelingen, grote groepswoningbouwprojecten of grote appartementsgebouwen, waarvan de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden of voor stedenbouwkundige handelingen vanaf 1 januari 2021 is aangevraagd, alleen nog voorzien in een aansluiting op het aardgasdistributienet in geval van collectieve verwarming via warmte-krachtkoppeling of in combinatie met een hernieuwbare-energiesysteem als hoofdverwarming.
Het eerste lid is eveneens van toepassing op grote verkavelingen, grote groepswoningbouwprojecten of grote appartementsgebouwen, waarbij het definitief vastgestelde projectbesluit overeenkomstig artikel 39 van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten geldt als omgevingsvergunning.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels over de grootte van de verkavelingen, de groepswoningbouwprojecten en de appartementsgebouwen die onder de verplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, vallen, en over de hernieuwbare-energiesystemen die hiervoor in aanmerking komen.

Art. 4.1.16/2.
In afwijking van artikel 4.1.13, 4.1.15, 4.1.16 en 4.1.16/1 voorzien aardgasdistributienetbeheerders voor residentiële gebouwen en niet-residentiële gebouwen waarvoor vanaf 1 januari [2025] een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen aangaande nieuwbouw worden aangevraagd niet meer in een aansluiting op het aardgasdistributienet.

Art. 4.1.17.
Iedere aardgasdistributienetbeheerder stelt jaarlijks op zijn website en in zijn klantenkantoren een indicatieve lijst ter beschikking van het publiek die per gemeente, de straten aangeeft waar de [aardgasdistributienetbeheerder] volgens zijn investeringsplan in de komende drie jaren aardgasleidingen zal aanleggen. Als de aardgasleiding niet in de volledige straat of aan beide kanten zal worden aangelegd, worden de huisnummers en de straatkant vermeld waarlangs de aardgasleiding zal worden aangelegd. De aardgasdistributienetbeheerder bezorgt die gegevens ook aan de betrokken gemeente.

Afdeling V/1.
Flexibiliteit en aggregatie


Onderafdeling I.
Rechten en plichten van dienstverleners van flexibiliteit en aggregatoren


Art. 4.1.17/1.

§ 1

Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die flexibiliteits- of aggregatiediensten aanbiedt aan de aanvrager van flexibiliteit, kan dienstverlener van flexibiliteit of aggregator worden en kan op niet-discriminerende wijze toetreden tot de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie, om flexibiliteits- of aggregatiediensten te leveren, zonder toestemming van andere marktdeelnemers.
Het leveren van flexibiliteitsdiensten kan rechtstreeks plaatsvinden of er kan een beroep worden gedaan op een of meer deelnemers aan flexibiliteit.
Elke dienstverlener van flexibiliteit die geen beroep doet op deelnemers van flexibiliteit of andere dienstverleners van flexibiliteit, kan onafhankelijk van zijn elektriciteitsleveringscontract andere elektriciteitsdiensten dan levering, met inbegrip van flexibiliteitsdiensten, verkopen aan een elektriciteitsbedrijf van zijn keuze.
Iedere afnemer heeft het recht, zonder discriminatie ten aanzien van kosten, moeite en tijd, van dienstverlener van flexibiliteit of aggregator te veranderen.

§ 2

Elke dienstverlener van flexibiliteit en aggregator, vermeld in paragraaf 1, is financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die hij in het elektriciteitsnet veroorzaakt. Hij draagt de evenwichtsverantwoordelijkheid van de activering van flexibiliteit of aggregatie, of belast een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid.

§ 3

Elke dienstverlener van flexibiliteit of aggregator, vermeld in paragraaf 1, sluit op basis van voorafgaandelijke commerciële onderhandelingen een overeenkomst met de deelnemer aan flexibiliteit als hij een beroep doet op een deelnemer van flexibiliteit.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de minimale elementen van een standaardovereenkomst die van toepassing is bij gebreke van akkoord over de commerciële modaliteiten, vermeld in het eerste lid, bepalen.
Elke dienstverlener van flexibiliteit of aggregator informeert de deelnemer aan flexibiliteit volledig over de contractuele voorwaarden van het flexibiliteits- of aggregatiecontract dat hem wordt aangeboden.

§ 4

Elke dienstverlener van flexibiliteit en aggregator, vermeld in paragraaf 1, sluit voorafgaand aan zijn toetreding tot de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie om flexibiliteits- of aggregatiediensten te leveren, een overeenkomst met de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, respectievelijk voor de toegangspunten die onder het dekkingsgebied van deze netbeheerder vallen.
De Vlaamse Regering kan de minimale inhoud van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, bepalen.
De betrokken netbeheerder meldt de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, aan de VREG als de dienstverlener van flexibiliteit of de aggregator een beroep doet op een of meer deelnemers aan flexibiliteit om flexibiliteitsdiensten aan te bieden. De VREG maakt vervolgens de lijst van de dienstverleners van flexibiliteit bekend op zijn website.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit maken de lijst van de dienstverleners van flexibiliteit die rechtstreeks flexibiliteit aanbieden aan de aanvrager van flexibiliteit, zonder een beroep te doen op een deelnemer aan flexibiliteit, bekend op hun website.

§ 5

Voor de bemiddeling en beslechting van geschillen tussen dienstverleners van flexibiliteit en aggregatoren enerzijds en andere marktdeelnemers anderzijds is de procedure, vermeld in artikel 3.1.4/3 van overeenkomstige toepassing.

Art. 4.1.17/2.
Op eigen initiatief en na overleg, waaraan de elektriciteitsdistributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de transmissienetbeheerder, de bevoegde federale overheidsinstantie, CREG en de relevante marktdeelnemers worden uitgenodigd om deel te nemen, kan de VREG in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit niet-discriminerende en transparante regels vastleggen als de VREG de noodzaak ervan heeft geïdentificeerd, voor de financiële compensatie voor flexibiliteit met energieoverdracht via een dienstverlener van flexibiliteit in functie van het beheer van lokale congestie, vermeld in artikel 4.1.17/4, of in functie van het leveren van een ondersteunende dienst aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, vermeld in artikel 4.1.17/6.
De regels, vermeld in het eerste lid, bevatten minstens:
een berekeningsmethode voor de financiële compensatie die de onafhankelijke dienstverlener van flexibiliteit betaald heeft aan die marktdeelnemers of aan de evenwichtsverantwoordelijken van die marktdeelnemers, vermeld in het eerste lid. Dit geldt ook voor de omgekeerde transactie;
details over hoe de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie wordt opgevolgd en gemonitord.
De financiële compensatie, vermeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende vereisten:
ze creëert geen obstakel voor de markttoegang van de dienstverleners van flexibiliteit;
ze is ertoe beperkt de resulterende kosten te dekken voor de leveranciers van deelnemende afnemers en producenten of voor de evenwichtsverant- woordelijken van de leveranciers tijdens de activatie van flexibiliteit.
Marktdeelnemers kunnen vrijwillig en in onderling overleg afwijken van de berekeningsmethode, vermeld in het tweede lid, 1°, als ze dat melden aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. De VREG kan dat proces evalueren.

Onderafdeling II.
Rechten en plichten van deelnemers aan flexibiliteit en aggregatie


Art. 4.1.17/3.

§ 1

Elke afnemer, producent, tussenpersoon, energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschap kan deelnemer aan flexibiliteit of aggregatie worden.
Elke afnemer, producent, tussenpersoon, energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschap kan op niet-discriminerende wijze tot de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie toetreden, naast producenten.

§ 2

De deelnemer aan flexibiliteit of aggregatie kan onafhankelijk van zijn elektriciteitsleveringscontract andere elektriciteitsdiensten dan levering, met inbegrip van flexibiliteitsdiensten en aggregatie, kopen bij een elektriciteitsbedrijf van zijn keuze.
De deelnemer aan flexibiliteit of aggregatie kan onafhankelijk van zijn elektriciteitsleveringscontract deelnemen aan andere elektriciteitsdiensten dan levering, met inbegrip van deelname aan aggregatie en flexibiliteitsdiensten.

§ 3

Elke afnemer of producent kan zijn dienstverlener van flexibiliteit of aggregator vrij kiezen of veranderen, onafhankelijk van zijn elektriciteitsleverancier.
Elke afnemer of producent kan deelnemen aan flexibiliteit of aan aggregatiediensten zonder toestemming van een ander elektriciteitsbedrijf waarop hij een beroep doet.

§ 4

Afnemers en tussenpersonen mogen door hun leverancier niet worden onderworpen aan discriminerende technische en administratieve voorschriften, procedures of kosten omdat ze een contract hebben met een dienstverlener van flexibiliteit of aggregator.
Afnemers die een contract hebben met een onafhankelijke dienstverlener van flexibiliteit mogen door hun leverancier niet onderworpen worden aan buitensporige betalingen, sancties of andere buitensporige contractuele beperkingen.

Onderafdeling III.
De aankoop van flexibiliteitsdiensten en ondersteunende diensten door de netbeheerder


Art. 4.1.17/4.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bepalen de specificaties voor de aankoop van flexibiliteitsdiensten, voor het beheer van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied of voor redispatching waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de aanvrager van flexibiliteit is, in de vorm van producten die gevaloriseerd worden, en, als dat van toepassing is, gestandaardiseerde marktproducten voor die diensten, na een transparant en participatief overleg met de transmissienetbeheerder en alle relevante marktdeelnemers. Die specificaties worden, na dit overleg, ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
De specificaties, vermeld in het eerste lid, waarborgen een effectieve en niet-discriminerende deelname van alle marktdeelnemers, inclusief marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons of flexibiliteit doen, exploitanten van elektriciteitsopslagfaciliteiten en marktdeelnemers die aan aggregatie doen.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit wisselen alle noodzakelijke informatie uit met alle relevante marktdeelnemers en werken met de transmissienetbeheerder samen voor de volgende doeleinden:
zorgen voor een optimaal gebruik van hulpbronnen;
het veilige en efficiënte beheer van het net waarborgen;
de marktontwikkeling bevorderen.

§ 2

Als de aankoop van flexibiliteitsdiensten de noodzaak tot uitbreiding of vervanging van elektriciteitsnetcapaciteit op kostenefficiënte wijze verlicht en het efficiente en veilige beheer van het elektriciteitsdistributienet ondersteunt, ontvangen de elektriciteitsdistributienetbeheerders een passende vergoeding voor de aankoop van dergelijke diensten, zodat ze ten minste hun overeenkomstige redelijke kosten kunnen terugverdienen, zoals de noodzakelijke uitgaven voor informatie en communicatietechnologie en infrastructuurkosten.

Art. 4.1.17/5.

§ 1

In afwijking van artikel 4.1.17/4 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder buitengewone omstandigheden de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verplichten om deel te nemen aan flexibiliteit. Deze situatie wordt gereserveerde technische flexibiliteit genoemd.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke categorieën van netgebruikers en gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, het eerste lid van toepassing is.
Onder buitengewone omstandigheden als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan dat een redelijke en kosteneffectieve netinvestering niet mogelijk is in combinatie met een van de volgende situaties:
de aankoop van flexibiliteit is economisch niet efficiënt;
de aankoop van flexibiliteit leidt tot ernstige marktverstoringen;
de aankoop van flexibiliteit leidt tot meer lokale congestie binnen het dekkingsgebied van de netbeheerder.
De toepassing van gereserveerde technische flexibiliteit door de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit moet blijken uit de toepassing van de transparante, niet-discriminerende en eenduidige methodologie en de regels over buitengewone omstandigheden, vermeld in het eerste lid. Die regels worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit informeert de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit als gereserveerde technische flexibiliteit wordt toegepast tijdig over de mogelijke impact op hun toegang tot het net. De VREG vermeldt in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit de procedure om de betrokkenen te informeren.

§ 2

In geval van onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit uitgeput zijn, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet de modulatie van productie-installaties verplichten via telecontrole. Deze situatie wordt niet-gereserveerde technische flexibiliteit genoemd.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten het eerste lid van toepassing is.
De nadere regels over de onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit.

§ 3

In geval van gereserveerde technische flexibiliteit ontvangen de netgebruiker en de gebruiker die op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit aangesloten zijn, ten behoeve van de netbeheerder een kostenreflectieve en transparante compensatie.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de berekeningswijzen voor de compensatie, vermeld in het eerste lid.
In geval van niet-gereserveerde technische flexibiliteit kunnen de netgebruiker en de gebruiker die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, ten behoeve van de elektriciteitsdistributienetbeheerders of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit een kostenreflectieve en transparante compensatie ontvangen.
De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de situaties waarin een compensatie wordt verleend en de berekeningswijzen voor de compensatie, vermeld in het derde lid.

§ 4

De elektriciteitsdistributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit maken jaarlijks een rapport op over de situaties waarbij gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit worden toegepast en geactiveerd, en bezorgen dat aan de VREG. Dat rapport bevat minstens:
een overzicht van de situaties waarbij gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit zijn toegepast en geactiveerd;
de redenen, de volumes, uitgedrukt in MWh, en het type van aansluiting en productie waarbij gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit zijn toegepast en geactiveerd;
een overzicht van het totaal aan toegekende compensaties en de toegekende compensaties per situatie waarbij gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit zijn toegepast en geactiveerd;
de maatregelen die genomen zijn om de behoefte aan gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit te verminderen, inclusief investeringen in de digitalisering van de netinfrastructuur.
De VREG evalueert op basis van dat rapport of de situaties waarbij gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit worden toegepast, voldoen aan de voorwaarden waaronder gereserveerde en niet-gereserveerde technische flexibiliteit kunnen worden toegepast. De VREG kan daarvoor alle bijkomende en nodige gegevens opvragen bij de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit om die evaluatie te kunnen maken. De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bezorgen die gegevens aan de VREG binnen een redelijke termijn.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de procedure en de timing van de rapportering door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet en de frequentie van deze rapportering.

