Afdeling IV.
Vertrouwelijkheid en non-discriminatieverplichtingen, opgelegd aan de netbeheerder en diens werkmaatschappij


Art. 4.1.9.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij onthouden zich van elke vorm van discriminatie tussen producenten, aardgasinvoerders, evenwichtsverantwoordelijken, bevrachters, leveranciers, tussenpersonen, [aanbieders van energiediensten met inbegrip van aggregatoren,] afnemers en categorieŽn van afnemers.

Art. 4.1.10.
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij [eerbiedigen de vertrouwelijkheid van] alle persoonlijke en commerciŽle gegevens die ze bij de uitoefening van hun taken verwerven [...].
De netbeheerder en zijn werkmaatschappij nemen de nodige maatregelen om de toegang tot die gegevens en de verwerking van die gegevens te beperken tot de leden van het orgaan dat belast is met de dagelijkse leiding van de netbeheerder of zijn werkmaatschappij, en de personeelsleden die die gegevens nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.
[De netbeheerder en zijn werkmaatschappij voorkomen ook dat informatie over hun eigen activiteiten die commercieel voordeel kan opleveren, op discriminerende wijze wordt vrijgegeven.]

Art. 4.1.11.
De personeelsleden en bestuurders van de netbeheerder en zijn werkmaatschappij zijn gebonden door het beroepsgeheim. Zij mogen de vertrouwelijke gegevens die hun ter kennis zijn gekomen op grond van hun functie bij de netbeheerder of zijn werkmaatschappij aan niemand bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen, zonder afbreuk te doen aan de informatieverplichtingen die uitdrukkelijk door dit decreet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen, zijn bepaald en toegestaan.