Hoofdstuk III.
De levering van elektriciteit en aardgas


Afdeling I.
De leveringsvergunning


Art. 4.3.1.

§ 1

[De levering van elektriciteit en aardgas via het distributienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit, aan afnemers], is onderworpen aan de voorafgaande toekenning van een leveringsvergunning door de VREG [of aan de eisen, gesteld door een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, de federale overheid of een andere gewestelijke bevoegde overheid in verband met de levering van elektriciteit of aardgas].
De levering van elektriciteit en aardgas door een netbeheerder in het kader van zijn taken, vermeld in artikel 4.1.6, of een openbaredienstverplichting die opgelegd is in dit decreet of een uitvoeringsbesluit ervan, is niet onderworpen aan de toekenning van een leveringsvergunning.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot toekenning, wijziging en opheffing van een leveringsvergunning.
De voorwaarden tot toekenning van een leveringsvergunning hebben in ieder geval betrekking op:
de technische, organisatorische en financiėle capaciteit van de aanvrager;
de professionele betrouwbaarheid van de aanvrager;
de capaciteit van de aanvrager om aan de behoeften van zijn afnemers te voldoen;
de openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan de leveranciers volgens dit decreet of de [uitvoeringsbepalingen] ervan;
de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders.
Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn.

[§ 3

Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen.]

Afdeling II.
Openbaredienstverplichtingen opgelegd aan de leveranciers


Art. 4.3.2.
De Vlaamse Regering kan, na advies van de VREG, [iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest] openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot:
de facturatie van het elektriciteits- en aardgasverbruik;
de informatieverlening;
de behandeling van klachten van hun klanten;
maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract.

Art. 4.3.2/1.
Behoudens in de gevallen bepaald door de Vlaamse Regering kan een leverancier niet weigeren een huishoudelijke afnemer te beleveren.
Dit artikel treedt in werking op een door de Vlaamse Regering vast te stellen datum.

Afdeling III.
Noodleverancier


Art. 4.3.3.
In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, intrekt, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De Vlaamse Regering bepaalt de maximale periode, die niet langer kan zijn dan zestig dagen, gedurende dewelke de netbeheerder voor die afnemers als noodleverancier kan optreden en de Vlaamse Regering kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder zij deze taak uitvoeren.