Art. 4.1.17/6.

§ 1

De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit zijn verantwoordelijk voor de aankoop van producten en diensten, namelijk voor de aankoop van energie voor het dekken van netverliezen en niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten, die nodig zijn voor een efficiënt, betrouwbaar en veilig beheer van het elektriciteitsdistributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit, en stellen daarvoor de transparante, objectieve en niet-discriminerende regels op, in een transparant en participatief overleg met de transmissienetbeheerder en alle relevante marktdeelnemers. Die regels worden, na het voormelde overleg, ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
De VREG stelt de voorwaarden, met inbegrip van de regels en voor de elektriciteitsdistributienetbeheerders ook de vergoedingen, voor het verstrekken van producten en diensten als vermeld in het eerste lid, aan elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit vast op een niet-discriminerende en kostenreflectieve wijze. Voor de hoogte van de vergoeding gebeurt dat jaarlijks. Die voorwaarden worden bekendgemaakt op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit.

§ 2

Bij het verrichten van de taken, vermeld in paragraaf 1, kopen de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten aan die nodig zijn voor hun net, volgens transparante, niet-discriminerende en marktgerichte procedures, tenzij de VREG van oordeel is dat de marktgebaseerde verlening van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten economisch niet efficiënt is en een afwijking heeft toegestaan. De VREG werkt de nadere regels in verband met die afwijking uit in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit.
De verplichting om niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in te kopen, is niet van toepassing op volledig geïntegreerde netwerkcomponenten. De VREG bepaalt in de technische reglementen waarvoor die vrijstelling niet geldt.
Bij de aankoop van de diensten, vermeld in het eerste lid, wordt de effectieve deelname gewaarborgd van alle marktdeelnemers, waaronder marktdeelnemers die energie uit hernieuwbare bronnen aanbieden, marktdeelnemers die aan vraagrespons en flexibiliteit doen, exploitanten van elektriciteitsopslagfaciliteiten, dienstverleners van flexibiliteit en marktdeelnemers die aan aggregatie doen.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit behandelen de dienstverleners van flexibiliteit en marktdeelnemers die aan aggregatie van vraagrespons doen, met inachtneming van hun technische mogelijkheden, niet-discriminerend ten opzichte van producenten bij het verrichten van de taken, vermeld in paragraaf 1.

Art. 4.1.17/7.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit stellen jaarlijks een rapport op over het vermogen, de opslagcapaciteit en het type van de elektriciteitsopslagfaciliteiten die aan het elektriciteitsdistributienet en aan het plaatselijk vervoernet van elektriciteit gekoppeld worden.
Het rapport wordt bekendgemaakt op de website van de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en ter informatie aan de VREG en de minister bezorgd.
De Vlaamse Regering bepaalt de timing voor de publicatie en het indienen van het rapport.

Onderafdeling IV.
Flexibiliteits- en aggregatiegegevens


Art. 4.1.17/8.
Elke afnemer behoudt de zeggenschap over zijn gegevens die verbonden zijn aan flexibiliteit of aggregatie die wordt toegepast op de elektriciteitsmarkt of de markt voor lokale congestie.
Elke afnemer kan aan de dienstverlener van flexibiliteit of aan de aggregator van zijn keuze op expliciete en geïnformeerde wijze toestemming verlenen om toegang te krijgen tot de gegevens die nodig zijn om zijn activiteit als dienstverlener van flexibiliteit of aggregator als vermeld in artikel 4.1.17/1, § 1, uit te oefenen.
Elke afnemer kan bij de aggregator of dienstverlener van flexibiliteit, vermeld in artikel 4.1.17/1, § 1, met wie hij een contract heeft gesloten, minstens een keer per factureringsperiode kosteloos alle relevante flexibiliteitsgegevens of gegevens over de verkochte elektriciteit vragen. De voormelde aggregator of dienstverlener van flexibiliteit bezorgt die gegevens zonder discriminatie ten aanzien van kosten, moeite of tijd. De voormelde dienstverlener van flexibiliteit of aggregator brengt de afnemer met wie hij een contract heeft, op de hoogte van dat recht.
Marktdeelnemers die aan aggregatie doen of flexibiliteitsdiensten aanbieden, en andere elektriciteitsbedrijven waarborgen de vertrouwelijkheid van de commercieel gevoelige gegevens die ze onderling uitwisselen en behandelen elke partij op niet-discriminerende wijze bij de uitwisseling van de gegevens.

Afdeling VI.
Toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit


Art. 4.1.18.

§ 1 [

Afnemers en producenten hebben recht op toegang tot een distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor respectievelijk de afname en injectie van elektriciteit of aardgas.
De technische reglementen bepalen wie door de toegangsgerechtigden, bedoeld in het voorgaande lid, als toegangshouder op een toegangspunt aangeduid kan worden. [Op elk toegangspunt kan zowel voor de afname als voor de injectie telkens slechts één toegangshouder worden aangeduid.]
]

§ 2

[Iedere netbeheerder maakt de geldende tarieven en voorwaarden bekend waartegen de toegangshouder toegang tot het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan verkrijgen.]
Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen weigeren, beëindigen of opschorten in één of meer van onderstaande gevallen:
zijn net beschikt niet over voldoende capaciteit om het vervoer te verzekeren;
de veilige en betrouwbare werking van zijn net komt in het gedrang;
[...]
[Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net voor een toegangshouder bovendien weigeren of beëindigen indien de aanvrager van de toegang tot het net niet voldoet of de toegangshouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn net, vastgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1.]

§ 3

Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring.
De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen:
bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement;
in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft;
de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel;
voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt.

[§ 3/1

De netbeheerder is verplicht om een bemiddeling op te starten bij de VREG indien hij in het geval, vermeld in paragraaf 2, derde lid, de toegang tot het net wil weigeren of beëindigen, behoudens in de gevallen waar geen voorafgaande toestemming door de VREG is vereist.
]

§ 4

Tegen een weigering, opschorting of beëindiging van toegang tot het distributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit kan [overeenkomstig artikel 3.1.4/3, zonder voorafgaande bemiddeling, een geschillenbeslechtingsprocedure gevoerd] worden bij de VREG. De Vlaamse Regering stelt de beroepsprocedure vast, na advies van de VREG. Als de VREG, bij de behandeling van het beroep, van mening is dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang onterecht was, geeft de netbeheerder de betrokken persoon alsnog of opnieuw toegang tot zijn net.

Art. 4.1.18/1.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders werken samen met de transmissienetbeheerder voor de effectieve deelname van marktdeelnemers op de detailhandels-, groothandels- en balanceringsmarkten die aan hun net zijn verbonden. Conform artikel 57 van verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit en artikel 182 van verordening (EU) 2017/1485 van de Commissie van 2 augustus 2017 tot vaststelling van richtsnoeren betreffende het beheer van elektriciteitstransmissiesystemen wordt met de transmissienetbeheerder in kwestie overeenstemming bereikt over de levering van balanceringsdiensten die voortvloeien uit bronnen in het elektriciteitsdistributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit.
De elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit stellen technische specificaties op voor de deelname aan de markten, vermeld in het eerste lid, op basis van de technische kenmerken van die markten en de mogelijkheden van alle marktdeelnemers. Die specificaties worden opgesteld in nauwe samenwerking met alle marktdeelnemers die aangesloten zijn op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, of met de marktdeelnemers die een beroep doen op deelnemers aan flexibiliteit die aangesloten zijn op het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, en ook met de transmissienetbeheerder. Die specificaties worden ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.

Art. 4.1.18/2.
Teneinde de veilige en betrouwbare werking van het net te garanderen, dienen installateurs van hernieuwbare energiesystemen maandelijks aan elke netbeheerder in wiens gebied ze gedurende de voorgaande maand werken hebben uitgevoerd een lijst met hernieuwbare energie-installaties voor elektriciteitsproductie die door hen werden geïnstalleerd over te maken. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de vorm en de inhoud van deze meldingen.

Afdeling VII.
Investeringsplannen


Art. 4.1.19.

§ 1

De ontwikkeling van het distributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt gebaseerd op een transparant investeringsplan dat jaarlijks door de distributienetbeheerder en tweejaarlijks door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.
Het investeringsplan van de elektriciteitsdistributienetbeheerders bevat al de volgende elementen:
een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
een investeringsprogramma voor vernieuwing en uitbreiding van het net dat de elektriciteitsdistributienetbeheerders uitvoeren om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen:
a)
de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar;
b)
de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen en snellaadinfrastructuur;
c)
voorspellingen van de langetermijntrends;
een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende parameters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerders zelf aanvrager van flexibiliteit zijn, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn;
een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, § 2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen hun eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;
het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4°;
een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;
de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het elektriciteitsdistributienet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan;
de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet verhogen.
Het investeringsplan van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bevat al de volgende elementen:
voor een periode van drie en tien jaar een gedetailleerde raming van de huidige en toekomstige capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en van decentrale productie met aanduiding van de onderliggende hypothesen. Het investeringsplan wordt gebaseerd op die ramingen en er wordt rekening gehouden met het potentiële gebruik van vraagrespons, flexibiliteit, elektriciteitsopslagfaciliteiten of andere hulpbronnen die kunnen dienen als alternatieven voor de uitbreiding van het net;
de belangrijkste infrastructuur die de eerstvolgende tien jaar aangelegd of vernieuwd moet worden en alle investeringen die al beslist zijn;
een overzicht van de nieuwe investeringen die de eerstkomende drie jaar gedaan moeten worden met een tijdschema voor alle investeringsprojecten;
efficiënte maatregelen om de doelmatigheid van het systeem te garanderen.
Het investeringsplan van de aardgasdistributienetbeheerders bevat de volgende elementen:
een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar, waarin rekening wordt gehouden met de langetermijnevoluties;
een gedetailleerd plan van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de bestaande aardgasleidingen per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
een gedetailleerde lijst van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de aardgasleidingen waarvan de aanleg in de drie daaropvolgende jaren gepland is, per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;
het aantal aangesloten en het aantal aansluitbare wooneenheden en gebouwen op 1 januari van het jaar in kwestie.
Het technisch reglement kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden opgevraagd en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.

§ 2

De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit consulteren alle relevante netgebruikers en de transmissienetbeheerder over het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1.
De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.

§ 3

Het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
De VREG maakt zijn beslissing binnen negentig dagen na de dag waarop hij het investeringsplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen dezelfde termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de termijn om een beslissing te nemen met negentig dagen verlengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen werden gevraagd.
De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het investeringsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
Het goedgekeurde investeringsplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.

§ 4

Het opstellen en indienen van een investeringsplan is niet vereist voor de distributienetbeheerder [die kleinschalige netten voor de distributie van aardgas bedient op het grondgebied van de gemeente Baarle-Hertog dat volledig omgeven is door Nederlands grondgebied].

Afdeling VIII.
Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de netbeheerder


Art. 4.1.20.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op hun net.
Die openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over:
de informatieverlening en het eventueel voorafgaand overleg bij een onderbreking van de elektriciteits- en aardgastoevoer voor aanleg, onderhoud en herstelling van het net;
de karakteristieken van de geleverde elektrische spanning, aardgasdruk en aardgaskwaliteit op het toegangspunt;
de termijnen waarbinnen aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden;
de termijnen waarbinnen klachten en vragen van afnemers behandeld worden;
de facturatie aan afnemers;
de informatieverlening aan afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net;
de behandeling van klachten van afnemers en aanvragers van een aansluiting op het net.

Art. 4.1.21.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan de leveranciers die toegang hebben tot hun net en/of hun aangestelden.
Deze openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer handelen over de termijnen waarbinnen meetgegevens en de aansluitingsgegevens van de klanten van de leverancier door de netbeheerder worden overgemaakt aan de leverancier en/of zijn aangestelde.

Art. 4.1.22.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, de netbeheerders extra openbaredienstverplichtingen opleggen naast de openbaredienstverplichtingen van dit decreet, met betrekking tot:
hun investeringen in het net;
de levering van elektriciteit of aardgas aan [iedere afnemer die elektriciteit of aardgas koopt voor eigen huishoudelijk gebruik en niet voor commerciële of professionele activiteiten] die niet over een leveringscontract beschikken of van wie de leverancier zijn verplichtingen niet nakomt, doordat de toegang tot het distributienet beëindigd wordt of doordat hij, om welke reden dan ook, geen elektriciteit of aardgas meer kan leveren aan zijn afnemers;
de procedure die de netbeheerder moet volgen bij wanbetaling door de afnemer;
maatregelen van sociale aard, zoals de plaatsing en de exploitatie van budgetmeters voor elektriciteit[, budgetmeters voor aardgas] en van stroombegrenzers;
de exploitatie van openbare verlichting.
De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn verlenen hun medewerking aan de netbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen die hun opgelegd zijn volgens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin die medewerking zal bestaan.

