Hoofdstuk IV.
Steunprogramma's voor niet-commerciėle instellingen, publiekrechtelijke rechtspersonen en voor de netbeheerders en de beheerders van het transmissienet en het vervoersnet


Art. 8.4.1.
De Vlaamse Regering kan een steunprogramma opstellen met tegemoetkomingen ten voordele van [niet-commerciėle instellingen, publiekrechtelijke rechtspersonen, de netbeheerders en de beheerders van het transmissienet en het vervoersnet] voor:
de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen;
een rationeel energiebeheer;
de toepassing van hernieuwbare energietechnologieėn;
het ondernemen van haalbaarheidsstudies voor de toepassing van energiezuinige producten, technieken en systemen of voor de toepassing van hernieuwbare energietechnologieėn;
het voeren van sensibiliserings- en communicatieacties over rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieėn;
de informatieverzameling en -verstrekking voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieėn;
het organiseren van vormingsprojecten voor rationeel energiegebruik, rationeel energiebeheer of hernieuwbare energietechnologieėn;
de kosten die verbonden zijn aan de voorbereiding, ondertekening, uitvoering en voortgangscontrole van een energiebeleidsovereenkomst;
[kosten die verbonden zijn aan openbaredienstverplichtingen die door of krachtens dit decreet worden opgelegd.]

Art. 8.4.2.

§ 1

De Vlaamse Regering kan leningen verstrekken ter ondersteuning van investeringen in het kader van de bevordering van het rationeel energieverbruik, door:
via [energiehuizen] leningen aan niet-commerciėle instellingen te verstrekken voor de financiering van investeringen in gebouwen;
het rechtstreeks verstrekken van deze leningen aan niet-commerciėle instellingen.
De Vlaamse Regering kan bij het verstrekken van de leningen, vermeld in het eerste lid, gebruikmaken van de diensten van het Participatiefonds-Vlaanderen.

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de minimale voorwaarden waaraan de [energiehuizen], vermeld in § 1, eerste lid, 1°, dienen te voldoen. Tussen het Vlaamse Gewest en elke [energiehuis] wordt een samenwerkingsovereenkomst gesloten. De Vlaamse Regering kan een tegemoetkoming geven in de personeels- en werkingskosten van de [energiehuizen].

§ 3

De Vlaamse Regering kan op voorstel van de Vlaamse minister, bevoegd voor het energiebeleid, schulden die door een [energiehuis] ten aanzien van het Vlaamse Gewest in het kader van de uitvoering van dit artikel werden gemaakt geheel of gedeeltelijk kwijtschelden. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot de modaliteiten en de voorwaarden waaronder deze kwijtschelding kan geschieden.