Art. 4.1.19.

§ 1

De ontwikkeling van het distributienet en plaatselijk vervoernet van elektriciteit wordt gebaseerd op een transparant investeringsplan dat jaarlijks door de distributienetbeheerder en tweejaarlijks door de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bij de VREG wordt ingediend, telkens voor het net dat hij beheert.
Het investeringsplan van de elektriciteitsdistributienetbeheerders bevat al de volgende elementen:
een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
een investeringsprogramma voor vernieuwing en uitbreiding van het net dat de elektriciteitsdistributienetbeheerders uitvoeren om aan de behoeften te voldoen. Het investeringsprogramma bevat al de volgende elementen:
a)
de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar;
b)
de belangrijkste infrastructuur die vereist is voor de aansluiting van nieuwe productiecapaciteit en nieuwe belasting, inclusief oplaadpunten voor elektrische voertuigen en snellaadinfrastructuur;
c)
voorspellingen van de langetermijntrends;
een transparante kwantitatieve en kwalitatieve beschrijving van de flexibiliteitsdiensten of andere hulpbronnen, inclusief de onderliggende parameters, de assumpties en de locaties waar die diensten vereist zijn, waarvoor de elektriciteitsdistributienetbeheerders zelf aanvrager van flexibiliteit zijn, in de vorm van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en het beheer van lokale congestie binnen hun dekkingsgebied die voor een periode van drie jaar enerzijds en voor een periode van tien jaar anderzijds vereist zijn;
een transparante beschrijving van de toepassing van de methodologie, vermeld in artikel 4.2.1, § 2, 14°, waarmee een afweging wordt gemaakt tussen de aankoop van flexibiliteitsdiensten, in functie van het beheer van lokale congestie binnen hun eigen dekkingsgebied, en van niet-frequentiegerelateerde ondersteunende diensten en een netinvestering;
het resultaat van de afweging, vermeld in punt 4°;
een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;
de volumerapportering van activaties van flexibiliteitsdiensten op het elektriciteitsdistributienet in de afgelopen twee jaar die voorafgaan aan de indiening van het investeringsplan;
de ontwikkeling van diensten en maatregelen die het gebruik van flexibiliteit op het elektriciteitsdistributienet verhogen.
Het investeringsplan van de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bevat al de volgende elementen:
voor een periode van drie en tien jaar een gedetailleerde raming van de huidige en toekomstige capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en van decentrale productie met aanduiding van de onderliggende hypothesen. Het investeringsplan wordt gebaseerd op die ramingen en er wordt rekening gehouden met het potentiėle gebruik van vraagrespons, flexibiliteit, elektriciteitsopslagfaciliteiten of andere hulpbronnen die kunnen dienen als alternatieven voor de uitbreiding van het net;
de belangrijkste infrastructuur die de eerstvolgende tien jaar aangelegd of vernieuwd moet worden en alle investeringen die al beslist zijn;
een overzicht van de nieuwe investeringen die de eerstkomende drie jaar gedaan moeten worden met een tijdschema voor alle investeringsprojecten;
efficiėnte maatregelen om de doelmatigheid van het systeem te garanderen.
Het investeringsplan van de aardgasdistributienetbeheerders bevat de volgende elementen:
een gedetailleerde raming van de capaciteitsbehoeften van het net in kwestie en de toekomstverwachtingen in verband met decentrale productie voor een periode van drie en tien jaar, met aanduiding van de onderliggende hypothesen;
de concreet geplande investeringen voor een periode van drie jaar en de geplande investeringen voor de langetermijnontwikkeling van het net voor een periode van tien jaar, waarin rekening wordt gehouden met de langetermijnevoluties;
een gedetailleerd plan van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de bestaande aardgasleidingen per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
een gedetailleerde lijst van het aardgasdistributienet van de aardgasdistributienetbeheerder, met aanduiding van de aardgasleidingen waarvan de aanleg in de drie daaropvolgende jaren gepland is, per straat en eventueel met vermelding van de huisnummers;
een overzicht van en toelichting bij de investeringen die in het afgelopen jaar uitgevoerd zijn;
het aantal aangesloten en het aantal aansluitbare wooneenheden en gebouwen op 1 januari van het jaar in kwestie.
Het technisch reglement kan nader bepalen welke bijkomende informatie kan worden opgevraagd en op welke wijze de informatie ter beschikking wordt gesteld.

§ 2

De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit consulteren alle relevante netgebruikers en de transmissienetbeheerder over het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1.
De distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit bezorgen de resultaten van de publieke consultatie, vermeld in het eerste lid, samen met het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, aan de VREG.

§ 3

Het investeringsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de VREG.
De VREG maakt zijn beslissing binnen negentig dagen na de dag waarop hij het investeringsplan heeft ontvangen bekend of vraagt binnen dezelfde termijn bijkomende inlichtingen aan de netbeheerder. Als de VREG aan de netbeheerder bijkomende inlichtingen vraagt, wordt de termijn om een beslissing te nemen met negentig dagen verlengd, vanaf de dag nadat de bijkomende inlichtingen werden gevraagd.
De VREG kan, na overleg, de netbeheerder verplichten om het investeringsplan binnen een redelijke termijn aan te passen.
Het goedgekeurde investeringsplan wordt op de website van de netbeheerder bekendgemaakt.

§ 4

Het opstellen en indienen van een investeringsplan is niet vereist voor de distributienetbeheerder die minder dan 100.000 aangesloten afnemers bedient, of die kleinschalige netten voor de distributie van elektriciteit of aardgas bedient.