Art. 4.1.22/1.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij brengen de evenwichtsverantwoordelijken onmiddellijk op de hoogte van de onderbreking of van de beperking van de afname en injectie van de productie-eenheden, aangesloten op hun net en de modaliteiten hiervan. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.

Art. 4.1.22/1/1.
Met behoud van de toepassing van artikel 4.1.22/4 en 4.1.22/5 is de syndicus, vermeld in artikel 3.89 van het Burgerlijk Wetboek, gemachtigd om in het kader van de door of krachtens het Burgerlijk Wetboek vastgestelde taken met betrekking tot het administratieve, technische en financiële beheer van het gebouw waarvoor hij door de vereniging van mede-eigenaars als syndicus is aangesteld, voor dat hele gebouw bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij alle EAN-codes op te vragen, te verwerken en te gebruiken voor de uitvoering van die beheerstaken.
De betrokkenen zijn de syndicus, en de eigenaars en gebruikers van de gebouweenheden in het gebouw.
Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, is de syndicus de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
De syndicus bewaart die gegevens uiterlijk tot de einddatum van zijn mandaat.

Afdeling IX.
Meters en meetgegevens


Onderafdeling I.
Plaatsing en functionaliteiten van de digitale meter


Art. 4.1.22/2.
De netbeheerder plaatst een digitale meter bij netgebruikers met een laagspanningsaansluiting < 56 kVA en in de volgende gevallen met voorrang:
bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie;
bij verplichte metervervanging;
bij installatie van nieuwe decentrale productie-installaties met een maximaal AC-vermogen van 10 kVa;
bij vervanging van bestaande actieve budgetmeters en plaatsing van nieuwe budgetmeters;
[...]
bij vervanging van de meters die geplaatst werden in het proefproject slimme meters en in het proefproject digitale budgetmeter van de distributienetbeheerders;
op verzoek van de netgebruiker.
[...]
Op expliciete vraag van de netgebruiker in de situatie, vermeld in [eerste lid, 3°], wordt de productiemeter vervangen door de netbeheerder en desgevallend gekoppeld aan de digitale meter. De netgebruiker staat in voor de kosten van deze productiemeter, de plaatsing en de indienststelling.
De Vlaamse Regering kan op basis van de kosten-batenanalyse bijkomende gevallen bepalen waarin de netbeheerder een digitale meter met voorrang plaatst.
De Vlaamse Regering bepaalt de timing en de modaliteiten voor het plaatsen van de meters, vermeld in het eerste en [derde lid].
[In afwijking van het eerste lid kan de distributienetbeheerder, in afwachting van de beschikbaarheid van een digitale meter die met de distributienetbeheerder via bekabeling communiceert, op vraag van de netgebruiker voorlopig een elektronische meter zonder communicatiemiddel plaatsen.]

Art. 4.1.22/3.
De digitale meter:
kan energiestromen en de kwaliteit ervan meten en registreren;
kan op afstand communiceren met de distributienetbeheerder;
bezit de technische mogelijkheid tot communiceren met applicaties van andere marktpartijen;
kan op afstand het toegangsvermogen instellen en de toegang tot het distributienet verlenen en onderbreken.
De marktpartijen, vermeld in het eerste lid, 3°, verwerken alleen de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun diensten te verlenen en waarover een overeenkomst werd afgesloten met de betrokkene. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de digitale meters moeten voldoen.

Onderafdeling II.
Verwerking van gegevens


Art. 4.1.22/4.
De betrokkene behoudt de zeggenschap over zijn persoonsgegevens uit de digitale meter, de elektronische meter en de analoge meter conform de diverse rechten en plichten voorzien door de wetgever, tenzij op basis van de gevallen en onder de voorwaarden en waarborgen, bepaald door of krachtens wet of decreet.

Art. 4.1.22/5.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij verleent, met inachtneming van het tweede lid en hetgeen bepaald is in artikel 4.1.8/2, aan de volgende partijen toegang tot de gegevens verzameld uit de digitale, elektronische of analoge meter:
de overheden voor de gegevens die ze gemachtigd zijn te kennen uit hoofde van een wet, een decreet of een ordonnantie;
de instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen voor de informatie die ze nodig hebben om de opdrachten van algemeen belang te vervullen die hun zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie;
distributienetbeheerders en hun werkmaatschappij, beheerders van een gesloten distributienet, de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de beheerder van het plaatselijk vervoernet, producenten, leveranciers, tussenpersonen, bevrachters, [dienstverleners van flexibiliteit, aggregatoren,] evenwichtsverantwoordelijken en de VREG;
de netgebruiker en in voorkomend geval de natuurlijke persoon van wie de persoonsgegevens worden verwerkt;
een andere partij, op voorwaarde dat de netgebruiker en in voorkomend geval de natuurlijke persoon van wie de persoonsgegevens worden verwerkt, toestemming heeft gegeven aan die partij;
elke partij voor zover de gegevens die worden verwerkt volledig geanonimiseerd zijn.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij verleent de partijen, vermeld in het eerste lid, alleen toegang tot die gegevens die strikt noodzakelijk zijn om hun respectieve taken uit te oefenen. Die gegevens zijn toereikend, ter zake dienend en niet overmatig ten opzichte van de doeleinden waarvoor ze gebruikt zullen worden.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten vastleggen met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen netbeheerder of zijn werkmaatschappij en de andere gelegitimeerde partijen.

Art. 4.1.22/6.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij beheert, verwerkt, beveiligt en bewaart de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten tot zijn net, met het oog op de uitvoering van de taken inzake databeheer die hem worden opgelegd in artikel 4.1.8/2.
De netbeheerder of zijn werkmaatschappij beheert, verwerkt, beveiligt en bewaart de technische, relationele en meetgegevens met betrekking tot de toegangspunten tot zijn net, met het oog op de uitvoering van de taken als beheerder van het distributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, die hem worden opgelegd in de artikelen 4.1.6 en 4.1.22, eerste lid, 2° en 4°.
De technische gegevens, de relationele gegevens en de meetgegevens, vermeld in het eerste en tweede lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste, tweede en derde lid, is de netbeheerder de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.
De personeelsleden van de netbeheerder die zijn aangesteld als functionaris voor gegevensbescherming ontvangen bij de uitvoering van de aan hen of hun werkmaatschappij in het kader van de algemene verordening gegevensbescherming opgelegde verplichtingen geen directe instructies van de raad van bestuur van de netbeheerder, de Vlaamse overheid of van de publieke of particuliere rechtspersonen, vermeld in artikelen 4.1.22/7 tot en met 4.1.22/12.

Art. 4.1.22/7.
De leveranciers verwerken de relationele gegevens en de meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op het klantbeheer en de facturatie, vermeld in artikel 4.3.2.
Alle relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, zijn de leveranciers de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

Art. 4.1.22/8.
De aanbieders van energiediensten[, dienstverleners van flexibiliteit en aggregatoren] verwerken technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op klantbeheer en het aanbieden van diensten.
Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, zijn de aanbieders van energiediensten de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

Art. 4.1.22/9.
De evenwichtsverantwoordelijke en bevrachter verwerken meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, om tot een evenwicht van het net te komen.
Als deze meetgegevens, vermeld in het eerste lid, ook persoonsgegevens zijn, zijn de evenwichtsverantwoordelijke en de bevrachter voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van het doeleinde, vermeld in het eerste lid, de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

Art. 4.1.22/10.
De overheden verwerken de technische gegevens, de relationele gegevens en de meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op de uitoefening van taken die hun worden opgelegd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
De overheden zijn de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in de wetgeving met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid.

Art. 4.1.22/11.
De instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/5, eerste lid, 2°, verwerken technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe zij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang hebben, met het oog op het vervullen van de opdrachten van algemeen belang die hun zijn toevertrouwd door of krachtens een wet, een decreet of een ordonnantie.
Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
De instellingen en de natuurlijke personen of rechtspersonen, vermeld in artikel 4.1.22/5, eerste lid, 2°, zijn de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming, bij de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid.

Art. 4.1.22/12.
De VREG verwerkt technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, waartoe hij via de netbeheerder of zijn werkmaatschappij overeenkomstig artikel 4.1.22/5 toegang heeft, met het oog op het uitvoeren van zijn taken die hem worden opgelegd door of krachtens dit decreet.
Alle technische gegevens, relationele gegevens en meetgegevens, vermeld in het eerste lid, kunnen ook persoonsgegevens zijn.
Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, is de VREG de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming.

Art. 4.1.22/13.
Als een digitale meter wordt geplaatst, zorgt de netbeheerder ervoor dat de netgebruiker en in voorkomend geval de betrokkene voldoende geïnformeerd en geadviseerd worden over:
de verplichte informatie met betrekking tot de verwerking van hun persoonsgegevens die op grond van de algemene verordening gegevensbescherming verstrekt moet worden;
het volledige potentieel dat de meter heeft, over het gebruik van de gegevens van de digitale meter en over de mogelijkheid om hun energieverbruik te controleren.
De partijen, vermeld in artikel 4.1.22/6 tot en met artikel 4.1.22/12, stellen een continu risicobeheersingssysteem met betrekking tot de waarschijnlijkheid en ernst van de uiteenlopende risico's voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen op. De voormelde partijen brengen de betrokkenen op de hoogte van de periode waarin hun persoonsgegevens zullen worden opgeslagen, of als dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen. Als de voormelde partijen gebruikmaken van onderzoekstechnieken zoals datamining, profilering en geautomatiseerde besluitvorming, vermelden ze dat uitdrukkelijk en geven ze inzage in de gebruikte methodologische keuzes.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere procedures en modaliteiten om de transparantie ten aanzien van de betrokkenen te garanderen en misbruik van die gegevens zoveel mogelijk te voorkomen. De Vlaamse Regering bepaalt de uniforme voorwaarden voor het risicobeheersingssysteem, vermeld in het tweede lid.
De Vlaamse Regering kan in samenwerking met de betrokken partijen een gedragscode opstellen waarin bepaald wordt hoe deze partijen moeten omgaan met de gegevens verkregen uit de submeter.

Afdeling X.
Prerogatieven van de netbeheerders


Onderafdeling I.
Erfdienstbaarheden ten voordele van de netbeheerder


Art. 4.1.23.

§ 1

De netbeheerders hebben als erfdienstbaarheid het recht:
op blijvende wijze steunen, ankers en de bijhorende uitrustingen aan te brengen voor bovengrondse elektrische lijnen, aan de buitenzijde van de muren en gevels die uitgeven op de openbare weg;
elektrische lijnen boven de private eigendommen te laten doorgaan zonder vasthechting noch aanraking;
boomtakken af te hakken die te dicht bij de bovengrondse elektrische lijnen komen en die kortsluitingen of schade aan de lijn zouden kunnen veroorzaken;
wortels in te korten die te dicht bij ondergrondse elektrische lijnen of aardgasleidingen komen en die schade aan de lijn of leiding zouden kunnen veroorzaken.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1, 3° en 4°, kan de netbeheerder ook overgaan tot het rooien van de aanwezige bomen en beplantingen, als om veiligheidsredenen het recht, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3° en 4°, niet volstaat.

§ 3

De Vlaamse Regering kan per geval bepalen dat het voor de netbeheerder van algemeen nut is om elektrische lijnen of aardgasleidingen aan te leggen boven of onder private onbebouwde gronden en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren.
De netbeheerder heeft in dat geval het recht de lijnen of leidingen aan te leggen boven of onder deze gronden, voor het toezicht daarop te zorgen en de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.

[§ 3/1

De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen het voor de netbeheerder van algemeen nut is om installaties die deel uitmaken van het elektriciteits- of aardgasdistributienet in of op private onroerende goederen te plaatsen, en onder welke voorwaarden dat moet gebeuren.
De netbeheerder heeft in het geval, vermeld in het eerste lid, de volgende rechten:
het recht om de installaties, vermeld in het eerste lid, in of op de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, te plaatsen;
het recht om te zorgen voor het toezicht op de installaties, vermeld in het eerste lid;
het recht om de noodzakelijke onderhouds- en herstellingswerken uit te voeren.
]

§ 4

De aangelegde [installaties,] kabels, lijnen, leidingen en de bijbehorende uitrustingen blijven eigendom van de netbeheerder. Hij is ertoe gemachtigd alle nodige instandhoudingswerken daarvoor uit te voeren.

§ 5

Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, wordt het recht wortels in te korten of boomtakken af te hakken, vermeld in paragraaf 1, 3° en 4°, en het recht om te rooien, vermeld in paragraaf 2, afhankelijk gesteld van de expliciete weigering van de eigenaar of desgevallend de domeinbeheerder, pachter, huurder of een andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed om zelf binnen een redelijke termijn te kappen, in te korten of te rooien, of van het feit dat deze gedurende een maand het verzoek van de netbeheerder zonder gevolg heeft gelaten. In die gevallen kan de netbeheerder overgaan tot inkorten, afhakken of rooien op kosten van de eigenaar. Als de netbeheerder overgaat tot afhakken, inkorten of rooien wegens hoogdringendheid, gebeurt dat op kosten van de netbeheerder zelf.
Behalve in hoogdringende gevallen waarbij de veiligheid imminent in het gedrang komt, mogen de werken, vermeld in [paragraaf 1 tot en met 3/1], door de netbeheerder pas worden aangevangen na de rechtstreekse voorafgaande kennisgeving met een aangetekende brief aan de belanghebbende eigenaars, huurders, pachters, domeinbeheerder en iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed. Die kennisgeving vindt minstens twee maanden voor de geplande start van de werken plaats.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de te volgen procedure bij de uitvoering van die rechten.

