Onderafdeling III.
Gemeenschappelijke bepalingen


Art. 7.1.12.
De Vlaamse Regering kan besluiten om, na advies van de VREG, in het kader van de verplichtingen van artikelen 7.1.10 en 7.1.11, certificaten te aanvaarden die respectievelijk worden toegekend voor elektriciteitsproductie uit hernieuwbare energie en primaire energiebesparing door kwalitatieve warmtekrachtkoppeling in installaties buiten het Vlaamse Gewest.
Voor het aanvaarden van de in het eerste lid vermelde certificaten dienen een aantal randvoorwaarden vervuld te zijn. Die randvoorwaarden hebben betrekking op het bestaan van gelijke of gelijkwaardige garanties inzake de aflevering en op de goede werking van de certificatenmarkt.
De Vlaamse Regering stelt de procedure en voorwaarden vast voor de aanvaarding van dergelijke certificaten in het kader van de verplichtingen van artikelen 7.1.10 en 7.1.11. De Vlaamse Regering kan een voorwaarde tot wederkerigheid instellen.
De Vlaamse Regering sluit hierover een samenwerkingsakkoord af met de federale overheid, de andere gewesten of andere landen.

Art. 7.1.13.
Een groenestroomcertificaat of warmtekrachtcertificaat dat ingediend wordt in het kader van de certificatenverplichting, in de zin van [artikel 7.1.5, § 1], in de periode van 1 april van het jaar n tot en met 31 maart van het jaar n+1, wordt geacht te zijn ingediend in het kader van de certificatenverplichting van het jaar n.

Art. 7.1.14.
Om de drie jaar, en voor het eerst vóór 1 oktober van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit decreet, legt de Vlaamse Regering [...] een evaluatierapport over de certificatenverplichtingen hernieuwbare energie en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling voor aan het Vlaams Parlement. Dat rapport evalueert de effecten en de kosteneffectiviteit van de certificatenverplichtingen.

Art. 7.1.15.
[...]