Titel XI.
Energieprestaties van gebouwen


Hoofdstuk I.
Energieprestaties en binnenklimaat van gebouwen


Afdeling I.
De EPB-eisen


Art. 11.1.1.

§ 1

De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan gebouwen moeten voldoen waarvoor een aanvraag tot het verkrijgen van een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, als vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6° en 7°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt ingediend]].
De invoering van de meldingsplicht, vermeld in [artikel 4.2.2, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009] laat voor de gebouwen, vermeld in het eerste lid, de door de Vlaamse Regering op grond van het eerste lid vastgestelde EPB-eisen onverminderd van toepassing.
Bij het vaststellen van de eisen wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande gebouwen. Er kan ook een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende categorieën gebouwen.[De Vlaamse Regering bepaalt welke EPB-eisen overeenkomen met een bijna-energieneutraal gebouw. De Vlaamse Regering zorgt er in dat kader voor dat:
uiterlijk op 1 januari 2021 de EPB-eisen voor alle nieuwe gebouwen overeenkomen met de EPB-eisen voor bijna-energieneutrale gebouwen;
na 31 december 2018 nieuwe gebouwen waarin overheidsinstanties zijn gehuisvest die eigenaar zijn van deze gebouwen, bijna-energieneutrale gebouwen zijn.]
Als op een gebouw EPB-eisen van toepassing zijn, gelden die voor de totaliteit van de werken, handelingen en wijzigingen die aan het gebouw uitgevoerd worden en dus ook voor de werken, handelingen en wijzigingen die op zich niet vergunningsplichtig zijn.
[Indien een gebouw waarvoor geen energie wordt verbruikt om [...] een specifieke binnentemperatuur te verkrijgen, binnen de twaalf maanden na de ingebruikname van de werken waarvoor conform artikel 4.2.1, 1°, 6° en 7°, en artikel 4.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 [een omgevingsvergunning] werd aangevraagd of een melding werd gedaan, wordt aangepast om alsnog energie te verbruiken om [...] een specifiek binnenklimaat te creëren, dan moet alsnog worden voldaan aan de EPB-eisen die van toepassing zouden zijn geweest mocht in het gebouw vanaf het begin energie zijn verbruikt om [...] een specifiek binnenklimaat te creëren.]
[In afwijking van het vijfde lid kan de Vlaamse Regering een lijst van type gebouwen vaststellen die geacht worden steeds energie te verbruiken om een specifieke binnentemperatuur te bereiken.]

[§ 1/1

[...]
]

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt de EPB-eisen waaraan bestaande gebouwen moeten voldoen als werken, wijzigingen of handelingen uitgevoerd worden die de energieprestatie van het gebouw bepalen en daarvoor geen [aanvraag van een [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, als vermeld in artikel 4.2.1, 1°, 6° en 7°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, wordt ingediend], of geen melding, als vermeld in artikel 4.2.2, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, moet worden gedaan].

Art. 11.1.2.
[Bij nieuwe gebouwen wordt, voordat met de bouw gestart wordt, de technische, milieutechnische en economische haalbaarheid in aanmerking genomen van alternatieve systemen zoals:
gedecentraliseerde systemen voor energievoorziening die gebaseerd zijn op hernieuwbare energiebronnen;
kwalitatieve warmte-krachtinstallatie;
stads- of blokverwarming of -koeling, indien beschikbaar;
warmtepompen.
De Vlaamse Regering kan bepalen dat die haalbaarheidsstudie kan worden verricht voor afzonderlijke gebouwen of groepen van soortgelijke gebouwen of voor soortgelijke gebouwen in hetzelfde gebied.]

Art. 11.1.3.
[De Vlaamse Regering kan bij het bepalen van de EPB-eisen voor nieuwe gebouwen en bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, vastleggen dat een minimumniveau van energie uit hernieuwbare energiebronnen moet worden gehaald.]