Art. 4.1.24.

§ 1

De netbeheerder vergoedt bij minnelijke overeenkomst de eigenaars en de eventuele huurders, pachters of iedere andere houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed in de vorm van een vergoeding voor het nadeel dat mogelijk voortvloeit uit de toepassing van artikel 4.1.23, § 1, 1°[, en § 3/1].

§ 2

Als de aanwezige bomen en beplantingen gerooid worden, als vermeld in artikel 4.1.23, § 2, is de netbeheerder een eenmalige vergoeding verschuldigd aan de eigenaar als vergoeding voor de gerooide bomen en beplantingen en voor de eventuele minwaarde van het onroerend goed.

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de procedure voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding.

§ 4

Als partijen niet tot een minnelijke overeenkomst komen, wordt het geschil voorgelegd aan de vrederechter.

Art. 4.1.25.
[Met uitzondering van de uitoefening van de rechten, vermeld in artikel 4.1.23, § 3/1, kan de uitoefening door de netbeheerder van de rechten, vermeld in artikel 4.1.23,] de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed niet hinderen in zijn recht van omheinen, afbreken, verbouwen, herstellen of bouwen.
Als de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of houder van een zakelijk recht een dergelijk recht, als vermeld in het eerste lid, wil uitoefenen, dan moet de netbeheerder de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op de onbebouwde grond, wegnemen, verplaatsen of aanpassen, voor zover deze de uitvoering van de rechten, vermeld in het eerste lid, hinderen. De eigenaar, pachter, domeinbeheerder of de houder van een zakelijk recht op het bewuste onroerend goed bezorgt de betrokken netbeheerder dat verzoek minstens zes maanden voor de geplande start van de werken.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder.
De betrokken netbeheerder kan die kosten terugvorderen van respectievelijk de eigenaar, pachter, domeinbeheerder of van de houder van een zakelijk recht als die nog niet gestart is met de werken binnen een termijn van drie jaar na het verzoek tot wegneming, verplaatsing of aanpassing.

Onderafdeling II.
Onteigeningen door de netbeheerder


Art. 4.1.26.

§ 1

Met uitzondering voor het gewestelijk openbaar domein kunnen netbeheerders, daartoe gemachtigd door de Vlaamse Regering, overeenkomstig de reglementering betreffende de onteigening ten algemenen nutte, in eigen naam en voor eigen rekening onroerende goederen onteigenen die voor de rechtstreekse verwezenlijking van hun doel nodig zijn.
[De onteigeningen, vermeld in het eerste lid, worden uitgevoerd conform de bepalingen van het Vlaams Onteigeningsdecreet van 24 februari 2017.]

§ 2

In afwijking van § 1 kan de Vlaamse Regering aan de netbeheerder op het gewestelijk openbaar domein domeintoelatingen, vergunningen voor het privatief gebruik of domeinconcessies verlenen via het gelasten van de door haar of via decreet aangestelde domeinbeheerder.

Onderafdeling III.
Recht op toegang van de netbeheerder tot alle installaties waarvan hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft en die zich bevinden in de inrichting van de netgebruiker


Art. 4.1.26/1.
De netbeheerder heeft het recht op toegang tot de ruimte(s) waardoor de aansluitkabel loopt of de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor werken aan de aansluiting, de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer, of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas.
De netgebruiker verschaft de netbeheerder onmiddellijk toegang op eenvoudig mondeling verzoek na behoorlijke legitimatie.

Onderafdeling IV.
Gebruik van persoonlijke gegevens door de netbeheerder


Art. 4.1.26/2.
De netbeheerders kunnen, onder toezicht van de VREG, voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.

Afdeling XI.
Gebruik van het openbaar domein of de gemeentewegen door de netbeheerder


Art. 4.1.27.

§ 1

De netbeheerder heeft het recht het openbaar domein [en de gemeentewegen] te gebruiken voor de aanleg en het onderhoud van aardgasleidingen en elektrische lijnen boven of onder het openbaar domein[, de gemeentewegen,] en de bijbehorende uitrustingen, als hij over een voorafgaandelijke domeintoelating van de domeinbeheerder beschikt. Daarbij gelden de voorwaarden die de domeinbeheerder nuttig acht bij de verlening van de domeintoelating.
In afwijking van het eerste lid en onverminderd de bepalingen van artikel 4.1.28 hebben de netbeheerders, waarvan de gemeenten enerzijds geheel of gedeeltelijk en anderzijds rechtstreeks of onrechtstreeks aandeelhouder zijn, het recht om op het openbaar domein [en de gemeentewegen die beheerd worden] door een van hun deelnemende gemeenten, distributienetten aan te leggen, te onderhouden en uit te baten.

§ 2

In afwijking van de procedure, vermeld in paragraaf 1, wordt, als voor de geplande werkzaamheden, vermeld in paragraaf 1, zowel een domeintoelating als een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] nodig is, de aanvraag tot het verkrijgen van een domeintoelating samengevoegd met de aanvraag tot het verkrijgen van een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen]. Beide aanvragen worden samen ingediend bij het vergunningverlenende bestuursorgaan.
Het vergunningverlenende bestuursorgaan verzoekt binnen tien dagen na de ontvangst van de aanvraag elke domeinbeheerder [van de gemeentewegen of elke domeinbeheerder] op het openbaar domein van wie het geplande traject loopt of de werkzaamheden gepland zijn om een domeintoelating, als vermeld in paragraaf 1, te verlenen of af te wijzen. De door het verzoek gevatte domeinbeheerders brengen hun beslissing ter kennis van het vergunningverlenende bestuursorgaan, rekening houdend met volgende regelingen:
indien de vergunningsaanvraag onderworpen is aan een openbaar onderzoek, voorzien in [het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning], wordt de beslissing ter kennis gebracht aan het vergunningverlenende bestuursorgaan binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat de dag na deze waarop het openbaar onderzoek werd afgesloten;
in alle andere gevallen, wordt de beslissing ter kennis gebracht binnen een termijn van dertig dagen, ingaand de dag na deze van de ontvangst van het verzoek. Deze termijn kan door de domeinbeheerder eenmalig gemotiveerd worden verlengd met vijftien dagen.
Als de domeinbeheerder binnen de termijn, vermeld in het tweede lid, geen beslissing neemt, wordt de aanvraag tot het verkrijgen van de domeintoelating geacht te zijn toegestaan.
De beslissingen over het al dan niet verlenen van de domeintoelatingen en [de omgevingsvergunning] worden door het vergunningverlenende bestuursorgaan ter kennis gebracht van de aanvrager met een aangetekende brief of enige andere vorm van beveiligde zending, vermeld in [artikel 2, 2°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning].

§ 3

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de na te leven voorwaarden, de dossiersamenstelling en de te volgen procedure.

Art. 4.1.28.
De domeinbeheerder kan om redenen van algemeen belang op elk moment voorwaarden van de domeintoelating toevoegen of aanpassen of de netbeheerder verplichten de ondergrondse lijnen of leidingen, de bovengrondse lijnen en de steunen die geplaatst zijn op het openbaar domein [of de gemeentewegen] weg te nemen, te verplaatsen of aan te passen. De betrokken netbeheerder geeft daar uitvoering aan binnen een redelijke termijn na de ontvangst van het verzoek daartoe.
De kosten voor het wegnemen, verplaatsen of aanpassen zijn ten laste van de betrokken netbeheerder.

Afdeling XII.
Tarieven voor de aansluiting op en het gebruik van het distributienet


Onderafdeling I.
Toepassingsgebied


Art. 4.1.29.
De aansluiting op en het gebruik van het distributienet voor de afname en/of injectie van elektriciteit, aardgas of biogas, [de activiteiten inzake databeheer], in voorkomend geval, de ondersteunende diensten en de openbaredienstverplichtingen, maken het voorwerp uit van gereguleerde tarieven.

Onderafdeling II.
Algemene bepalingen


Art. 4.1.30.

§ 1

De VREG stelt een tariefmethodologie op en oefent zijn tariefbevoegdheid uit om aldus een stabiele en voorzienbare regulering te bevorderen die bijdraagt tot de goede werking van de vrijgemaakte markt en die de distributienetbeheerders in staat stelt de noodzakelijke investeringen in hun distributienetten uit te voeren.

§ 2

De VREG oefent zijn tariefbevoegdheid uit, rekening houdend met het algemene energiebeleid zoals gedefinieerd op Europees, federaal en gewestelijk niveau.

§ 3

De VREG motiveert volledig en op omstandige wijze zijn tariefbeslissingen, zowel op het vlak van de tariefmethodologieën als op het vlak van de tarieven. Indien een beslissing op economische of technische overwegingen steunt, maakt de motivering melding van alle elementen die de beslissing rechtvaardigen. Indien deze beslissingen op een vergelijking steunen, omvat de motivering alle gegevens die in aanmerking werden genomen om deze vergelijking te maken.

§ 4

De tarieven die van toepassing zijn, kunnen niet met terugwerkende kracht worden aangepast, zonder echter afbreuk te doen aan de verrekening van de saldi, of de compensatiemaatregelen na voorlopige tarieven.

Art. 4.1.30/1.
[...]

Onderafdeling III.
Procedure voor het opstellen van de tariefmethodologie


Art. 4.1.31.

§ 1

Na gestructureerd, gedocumenteerd en transparant overleg met de distributienetbeheerders, werkt de VREG het ontwerp van tariefmethodologie uit die deze distributienetbeheerders moeten gebruiken voor het opstellen van hun tariefvoorstellen.
De overlegprocedure, vermeld in het eerste lid, komt tot stand met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord tussen de VREG en de distributienetbeheerders over de overlegprocedure, wordt het overleg ten minste gehouden als volgt:
de VREG stuurt de oproeping voor de overlegvergadering naar de distributienetbeheerders. De VREG maakt die oproeping minstens acht kalenderdagen vóór de vergadering in kwestie op zijn website bekend alsook de documentatie met betrekking tot de agendapunten van die overlegvergadering. De oproeping vermeldt de plaats, de datum en het uur van de overlegvergadering, alsook de agendapunten;
na de overlegvergadering stelt de VREG een ontwerp van proces-verbaal op van de overlegvergadering waarin de argumenten van de verschillende partijen worden opgenomen, alsook de vastgestelde punten waarover wel of geen overeenstemming bestaat. De VREG zendt dat verslag ter goedkeuring over aan de aanwezige partijen binnen acht kalenderdagen na de overlegvergadering.

§ 2

De VREG organiseert een openbare raadpleging over het ontwerp van tariefmethodologie. Tijdens die raadpleging krijgen alle belanghebbenden gedurende minstens vijfenveertig kalenderdagen de tijd om hun opmerkingen aan de VREG te bezorgen. Na afloop van die periode publiceert de VREG daarover binnen vijfenveertig kalenderdagen een gemotiveerd consultatieverslag.

§ 3

Na het volgen van de procedure, vermeld in paragraaf 1 en 2, stelt de VREG de tariefmethodologie vast. Onverminderd de toepassing van de algemene boekhoudkundige normen en regels, preciseert die tariefmethodologie onder andere:
de definitie van de kostencategorieën;
de algemene tariefstructuur, tariefdragers en de klantengroepen.

§ 4

Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website de toepasselijke tariefmethodologie, het geheel van de stukken met betrekking tot het overleg met de distributienetbeheerders, het gemotiveerd consultatieverslag, en alle documenten die nuttig worden geacht voor de motivering van de beslissing van de VREG over de tariefmethodologie.

[§ 5

De VREG heeft de mogelijkheid om de tariefmethodologie gedurende de reguleringsperiode op elk moment en in afwijking van de termijnen, vermeld in paragraaf 1 en 2, op eigen initiatief te wijzigen.
]

Onderafdeling IV.
Richtsnoeren voor het opstellen van de tariefmethodologie


Art. 4.1.32.

