Titel XIII.
Toezicht en sancties


Hoofdstuk I.
Toezicht


Afdeling I.
Algemene bepalingen


Art. 13.1.1.

§ 1

Tenzij dit decreet in een specifieke toezichthouder voorziet, worden de [personeelsleden] die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en om de niet-naleving hiervan vast te stellen in een verslag van vaststelling, aangeduid door de Vlaamse Regering.

§ 2

De Vlaamse Regering wijst de bepalingen van dit decreet aan waarvoor de [personeelsleden], vermeld in paragraaf 1, bevoegd zijn.

§ 3

Bij het uitvoeren van hun toezichtstaak kunnen de [personeelsleden], vermeld in paragraaf 1, ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde [personeelsleden] toegang tot de terreinen en de gebouwen. De [personeelsleden], vermeld in paragraaf 1, kunnen bijstand vorderen van de politie bij de uitoefening van hun toezichtstaak. Ze kunnen eveneens monsters nemen en vaststellingen doen met audiovisuele middelen.
[Tot de bewoonde gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter. In dat geval hebben de genoemde personeelsleden alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en eenentwintig uur's avonds.
]

Art. 13.1.1/1.
Met toepassing van artikel 23, lid 1, e) en h), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) kunnen de personeelsleden die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen, vermeld in artikel 13.1.1, § 1 en de toezichthouders, vermeld in artikel 13.1.2, § 2, eerste lid, artikel 13.1.3, eerste lid, artikel 13.1.4, § 1, eerste lid, artikel 13.1.5, § 1, eerste lid, artikel 13.1.6, eerste lid en artikel 13.1.7, eerste lid, beslissen de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet toe te passen bij de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van een onderzoek dat betrekking heeft op een welbepaalde natuurlijke persoon, als voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in het tweede tot en met het tiende lid.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt alleen gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle, een onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden die daarmee verband houden, in het kader van de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen, vermeld in artikel 13.1.1, § 1 en de toezichthouders, vermeld in artikel 13.1.2, § 2, eerste lid, artikel 13.1.3, eerste lid, artikel 13.1.4, § 1, eerste lid, artikel 13.1.5, § 1, eerste lid, artikel 13.1.6, eerste lid en artikel 13.1.7, eerst lid, op voorwaarde dat het voor het goede verloop van het onderzoek noodzakelijk is of kan zijn dat de verplichtingen en de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, niet worden toegepast.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden mag in voorkomend geval niet meer bedragen dan een jaar vanaf de ontvangst van een verzoek tot uitoefening van een van de rechten, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening.
De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan nodig is voor de doeleinden waarvoor ze worden verwerkt.
De afwijkingsmogelijkheid, vermeld in het eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die de weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid, rechtvaardigt.
Als de betrokkene in het geval, vermeld in het eerste lid, tijdens de periode, vermeld in het tweede lid, een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, bevestigt de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de ontvangst daarvan.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming brengt de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk en in elk geval binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van elke weigering of beperking van de rechten, vermeld in het eerste lid. De verdere informatie over de nadere redenen voor die weigering of die beperking hoeft niet te worden verstrekt als dat de decretale en reglementaire opdrachten van de personeelsleden die bevoegd zijn om toezicht uit te oefenen, vermeld in artikel 13.1.1, § 1 en de toezichthouders, vermeld in artikel 13.1.2, § 2, eerste lid, artikel 13.1.3, eerste lid, artikel 13.1.4, § 1, eerste lid, artikel 13.1.5, § 1, eerste lid, artikel 13.1.6, eerste lid en artikel 13.1.7, eerste lid, zou ondermijnen, met behoud van de toepassing van het achtste lid. Als het nodig is, kan de voormelde termijn met twee maanden worden verlengd, rekening houdend met het aantal aanvragen en de complexiteit ervan. De verwerkingsverantwoordelijke brengt de betrokkene binnen een maand vanaf de dag die volgt op de dag waarop hij het verzoek heeft ontvangen, op de hoogte van die verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens conform artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen.
De bevoegde functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke of juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd. Die informatie houdt hij ter beschikking van de voormelde Vlaamse toezichtcommissie.
Nadat het onderzoek afgesloten is, worden de rechten, vermeld in artikel 13 tot en met 22 van de voormelde verordening, in voorkomend geval, conform artikel 12 van de voormelde verordening opnieuw toegepast.
Als een dossier dat persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid, bevat, naar het Openbaar Ministerie is gestuurd en kan leiden tot activiteiten onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, en er onduidelijkheid is over het geheim van het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie of een onderzoeksrechter, mag de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming op verzoek van de betrokkene overeenkomstig artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening pas antwoorden nadat het Openbaar Ministerie of, in voorkomend geval, de onderzoeksrechter heeft bevestigd dat een antwoord het onderzoek niet in het gedrang brengt of kan brengen.

Afdeling II.
Toezicht door de VREG


Art. 13.1.2.

§ 1 [

De VREG kan aan een marktpartij [of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren], warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier, of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4.
]

§ 2

[De personeelsleden van de VREG zijn bevoegd] om toezicht uit te oefenen op de naleving van [titels IV, IV/1, V, VI] en [hoofdstuk II] tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal.
Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij [of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren][, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier] ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot [gebouwen] hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner [of een daartoe gemachtigd persoon] gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de [politierechter].

