Art. 6.1.2.

§ 1

De netbeheerder kan de toevoer van elektriciteit of aardgas alleen in de volgende gevallen afsluiten:
bij een onmiddellijke bedreiging van de veiligheid, zolang die toestand duurt;
bij een leegstaande woning, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald;
bij [energiefraude als vermeld in artikel 1.1.3, 40°/1, a), b), c), d) en g)] van de huishoudelijke afnemer, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald;
als de huishoudelijke afnemer geen wanbetaler is en weigert om een leveringscontract te sluiten, na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald;
als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor de plaatsing, de inschakeling, de controle of de meteropname van de elektriciteitsmeter, inclusief de budgetmeter voor elektriciteit en de stroombegrenzer of van de aardgasmeter, inclusief de budgetmeter voor aardgas;
als de huishoudelijke afnemer weigert om aan de netbeheerder toegang te geven tot de ruimte waarin de budgetmeter voor elektriciteit is opgesteld en waarover hij het eigendoms- of gebruiksrecht heeft, voor het uitschakelen van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit;
als de huishoudelijke afnemer weigert om met de netbeheerder een afbetalingsplan te sluiten of als hij het gesloten afbetalingsplan met de netbeheerder niet naleeft, onder de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden bepaald, en na het volgen van een procedure die door de Vlaamse Regering wordt bepaald;
als het leveringscontract van de huishoudelijke afnemer werd opgezegd om een andere reden dan wanbetaling en als de huishoudelijke afnemer binnen een periode die door de Vlaamse Regering wordt vastgelegd, geen leveringscontract heeft gesloten, tenzij de betreffende afnemer kan aantonen dat hij geen leveringscontract heeft kunnen sluiten.
In de gevallen, vermeld in 5°, 6°, 7° en 8°, van het eerste lid, kan de afsluiting pas na een advies van de lokale adviescommissie.
In de gevallen, vermeld in 5°, 6°, 7° en 8°, van het eerste lid, kan de Vlaamse Regering de afsluiting van de elektriciteits- of aardgastoevoer in bepaalde periodes beperken of verbieden.
De netbeheerder kan alleen in het voordeel van de huishoudelijke afnemer afwijken van het advies van de lokale adviescommissie.

§ 2

In het geval, vermeld in § 1, 1°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afsluiting of heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, ten laste van de netbeheerder, tenzij de netbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van de onveiligheid toegeschreven kan worden aan de huishoudelijke afnemer of aan de eigenaar van de woning.
In de gevallen, vermeld in § 1, 2°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting van de woning, ten laste van de eigenaar van de woning.
In de gevallen, vermeld in § 1, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° en 8°, komen alle kosten die verbonden zijn aan de afsluiting en de heraansluiting van de huishoudelijke afnemer, ten laste van die huishoudelijke afnemer.
In afwijking van de vorige leden vallen de kosten die verbonden zijn aan de heraansluiting steeds ten laste van de netbeheerder als blijkt dat de huishoudelijke afnemer ten onrechte werd afgesloten.

§ 3

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor een heraansluiting en de termijnen waarbinnen de heraansluiting van de elektriciteits- en de aardgastoevoer en de herinschakeling van de stroombegrenzer in de budgetmeter voor elektriciteit wordt uitgevoerd.