§ 1

De VREG stelt de tariefmethodologie op met inachtneming van de volgende richtsnoeren:
de tariefmethodologie is volledig en transparant, zodat het voor de distributienetbeheerders mogelijk is om hun tariefvoorstellen op basis van de tariefmethodologie op te stellen. Ze bevat de elementen die verplicht zijn in het tariefvoorstel. Ze definieert rapporteringsmodellen die de distributienetbeheerders moeten gebruiken;
onverminderd de mogelijkheid om conform artikel 4.1.33, § 4, de tariefmethodologie tussentijds te herzien, stelt de tariefmethodologie het aantal jaren vast van de reguleringsperiode die aanvangt op 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de VREG de tariefmethodologie heeft vastgesteld;
2°/1
[de tariefmethodologie zorgt ervoor dat het niet mogelijk is dat meermaals aardgas- of elektriciteitsdistributienettarieven worden aangerekend voor hetzelfde gebruik van het aardgasdistributienet of elektriciteitsdistributienet;]
de criteria voor de verwerping van kosten zijn niet-discriminerend en transparant;
de tarieven zijn niet-discriminerend en proportioneel;
[de tarieven zijn een afspiegeling van de werkelijk gemaakte kosten, voor zover deze overeenkomen met die van een efficiënte vergelijkbare entiteit of activiteit;]
de tarieven strekken ertoe een juist evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de gepresteerde diensten en de prijzen die door de netgebruikers worden gedragen [Dit wordt door de VREG onder andere gecontroleerd door middel van een vergelijking met distributienetactiviteiten in de andere gewesten en de buurlanden.];
de verschillende tarieven worden gevormd op basis van een uniforme structuur op het grondgebied dat de distributienetbeheerder beheert;
in geval van fusie of wijzigingen van distributienetbeheerders kunnen tot het einde van de op het moment van die fusie of van die wijzigingen lopende evenals de daaropvolgende reguleringsperiode in elke geografische zone verschillende tarieven verder worden toegepast;
de vergoeding van in de gereguleerde activa geïnvesteerde kapitalen moet de distributienetbeheerder toelaten om de noodzakelijke investeringen te doen voor de uitoefening van zijn opdrachten en maakt een toegang tot kapitaal mogelijk;
10°
de kosten voor de openbaredienstverplichtingen die worden opgelegd door of krachtens het decreet, en die niet worden gefinancierd door belastingen, taksen, subsidies, bijdragen en heffingen, worden op een transparante en niet-discriminerende wijze verrekend in de tarieven na controle door de VREG;
11°
de tariefmethodologie bepaalt de nadere regels voor de integratie en controle van de gestrande kosten, die bestaan uit de lasten voor het niet-gekapitaliseerde aanvullend pensioen of het pensioen van de publieke sector, die worden betaald aan personeelsleden die een gereguleerde distributieactiviteit hebben verricht, die verschuldigd zijn krachtens statuten, collectieve arbeidsovereenkomsten of andere voldoende geformaliseerde overeenkomsten, die werden goedgekeurd vóór 30 april 1999, of die worden betaald aan hun rechthebbenden of vergoed aan hun werkgever door een distributienetbeheerder, die in de tarieven kunnen worden opgenomen;
12°
de tariefmethodologie bepaalt de wijze van vaststelling van de positieve of negatieve saldi van de kosten, vermeld in 10° en 11°, en andere kosten of inkomsten die worden gerecupereerd of teruggegeven via de tarieven;
13°
de productiviteitsinspanningen die aan de distributienetbeheerders worden opgelegd mogen op korte en op lange termijn noch de veiligheid van personen en goederen noch de continuïteit van de levering in het gedrang brengen;
14°
de kruissubsidiëring tussen gereguleerde en niet-gereguleerde activiteiten is niet toegestaan;
15°
de tariefmethodologie moedigt de distributienetbeheerders aan om hun efficiëntie te verbeteren, de integratie van de markt en de bevoorradingszekerheid te bevorderen en aan onderzoek en ontwikkeling te doen die nodig zijn voor hun activiteiten. Daarbij wordt onder andere rekening gehouden met de uitvoering van hun investeringsplannen;
16°
de structuur van de tarieven bevordert het rationeel gebruik van energie en het rationeel gebruik van de infrastructuren;
17°
de tarieven zijn een realistische weergave van de kostenvoordelen die kunnen voortvloeien uit de aansluiting op en het gebruik van het distributienet door installaties die gebruikmaken van hernieuwbare-energiebronnen en gedistribueerde opwekking;
18°
de tarieven weerspiegelen de kostenbesparingen in distributienetten die worden behaald vanuit maatregelen die passen binnen het vraagzijdebeheer en kunnen een dynamische prijsstelling voor afnemers ondersteunen;
19°
de tarieven bevatten geen prikkels die de algehele efficiëntie, inclusief de energie-efficiëntie, aantasten van de productie, de distributie en de levering van elektriciteit of die de marktdeelname van de vraagrespons in verband met balancerings- en nevendiensten kunnen belemmeren; [...]
20°
de tarieven beletten netbeheerders of energiedetailhandelaren niet systeemdiensten beschikbaar te stellen voor vraagresponsmaatregelen [...] en gedistribueerde opwekking op georganiseerde elektriciteitsmarkten, met name:
a)
verschuiven van de belasting van piekperioden naar dalperioden omdat de eindafnemer rekening houdt met de beschikbaarheid van hernieuwbare energie, energie uit warmte-krachtkoppeling en verspreide opwekking;
b)
energiebesparing vanuit de vraagrespons van verspreide verbruikers door aggregatoren [of dienstverleners van flexibiliteit];
c)
vermindering van de vraag resulterend uit energie-efficiëntiemaatregelen die door aanbieders van energiediensten met inbegrip van bedrijven die energiediensten leveren, zijn genomen;
d)
de aansluiting op en verdeling van opwekkingsbronnen op lagere spanningsniveaus;
e)
de aansluiting van opwekkingsbronnen vanuit een locatie dichterbij het verbruik;
f)
energieopslag;
21°
bij de invoering van een capaciteitstarief houden de tarieven rekening met regionaal objectiveerbare verschillen.

§ 2

De VREG kan de kosten van de distributienetbeheerders controleren en in voorkomend geval verwerpen, in het licht van de toepasselijke wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen, en van de beoordelingscriteria, vermeld in paragraaf 1, 3°.

Onderafdeling V.
Procedure voor het indienen en goedkeuren van de tariefvoorstellen


Art. 4.1.33.

§ 1

De distributienetbeheerders stellen hun tariefvoorstellen op met inachtneming van de tariefmethodologie en dienen die in bij de VREG, met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.

§ 2

De VREG onderzoekt het tariefvoorstel, beslist over de goedkeuring ervan en deelt zijn gemotiveerde beslissing mee aan de distributienetbeheerder met inachtneming van de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen.

§ 3

De VREG stelt de indienings- en goedkeuringsprocedure voor de tariefvoorstellen op met akkoord van en in samenspraak met de distributienetbeheerders. Bij gebrek aan een akkoord is de procedure als volgt:
de distributienetbeheerder dient binnen dertig kalenderdagen op voorstel van de VREG zijn tariefvoorstel in voor het volgende jaar in de vorm van het rapporteringsmodel dat de VREG vaststelt overeenkomstig artikel 4.1.32, § 1, 1°;
de distributienetbeheerder bezorgt het tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief aan de VREG of geeft het af tegen ontvangstbewijs. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische versie van het tariefvoorstel dat de VREG kan bewerken;
binnen vijftien kalenderdagen na de ontvangst van het tariefvoorstel bevestigt de VREG aan de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook per e-mail, dat het dossier volledig is of bezorgt de distributienetbeheerder een lijst van aanvullende inlichtingen of vragen die de distributienetbeheerder moet verstrekken of beantwoorden. Binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de voormelde lijst, verstrekt de distributienetbeheerder de gevraagde aanvullende inlichtingen, antwoorden en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze aan de VREG. De onder dit punt vermelde procedure tot bekomen van bijkomende inlichtingen kan herhaald worden indien de VREG dit nuttig acht;
binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het tariefvoorstel, vermeld in punt 2°, of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de laatste antwoorden en de laatste aanvullende inlichtingen en, in voorkomend geval, een aangepast tariefvoorstel, van de distributienetbeheerder, vermeld in punt 3°, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, en tegelijk op elektronische wijze op de hoogte van zijn ontwerp van beslissing over het tariefvoorstel in kwestie. Ingeval de VREG in zijn ontwerp beslist tot weigering van het tariefvoorstel geeft de VREG op gemotiveerde wijze aan welke punten de distributienetbeheerder moet aanpassen overeenkomstig de tariefmethodologie om een beslissing tot goedkeuring van de VREG te verkrijgen;
als de VREG een ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel aan de distributienetbeheerder bezorgt, kan de distributienetbeheerder binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van dat ontwerp van beslissing zijn bezwaren daarover meedelen aan de VREG. Die bezwaren worden afgegeven tegen ontvangstbewijs of met een aangetekende brief verzonden aan de VREG, en tegelijk op elektronische wijze. De distributienetbeheerder kan binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van het ontwerp van beslissing tot weigering van het tariefvoorstel, zijn aangepaste tariefvoorstel in één exemplaar met een aangetekende brief of door afgifte met ontvangstbewijs aan de VREG bezorgen. De distributienetbeheerder bezorgt tegelijk een elektronische kopie aan de VREG. Binnen vijftien kalenderdagen nadat de VREG het ontwerp van de beslissing over het tariefvoorstel of, in voorkomend geval, binnen vijftien kalenderdagen na ontvangst van de bezwaren en in voorkomend geval het aangepaste tariefvoorstel, heeft verzonden, brengt de VREG de distributienetbeheerder met een aangetekende brief of door afgifte tegen ontvangstbewijs, alsook elektronisch, op de hoogte van zijn beslissing tot goedkeuring of weigering van het in voorkomend geval aangepaste tariefvoorstel;
als de distributienetbeheerder zijn verplichtingen niet nakomt binnen de termijnen, vermeld in de punten 1° tot 5°, of als de VREG een beslissing heeft genomen tot weigering van het tariefvoorstel of tot weigering van het aangepaste tariefvoorstel, zijn voorlopige tarieven die de VREG oplegt, van kracht, tot de distributienetbeheerder zijn verplichtingen, vermeld in de punten 1° tot 5°, alsnog is nagekomen, tot alle rechtsmiddelen van de distributienetbeheerder of van de VREG zijn uitgeput, of tot over de twistpunten tussen de VREG en de distributienetbeheerder een akkoord wordt bereikt. De VREG is bevoegd om te besluiten tot passende compenserende maatregelen als de definitieve tarieven afwijken van de voorlopige tarieven.

§ 4

Onverminderd de mogelijkheid van de VREG om [...] de tarieven gedurende de reguleringsperiode te allen tijde en in afwijking van de termijnen uit de procedure, vermeld in paragraaf 3, op eigen initiatief te wijzigen, kan een distributienetbeheerder, voor zover dat strikt noodzakelijk wordt geacht, binnen de reguleringsperiode een gemotiveerde vraag tot herziening van zijn tarieven [...] ter goedkeuring voorleggen aan de VREG. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven houdt rekening met de tariefmethodologie, zonder de integriteit van de bestaande tariefstructuur te wijzigen. Het gemotiveerd verzoek tot herziening van de tarieven wordt door de distributienetbeheerder ingediend en door de VREG behandeld overeenkomstig de geldende procedure, vermeld in paragraaf 3.

§ 5

Met inachtneming van de vertrouwelijkheid van informatie met een persoonlijk karakter of van commercieel gevoelige informatie met betrekking tot de distributienetbeheerders, leveranciers of de netgebruikers publiceert de VREG op zijn website, op een transparante wijze, de stand van zaken van de goedkeuringsprocedure van de tariefvoorstellen, de ontwerpen van tarifaire beslissingen en, in voorkomend geval, de goedgekeurde tariefvoorstellen die de distributienetbeheerders hebben ingediend.
De VREG publiceert de tarieven en hun motivering binnen drie werkdagen na hun goedkeuring op zijn website. De VREG houdt rekening met een redelijke implementatietermijn voor de leveranciers.

§ 6

De distributienetbeheerders delen zo spoedig mogelijk aan hun toegangshouders de tarieven mee die ze moeten toepassen en stellen ze ter beschikking van alle personen die hierom verzoeken. Ze publiceren die tarieven ook zo spoedig mogelijk op hun website, samen met een berekeningsmodule die de praktische toepassing ervan preciseert.

Onderafdeling VI.
Beroepsprocedure tegen beslissingen van de VREG met betrekking tot de tarieven


Art. 4.1.34.
Tegen de beslissingen die de VREG met toepassing van titel IV, hoofdstuk I, afdeling XII, heeft genomen, kan door iedere persoon die een belang aantoont, beroep aangetekend worden voor het Hof van Beroep te Brussel, dat zetelt zoals in kort geding.
[Het beroep wordt, op straffe van onontvankelijkheid, die ambtshalve wordt uitgesproken, ingesteld bij ondertekend verzoekschrift dat wordt neergelegd ter griffie van het Hof van Beroep te Brussel binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing of, voor de belanghebbenden aan wie de beslissing niet ter kennis is gebracht, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de publicatie van de beslissing, of, bij ontstentenis van publicatie, binnen een termijn van dertig dagen vanaf de kennisneming ervan. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd in zoveel exemplaren als er betrokken partijen zijn.
Binnen de drie werkdagen die volgen op de neerlegging van het verzoekschrift, wordt hiervan kennis gegeven via gerechtsbrief door de griffie van het Hof van Beroep aan alle partijen die door de verzoeker bij de zaak worden betrokken. De griffie van het Hof van Beroep vraagt [...] de VREG het administratief dossier betreffende de aangevochten akte met het verzoekschrift bij de griffie neer te leggen. De neerlegging van het administratief dossier geschiedt ten laatste samen met de eerste conclusie van de VREG. Het administratief dossier kan door de partijen worden geraadpleegd bij de griffie van het Hof van Beroep vanaf de neerlegging ervan en tot de sluiting der debatten.]
Het Hof van Beroep kan op verzoek van een partij of op eigen initiatief oordelen dat de rechtsgevolgen van de geheel of gedeeltelijk vernietigde beslissing geheel of gedeeltelijk in stand blijven of voorlopig in stand blijven voor een termijn die het bepaalt. Deze maatregel kan evenwel enkel worden bevolen om uitzonderlijke redenen die een aantasting van het legaliteitsbeginsel rechtvaardigen, bij een met bijzondere redenen omklede beslissing en na een tegensprekelijk debat. Deze beslissing moet ook rekening houden met de belangen van derden.

