Onderafdeling II.
De certificatenverplichting kwalitatieve warmtekrachtkoppeling


Art. 7.1.11.

§ 1

Iedere persoon die in het jaar n-1 [geregistreerd] stond als toegangshouder in het toegangsregister van een elektriciteitsdistributienetbeheerder[, een beheerder van een gesloten distributienet], de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet, op een afnamepunt in het Vlaamse Gewest, en geen netbeheerder is, is verplicht jaarlijks, uiterlijk op 31 maart van het jaar n, bij de VREG het aantal warmtekrachtcertificaten in te dienen dat bepaald wordt met toepassing van § 2.

§ 2 [

Het aantal warmte-krachtcertificaten dat in een bepaald jaar n moet worden ingediend, wordt vastgesteld met de formule:
Cw = W × Ev, waarbij:
Cw gelijk is aan het aantal in het jaar n in te dienen warmte-krachtcertificaten door een bepaalde toegangshouder;
W gelijk is aan:
0,0119 als het jaar n gelijk is aan 2006;
0,0216 als het jaar n gelijk is aan 2007;
0,0296 als het jaar n gelijk is aan 2008;
0,0373 als het jaar n gelijk is aan 2009;
0,0439 als het jaar n gelijk is aan 2010;
0,0490 als het jaar n gelijk is aan 2011;
0,0760 als het jaar n gelijk is aan 2012;
0,086 als het jaar n gelijk is aan 2013;
0,098 als het jaar n gelijk is aan 2014;
10°
0,105 als het jaar n gelijk is aan 2015;
11°
0,112 als het jaar n gelijk is aan 2016;
12°
0,112 als het jaar n gelijk is aan 2017;
13°
0,112 als het jaar n gelijk is aan 2018;
14°
0,112 als het jaar n gelijk is aan 2019 [en daarna;];
15°
[...]
16°
[...]
Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten in het Vlaamse Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, beheerder van een gesloten distributienet, beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet. Daarbij wordt de afname per afnamepunt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder.
Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een warmte-krachtinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal in te dienen warmte-krachtcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering.
]

[§ 2/1

[In afwijking van paragraaf 2 wordt Ev vanaf 31 maart 2017 verminderd met de volgende hoeveelheden:
voor de afname tussen 1000 MWh en 5000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47 % van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
voor de afname tussen 5000 MWh en 20.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 47 % van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was. De vermindering geldt enkel voor bedrijfsvestigingen waarvan de hoofdactiviteit behoort tot NACE-BEL 2008 code 05 tot en met 33 (industrie en winning van delfstoffen), code 46391 of code 52100 of code 52241;
voor de afname tussen 20.000 MWh en 100.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 50 % van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
voor de afname tussen 100.000 MWh en 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 80 % van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was;
voor de afname boven 250.000 MWh elektriciteit in het jaar n-1 op een bepaald afnamepunt, 85 % van deze afnameschijf, uitgedrukt in MWh, naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarin de betrokken persoon toegangshouder was.
]
Het geheel van afnamepunten van afnemers op een op 1 juli 2011 bestaand net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, wordt als één afnamepunt beschouwd.
Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijke vervoersnet van elektriciteit.
]

§ 3 [

Het Vlaams Energieagentschap legt een evaluatie van de quotadoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien:
het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten;
de verhouding tussen het aantal toegekende voor de certificatenverplichting aanvaardbare certificaten en de gerealiseerde warmte-krachtbesparing meer dan 5 % afwijkt van de verhouding bij de vorige evaluatie.
De resultaten van de evaluatie worden door het Vlaams Energieagentschap publiek gemaakt.
De Vlaamse Regering kan onder meer op basis van die evaluatie de quotadoelstelling zoals vermeld in dit artikel aanpassen.
]