Art. 7.1.5.

§ 1 [

Groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten kunnen worden aangewend als in te dienen bewijsstuk in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in respectievelijk artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11.
]

§ 2 [

Een groenestroomcertificaat of een warmte-krachtcertificaat kan slechts eenmaal worden ingediend in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van § 1.
]

§ 3

[[...]
Een groenestroomcertificaat [en warmte-krachtcertificaat] kan worden ingediend in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van § 1, 2°, [tot tien jaar na de toekenning ervan].]

§ 4

De Vlaamse Regering legt de nadere criteria en procedures vast voor het voorleggen, aanvaarden en indienen van groenestroomcertificaten en warmtekrachtcertificaten.
Productie-installaties voor zonne-energie die na 1 januari 2010 in dienst worden genomen en die geïnstalleerd worden op woningen of woongebouwen, waarvan het dak of de zoldervloer niet geïsoleerd is, komen niet langer in aanmerking voor het toekennen van groenestroomcertificaten die kunnen worden aanvaard in het kader van de certificatenverplichting, bedoeld in artikel 7.1.10. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de isolatievoorwaarde.
[[...]
Voor de bijstook tot 60 % van hernieuwbare energiebronnen in een kolencentrale met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten verminderd met 50 %. Voor een kolencentrale met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW waar enkel hernieuwbare energiebronnen worden verbruikt wordt voor de eerste 60 % groenestroomproductie het aantal voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten verminderd met 50 %.
In afwijking van het vierde lid, wordt voor het gebruik van hernieuwbare energiebronnen in kolencentrales met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW die actief zijn op 1 januari 2011 en waar op en na deze datum niet langer producten worden verbruikt met de GN-codes 2701, 2702, 2703 of 2704, zoals bedoeld in de EG-verordening nr. 2031/2001 van de Europese Commissie van 6 augustus 2001 tot wijziging van bijlage I van EEG-Verordening nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijke douanetarief, het aantal voor de certificatenverplichting aanvaardbare groenestroomcertificaten verminderd met 11 %. Dit percentage kan niet verhoogd worden tot en met 30 april 2021. Indien het percentage alsnog zou verhoogd worden, vergoedt de Vlaamse overheid de eigenaars van de desbetreffende installaties voor de geleden schade.
[Het Vlaams Energieagentschap] bepaalt de berekening van het aandeel hernieuwbare energiebronnen in de stroomproductie.
Voor installaties die elektriciteit produceren op basis van zonne-energie zijn alleen de groenestroomcertificaten aanvaardbaar voor de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10, die zijn toegekend voor elektriciteit geproduceerd tijdens de periode dat de installatie kan genieten van minimumsteun vermeld in artikel 7.1.6.]
[In afwijking van het vierde tot en met het zevende lid, zijn wat betreft productieinstallaties met startdatum vanaf 1 januari 2013 alleen de groenestroomcertificaten en warmte-krachtcertificaten, vermeld in artikel 7.1.1, § 2 en § 3, en artikel 7.1.2, § 2 en § 3, aanvaardbaar voor de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11. Wat productie-installaties voor zonne-energie betreft, voldoen die tevens aan de voorwaarden, vermeld in het tweede en derde lid.]