Hoofdstuk II.
Technische reglementen


Art. 4.2.1.

§ 1

[De VREG stelt, na voorafgaandelijk stakeholdersoverleg, een ontwerp van technisch reglement op voor het beheer van het elektriciteitsdistributienet, het aardgasdistributienet en het plaatselijk vervoernet van elektriciteit. Dit ontwerp van reglement wordt vervolgens ter consultatie aan de marktpartijen voorgelegd.]
[De reglementen bevatten telkens de bepalingen van toepassing op de gesloten distributienetten [...].]

§ 2

De technische reglementen, vermeld in § 1, bevatten voor het beheer, de toegang tot en de aansluiting op het net in ieder geval:
de technische en operationele regels die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het beheer van het net, vermeld in artikel 4.1.6;
de verplichtingen die opgelegd zijn aan producenten, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers[, [actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers, hernieuwbare-energiegemeenschappen,] aanbieders van energiediensten met inbegrip van [exploitanten van noodgroepen,] aggregatoren], [dienstverleners van flexibiliteit,] afnemers, [...], om de netbeheerder in staat te stellen zijn net zo kwaliteitsvol mogelijk te beheren[, inclusief de handels- en balanceringsvereisten opgelegd aan iedere leverancier van elektriciteit of aardgas aan afnemers in het Vlaamse Gewest];
de regels voor de uitwisseling van gegevens tussen de beheerder van het transmissienet, de vervoeronderneming, de distributienetbeheerders, de beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit, [de beheerder van het gesloten distributienet], de producenten, de aardgasinvoerders, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers[, [de actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers, de hernieuwbare-energiegemeenschappen,] de aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren] en de afnemers [en de dienstverleners van flexibiliteit];
de regels die opgelegd zijn aan leveranciers en netbeheerders bij klant- of leverancierswissels, [contractuele wijzigingen op het toegangspunt], de opname en rechtzetting van meterstanden[, energiedelen conform artikel 7.2.1, de peer-to-peerhandel van groene stroom door één actieve afnemer aan een andere afnemer conform artikel 7.2.2] en de allocatie en reconciliatie, inclusief de financiële verrekeningen tussen marktpartijen;
de eventuele technische uitvoeringsregels bij openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan leveranciers of netbeheerders op grond van dit decreet;
de informatieverplichtingen of voorafgaande goedkeuring [of vaststelling] door de VREG van de operationele regels, algemene voorwaarden, typeovereenkomsten, formulieren en procedures die gebruikt worden door de netbeheerder ten aanzien van leveranciers[, [actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers, hernieuwbare-energiegemeenschappen,] aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren] [, dienstverleners van flexibiliteit] en afnemers;
de prioriteit die moet worden gegeven aan kwalitatieve warmtekrachtinstallaties en aan productie-installaties van groene stroom;
[de verplichting voor de netbeheerders tot het verstrekken van informatie aan de VREG over de beoordeling die zij uitvoeren van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun gas- en elektriciteitsinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft transport, distributie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting op installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren;]
[de vaststelling of goedkeuring van niet-tarifaire toegangs- en aansluitingsvoorwaarden;]
10°
[de technische en operationele regels[, inclusief de berekeningsregels,] die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het databeheer, vermeld in artikel 4.1.8/2;]
11°
[de limitatieve lijst van rubrieken van gegevens die de netbeheerder nodig heeft voor de uitvoering van de taken die hem in of krachtens voorliggend decreet worden opgelegd;]
12°
[de limitatieve lijst van persoonsgegevens, zoals meetgegevens en afgeleide gegevens, die de distributienet-netbeheerder nodig heeft voor de uitvoering van de taken die hem in of krachtens voorliggend decreet worden opgelegd;]
13°
[de lijst van gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, die in het toegangsregister worden opgenomen;]
14°
[de methodologie die gebruikt wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de aankoop van elektriciteit voor het dekken van netverliezen, de aankoop van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en de aankoop van alle vormen van flexibiliteit, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit de aanvrager van flexibiliteit is, in het bijzonder het beheer van lokale congestie en redispatching binnen hun eigen dekkingsgebied, en de informatieverplichtingen daarover;]
15°
[de regels die zijn opgelegd in het kader van flexibiliteit aan de elektriciteitsdistributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit en de dienstverleners van flexibiliteit;]
16°
[de lijst van gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, die in het flexibiliteitstoegangsregister worden opgenomen;]
17°
[de lijst van gegevens, waaronder ook persoonsgegevens, die in het flexibiliteitsactivatieregister worden opgenomen;]
18°
[de gegevens die worden gemeten, berekend, bezorgd en beheerd, en ook de methodieken om energiehoeveelheden voor de allocatie, reconciliatie en facturatie te berekenen, en de aanpassingen aan die berekeningen, die gepaard gaan met de activiteiten van actieve afnemers, energiegemeenschappen van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschappen.]

§ 3 [

De technische reglementen, vermeld in paragraaf 1, worden na een openbare consultatie goedgekeurd door de raad van bestuur van de VREG.
De technische reglementen treden pas in werking na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
]

Hoofdstuk III.
De levering van elektriciteit en aardgas


Afdeling I.
De leveringsvergunning


Art. 4.3.1.

§ 1

[De levering van elektriciteit en aardgas via het distributienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, aan afnemers], is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een leveringsvergunning door de VREG [...].
De levering van elektriciteit en aardgas door een netbeheerder in het kader van zijn taken, vermeld in artikel 4.1.6, of een openbaredienstverplichting die opgelegd is in dit decreet of een uitvoeringsbesluit ervan, is niet onderworpen aan de toekenning van een leveringsvergunning.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot toekenning, wijziging en opheffing van een leveringsvergunning.
De voorwaarden tot toekenning van een leveringsvergunning hebben in ieder geval betrekking op:
de technische, organisatorische en financiële capaciteit van de aanvrager;
de professionele betrouwbaarheid van de aanvrager;
de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen;
de openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan de leveranciers volgens dit decreet of de [uitvoeringsbepalingen] ervan;
de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders.
Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn.

[§ 3

Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen.]

Afdeling II.
Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de leveranciers


Art. 4.3.2.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, [iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest] openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot:
de facturatie van het elektriciteits- en aardgasverbruik;
de informatieverlening;
de behandeling van klachten van hun klanten;
maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract.

Art. 4.3.2/1.
Behoudens in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering kan een leverancier niet weigeren een huishoudelijke afnemer te beleveren.
Dit artikel treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.

Afdeling III.
Noodleverancier


Art. 4.3.3.
In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, [opheft], of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier [of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier], treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. [De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren.]

Hoofdstuk IV.
Rechten van afnemers van elektriciteit en aardgas


Afdeling I.
Vrije leverancierskeuze


Art. 4.4.1.
Iedere afnemer heeft de volgende rechten:
het recht om van elektriciteit of aardgas, naargelang het geval, te kunnen worden voorzien door een leverancier naar keuze[, na toestemming van de leverancier, en ongeacht de lidstaat waar de leverancier is geregistreerd, op voorwaarde dat de leverancier de geldende handels- en balanceringsregels, vermeld in de technische reglementen, toepast];
het recht om[, individueel of collectief, zonder discriminatie ten aanzien van moeite en tijd,] kosteloos van leverancier te veranderen;
[het recht om op hetzelfde moment over meer dan een elektriciteitsleveringscontract te beschikken, op voorwaarde dat de meting en de allocatie en reconciliatie van de energiehoeveelheden conform de technische reglementen worden uitgevoerd;]
[het recht om, als hij over een digitale meter beschikt, elke leverancier die meer dan 200.000 afnamepunten in het Vlaamse Gewest belevert, te verzoeken om een dynamisch prijscontract af te sluiten.]
[Als een afnemer wil veranderen van leverancier, aggregator of dienstverlener van flexibiliteit, wordt dat, als hij zich houdt aan de contractuele voorwaarden, geregeld binnen ten hoogste drie weken vanaf de datum van het verzoek van de afnemer aan de leverancier door de betrokken netbeheerder. Vanaf 1 januari 2026 neemt het technische proces van verandering van leverancier niet langer dan 24 uur in beslag en is die verandering op elke werkdag mogelijk. Onder werkdag wordt elke dag van de week verstaan, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen.]

Afdeling II.
Actieve afnemers


Art. 4.4.2.

§ 1

Iedere afnemer die aangesloten is op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit, een warmte- of koudenet kan een of meer van de volgende activiteiten ondernemen en daardoor een actieve afnemer worden, op voorwaarde dat die activiteiten niet zijn belangrijkste commerciële of professionele activiteit vormen:
energie produceren, hetzij op zijn eigen verblijfplaats of vestigingseenheid, hetzij via een directe lijn die de grenzen van de eigen site overschrijdt, waarbij de productie-installaties rechtstreeks of onrechtstreeks via de aansluiting van de actieve afnemer zijn aangesloten op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit of een warmte- of koudenet;
het zelfverbruik van de geproduceerde energie, vermeld in punt 1°;
energie opslaan;
deelnemen aan energiediensten;
optreden als dienstverlener van flexibiliteit of als deelnemer aan flexibiliteit of aggregatie;
peer-to-peerhandel voeren met de energie, vermeld in punt 1°, conform artikel 7.2.2, ook met een stroomafnameovereenkomst;
de energie, vermeld in punt 1°, verkopen, ook met een stroomafnameovereenkomst;
het energiedelen van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid, 1° [en 4°].
Als dat noodzakelijk is om de activiteiten, vermeld in het eerste lid, 5° tot en met 8°, uit te oefenen, beschikt de actieve afnemer over een meter die de afgenomen energie en de energie die in een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of een gesloten distributienet van elektriciteit wordt geïnjecteerd, afzonderlijk meet, en waarvan de meetwaarden minstens elke onbalansverrekeningsperiode geregistreerd worden en verwerkt worden bij de allocatie conform de technische reglementen.
Elke actieve afnemer is financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die hij in het elektriciteitsnet veroorzaakt. Hij draagt de evenwichtsverantwoordelijkheid van zijn activiteiten, of belast een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid.

§ 2

Een actieve afnemer met een energieopslagfaciliteit heeft de volgende rechten:
de aansluiting van de energieopslagfaciliteit op het net binnen een redelijke termijn, vermeld in de technische reglementen;
het recht om gelijktijdig verschillende energieopslagdiensten te verlenen als dat technisch mogelijk is.

§ 3

Het beheer van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit of een warmte- of koudenet zijn aangesloten, en die nodig zijn om de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, uit te oefenen, kan door de actieve afnemer aan een derde gedelegeerd worden, ook wat betreft de installatie, de exploitatie, de verwerking van gegevens en het onderhoud waarbij de derde niet als actieve afnemer wordt beschouwd.

§ 4

De Vlaamse Regering neemt maatregelen ter bevordering en vergemakkelijking van de ontwikkeling van het zelfverbruik van hernieuwbare energie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°.

Hoofdstuk V.
De aanleg en het beheer van directe lijnen en directe leidingen


Art. 4.5.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een directe lijn of een directe leiding die de grenzen van de eigen site niet overschrijdt om elektriciteit of aardgas te leveren, is altijd toegelaten.
De beheerder van de directe lijn of directe leiding, vermeld in het eerste lid, meldt elektronisch binnen de dertig dagen volgende op de ingebruikname dat die directe lijn of directe leiding in gebruik werd genomen en de ligging ervan:
aan de VREG wanneer het eilandwerking betreft. De VREG stelt daarvoor een meldingsformulier ter beschikking op zijn website;
aan de netbeheerder op wiens net de afnemer van die directe lijn is aangesloten. De netbeheerder stelt daarvoor een meldingsformulier ter beschikking op zijn website. De netbeheerder stelt de ontvangen gegevens op eerste vraag ter beschikking aan de VREG.

§ 2

De aanleg en het beheer van een directe lijn of een directe leiding die de grenzen van de eigen site overschrijdt om elektriciteit of aardgas te leveren, is alleen toegestaan na een voorafgaande toelating van de VREG. De VREG stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking op zijn website. De Vlaamse Regering kan voorwaarden vastleggen waaraan een directe lijn of directe leiding die de grenzen van de eigen site overschrijdt moet voldoen om te worden toegelaten.
De VREG beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen nadat hij een aanvraag heeft ontvangen. De VREG wint in het kader van een aanvraag tot het verkrijgen van de toelating het advies in van de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding gelegen is. Deze adviestermijn bedraagt vijftien dagen.
De VREG kan een aanvraag als vermeld in het eerste lid alleen weigeren in een van de hierna volgende gevallen:
de installaties die achter verschillende toegangspunten liggen worden met elkaar verbonden;
de rechten van afnemers worden niet gewaarborgd;
er is niet voldaan aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, die de Vlaamse Regering vastgesteld heeft;
de veiligheid van het net van de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding is gelegen, komt aantoonbaar in het gedrang.
Onverminderd het derde lid houdt de VREG bij het beoordelen van een aanvraag als vermeld in het eerste lid met betrekking tot bestaande productie-installaties die voor 1 januari 2019 reeds zijn aangesloten op een net en die vanaf 1 januari 2019 hun aansluiting willen wijzigen om een directe lijn of directe leiding aan te leggen, bijkomend rekening met de risico's inzake inefficiëntie en de impact op de distributienettarieven.
De VREG brengt de aanvrager van de toelating en de netbeheerder in wiens geografisch gebied de directe lijn of directe leiding gelegen is, op de hoogte van zijn beslissing.
De VREG publiceert op zijn website een actuele lijst van de directe lijnen en de directe leidingen, waarvoor conform deze paragraaf een toelating is verleend, alsook van de beheerders van die directe lijnen en directe leidingen.

