Afdeling I.
Toekenning van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten


Art. 7.1.1.

§ 1

Wat betreft installaties met startdatum voor 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, [wordt een groenestroomcertificaat toegekend] aan de eigenaar van de productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de installatie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen.
Een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de periode van tien jaar. Indien de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.6, en die periode langer is dan tien jaar, krijgt de installatie groenestroomcertificaten gedurende de periode dat de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun.
In afwijking van het tweede lid kan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, aan het Vlaams Energieagentschap een verlenging van de steunperiode, vermeld in het tweede lid, aanvragen voor de periode die nodig is om het aantal groenestroomcertificaten te ontvangen dat overeenkomt met het aantal groenestroomcertificaten, toe te kennen volgens het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geļnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd, voor zover:
de installatie werd geļnstalleerd en uitgebaat volgens de regels van de kunst;
de opwekking van groene stroom niet gebeurt op basis van zonne-energie;
het aantal al ontvangen groenestroomcertificaten minstens 5 % ligt onder het aantal groenestroomcertificaten dat overeenkomt met het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geļnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd.
In afwijking van het tweede en derde lid, krijgt een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 aanvullend een aantal groenestroomcertificaten gedurende de periode van vijf jaar na het verstrijken van de periode, vermeld in het tweede en derde lid, op basis van een bandingfactor die berekend is voor het deel van de oorspronkelijke investering of van eventuele extra investeringen in de installatie, dat op het moment van het verstrijken van de periode, vermeld in het tweede en derde lid, nog niet is afgeschreven. [Ook indien er geen oorspronkelijke investering of extra investeringen zijn die nog niet zijn afgeschreven, wordt een bandingfactor berekend. Daarbij worden dan geen investeringskosten in rekening gebracht. De extra investeringen zijn uitgevoerd en in gebruik genomen voor 1 juli 2013 en voordat de periode, vermeld in het tweede en derde lid, is verstreken.] De waarde van de extra, nog niet volledig afgeschreven investeringen wordt enkel in rekening gebracht indien die minstens:
a)
20 % van de oorspronkelijke investering; en
b)
100.000 euro bedraagt; en
c)
uitsluitend essentiėle componenten betreft met het oog op groenestroomproductie.
Het aantal groenestroomcertificaten dat gedurende de periode, vermeld in het vierde lid, voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum voor 1 januari 2013 wordt toegekend, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de voor die installatie van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 1. De periode, vermeld in het vierde lid, kan eenmalig met vijf jaar worden verlengd voor zover nog altijd aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid wordt voldaan. Voor die nieuwe periode wordt een nieuwe bandingfactor berekend die maximaal gelijk is aan Btot voor het lopende kalenderjaar [...].
Het Vlaams Energieagentschap oordeelt of een aanvraag, vermeld in het derde, vierde of vijfde lid, van de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen gegrond is. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen levert daarvoor de vereiste bewijsstukken aan het Vlaams Energieagentschap. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen stelt op eenvoudig verzoek alle benodigde aanvullende informatie aan het Vlaams Energieagentschap ter beschikking. [Wanneer de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen een aanvraag tot verlenging, als vermeld in het vierde lid, indient zonder dat eerder een aanvraag tot verlenging, vermeld in het derde lid, werd ingediend, dan verliest deze installatie alle rechten tot verlenging van de steunperiode die ze kan verkrijgen op grond van het derde lid.]
[...]
[...]
[...]

§ 2

Wat installaties betreft die elektriciteit opwekken uit hernieuwbare energiebronnen met startdatum vanaf 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, [worden groenestroomcertificaten toegekend] aan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen.
[In afwijking van het eerste lid worden, als het fotovoltaļsch zonne-energiesysteem in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, geen groenestroomcertificaten toegekend voor de opwekking van de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan die voorwaarde te voldoen. Voor de hoeveelheid elektriciteit die door het fotovoltaļsche zonne-energiesysteem wordt geproduceerd bovenop de hoeveelheid die nodig is om aan die verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, te voldoen, worden wel groenestroomcertificaten toegekend.]
Een installatie met startdatum vanaf 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de afschrijvingsperiode die in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die hernieuwbare energietechnologie wordt gehanteerd.
Het aantal groenestroomcertificaten dat wordt toegekend voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum vanaf 1 januari 2013, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor.
[De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het derde lid, een alternatieve methode voor toekennen van groenestroomcertificaten vastleggen op basis van het aantal vollasturen gehanteerd in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die hernieuwbare energietechnologie.]