§ 3

De marktpartij [of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren][, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier] aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken op grond van § 1, of toegang te verlenen aan de personeelsleden van de VREG op grond van § 2, is verplicht om binnen de door de VREG gestelde termijn alle medewerking te verlenen.
Gegevens of inlichtingen die in het kader van § 1 en § 2 worden verkregen, gebruikt de VREG alleen voor de uitoefening van haar taken en bevoegdheden, vermeld in de artikelen 3.1.3 en 3.1.4.

Afdeling III.
Toezicht door het VEKA


Art. 13.1.3.
De personeelsleden van [het VEKA] zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de voorwaarden en de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2 en titel VIII van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes.
De personeelsleden van [het VEKA] kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde personeelsleden bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen.

Art. 13.1.4.

§ 1

De [personeelsleden] van [het VEKA] zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het naleven van de EPB-eisen uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk I van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling.
Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde [personeelsleden] toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. [Tot de bewoonde gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner [of een daartoe gemachtigd persoon] gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter. In dat geval hebben de genoemde personeelsleden alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en eenentwintig uur 's avonds.
]

§ 2

Op eenvoudig verzoek krijgen de [personeelsleden], vermeld in § 1, van de overheid die de [omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen] heeft verleend of de melding heeft geregistreerd, [kosteloos toegang tot of een kopie van al] de documenten en de elektronische gegevens die worden bijgehouden van de vergunde, gemelde, geschorste en vernietigde [gestarte en voltooide] werken, handelingen en wijzigingen.
[De documenten, vermeld in het eerste lid, zijn minstens de documenten die betrekking hebben op de ingediende vergunningsaanvraag of melding, de verleende vergunningen, de vergunningsplannen, het statistische formulier, en de melding van de start van de werken.]

Art. 13.1.5.

[§ 1]

De [personeelsleden] van [het VEKA] zijn bevoegd om de nodige controles met betrekking tot het energieprestatiecertificaat uit te voeren en om overtredingen van de bepalingen van hoofdstuk II van titel XI en de uitvoeringsbesluiten ervan op te sporen en vast te stellen door een verslag van vaststelling.
Om alle nodige opsporingen en vaststellingen te verrichten, hebben de vermelde [personeelsleden] toegang tot de bouwplaats en de gebouwen. [Tot de bewoonde gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner [of een daartoe gemachtigd persoon] gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter. In dat geval hebben de genoemde personeelsleden alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en eenentwintig uur 's avonds.
]

[§ 2

Op eenvoudig verzoek krijgen de [personeelsleden], vermeld in paragraaf 1, van de gemeente, het kadaster en de bewaarder der hypotheken, elk voor hun ambtsgebied, kosteloos toegang tot [of een kopie van al] de documenten betreffende de eigendom en het gebruik van gebouwen, die krachtens artikel 11.2.1, § 1, over een energieprestatiecertificaat dienen te beschikken.
]

Afdeling IV.
Toezicht in het kader van de heffingen vermeld in titel XIV


Art. 13.1.6.
De Vlaamse Regering wijst de [personeelsleden] aan die belast zijn met de controle en het onderzoek in verband met de toepassing van de heffing, bedoeld in titel XIV. Die [personeelsleden] zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtigen en bij derden inlichtingen te nemen, gegevens op te zoeken en te verzamelen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde gegevens beschikt, is verplicht die inlichtingen te verstrekken op eenvoudig verzoek van de [personeelsleden].
De [personeelsleden] zijn van rechtswege gemachtigd om bij de heffingsplichtige en bij derden alle boeken, stukken of registers op te vragen en in te kijken die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige. De heffingsplichtige of elke derde die over de gevraagde boeken, stukken of registers beschikt, is verplicht die voor te leggen op ieder verzoek van de [personeelsleden]. De [personeelsleden] kunnen de boeken, stukken of registers ter plaatse inkijken of meenemen tegen afgifte van een ontvangstbewijs.
De [personeelsleden] hebben toegang, na voorlegging van hun legitimatiebewijs en met een voorafgaande rechterlijke machtiging van de politierechtbank, tot de bedrijfslokalen van de heffingsplichtige om vaststellingen te kunnen doen die kunnen leiden tot de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige.
Alle inlichtingen, stukken, processen-verbaal, of akten die de [personeelsleden] in de uitoefening van hun functie ontdekken of krijgen, rechtstreeks of door tussenkomst van een bestuursdienst van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies van de hoven en de rechtbanken, de administraties van de gemeenschappen en gewesten, de provincies en de gemeenten en de organen en de instellingen van openbaar nut, kunnen door het Vlaamse Gewest worden aangewend om de juiste heffing ten laste van de heffingsplichtige vast te stellen.