§ 3

Als de aanleg van een directe lijn of een directe leiding de eigen site overschrijdt en als het openbaar domein [of een gemeenteweg] daarbij wordt doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De beheerder van de directe lijn of de directe leiding kan de procedure pas starten als hij de toelating van de VREG, vermeld in paragraaf 2, gekregen heeft.

Art. 4.5.2.
De taken van de beheerder van een directe lijn of leiding omvatten onder meer:
het beheer en het onderhoud van de directe lijn of leiding;
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de producent, de afnemer en de VREG;
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerder van het net waarop de directe lijn of leiding is aangesloten om een veilige en efficiënte uitbating en ontwikkeling van dat net te waarborgen.]

Hoofdstuk VI.
De aanleg en het beheer van een gesloten distributienet


Art. 4.6.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een gesloten distributienet op eigen site is toegelaten na voorafgaande melding aan de VREG.

§ 2

De aanleg van een gesloten distributienet dat de grenzen van de eigen site overschrijdt, is toegestaan na een voorafgaande toelating, verleend door de VREG, die hiertoe het advies van de betrokken netbeheerder inwint.[De adviestermijn voor de betrokken netbeheerder bedraagt vijftien dagen. De VREG beslist over de toelating binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de VREG oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de VREG aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig dagen verlengd wordt tot een termijn van negentig dagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel. Bij gebrek aan beslissing binnen de voormelde termijn, wordt de toelating geacht stilzwijgend te zijn verleend.]
De VREG hanteert hierbij de criteria zoals vermeld in artikel 1.1.3, 56°/2, en houdt ook rekening met de risico's inzake inefficiëntie, de risico's inzake veiligheid, de impact op de nettarieven, de waarborg van de rechten van afnemers, de eventuele weigering van aansluiting op het net door de betrokken netbeheerder of een gebrek aan aanbod tot aansluiting of toegang op het net tegen redelijke economische of technische voorwaarden.
De VREG kan de toelating opheffen zodra wordt vastgesteld dat niet meer aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, is voldaan.
[Als door de aanleg van een gesloten distributienet het openbaar domein [of een gemeenteweg] moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het gesloten distributienet pas worden aangevat als de toelating van de VREG, vermeld in het eerste lid, verworven is.]

§ 3

De VREG kan de nadere modaliteiten vastleggen voor de melding, de toekenning en de opheffing van de toelating[, onverminderd wat bepaald is in paragraaf 2, eerste lid].]

[§ 4

De VREG kan de beheerders van een gesloten distributienet van elektriciteit ontheffen van de plicht om de volgende taken en verplichtingen te vervullen. Dergelijke ontheffing wordt toegekend indien het gesloten distributienet van elektriciteit voldoet aan de voorwaarden van artikel 1.1.3, 56°/2:
de vereiste om de energie die ze gebruiken om energieverliezen te dekken en om in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun systeem te voorzien, te kopen volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 14°;
de vereiste dat de VREG de tarieven of de methodes om ze te berekenen, vermeld in artikel 4.6.10, tweede lid, goedkeurt vóór ze in werking treden;
de vereiste om flexibiliteitsdiensten te kopen, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 15°;
de vereiste om het gesloten distributienet te ontwikkelen op basis van een investeringsplan, vermeld in artikel 4.6.3, eerste lid, 16°;
de vereiste om geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, vermeld in artikel 4.6.4, derde lid;
de vereiste om geen elektriciteitsopslagfaciliteiten te bezitten, te ontwikkelen, te beheren of te exploiteren, vermeld in artikel 4.6.4, tweede lid.
]

Art. 4.6.2.
De gebruikers van een gesloten distributienet van elektriciteit hebben alleen met de beheerder van dat gesloten distributienet een contractuele relatie, en niet met de elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit of de transmissienetbeheerder.
De elektriciteitsdistributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit of de transmissienetbeheerder heeft alleen met de beheerder van een gesloten distributienet voor elektriciteit dat gekoppeld is aan zijn net, een reglementaire of contractuele relatie en niet met de gebruikers van het gesloten distributienet van elektriciteit.
De gebruikers van een gesloten distributienet van aardgas hebben alleen met de beheerder van het gesloten distributienet van aardgas een contractuele relatie, en niet met de aardgasdistributienetbeheerder en de beheerder van het vervoersnet.
De aardgasdistributienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet heeft alleen met de beheerder van een gesloten distributienet van aardgas dat gekoppeld is aan zijn net, een reglementaire of contractuele relatie en niet met de gebruikers van het gesloten distributienet van aardgas.]

Art. 4.6.3.
Het beheer van een gesloten distributienet omvat, onder meer, de volgende taken:
het beheer van de elektriciteits- of aardgasstromen op zijn net, met daarbij het waarborgen van de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van zijn net, en in dat verband, het instaan voor de nodige ondersteunende diensten;
het aanhouden van voldoende netcapaciteit om de redelijke elektriciteits- en aardgasbehoefte te dekken van de achterliggende afnemers en om het vervoer van elektriciteit en aardgas van en naar het net waarmee het gesloten distributienet gekoppeld is, mogelijk te maken;
de uitbreiding van zijn net in het geografisch afgebakende gebied waarvoor hij werd aangewezen of, als er nog geen net aanwezig is, de aanleg van het net in dit geografisch afgebakende gebied;
de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn net en de bijbehorende installaties;
het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de elektriciteits- of aardgastoevoer via zijn net;
het opstellen, het bewaren en ter beschikking houden van de plannen van zijn net aan de bevoegde regulator, de gebruikers van het gesloten distributienet en de beheerder van het net waaraan zijn net is gekoppeld;
het aansluiten, afsluiten en heraansluiten van installaties op zijn net en het verzwaren van de aansluitingen op zijn net;
het verlenen van toegang tot zijn net;
het beheren van het toegangsregister van zijn net[, het flexibiliteitstoegangsregister en het flexibiliteitsactivatieregister];
10°
het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn net;
11°
het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn net, de bepaling van de injectie en de afname van de achterliggende netgebruikers en de verwerking en de bewaring van die gegevens;
12°
het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de producenten, de evenwichtsverantwoordelijken, de bevrachters, de tussenpersonen, de leveranciers, [de aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren [en dienstverleners van flexibiliteit],] de afnemers en de VREG;
13°
het verstrekken van de nodige inlichtingen aan de beheerders van de netten waaraan zijn net in kwestie gekoppeld is, om een veilige en efficiënte uitbating, een gecoördineerde ontwikkeling en een goede wisselwerking tussen de netten te waarborgen;
14°
[het fungeren als neutrale marktfacilitator door de energie in te kopen die ze gebruiken om energieverliezen te dekken en het voorzien in de niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten in hun net volgens transparante, niet-discriminerende en marktgebaseerde procedures;]
15°
[de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in het bijzonder in geval van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied, met het oog op het efficiëntere beheer en de efficiënte ontwikkeling van het elektriciteitsdistributienet of het plaatselijk vervoernet van elektriciteit;]
16°
[de ontwikkeling van het gesloten distributienet op basis van een transparant investeringsplan dat voldoet aan de vereisten, vermeld in artikel 4.1.19.]
De beheerder van een gesloten distributienet kan de taken, vermeld in de punten 9 tot en met 12 van het vorig lid, uitbesteden aan de beheerder van het net waaraan zijn net is gekoppeld, waarbij deze laatste de uitvoering van deze taken niet kan weigeren.]

Art. 4.6.4.
De beheerder van een gesloten distributienet kan activiteiten inzake levering of productie van elektriciteit en aardgas ondernemen, mits zijn net minder dan 100.000 achterliggende afnemers bedient.]
[Gesloten distributienetbeheerders mogen geen elektriciteitsopslagfaciliteiten bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren.
Gesloten distributienetbeheerders mogen geen oplaadpunten voor elektrische voertuigen bezitten, ontwikkelen, beheren of exploiteren, behalve als ze zelf particuliere oplaadpunten bezitten die uitsluitend voor eigen verbruik bestemd zijn.]

Art. 4.6.5.
De beheerder van het gesloten distributienet onthoudt zich van elke vorm van discriminatie tussen aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers[, aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren [en dienstverleners van flexibiliteit],] tussenpersonen, achterliggende netgebruikers en categorieën van achterliggende netgebruikers.]

Art. 4.6.6.
De beheerder van het gesloten distributienet behandelt alle persoonlijke en commerciële gegevens die hij bij de uitoefening van zijn taken verwerft strikt vertrouwelijk.
De beheerder van het gesloten distributienet neemt de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met zijn dagelijkse leiding [...], en de personeelsleden die deze gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.]

Art. 4.6.7.
De personeelsleden en bestuurders van de beheerder van het gesloten distributienet mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de beheerder van het gesloten distributienet aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.]

Art. 4.6.8.
Iedere beheerder van het gesloten distributienet maakt de geldende tarieven en voorwaarden voor de aansluiting op zijn net bekend aan de achterliggende netgebruikers.]

Art. 4.6.9.

§ 1 [

Achterliggende netgebruikers hebben recht op toegang tot een gesloten distributienet voor de afname en injectie van elektriciteit of aardgas.
De technische reglementen bepalen wie door de toegangsgerechtigden, bedoeld in het voorgaande lid, als toegangshouder op een toegangspunt aangeduid kan worden. [Op elk toegangspunt kan zowel voor de afname als voor de injectie telkens slechts één toegangshouder worden aangeduid.]
]

§ 2 [

Iedere beheerder van het gesloten distributienet maakt de geldende tarieven en voorwaarden waartegen de toegangshouder toegang tot het gesloten distributienet kan verkrijgen bekend aan de achterliggende netgebruikers op dat gesloten distributienet.
]

§ 3

Een beheerder van een gesloten distributienet kan de toegang tot zijn net alleen weigeren, beëindigen of opschorten in één of meer van onderstaande gevallen:
zijn net beschikt niet over voldoende capaciteit om het vervoer te verzekeren;
de veilige en betrouwbare werking van zijn net komt in het gedrang;
de aanvrager van de toegang tot het net voldoet niet of de toegangshouder voldoet niet meer aan de voorwaarden voor toegang tot zijn net, omschreven in het van toepassing zijnde technische reglement, het reglement of contract van de beheerder van het gesloten distributienet.
Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de beheerder van het gesloten distributienet aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring.
De beheerder van het gesloten distributienet kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen:
bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement;
in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft;
de beheerder van het gesloten distributienet oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel;
voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt.

§ 4

Tegen een weigering, opschorting of beëindiging van toegang tot het gesloten distributienet kan overeenkomstig artikel 3.1.4/3, zonder voorafgaande bemiddeling, een geschillenbeslechtingsprocedure gevoerd worden bij de VREG.
Als de VREG oordeelt dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang onterecht was, geeft de beheerder van het gesloten distributienet de betrokken persoon alsnog of opnieuw toegang tot zijn net.
Als de VREG oordeelt dat de weigering, opschorting of beëindiging van de toegang terecht was, heeft de betrokken persoon de mogelijkheid zich te wenden tot de beheerder van het net waaraan het gesloten distributienet gekoppeld is.]

Art. 4.6.10.
Iedere beheerder van een gesloten distributienet past voor de aansluiting, het gebruik en de ondersteunende diensten die van toepassing zijn op dat net, tarieven toe die in overeenstemming zijn met de volgende richtsnoeren:
de tarieven zijn niet-discriminerend, gebaseerd op de kosten en een redelijke winstmarge;
de tarieven zijn transparant voor de gebruiker van een gesloten distributienet;
het tarief dat de beheerder van een gesloten distributienet op de gebruikers van dat net toepast, omvat de kosten voor aansluiting, gebruik en ondersteunende diensten, alsook in voorkomend geval, de kosten die verband houden met de extra lasten die het gesloten distributienet moet dragen om het transmissie- of distributienet of het plaatselijk vervoersnet voor elektriciteit waarop hij aangesloten is te gebruiken;
de beheerder van het gesloten distributienet kiest de afschrijvingstermijnen en de winstmarges gekozen binnen de marges tussen de waarden die hij toepast in zijn belangrijkste bedrijfssector en de marges die in de distributienetten worden toegepast;
de tarieven zijn, wat de aansluiting, de versterking ervan en de vernieuwing van de uitrusting van het net betreft, afhankelijk van de mate van socialisering of individualisering van de investeringen die eigen zijn aan de locatie, rekening houdend met het aantal gebruikers van het gesloten distributienet.
[De VREG moet de tarieven of de methodes om de tarieven voor de toegang tot het gesloten distributienet te berekenen, goedkeuren vóór ze in werking kunnen treden, behoudens indien een ontheffing werd toegekend overeenkomstig artikel 4.6.1, § 4, 2°, in welk geval de geldende tarieven of de methoden om de tarieven voor de toegang tot het gesloten distributienet te berekenen, overeenkomstig de richtsnoeren, vermeld in het eerste lid, worden herzien en goedgekeurd op verzoek van een achterliggende afnemer van het gesloten distributienet.]