§ 3

De Vlaamse Regering kan, in afwijking van § 2, derde lid, bepalen dat [...] aan installaties waaraan groenestroomcertificaten werden toegekend, na afloop van de periode waarin de installatie voor steun in aanmerking komt op grond van § 2, derde lid, extra groenestroomcertificaten [worden toegekend] [Installaties die als brandstof gebruikmaken van biomassa komen echter niet in aanmerking voor een dergelijke verlenging.].
De Vlaamse Regering legt de periode en de voorwaarden vast voor de toekenning van die extra certificaten, inclusief de manier waarop de bandingfactoren voor die extra steunperiode worden berekend.
Het aantal extra groenestroomcertificaten dat kan worden toegekend voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in een dergelijke installatie, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is maximaal gelijk aan Btot.

Art. 7.1.2.

§ 1

Wat betreft installaties met startdatum voor 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, [wordt een warmte-krachtcertificaat toegekend] aan de eigenaar van de productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh primaire energiebesparing die in de installatie wordt gerealiseerd door gebruik te maken van een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie ten opzichte van referentie-installaties.
Een productie-installatie of een ingrijpende wijziging met startdatum voor 1 januari 2013 krijgt enkel warmte-krachtcertificaten gedurende een door de Vlaamse Regering bepaalde periode, waarbij het aantal warmtekrachtcertificaten dat gedurende deze periode wordt toegekend degressief afneemt volgens een door de Vlaamse Regering bepaalde formule.

§ 2

Wat betreft kwalitatieve warmte-krachtinstallaties of ingrijpende wijzigingen met startdatum vanaf 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, [wordt een warmte-krachtcertificaat toegekend] aan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen.
Een installatie [of ingrijpende wijziging] met startdatum vanaf 1 januari 2013 krijgt enkel warmte-krachtcertificaten gedurende de afschrijvingsperiode die in de berekeningsmethodiek voor de onrendabele top voor de WKK-technologie wordt gehanteerd.
Het aantal warmte-krachtcertificaten dat voor installaties [of ingrijpende wijzigingen] met startdatum vanaf 1 januari 2013 wordt toegekend voor elke 1 000 kWh primaire energiebesparing, gerealiseerd door gebruik te maken van een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie ten opzichte van referentie-installaties, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor.
[De Vlaamse Regering kan, in afwijking van het tweede lid, een alternatieve methode voor toekennen van warmte-krachtcertificaten vastleggen op basis van het aantal vollasturen gehanteerd in de berekeningsmethodiek van de onrendabele top voor die warmte-krachttechnologie.]

§ 3

De Vlaamse Regering kan, in afwijking van § 1 en § 2, tweede lid, bepalen dat [...] aan installaties waaraan warmte-krachtcertificaten werden toegekend, na afloop van de periode waarin de installatie in aanmerking komt voor steun op grond van § 1 of § 2, tweede lid, extra warmte-krachtcertificaten [worden toegekend].
De Vlaamse Regering legt ook de periode en de voorwaarden vast voor de toekenning van deze extra certificaten, inclusief de manier waarop de bandingfactoren voor deze extra steunperiode worden berekend.
Het aantal extra warmte-krachtcertificaten dat kan worden toegekend voor elke 1 000 kWh primaire energiebesparing die wordt gerealiseerd, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de van toepassing zijnde bandingfactor.
De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 0,75.

§ 4

De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaraan een warmte-krachtinstallatie moet voldoen om te worden beschouwd als een kwalitatieve warmte-krachtinstallatie en bepaalt de referentie-installaties.

Art. 7.1.3.
Groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten worden toegekend door de VREG op basis van de gegevens die hem daartoe worden overgemaakt door het Vlaams Energieagentschap, de netbeheerders, de transmissienetbeheerder, de eigenaar van de productie-installatie of diens gemachtigde.
De Vlaamse Regering legt de nadere toepassingsregels en procedures vast met betrekking tot de aanvraag en de toekenning van groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, met inbegrip van de gegevensoverdracht, bedoeld in het vorig lid.[De Vlaamse Regering zorgt er hierbij voor dat een onderneming in moeilijkheden geen aanvraagdossiers voor het verkrijgen van groenestroomcertificaten of warmtekracht certificaten kan indienen.]

Art. 7.1.4.
De door de VREG toegekende groenestroom-certificaten en warmtekrachtcertificaten worden geregistreerd in een centrale databank. De Vlaamse Regering bepaalt de specificaties die per certificaat in de centrale databank moeten worden vermeld.
[De VREG kan voor de unieke identificatie van de gebruikers van de databank het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken.]