Afdeling V.
Vaststelling door personeelsleden van de netbeheerders en de werkmaatschappij


Art. 13.1.7.
De Vlaamse Regering wijst binnen de grenzen en onder de voorwaarden die ze bepaalt, de personeelsleden van de netbeheerders of de [werkmaatschappij] aan om energiefraude te detecteren en vast te stellen door middel van zintuiglijke waarneming of door gebruik te maken van meetgegevens in een verslag van vaststelling.
De Vlaamse Regering kan nadere regels vastleggen met betrekking tot de vorm en de inhoud van het verslag van vaststelling en de voorwaarden waaronder dit ter kennis wordt gebracht aan de betrokkene. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder een betrokkene bezwaar kan maken tegen de in het verslag vermelde feiten.
Wanneer het verslag van vaststelling betrekking heeft op een van de feiten, vermeld in artikel 13.4.11, 1° tot en met 4°, dan maakt de netbeheerder dit definitieve verslag over aan [het VEKA].
Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot bewoonde gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen:
ze hebben de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de bewoner [of een daartoe gemachtigd persoon] gekregen;
ze werden ertoe voorafgaandelijk en schriftelijk gemachtigd door de politierechter. In dat geval hebben de genoemde personeelsleden alleen toegang tussen vijf uur 's morgens en eenentwintig uur 's avonds.
Indien de bewoner niettegenstaande een verleende toestemming of machtiging als vermeld in het vierde lid, de toegang verhindert, dan wordt de toekenning van subsidie of andere steun in het kader van dit decreet stopgezet of teruggevorderd.

Hoofdstuk II.
Strafrechtelijke sancties


Art. 13.2.1.
Worden gestraft met een geldboete van een tot vijfhonderd euro en/of een gevangenisstraf van één maand tot één jaar:
zij die krachtens dit decreet verrichte verificaties of onderzoeken van de VREG of van de Vlaamse Regering hinderen, weigeren de informatie te verstrekken die zij gehouden zijn mede te delen krachtens dit decreet, of bewust verkeerde of onvolledige informatie verstrekken;
zij die elektriciteit of aardgas leveren aan afnemers die aangesloten zijn op een distributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit, zonder over een leveringsvergunning te beschikken;
[...].

Art. 13.2.2.
Elke overtreding van het beroepsgeheim, zoals vermeld in de [artikelen] 3.1.12[, 4.1.11 en 4.6.7], wordt gestraft met de straffen die bepaald zijn in artikel 458 van het Strafwetboek.

Hoofdstuk III.
Administratieve sancties opgelegd door de VREG


Afdeling I.
Algemene procedure


Art. 13.3.1.

§ 1

Tenzij dit decreet in een specifieke procedure voorziet, kan de VREG elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen van [titel IV, IV/1, V, VI], hoofdstuk I tot en met IV van titel VII en artikel 13.1.2, van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de [technische reglementen en het technisch reglement warmte- of koudenetten].

§ 2

De VREG kan de persoon die in gebreke werd gesteld overeenkomstig § 1 en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, [een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2, 13.3.3, 13.3.4 of 13.3.6], opleggen. De VREG zorgt ervoor dat er in deze gevallen geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de administratieve boete ten grondslag ligt en de administratieve boete die op grond van die feiten wordt opgelegd.
De VREG legt de persoon die in gebreke werd gesteld wegens niet-naleving van de artikelen 7.1.10, 7.1.11 of 7.2.3, en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, de administratieve boete op, voorzien in artikel 13.3.5.

§ 3

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn, de hoogte van de administratieve boete en in voorkomend geval de berekening ervan, en de beroepsmogelijkheid.

§ 4 [

Binnen een vervaltermijn van zestig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing, kan de beslissing van de VREG tot oplegging van een administratieve geldboete worden aangevochten bij de Raad van State.
]

§ 5

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in § 3, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.
De VREG kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 6

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in § 5 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.
Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 7

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 8

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij de artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling II.
Algemene administratieve boete


Art. 13.3.2.
Tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, kan de VREG een administratieve geldboete opleggen die per kalenderdag niet minder dan 250 euro mag bedragen, noch meer dan 250.000 euro mag bedragen, noch in totaal hoger zijn dan [5.000.000 euro] of 3 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dit laatste bedrag lager is.

Afdeling III.
Administratieve geldboete bij niet-naleving van de sociale openbaredienstverplichtingen of de verplichtingen aangaande de minimale eisen inzake renovatie bij niet-residentiële gebouwen


Art. 13.3.3.
De VREG legt de netbeheerder of de warmte- of koudenetbeheerder voor een overtreding van de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op basis van artikel 4.1.22, 2° tot en met 4°, en artikel 4/1.1.6, een administratieve geldboete op die niet minder bedraagt dan 1000 euro en niet meer dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het afgelopen jaar.

Art. 13.3.4.
De VREG legt de netbeheerder of de warmte- of koudenetbeheerder bij het niet-naleven van de termijnen voor de heraansluiting van de elektriciteits- of aardgastoevoer, voor de toevoer van thermische energie en voor de herinschakeling van de stroombegrenzer in de budgetmeter een administratieve geldboete op van 1000 euro per kalenderdag die de termijn, vermeld in artikel 6.1.2, § 3, of artikel 6.2.2, § 3, overschrijdt, tenzij de netbeheerder of de koude- of warmtenetbeheerder kan aantonen dat de oorzaak van de overschrijding van de termijn niet aan hem te wijten is.

Art. 13.3.4/1.
De VREG legt de leverancier of de warmte- of koudeleverancier voor een overtreding van de openbaredienstverplichtingen, opgelegd op basis van artikel 4.3.2, 4°, of artikel 4/1.3.2, 4°, een administratieve geldboete op die niet minder bedraagt dan 1000 euro en niet meer dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het afgelopen jaar.