Hoofdstuk VII.
De aanleg en het beheer van een privédistributienet


Art. 4.7.1.

§ 1

De aanleg en het beheer van een privédistributienet is principieel verboden.

§ 2

In afwijking van paragraaf 1 is de aanleg en het beheer van volgende privédistributienetten toegelaten:
privédistributienetten waarbij de distributie van elektriciteit of aardgas een inherent en ondergeschikt karakter heeft ten opzichte van het geheel van diensten die door de beheerder van het privédistributienet aan de achterliggende afnemer worden geleverd, zoals bij garageverhuur, bij verhuur van een studentenkamer, een verblijfplaats in een recreatie- of vakantiepark, een kamer in een rusthuis, de terbeschikkingstelling van een standplaats bij markten, evenementen en kermissen;
laadpunten voor voertuigen.
Een privédistributienet kan een openbare weg, waterloop, treinspoor of ander openbaar domein alleen kruisen als hiertoe toestemming van de distributienetbeheerder verkregen is.] [De netbeheerder beslist over de toestemming binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van de aanvraag. Als de netbeheerder oordeelt dat de toetsing van de aanvraag aan de voorwaarden uit dit hoofdstuk moeilijk tijdig uit te voeren is, dan deelt de netbeheerder aan de aanvrager mee dat de termijn van zestig kalenderdagen verlengd wordt tot een termijn van negentig kalenderdagen. De verlengingsbeslissing vermeldt de reden of de redenen voor het uitstel.]
[Als door de aanleg van een privédistributienet het openbaar domein [of een gemeenteweg] moet worden doorkruist, zijn de procedure en de voorwaarden, vermeld in artikel 4.1.27 en artikel 4.1.28, van overeenkomstige toepassing. De procedure kan door de beheerder van het privédistributienet pas worden aangevat als de toelating van de distributienetbeheerder, vermeld in het tweede lid, verworven is.]

Hoofdstuk VII/1.
De aanleg en het beheer van een netwerk om propaan of butaan via leidingen te distribueren en leveren


Art. 4.7/1.1.
De aanleg van een geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen om propaan of butaan te distribueren en te leveren aan eindafnemers is niet toegelaten in de gebieden die onder de toepassing vallen van de verplichtingen, vermeld in artikel 4.1.16/1 en 4.1.16/2.

Art. 4.7.2.
De gebruikers van een privédistributienet hebben alleen met de beheerder van het privédistributienet een contractuele relatie, en niet met de distributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, de transmissienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet waarop het privédistributienet aangesloten is.
De distributienetbeheerder, de beheerder van het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, de transmissienetbeheerder of de beheerder van het vervoersnet heeft alleen met de beheerder van het privédistributienet aangesloten op zijn net een reglementaire of contractuele relatie, en niet met de gebruikers van dat privédistributienet.
Het privédistributienet is op elk moment slechts via één aansluitingspunt verbonden met het distributienet, het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, het transmissienet of het vervoersnet, tenzij de betrokken beheerders toestemming verlenen voor een meervoudige verbinding.]

Art. 4.7.3.
De beheerder van een privédistributienet is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van zijn privédistributienet.]

Art. 4.7.4.
De beheerder van een privédistributienet heeft geen openbare dienstverplichtingen ten aanzien van de achterliggende afnemer.]

Hoofdstuk VIII.
Energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschap


Art. 4.8.1.

§ 1

In dit artikel wordt verstaan onder zeggenschap: rechten, overeenkomsten of andere middelen die, afzonderlijk of samen, met inachtneming van alle feitelijke of juridische omstandigheden, het mogelijk maken een beslissende invloed uit te oefenen op de activiteiten van een onderneming, namelijk:
eigendoms- of gebruiksrechten op alle activa van een onderneming of delen daarvan;
rechten of overeenkomsten die een beslissende invloed verschaffen op de samenstelling, het stemgedrag of de besluiten van de organen van een onderneming.
Een energiegemeenschap van burgers is een rechtspersoon die gebaseerd is op de open en vrijwillige deelname van zijn vennoten of leden, en die als hoofddoel heeft voordelen op ecologisch, economisch of sociaal gebied te verschaffen voor zijn vennoten, leden of de omgeving waar hij actief is, die geen winstoogmerk heeft of een winstoogmerk dat ondergeschikt is aan het hoofddoel en die de activiteiten kan ontplooien als bedoeld in artikel 4.8.4, § 1.
De vennoten of leden, vermeld in het tweede lid, zijn in hun hoedanigheid van afnemer of afnemer van thermische energie elk aangesloten op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit of een warmte- of koudenet.
Natuurlijke personen, lokale overheden of kleine ondernemingen die niet betrokken zijn bij grootschalige commerciële activiteiten en voor wie de energiesector niet de belangrijkste economische activiteit vormt, hebben zeggenschap over de activiteiten van de energiegemeenschap van burgers waarvan zij vennoot of lid zijn.

§ 2

De leden of vennoten van dezelfde energiegemeenschap van burgers sluiten elk een overeenkomst met de energiegemeenschap van burgers over hun rechten en verplichtingen. Als er binnen de energiegemeenschap van burgers aan energiedelen wordt gedaan, bevat de overeenkomst de rechten en verplichtingen van de leden of vennoten voor de verdeelsleutel in het kader van energiedelen die van toepassing is. De Vlaamse Regering kan de minimale inhoud van die overeenkomst bepalen.
Elke energiegemeenschap van burgers bepaalt in haar statuten de regels rond zeggenschap van haar leden of vennoten, vermeld in paragraaf 1.

Art. 4.8.2.

§ 1

Een hernieuwbare-energiegemeenschap is een rechtspersoon die gebaseerd is op de open en vrijwillige deelname van zijn vennoten of leden, met als hoofddoel voordelen op ecologisch, economisch of sociaal gebied te verschaffen voor zijn vennoten, leden of de omgeving waar hij actief is, en die geen winstoogmerk heeft of een winstoogmerk dat ondergeschikt is aan het hoofddoel.
De activiteiten van de hernieuwbare-energiegemeenschap inzake productie van energie, zelfverbruik, de verkoop van energie en energiedelen hebben enkel betrekking op energie uit hernieuwbare energiebronnen.
De vennoten of leden van de hernieuwbare-energiegemeenschap zijn natuurlijke personen, lokale overheden of kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de deelname aan de energiegemeenschap niet de belangrijkste commerciële of professionele activiteit vormt en die zich bevinden in nabijheid van de hernieuwbare-energieprojecten van de hernieuwbare-energiegemeenschap. De vennoten of leden zijn in hun hoedanigheid van afnemer elk aangesloten op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit, een warmte- of koudenet. De vennoten of leden hebben controle over de activiteiten van de hernieuwbare-energiegemeenschap. De hernieuwbare-energiegemeenschap is autonoom ten aanzien van de individuele leden en vennoten of andere marktdeelnemers die er via andere middelen, zoals investeringen, in participeren.
Een hernieuwbare-energiegemeenschap begrenst de deelname op basis van technische of geografische nabijheid, rekening houdend met de functie van de doelstellingen of de activiteiten die de hernieuwbare-energiegemeenschap wil verwezenlijken.
De Vlaamse Regering kan criteria bepalen om het begrip technische of geografische nabijheid, vermeld in het vierde lid, in te vullen.
Een hernieuwbare-energiegemeenschap beschikt over de eigendomsrechten van de installaties die ze gebruikt om haar activiteiten te kunnen uitoefenen.

§ 2

De leden of vennoten van dezelfde hernieuwbare-energiegemeenschap sluiten elk een overeenkomst met de hernieuwbare-energiegemeenschap over hun rechten en verplichtingen. Als er binnen de hernieuwbare-energiegemeenschap aan energiedelen wordt gedaan, bevat de overeenkomst de rechten en verplichtingen van de leden of vennoten voor de verdeelsleutel in het kader van energiedelen die van toepassing is. De Vlaamse Regering kan de minimale inhoud van die overeenkomst bepalen.
Elke hernieuwbare-energiegemeenschap bepaalt in haar statuten de regels over de controle van haar leden of vennoten en de autonomie van de hernieuwbare-energiegemeenschap, vermeld in paragraaf 1, derde lid.

Art. 4.8.3.
Iedere energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschap brengt de VREG op de hoogte van de volgende elementen:
de activiteiten die ze uitoefent en elke wijziging in die activiteiten;
de wijze waarop ze is samengesteld en in voorkomend geval de wijze waarop ze invulling geeft aan het begrip technische of geografische nabijheid, vermeld in artikel 4.8.2, § 1, derde lid.
De VREG maakt deze informatie bekend op zijn website.
De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedure van de meldingsplicht.

Art. 4.8.4.

§ 1

Iedere energiegemeenschap van burgers kan een of meer van de volgende activiteiten ondernemen:
energie produceren uit een installatie, rechtstreeks aangesloten of onrechtstreeks aangesloten via de aansluiting van vennoten of leden van de energiegemeenschap van burgers op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet van elektriciteit of een warmte- of koudenet, waarbij de energiegemeenschap van burgers de eigenaar is of de gebruiksrechten heeft van de productie-installatie;
het zelfverbruik van de energie, vermeld in punt 1°;
energie opslaan;
energiediensten aanbieden of eraan deelnemen;
optreden als dienstverlener van flexibiliteit of deelnemer aan flexibiliteit of aggregatie;
de energie, vermeld in punt 1°, verkopen, ook met een stroomafnameovereenkomst;
oplaaddiensten voor elektrische voertuigen aanbieden;
energiedelen, tussen de vennoten of leden, van de energie, vermeld in punt 1°, overeenkomstig artikel 7.2.1, tweede lid.
Iedere hernieuwbare-energiegemeenschap kan de activiteiten, vermeld in het eerste lid, uitoefenen als de energie, vermeld in het eerste lid, 1°, betrekking heeft op groene stroom uit een installatie rechtstreeks of onrechtstreeks aangesloten via de aansluiting van vennoten of leden van de hernieuwbare-energiegemeenschap op een elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, een gesloten distributienet, of betrekking heeft op hernieuwbare thermische energie uit een installatie aangesloten via een warmte- of koudenet. De hernieuwbare-energiegemeenschap is steeds de eigenaar van de productie-installaties.
Het beheer van de installaties die op het elektriciteitsdistributienet, plaatselijk vervoernet van elektriciteit, gesloten distributienet van elektriciteit, warmte- of koudenet zijn aangesloten, en die nodig zijn om de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, uit te oefenen, kan door de energiegemeenschap van burgers of hernieuwbare-energiegemeenschap aan een derde gedelegeerd worden, ook wat betreft de installatie, de exploitatie, de verwerking van gegevens en het onderhoud waarbij de derde niet als energiegemeenschap van burgers of hernieuwbare-energiegemeenschap wordt beschouwd.
Elke energiegemeenschap van burgers en elke hernieuwbare-energiegemeenschap zijn financieel verantwoordelijk voor de onbalansen die ze in het elektriciteitsnet veroorzaken voor zover zij als toegangshouder werden aangeduid op de toegangspunten van hun vennoten of leden. Ze dragen de evenwichtsverantwoordelijkheid van hun activiteiten of belasten een evenwichtsverantwoordelijke met die verantwoordelijkheid.

§ 2

Als dat noodzakelijk is om de activiteiten, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 3° en 5° tot en met 8°, uit te oefenen, beschikt de vennoot of het lid van de energiegemeenschap van burgers en van de hernieuwbare-energiegemeenschap over een meter die de afgenomen energie en de energie die in het distributienet wordt geïnjecteerd, afzonderlijk meet, en waarvan de meetwaarden minstens elke onbalansverrekeningsperiode geregistreerd en verwerkt worden bij de allocatie conform de technische reglementen.

§ 3

Elke vennoot of elk lid van een energiegemeenschap van burgers en hernieuwbare-energiegemeenschap behoudt zijn rechten als afnemer, huishoudelijke afnemer of actieve afnemer en kan de energiegemeenschap van burgers of de hernieuwbare-energiegemeenschap verlaten. De voorwaarden, vermeld in artikel 4.4.1, tweede lid, zijn in dat geval van overeenkomstige toepassing.

§ 4

De Vlaamse Regering neemt maatregelen om de ontwikkeling van hernieuwbare-energiegemeenschappen en energiegemeenschappen van burgers te bevorderen en te vergemakkelijken. In dat kader vraagt de Vlaamse Regering aan de VREG via een kosten-batenanalyse te onderzoeken in welke mate activiteiten van energiegemeenschappen en actieve afnemers in een gebouw als vermeld in artikel 7.2.1, § 1, tweede lid, 1°, kunnen bijdragen aan de ontlasting van het distributienet, inclusief de vermeden investeringen en kosten in het net, en de relevante vergoedingen en kortingen op nettarieven te onderzoeken die daarvoor desgevallend kunnen worden voorzien ten aanzien van de hernieuwbare-energiegemeenschappen, de energiegemeenschappen van burgers of de actieve afnemers in een gebouw als vermeld in artikel 7.2.1, § 1, tweede lid, 1°.
De Vlaamse Regering kan met het doel innovatieve projecten te stimuleren binnen het kader van regelluwe zones voor energie, vermeld in titel XIV/1, aan energiegemeenschappen van burgers of aan hernieuwbare-energiegemeenschappen toestaan om distributienetten binnen hun dekkingsgebied te beheren, evenwel zonder dat dit in strijd is met de geldende regelgeving.