Afdeling III.
EPB-aangifte


Art. 11.1.8.

§ 1

[[Voor [nieuwbouw] gebouwen waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van [twaalf] maanden die ingaat van zodra een van de volgende voorwaarden is vervuld:
de ingebruikname van het gebouw, waarbij bij een nieuwbouw dit moment ten laatste steeds de eerste domiciliering van natuurlijke personen in een gebouw of de vestiging van een maatschappelijke zetel van een rechtspersoon in een gebouw is;
het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken of handelingen.
]
[De EPB-aangifte wordt in elk geval ten laatste vijf jaar na het verlenen van de [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of na het neerleggen van de melding ingediend.]
[In afwijking van het tweede lid dient in het geval bij de nieuwbouw van meerdere EPB-eenheden de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, de termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning te worden gerekend per fase waaronder zij valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst werden gestart.]
Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw [en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning] namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap.

[§ 1/1

Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het Vlaams Energieagentschap binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding.
]

§ 2

De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte [een exemplaar], de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar [van de EPB-aangifte], de plannen en de bijlagen ter beschikking van het Vlaams Energieagentschap.
De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar [een exemplaar] van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar [van de EPB-aangifte], de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het Vlaams Energieagentschap.

[§ 3

De verslaggever stelt vanaf zijn aanstelling tot bij de indiening van de EPB-aangifte een technisch EPB-dossier samen. Het technisch EPB-dossier geeft een overzicht van de tijdens de werken genomen maatregelen met de bijhorende bewijsstukken. Op basis van het technisch EPB-dossier stelt de verslaggever de uiteindelijke EPB-aangifte op.
Het technisch EPB-dossier kan volledig in elektronisch formaat zijn. Het wordt vijf jaar bewaard door de verslaggever en kan opgevraagd worden door het Vlaams Energieagentschap.
]

Art. 11.1.9.

§ 1

Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.
[Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd, of als de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] door de aangifteplichtige wordt overgedragen, dan wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] de nieuwe aangifteplichtige. Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.]
[Als de aangifteplicht wordt overgedragen als vermeld in het tweede lid, wordt in het kader van de overdracht een tussentijds verslag opgesteld dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige, en waarin alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, worden opgesomd, en waarin wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan. De oorspronkelijke aangifteplichtige stelt na de beëindiging van de werken waarvoor hij instaat, de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het derde lid.]

§ 2 [

In afwijking van paragraaf 1 is bij een overeenkomst tussen een promotor-bouwheer en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en die tot doel heeft een gebouw te verkopen, te bouwen of te verbouwen, de promotor-bouwheer altijd de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie;
bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan;
de promotor-bouwheer stelt na de beëindiging van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
Het eerste lid is ook van toepassing op elke overeenkomst waarbij de Woningbouwwet van toepassing is of contractueel van toepassing is gemaakt.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het eerste lid, 2°.
]

Art. 11.1.10.
Als er voor een gebouw volgens artikel 11.1.1, § 2, EPB-eisen gelden is de eigenaar van het gebouw de aangifteplichtige.

Art. 11.1.11.
De verslaggever stelt de EPB-aangifte op conform de uitgevoerde werken. Hij omschrijft [op basis van de door de aangifteplichtige aangeleverde bewijsstukken en zijn vaststellingen opgemaakt na een controle ter plaatse] de maatregelen die de energieprestaties en het binnenklimaat van het gebouw bepalen en berekent of het gebouw aan de EPB-eisen voldoet. Hij is verantwoordelijk voor de correcte rapportering van de feitelijke toestand van het gebouw in de EPB-aangifte.
[De EPB-aangifte wordt door de verslaggever ingediend per deelproject als er geen EPB-eenheden zijn, of per EPB-eenheid. Als een [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen], waarop EPB-eisen van toepassing zijn, voor de ingebruikname of voor het beëindigen van de vergunnings- of meldingsplichtige werken door een nieuwe [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] wordt gewijzigd, worden de werken die uitgevoerd zijn op basis van deze verschillende vergunningen door de verslaggever in een EPB-aangifte gerapporteerd. Als een wijziging van een bestaande [stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] wordt gevraagd en het voorwerp van de aanvraag een uitbreiding van het gebouw met EPB-eenheden betreft, wordt elk van deze uitbreidingen als een aparte EPB-eenheid met een EPB-aangifte gerapporteerd. De verslaggever meldt elektronisch aan het Vlaams Energieagentschap welke energieprestatiedossiers worden samengevoegd.]
[De aangifteplichtige is verantwoordelijk voor het bezorgen van de gegevens en de bewijsstukken die noodzakelijk zijn voor de opmaak van de EPB-aangifte aan de verslaggever. De aangifteplichtige bezorgt in dat kader op het eerste verzoek van de verslaggever de gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw effectief gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, aan die verslaggever.]
[De aangifteplichtige kan de gegevens van de materialen en installaties die in het gebouw effectief gebruikt worden en die betrekking hebben op het behalen van de EPB-eisen, opvragen bij de architect of de aannemers. De architect of de aannemers stellen die gegevens op eerste verzoek ter beschikking van de aangifteplichtige.]
Als de architect die met de controle op de uitvoering van de werken belast is tijdens de uitvoering vaststelt dat er een ernstig risico bestaat dat de EPB-eisen niet gerespecteerd zullen worden, brengt hij de aangifteplichtige en, als dat een andere persoon dan de architect is, de verslaggever hiervan per aangetekende brief zo snel mogelijk op de hoogte.

Art. 11.1.12.
De aangifteplichtige of zijn rechtsopvolgers mogen de in de EPB-aangifte vermelde installaties of constructies alleen wijzigen of vervangen voor zover die wijzigingen of vervangingen elk op zich minstens de prestaties leveren die in de EPB-aangifte vermeld werden.

Art. 11.1.13.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels tot vaststelling van de vorm en de inhoud van [het technisch EPB-dossier, de EPB-conceptnota, de voorafberekening,] de startverklaring[, de haalbaarheidsstudie], de EPB-aangifte, de bijbehorende plannen en bijlagen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het indienen van [het technisch EPB-dossier, de EPB-conceptnota, de voorafberekening,] de startverklaring, de haalbaarheidsstudie en de EPB-aangifte].