Afdeling IV.
Procedure en administratieve geldboete bij niet-naleving van de bepalingen inzake groenestroomcertificaten, warmtekrachtcertificaten en groenewarmtecertificaten


Art. 13.3.5.

§ 1

De VREG legt aan een certificaatplichtige de volgende administratieve boete op:
[een boete van:
a)
125 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige tot en met 31 maart 2012 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10;
b)
118 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige op 31 maart 2013 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10;
c)
100 euro per groenestroomcertificaat dat de certificaatplichtige na 31 maart 2013 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.10;]
[een boete van:
a)
41 euro per warmtekrachtcertificaat dat de certificaatplichtige tot en met 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11;
b)
38 euro per warmtekrachtcertificaat dat de certificaatplichtige na 31 maart 2015 te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.1.11;
]
een boete van 125 euro per groenewarmtecertificaat dat de certificaatplichtige te weinig heeft ingediend bij de VREG in het kader van de certificatenverplichting, vermeld in artikel 7.2.3.

[§ 1/1

[...]
]

§ 2

De betrokkene kan, indien hij het oneens is met de berekening van de administratieve boete, op straffe van verval binnen de dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in artikel 13.3.1, § 3, de VREG per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen of rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Dit bezwaar schorst de termijn bedoeld in artikel 13.3.1, § 4, tot de beslissing van de VREG over het bezwaar, bedoeld in het volgend lid.
De VREG kan haar beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als blijkt dat er materiële vergissingen of rekenfouten gemaakt zouden zijn. Zoniet wijst zij het bezwaar van betrokkene af.

Afdeling V.
Administratieve geldboete bij misbruik van gegevens uit meters


Art. 13.3.6.
De VREG legt aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens die de netbeheerder verzamelt conform artikel 4.1.8/2, aanwendt op een wijze die niet in overeenstemming is met de bepalingen van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een administratieve geldboete op die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger mag zijn dan 20 miljoen euro of voor een onderneming 4 % van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar, als dat cijfer hoger is.

Hoofdstuk IV.
Administratieve sancties opgelegd door het VEKA


Afdeling I.
Administratieve sancties wegens overtreding van de maatregelen en verplichtingen inzake de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling en het rationeel energiegebruik


Art. 13.4.1.

§ 1

[Het VEKA] kan de netbeheerders verplichten tot naleving van artikel 7.5.1 van dit decreet of de uitvoeringsbesluiten van dit decreet binnen de door [het VEKA] bepaalde termijn. Als een netbeheerder bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen.
Die administratieve geldboete mag per kalenderdag niet lager zijn dan 1000 euro en niet hoger zijn dan 100.000 euro, en in totaal niet hoger zijn dan 2 miljoen euro of 1 % van de omzet die de betrokken netbeheerder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 2

[Het VEKA] kan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 10 cent per kilowattuur te weinig bespaarde primaire energie ten opzichte van de opgelegde hoeveelheid primaire energiebesparing per categorie van afnemers.

§ 3

Bij niet-naleving van het REG-actieplan kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 1000 euro en niet hoger dan 100.000 euro per inbreuk.

§ 4

Bij niet-naleving van een actieverplichting kan [het VEKA] aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 5

Bij niet-naleving van een middelenverplichting of financieringsverbintenis kan [het VEKA] aan de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting of financieringsverbintenis dat niet werd nageleefd.

§ 6

Als een ontwerp-REG-actieplan niet voldoet aan de voorwaarden voor vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd, kan [het VEKA] de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende voorwaarden na te leven.
Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete op van 1000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.

§ 7

Als een ontwerp-REG-rapport niet de door de Vlaamse Regering vastgelegde gegevens bevat, kan [het VEKA] de netbeheerder aanmanen om binnen een gestelde termijn de betreffende gegevens aan te leveren.
Als de netbeheerder bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete op van 1000 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.

§ 8

Als een ontwerp-REG-actieplan, een definitieve lijst van acties, de reserveacties, de aanvraag-formulieren of het ontwerp-REG-rapport niet tijdig worden ingediend, kan [het VEKA] de netbeheerder een administratieve geldboete opleggen van 1000 euro per kalenderdag dat de opgelegde termijnen worden overschreden.

Art. 13.4.2.

§ 1

Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 12.2.1 [en artikel 12.2.3] opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, worden door [het VEKA] bestraft met een administratieve geldboete die niet lager is dan 50 euro, en niet hoger dan 20.000 euro.

§ 2

Overtredingen van de door de Vlaamse Regering in toepassing van [artikel 12.2.1 en artikel 12.2.3], opgelegde rapporteringstermijn worden door [het VEKA] bestraft met een administratieve geldboete van 250 euro per kalenderdag.

Art. 13.4.2/1.

§ 1

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 1.1.3, 113°/2 van dit decreet informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte bepaling van de startdatum in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

§ 2

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 7.1.1.[, artikel 7.1.2, 7.1.3 en 7.1/1.1] informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte toepassing van deze bepalingen van dit decreet in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de procutie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

§ 3

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen informatie heeft overgemaakt die door [het VEKA] werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten, niet consistent of niet in overeenstemming met de realiteit is, en die een correcte berekening van een projectspecifieke bandingfactor zoals bedoeld in artikel 7.1.4/1., § 1, tweede lid, in de weg staat, dan kan [het VEKA] die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler.
Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan [het VEKA] werden verstrekt door [het VEKA] reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend.