Art. 11.1.4.
De Vlaamse Regering kan vrijstellingen of afwijkingen toestaan op de door haar vastgestelde EPB-eisen:
voor beschermde monumenten of gebouwen die deel uitmaken van een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht of gebouwen die opgenomen zijn in de inventaris van het bouwkundige erfgoed [voor zover de toepassing van bepaalde EPB-eisen hun karakter of aanzicht op onaanvaardbare wijze zou veranderen];
voor gebouwen die worden gebruikt voor erediensten en religieuze activiteiten;
als voor het verkrijgen van de [omgevingsvergunning] [of de melding] de tussenkomst van een architect niet vereist is;
als het behalen van de EPB-eisen bij bestaande gebouwen en bij nieuwe gebouwen technisch, functioneel of economisch niet haalbaar is;
[voor industriegebouwen of werkplaatsen;]
voor tijdelijke constructies;
voor alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2;
[voor niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een energiebeleidsovereenkomst inzake energieprestatie valt;]
[voor de niet voor bewoning bestemde gedeelten met een maximale bruikbare vloeroppervlakte van 50 m2 met een andere functie dan industrie of landbouw, gelegen in industriegebouwen, niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven met een lage energiebehoefte en niet voor bewoning bestemde gebouwen van landbouwbedrijven die in gebruik zijn bij een sector die onder een energiebeleidsovereenkomst inzake energieprestatie valt.]
[Als de Vlaamse Regering wat punt 3° betreft een vrijstelling toestaat, als vermeld in het eerste lid, 3°, dan gelden de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2.]

Art. 11.1.5.
De Vlaamse Regering legt de berekeningsmethode van de energieprestatie van een gebouw vast op basis van het algemene kader in de bijlage van de [richtlijn 2010/31/EG].
De Vlaamse Regering kan daarbij bepalen dat gebouwen die gebruikmaken van innovatieve bouwconcepten of technologieën een alternatieve berekeningsmethode mogen toepassen. [De Vlaamse Regering kan daarbij afwijkingen toestaan van de indieningstermijn, vermeld in artikel 11.1.8, § 1.]
[De Vlaamse Regering kan in het kader van de toepassing van de berekeningsmethode kwaliteitseisen en kwaliteitscontroles opleggen aan aannemers van werken en diensten en aan verslaggevers. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de manier waarop die eisen en controles worden uitgevoerd. De Vlaamse Regering kan eisen bepalen waaraan de personen of organisaties die de controles uitvoeren moeten voldoen.]
De energieprestatie van een gebouw wordt op transparante wijze uitgedrukt.

Art. 11.1.6.
[De Vlaamse Regering evalueert minstens om de twee jaar de EPB-eisen[, rekening houdende met het kostenoptimale niveau van het peil van primair energieverbruik,] en de berekeningsmethodiek en om de vier jaar de te volgen procedures en de administratieve lasten van de regelgeving en past die in voorkomend geval aan.]

Afdeling I/1.
Voorafgaandelijke handelingen


Art. 11.1.6/1.

§ 1

Voor werken en handelingen aan gebouwen waarvoor met toepassing van artikel 11.1.1, § 1, EPB-eisen gelden, stelt de aangifteplichtige voor de aanvang van de werken en handelingen een verslaggever aan.
Die verslaggever vervult zijn opdracht onafhankelijk, objectief en neutraal ten aanzien van de aangifteplichtige. Tijdens het contact met de aangifteplichtige onthoudt hij zich ervan commerciële voorstellen te doen met betrekking tot energieleveringen aan het gebouw of met betrekking tot de te realiseren maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen. [De functie van verslaggever is onverenigbaar met het beroep van aannemer. Ieder mandaat, iedere functie of activiteit, al dan niet bezoldigd, in dienst van een aannemingsbedrijf is dan ook verboden. De verslaggever mag de als onverenigbaar aangemerkte handelingen niet rechtstreeks en evenmin onrechtstreeks of met een tussenpersoon verrichten.]

§ 2

Voorafgaand aan de start van de werken dient de verslaggever een berekening te maken met de maatregelen die door de architect en in voorkomend geval, de ontwerper van technische bouwsystemen zijn genomen om de EPB-eisen te halen. De verslaggever maakt de berekening op basis van de materialen en de keuzes die door de architect en de ontwerper van de technische bouwsystemen zijn gemaakt om aan de EPB-eisen te voldoen. De architect en de ontwerper van de technische bouwsystemen zijn ertoe gehouden die gegevens ter beschikking te stellen van de aangifteplichtige en de verslaggever.
Als de berekening aantoont dat het ontworpen gebouw niet zal voldoen aan de EPB-eisen, signaleert de verslaggever dat aan de aangifteplichtige en aan de architect. De verslaggever geeft hen één schriftelijk niet-bindend advies over hoe ze kunnen voldoen aan de EPB-eisen. Hij toont aan welke punten kunnen worden bijgestuurd en bakent de probleemzones af. De aangifteplichtige neemt mede op voorstel van de architect, de uiteindelijke beslissing over de maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen en de eventuele noodzakelijke bijsturingen.

§ 3

In het kader van de toewijzingsprocedure van een aannemingsopdracht bezorgt de opdrachtgever of de architect aan de gecontracteerde aannemers de beschikbare gegevens over het behalen van de EPB-eisen.]

