Art. 11.1.9.

§ 1

Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.
[Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd, of als de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] door de aangifteplichtige wordt overgedragen, dan wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] de nieuwe aangifteplichtige. Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] of de meldingsplichtige de aangifteplichtige.]
[Als de aangifteplicht wordt overgedragen als vermeld in het tweede lid, wordt in het kader van de overdracht een tussentijds verslag opgesteld dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige, en waarin alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, worden opgesomd, en waarin wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan. De oorspronkelijke aangifteplichtige stelt na de beëindiging van de werken waarvoor hij instaat, de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het derde lid.]

§ 2 [

In afwijking van paragraaf 1 is bij een overeenkomst tussen een promotor-bouwheer en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en die tot doel heeft een gebouw te verkopen, te bouwen of te verbouwen, de promotor-bouwheer altijd de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:
in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie;
bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan;
de promotor-bouwheer stelt na de beëindiging van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte.
Het eerste lid is ook van toepassing op elke overeenkomst waarbij de Woningbouwwet van toepassing is of contractueel van toepassing is gemaakt.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het eerste lid, 2°.
]