Art. 13.4.3.

§ 1

Bij niet-naleving van een actieverplichting, vastgelegd in artikel 7.6.1, kan [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

§ 2

Bij niet-naleving van een middelenverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.1, legt [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete op die het drievoudige bedraagt van het deel van de middelenverplichting dat niet werd nageleefd.

§ 3

Bij niet-naleving van een informatie- en sensibiliseringsverplichting, vastgelegd ter uitvoering van artikel 7.6.2, kan [het VEKA] aan de brandstofleverancier een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 1000 euro en niet hoger dan 1 % van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar.

Art. 13.4.4.

§ 1

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid.

§ 2

De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, [artikel 13.4.2/1] en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing.
De in het eerste lid vermelde verzoeken worden binnen vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van de in § 1, vermelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren.
De beslissing van de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren wordt binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van het in het eerste lid vermelde verzoek, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift. Met een met redenen omklede aangetekende brief, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met dertig kalenderdagen.
Als de beslissing niet binnen de gestelde termijn is verzonden, wordt het verzoek geacht te zijn ingewilligd.

§ 3

Als de betrokkene het oneens is met de berekening van de administratieve geldboete die opgelegd is volgens artikel 13.4.1, § 2, artikel 13.4.2, § 2, en artikel 13.4.3, § 2, kan hij binnen tien kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in § 1, de ambtenaren die daartoe aangewezen zijn door de Vlaamse Regering per aangetekende brief op de hoogte brengen van de materiële vergissingen en rekenfouten die bij de berekening gemaakt zouden zijn. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.

§ 4

[...]

§ 5

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing.
De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, kunnen uitstel van betaling verlenen voor een door hen bepaalde termijn.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 7

Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.
Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.

§ 8

Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.

§ 9

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.

Afdeling II.
Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving


Art. 13.4.5.

§ 1

[Als een startverklaring [of een voorafberekening] niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.
]

§ 2

Als een architect niet voldoet aan de ver-plichtingen van [artikel 11.1.6/1, § 3], maant [het VEKA] de architect aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de architect bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de architect een adminis-tratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.

§ 3

Als een startverklaring [of een voorafberekening] laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant [het VEKA] de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro.

§ 4

Als een EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden inzake vorm en inhoud die door de Vlaamse Regering werden vastgelegd met toepassing van artikel 11.1.13, maant [het VEKA] de verslaggever aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 250 euro, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume [of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume]. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting moet worden nageleefd.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 25 euro per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreven.

§ 5

Als een EPB-aangifte laattijdig of helemaal niet wordt ingediend, maant [het VEKA] de aangifteplichtige aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
[Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op. Die administratieve geldboete bedraagt 1000 euro voor elke EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend, vermeerderd met 1 euro per kubieke meter nieuw gecreëerd beschermd volume of bij renovatie of functiewijziging nieuw gecreëerd beschermd volume. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd. De maximale boete bedraagt 10.000 euro per EPB-aangifte die niet of te laat is ingediend.]
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de aangifteplichtige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt [10 euro] per kalenderdag dat de in het tweede lid vermelde termijn wordt overschreden.
Als de aangifteplichtige bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft en uit een controle blijkt dat de EPB-eisen niet werden gerespecteerd, legt [het VEKA], naast de administratieve geldboete, vermeld in het tweede lid, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op die het dubbele bedraagt van de administratieve geldboete die berekend is volgens de bepalingen van artikel 13.4.6. Voor de bepaling van die administratieve geldboete worden daarbij de waarden die vastgesteld zijn in de EPB-aangifte, vervangen door de waarden vastgesteld bij controle.

[§ 6

Als [Het VEKA] vaststelt dat een natuurlijke persoon of rechtspersoon in strijd met de voorwaarden, vermeld in artikel 1.1.3, 127°, toch optreedt als verslaggever, maant [het VEKA] die persoon aan om binnen een gestelde termijn die activiteiten te staken en om de dossiers waarin hij actief is over te dragen aan een verslaggever, als vermeld in artikel 1.1.3, 127°. [Het VEKA] ontzegt die persoon tevens alle toegang tot de energieprestatiedatabank.
Als deze persoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid in gebreke blijft, legt het Vlaams Energieagentschap hem een boete op van 500 euro per ingediende EPB-aangifte.
]

Art. 13.4.6.

[§ 1]