Afdeling II.
De startverklaring


Art. 11.1.7.

[§ 1

[De werken en handelingen mogen pas worden aangevat nadat een startverklaring met voorafberekening is ingediend. De startverklaring met voorafberekening wordt voor het aanvatten van de werken en handelingen door de verslaggever namens de aangifteplichtige ingediend bij het Vlaams Energieagentschap.]
De gegevens die aan de basis liggen van de keuze voor materialen en maatregelen om te voldoen aan de EPB-eisen, zijn opvraagbaar door het Vlaams Energieagentschap en de partijen die bij de werken en handelingen betrokken zijn. De architect en de ontwerper van de technische installatie stellen die gegevens op eerste verzoek ter beschikking.

§ 2

De verslaggever houdt gedurende drie jaar van elke door hem opgestelde startverklaring [een exemplaar] en de bijbehorende gegevens bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever, de aangifteplichtige en de architect. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar [...] en de bijbehorende gegevens ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap.

§ 3

Als er voor de indiening van de EPB-aangifte een verandering van verslaggever plaatsvindt, [wordt die wijziging door de nieuw aangestelde verslaggever of door de aangifteplichtige zo snel mogelijk elektronisch gemeld] aan het Vlaams Energieagentschap.]

Afdeling III.
EPB-aangifte


Art. 11.1.8.

§ 1

[[Voor [nieuwbouw] gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van [twaalf] maanden die ingaat van zodra een van de volgende voorwaarden is vervuld:
de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is;
het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen.
]
[De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste vijf jaar na het verlenen van de [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of na het neerleggen van de melding ingediend.]
[In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart.]
Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw [en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning] namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap.

[§ 1/1

Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding.
]

§ 2

De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte [een exemplaar], de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar [van de EPB-aangifte], de plannen en de bijlagen ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap.
De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar [een exemplaar] van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar [van de EPB-aangifte], de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap.

[§ 3

De verslaggever stelt vanaf zijn aanstelling tot bij de indiening van de EPB-aangifte een technisch EPB-dossier samen. Het technisch EPB-dossier geeft een overzicht van de tijdens de werken genomen maatregelen met de bijhorende bewijsstukken. Op basis van het technisch EPB-dossier stelt de verslaggever de uiteindelijke EPB-aangifte op.
Het technisch EPB-dossier kan volledig in elektronisch formaat zijn. Het wordt vijf jaar bewaard door de verslaggever en kan opgevraagd worden door het Vlaams Energieagentschap.
]

Art. 11.1.9.

§ 1

Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.
[Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd, of als de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] door de aangifteplichtige wordt overgedragen, dan wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] de nieuwe aangifteplichtige. Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.]
[Als de aangifteplicht wordt overgedragen als vermeld in het tweede lid, wordt in het kader van de overdracht een tussentijds verslag opgesteld dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige, en waarin alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, worden opgesomd, en waarin wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan. De oorspronkelijke aangifteplichtige stelt na de beëindiging van de werken waarvoor hij instaat, de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het derde lid.]

§ 2 [

In afwijking van paragraaf 1 is bij een overeenkomst tussen een promotor-bouwheer en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en die tot doel heeft een gebouw te verkopen, te bouwen of te verbouwen, de promotor-bouwheer altijd de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie;
bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan;
de promotor-bouwheer stelt na de beëindiging van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
Het eerste lid is ook van toepassing op elke overeenkomst waarbij de Woningbouwwet van toepassing is of contractueel van toepassing is gemaakt.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het eerste lid, 2°.
]

Art. 11.1.10.
Als er voor een gebouw volgens artikel 11.1.1, § 2, EPB-eisen gelden is de eigenaar van het gebouw de aangifteplichtige.