Als uit de EPB-aangifte blijkt dat de EPB-eisen [vermeld in artikel 11.1.1, § 1,] niet werden gerespecteerd, legt [het VEKA], tot vijf jaar na de indiening van de EPB-aangifte, de aangifteplichtige een administratieve geldboete op van:
60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in 1.1.1 en 1.1.2 van de bijlage bij dit decreet;
24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in 1.2 van de bijlage bij dit decreet;
48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in 1.3 van de bijlage bij dit decreet;
4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 1.4 van de bijlage bij dit decreet.
[86 eurocent per afwijking van 1 kWh/jaar op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, zoals bepaald in punt 1.5 van de bijlage, die bij dit decreet is gevoegd;]
[1 euro per afwijking van 1 %.m2 op het installatierendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.1 van de bijlage bij dit decreet;]
[22 euro per afwijking van 1 m2 op de SPF van de elektrische warmtepomp, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.2 van de bijlage bij dit decreet;]
[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor directe elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.3 van de bijlage bij dit decreet;]
[75 eurocent per afwijking van 1 W op het maximaal toegestaan vermogen voor elektrische warmwaterproduc-tietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.4 van de bijlage bij dit decreet;]
10°
[30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.5 van de bijlage bij dit decreet;]
11°
[14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswatersystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.6 van de bijlage bij dit decreet;]
12°
[30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.7 van de bijlage bij dit decreet;]
13°
[1,75 euro per afwijking van 1 W op het maximaal equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.8 van de bijlage bij dit decreet;]
14°
[2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in punt 1.7.9 van de bijlage bij dit decreet;]
15°
[1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 1.8 van de bijlage bij dit decreet.]
[Het VEKA] vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.
[De maximale boete bedraagt 25 euro per m3 nieuw gecreëerd beschermd volume en 10 euro per m3 [beschermd volume dat gerenoveerd wordt of een functiewijziging ondergaat].]

[§ 2

In afwijking van § 1 zal [het VEKA] indien uit de EPB-aangifte blijkt dat zowel aan de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 1, als de EPB-eisen, vermeld in § 1/1, niet is voldaan, de sancties, vermeld in § 1, eerste lid, 1°, wat betreft het K-peil, [en § 1, eerste lid, 2° en 15°], enkel opleggen wanneer de gemeente niet binnen één jaar na het indienen van de EPB-aangifte is overgegaan tot het sanctioneren van de aangifteplichtige op grond van artikel 13.6.1, § 1. Deze sanctie wordt door [het VEKA] vermeerderd met de sanctie, vermeld in artikel 13.6.1, § 1, eerste lid. De maximale boete bedraagt 25 euro per m3 nieuw gecreëerd beschermd volume.
]

Art. 13.4.7.

§ 1

[Als bij controle blijkt dat de EPB-aangifte niet met de werkelijkheid overeenstemt, legt [het VEKA] tot vijf jaar na het indienen van de EPB-aangifte de verslaggever een administratieve geldboete op van:
60 euro per afwijking van 1 W/K op het vlak van de thermische isolatie van de constructie-elementen en het K-peil, zoals bepaald in punt 2.1.1 en 2.1.2 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
24 eurocent per afwijking van 1 MJ/jaar op het vlak van de globale energetische prestatie, zoals bepaald in punt 2.2 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
48 eurocent per 1000 Kh en per m3 afwijking op het vlak van het risico op oververhitting, zoals bepaald in punt 2.3 van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
4 euro per afwijking van 1 m3/h op het vlak van de ventilatievoorzieningen, zoals bepaald in 2.4 van de bijlage bij dit decreet;
86 eurocent per afwijking van 1 kWh/jaar op het vlak van de netto-energiebehoefte voor verwarming, zoals bepaald in [punt 2.6] van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
10 euro per m2 niet-gerapporteerd schildeel, met een maximum van 500 euro per niet gerapporteerd schildeel;
10 euro per m2 verschil tussen de in de EPB-aangifte opgegeven brutovloeroppervlakte en de bij de controle vastgestelde brutovloeroppervlakte, met een maximum van 500 euro, zoals bepaald in [punt 2.5] van de bijlage die bij dit decreet is gevoegd;
[1 euro per afwijking van 1 %.m2 op het installatierendement van ketels op gasvormige en vloeibare brandstof, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.1] van de bijlage bij dit decreet;]
[22 euro per afwijking van 1 m2 op de SPF van de elektrische warmtepomp, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.2] van de bijlage bij dit decreet;]
10°
[1,75 euro per afwijking van 1 W op het [...] vermogen voor direct elektrische verwarming, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.3] van de bijlage bij dit decreet;]
11°
[75 eurocent per afwijking van 1 W op het [...] vermogen voor elektrische warmwaterproductietoestellen, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.4] van de bijlage bij dit decreet ]
12°
[30 euro per afwijking van 1 m2.K/W op de isolatie van circulatieleidingen, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.5] van de bijlage bij dit decreet;]
13°
[14 euro per afwijking van 1 m2 op het systeemrendement van ijswatersystemen, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.6] van de bijlage bij dit decreet;]
14°
[30 eurocent per afwijking van 1 %.m2 op het warmteterugwinrendement van centrale ventilatiesystemen, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.7] van de bijlage bij dit decreet;]
15°
[1,75 euro per afwijking van 1 W op het [...] equivalente specifiek geïnstalleerd vermogen van verlichtingssystemen, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.8] van de bijlage bij dit decreet;]
16°
[2,5 euro per afwijking van 1 m2 op de eis betreffende de energieverbruiksmeters, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.7.9] van de bijlage bij dit decreet;]
17°
[10 euro per m2 verschil tussen de in de EPB-aangifte opgegeven oppervlakte van de ruimten waarin de systeemeisen gelden en de bij controle vastgestelde waarde van de oppervlakte, met een maximum van 500 euro per systeemeis waarvoor de oppervlakte niet waarheidsgetrouw gerapporteerd is, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.8] van de bijlage bij dit decreet;]
18°
[50 euro per afwijking van 1 m op de lengte van de circulatieleiding, met een maximum van 500 euro, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.9] van de bijlage bij dit decreet;]
19°
[10 euro per afwijking van 1 m2 voor elke niet gerapporteerde systeemeis, met een maximum van 1.000 euro per systeemeis, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.10] van de bijlage bij dit decreet;]
20°
[50 euro per afwijking van 1 m voor het niet rapporteren van de circulatieleiding, met een maximum van 1.000 euro, bepaald op de wijze, vermeld in [punt 2.11] van de bijlage bij dit decreet;]
21°
[1,5 euro per afwijking van 1 kWh op vlak van het S-peil, bepaald conform punt 2.12 van de bijlage bij dit decreet;]
22°
[150 euro per niet-gerapporteerde ruimte waarvoor ventilatie-eisen gelden.]
[Een in de EPB-aangifte vergeten schildeel kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 5° en 21°.]
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de thermische isolatie van de constructie-elementen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, op grond van afwijkingen op het vlak van het K-peil, of krachtens het eerste lid, 2°, 3°, 5° en 21°.]
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de ventilatievoorzieningen kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 1°, 2°, 3° en 5°.]
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het K-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2°, 3° en 5°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven brutovloeroppervlakte kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 5°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot de netto-energiebehoefte voor verwarming kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°.
Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het E-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 3°.
[Een in de EPB-aangifte foutief opgegeven waarde met betrekking tot het S-peil kan geen aanleiding geven tot verdere beboeting krachtens het eerste lid, 2° en 3°.]
[De maximale boete bedraagt 10 euro per m3 beschermd volume dat nieuw gebouwd wordt, gerenoveerd wordt of een functiewijziging ondergaat en bedraagt niet meer dan 20.000 euro.]
[Het VEKA] vestigt de administratieve geldboete pas als de totale administratieve geldboete die opgelegd wordt op basis van dit artikel, ten minste 250 euro bedraagt.]

§ 2

Voor EPB-aangiften met betrekking tot gebouwen waarvan de startverklaring in 2006 werd ingediend, bedraagt de administratieve geldboete slechts de helft van het bedrag dat op basis van § 1, eerste lid, is verschuldigd, met een minimum van 250 euro.

[§ 3

De verslaggever dient binnen zestig kalenderdagen na de vestiging van de administratieve geldboete bij [het VEKA] een EPB-aangifte in die in overeenstemming is met de controlevaststellingen.
De verslaggever brengt de aangifteplichtige daarvan onmiddellijk op de hoogte en bezorgt hem de nieuw ingediende EPB-aangifte. De kosten voor de herindiening van de EPB-aangifte vallen volledig ten laste van de verslaggever.
[...]
]

[§ 4 [

Als [het VEKA] vaststelt dat de EPB-aangifte niet in overeenstemming is met de as-builtsituatie op de datum van de indiening van de EPB-aangifte of met de gemaakte controlevaststellingen, verplicht [het VEKA] de verslaggever om binnen de 60 kalenderdagen een nieuwe EPB-aangifte in te dienen die in overeenstemming is met zijn controlevaststellingen.
Als [het VEKA] vaststelt dat de indeling van het bouwproject in EPB-eenheden in de EPB-aangifte niet correct is gebeurd, verplicht [het VEKA] de verslaggever om binnen 60 kalenderdagen een nieuwe EPB-aangifte in te dienen volgens de correcte indeling in EPB-eenheden.
De verslaggever brengt de aangifteplichtige daarvan onmiddellijk op de hoogte en bezorgt hem de nieuw ingediende EPB-aangifte. De kosten voor het herindienen van de EPB-aangifte zijn volledig ten laste van de verslaggever.
]]

[§ 5

Als een overtreding van de verplichting, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, of in paragraaf 4, eerste en tweede lid, wordt vastgesteld, maant [het VEKA] de verslaggever aan om binnen een vastgestelde termijn de verplichting na te leven. Als de verslaggever bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt [het VEKA] een administratieve geldboete van 500 euro op. [Het VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarin de betreffende verplichting moet worden nageleefd.
Als de verslaggever bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het [eerste lid, in fine], in gebreke blijft, legt [het VEKA] de verslaggever een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het eerste lid, wordt overschreden.
]

Art. 13.4.7/1.

§ 1

[Onverminderd artikel 13.4.7 kan [het VEKA] verslaggevers die herhaaldelijk fouten maken, verplichten om binnen een door het agentschap vastgestelde termijn te slagen voor een door of namens het agentschap georganiseerd examen. Verslaggevers die binnen deze termijn niet slagen voor dit examen, worden in hun activiteiten geschorst totdat zij alsnog slagen voor het examen.
[Het VEKA] kan tevens verslaggevers die blijk geven van kennelijke onbekwaamheid, die de erkenningsvoorwaarden niet naleven of die activiteiten uitvoeren die in strijd zijn met de bepalingen van artikel 11.1.6/1, § 1, tweede lid, schorsen in hun activiteiten, vermeld in dit decreet, voor een termijn die [het VEKA] zelf bepaalt, of de erkenning als verslaggever definitief intrekken. [De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij vooraleer de schorsing van een verslaggever wordt opgeheven, hij dient te slagen voor een door of namens [het VEKA] georganiseerd examen.]
Wanneer de verslaggever een rechtspersoon is, kan [het VEKA] de sanctie, vermeld in het eerste en tweede lid, opleggen aan één of meer van de natuurlijke personen, vermeld in artikel 1.1.3, 127°.
De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden koppelen aan de opheffing van een schorsing.]