Art. 11.1.11.
De verslaggever stelt de EPB-aangifte op conform de uitgevoerde werken. Hij omschrijft [op basis van de door de aangifteplichtige aangeleverde bewijsstukken en zijn vaststellingen opgemaakt na een controle ter plaatse] de maatregelen die de energieprestaties en het binnenklimaat van het gebouw bepalen en berekent of het gebouw aan de EPB-eisen voldoet. Hij is verantwoordelijk voor de correcte rapportering van de feitelijke toestand van het gebouw in de EPB-aangifte.
[De EPB-aangifte wordt door de verslaggever ingediend per deelproject als er geen EPB-eenheden zijn, of per EPB-eenheid. Als een [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen], waarop EPB-eisen van toepassing zijn, voor de ingebruikname of voor het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken door een nieuwe [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] wordt gewijzigd, worden de werken die uitgevoerd zijn op basis van deze verschillende vergunningen door de verslaggever in een EPB-aangifte gerapporteerd. Als een wijziging van een bestaande [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] wordt gevraagd en het voorwerp van de aanvraag een uitbreiding van het gebouw met EPB-eenheden betreft, wordt elk van deze uitbreidingen als een aparte EPB-eenheid met een EPB-aangifte gerapporteerd. De verslaggever meldt elektronisch aan het Vlaams Energieagentschap welke energieprestatiedossiers worden samengevoegd.]
[De aangifteplichtige is verantwoordelijk voor het bezorgen van de gegevens en de bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de opmaak van de EPB-aangifte aan de verslaggever. De aangifteplichtige bezorgt in dat kader op het eerste verzoek van de verslaggever de gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw effectief gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, aan die verslaggever.]
[De aangifteplichtige kan de gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw effectief gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, opvragen bij de architect of de aannemers. De architect of de aannemers stellen die gegevens op eerste verzoek ter beschikking van de aangifteplichtige.]
Als de architect die met de controle op de uitvoering van de werken belast is tijdens de uitvoering vaststelt dat er een ernstig risico bestaat dat de EPB-eisen niet gerespecteerd zullen worden, brengt hij de aangifteplichtige en, als dat een andere persoon dan de architect is, de verslaggever hiervan per aangetekende brief zo snel mogelijk op de hoogte.

Art. 11.1.12.
De aangifteplichtige of zijn rechtsopvolgers mogen de in de EPB-aangifte vermelde installaties of constructies alleen wijzigen of vervangen voor zover die wijzigingen of vervangingen elk op zich minstens de prestaties leveren die in de EPB-aangifte vermeld werden.

Art. 11.1.13.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels tot vaststelling van de vorm en de inhoud van [het technisch EPB-dossier, de EPB-conceptnota, de voorafberekening,] de startverklaring[, de haalbaarheidsstudie], de EPB-aangifte, de bijbehorende plannen en bijlagen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het indienen van [het technisch EPB-dossier, de EPB-conceptnota, de voorafberekening,] de startverklaring, de haalbaarheidsstudie en de EPB-aangifte].

Afdeling IV.
Energieprestatiedatabank


Art. 11.1.14.

§ 1

Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiedatabank bij. [Het Vlaams Energieagentschap ziet erop toe dat regelmatig bijgewerkte lijsten met geregistreerde verslaggevers ter beschikking worden gesteld.]

§ 2

De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit de melding, de aanvraag voor de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] en de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] door de overheid die de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] heeft verleend, elektronisch worden bijgehouden. Iedere overheid die bevoegd is om [omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen] te verlenen of meldingen te registreren, bezorgt het Vlaams Energieagentschap maandelijks en elektronisch een lijst van de gemelde, vergunde, geschorste en vernietigde [gestarte en voltooide] werken, wijzigingen of handelingen waarvoor EPB-eisen gelden. Deze gegevens worden opgenomen in de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering legt vast in welke vorm die gegevens uitgewisseld worden.
[Wanneer de gemeente strengere eisen vastlegt, als bedoeld in artikel 11.1.1, § 1/1, dan vermeld zij op de lijst, vermeld in het eerste lid, tevens voor welke [omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen] deze strengere eisen van toepassing zijn.
Elke aangifteplichtige of verslaggever, woonachtig of met zetel in België, wordt in de energieprestatiedatabank uniek geïdentificeerd aan de hand van het ondernemingnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennum-mer. De Vlaamse Regering kan voor aangifteplichtigen of verslaggevers die niet woonachtig zijn of een zetel hebben in België een alternatieve identificatiemethode vastleggen. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop deze gegevens in de energieprestatiedatabank worden opgenomen.
De gegevens in de energieprestatiedatabank zijn alleen toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid en de betrokken vergunningverlenende overheid. De verslaggever en de aangifteplichtige hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers.] [De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiedatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.]
[In afwijking van het vierde lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiedatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.]

Hoofdstuk II.
Energieprestatiecertificaten


Art. 11.2.1.

§ 1

De Vlaamse Regering kan de eigenaars[, de houders van een zakelijk recht] of gebruikers van een gebouw opleggen dat het gebouw over een energieprestatiecertificaat moet beschikken. [De Vlaamse Regering kan een lijst van type gebouwen vaststellen die geacht worden steeds energie te verbruiken om een specifieke binnentemperatuur te bereiken.].
Het energieprestatiecertificaat bevat referentiewaarden op basis waarvan de energieprestaties van het gebouw kunnen worden beoordeeld en vergeleken met die van andere gebouwen. In het energieprestatiecertificaat worden ook aanbevelingen opgenomen voor de kostenefficiënte verbetering van de energieprestatie van het gebouw of tips voor goed gebruikersgedrag.
De Vlaamse Regering bepaalt de berekeningsmethode, de verdere inhoud en de vorm van het energieprestatiecertificaat. De Vlaamse Regering kan ook nadere regels vastleggen voor de labeling van gebouwen.
De geldigheidsduur van een energieprestatiecertificaat kan niet langer zijn dan tien jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de gevallen waarin een energieprestatiecertificaat kan worden ingetrokken of aangepast.

§ 2

In gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte groter dan 1000 m2 en waarin overheidsdiensten en instellingen gevestigd zijn die aan een groot aantal personen overheidsdiensten verstrekken, en die derhalve vaak door het publiek bezocht worden, wordt een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.
[Vanaf 1 januari 2013 wordt de oppervlaktegrens, vermeld in het eerste lid, verlaagd tot 500 m2 en vanaf 1 januari 2015 tot 250 m2.
Met ingang van 1 januari 2013 wordt in niet-residentiële gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van meer dan 500 m2, die frequent door het publiek worden bezocht, een geldig energieprestatiecertificaat aangebracht op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om de bruikbare vloeroppervlakte te bepalen.]

[§ 3

Elke verkoper of verhuurder, alsook zijn [opdrachthouder,] lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt het op het energieprestatiecertificaat vermelde kengetal alsmede de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw in alle commerciële advertenties die hij maakt voor de verkoop of verhuur van een gebouw, dat conform § 1 over een energieprestatiecertificaat dient te beschikken.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de vorm van deze publiciteit.
]

Art. 11.2.2.

§ 1

De Vlaamse Regering kan de [de personen], vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de verkoop van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de koper over te dragen.

§ 2

De Vlaamse Regering kan de [de personen], vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst een geldig energieprestatiecertificaat aan de huurder ter beschikking te stellen.

§ 3

De Vlaamse Regering kan aan de instrumenterende ambtenaar en aan derden verplichtingen opleggen in het kader van de uitvoering van de verplichtingen, vermeld in § 1 en § 2.

Art. 11.2.3.

§ 1

Het Vlaams Energieagentschap houdt een energieprestatiecertificatendatabank bij. De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens uit het energieprestatiecertificaat worden bijgehouden, doorgestuurd en opgenomen in deze databank.

§ 2

[De personen die een energieprestatiecertificaat uitreiken, sturen de in § 1 vermelde gegevens elektronisch door naar de energieprestatiecertificatendatabank. Deze personen worden in deze databank uniek geïdentificeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor het elektronisch indienen van die gegevens en kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de unieke identificatie.
]

[§ 3

De gegevens in de energieprestatiecertificatendatabank zijn enkel toegankelijk voor de diensten van de Vlaamse overheid, de betrokken gemeente en de instrumenterende ambtenaar. De energiedeskundige en de eigenaar van een gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat is opgesteld hebben alleen toegang tot de gegevens van hun eigen dossiers.
[In afwijking van het eerste lid kan het Vlaams Energieagentschap in het kader van wetenschappelijk onderzoek geanonimiseerde gegevens uit de energieprestatiecertificatendatabank ter beschikking stellen van belanghebbende instanties. Het Vlaams Energieagentschap bepaalt onder welke voorwaarden deze gegevens mogen worden gebruikt.]
Het Vlaams Energieagentschap kan, onder de voorwaarden bepaald door de Vlaamse Regering, een opgemaakt energieprestatiecertificaat aanpassen of wijzigen. [De netbeheerder of zijn werkmaatschappij heeft in het kader van de uitvoering van de hun door of krachtens dit decreet opgelegde openbaredienstverplichtingen toegang tot de energieprestatiecertificatendatabank. De Vlaamse Regering bepaalt nadere voorwaarden betreffende welke gegevens worden vrijgegeven en de wijze waarop deze worden vrijgegeven.]
]

Hoofdstuk III.
Retributie


Art. 11.3.1.

§ 1

De Vlaamse Regering kan de deelname aan examens of opleidingen afhankelijk stellen van de betaling van een retributie.

§ 2

Met inachtneming van de ter zake geldende grondwettelijke regelen bepaalt de Vlaamse Regering het tarief van de retributie alsook de wijze waarop en de instantie waardoor de retributie wordt geïnd.

§ 3

De retributie is hoofdelijk verschuldigd door de verslaggever of de energiedeskundige. De retributie moet binnen de door de Vlaamse Regering bepaalde termijn worden betaald aan de door de Vlaamse Regering aangewezen ontvangers.]