§ 2

Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na de betekening van de beslissing van [het VEKA], kan de betrokken verslaggever bij wege van aangetekend schrijven met ontvangstbewijs beroep aantekenen bij de minister. De verslaggever kan vragen om gehoord te worden.
De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing binnen een termijn van dertig kalenderdagen, die ingaat op de dag waarop het beroep is ontvangen.
Als de minister of zijn gemachtigde zijn beslissing niet heeft betekend binnen de in het vorige lid bepaalde termijn, wordt ervan uitgegaan dat het beroep werd ingewilligd.]

Art. 13.4.8.

§ 1

Het bedrag van de verschuldigde administratieve geldboete wordt aan de betrokkene meegedeeld per aangetekende [zending], met vermelding van de redenen waarom de boete wordt opgelegd en met verwijzing naar de artikelen die van toepassing zijn. In voorkomend geval wordt de berekening bijgevoegd.
Indien de betrokkene het oneens is met de sanctie kan hij, binnen dertig kalenderdagen na de kennisgeving, vermeld in het eerste lid, [het VEKA] van zijn tegenargumenten op de hoogte brengen per aangetekende [zending]. Na het verstrijken van die termijn is de beslissing definitief.
[Het VEKA] kan zijn beslissing herroepen of het bedrag van de administratieve geldboete aanpassen als die tegenargumenten gegrond blijken te zijn. In dat geval vindt binnen de dertig kalenderdagen na het ontvangen van de tegenargumenten van de betrokkene een nieuwe kennisgeving plaats.

§ 2

Na de kennisgeving, vermeld in § 1, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden.
[Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een termijn die het zelf bepaalt.

§ 3

Indien de betrokkene in gebreke blijft bij het betalen van de administratieve geldboete, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen.
Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of per aangetekende [zending]. Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 4

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling III.
Administratieve sanctie wegens overtreding of niet-naleving van de energieprestatieregelgeving bij bestaande gebouwen


Art. 13.4.9.

§ 1

Als de aangifteplichtige bij de uitvoering van de werken, handelingen of wijzigingen de EPB-eisen, vermeld in artikel 11.1.1, § 2, niet naleeft, kan [het VEKA] een administratieve geldboete opleggen die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5000 euro, afhankelijk van het type gebouw, de bruikbare vloeroppervlakte of het beschermd volume.

§ 2

[...]
De procedure omschreven in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.

Art. 13.4.9/1.

§ 1

Als het [VEKA] vaststelt dat in strijd met artikel 11.2/2.1 de door de Vlaamse Regering vastgestelde minimale eisen inzake renovatie bij niet-residentiële gebouwen niet werden gerespecteerd, dan kan het [VEKA] aan de natuurlijke persoon of de rechtspersoon op wie de verplichting rust een administratieve geldboete opleggen van 500 euro tot en met 200.000 euro.
Het [VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd.
Als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, kan het [VEKA] hem of haar een nieuwe administratieve geldboete opleggen, als bedoeld in het eerste lid. Het [VEKA] legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 11.2/2.1 vastgestelde verplichting is voldaan.

§ 2

De procedure, vermeld in artikel 13.4.8, is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling IV.
Administratieve sancties wegens overtreding of niet-naleving van de verplichtingen betreffende energieprestatiecertificaten


Art. 13.4.10.

§ 1

Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan [het VEKA] de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan [250 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].
[[Het VEKA] verplicht de energiedeskundige om binnen de dertig kalenderdagen een nieuw energieprestatiecertificaat op te maken dat in overeenstemming is met de controlevaststellingen, en om dat nieuwe energieprestatiecertificaat te overhandigen aan de eigenaar of gebruiker van het gebouw. [Indien het gebouw wordt verhuurd, dan bezorgt de eigenaar tevens een kopie van het nieuwe energieprestatiecertifcaat aan de huurder.] De kosten voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat vallen volledig ten laste van de energiedeskundige.
Als een overtreding van het tweede lid wordt vastgesteld, maant [het VEKA] de energiedeskundige aan om binnen een vastgestelde termijn de verplichtingen na te leven. Als de energiedeskundige bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt [het VEKA] [de energiedeskundige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de vastgelegde termijn wordt overschreden].]

[§ 1/1

Als [het VEKA] vaststelt dat een geschorste energiedeskundige in strijd met de schorsingsvoorwaarden toch actief optreedt als energiedeskundige, legt [het VEKA] hem een boete op van 500 euro per ingediend energieprestatiecertificaat.]

§ 2

Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt [het VEKA] hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan [500 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].

§ 3

Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt [het VEKA] hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan [500 euro], en niet hoger dan 5000 euro [...].
Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2.

[§ 3/1

Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal [of het label], het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal [of label], het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan [het VEKA] de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan [250 euro], noch hoger dan 5.000 euro [...].
In afwijking van het eerste lid legt [het VEKA] de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de [opdrachthouder,] lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze [opdrachthouder,] lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw.
Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3.]

[§ 3/2

Indien blijkt dat de instrumenterende ambtenaar of een derde de hem op grond van artikel 11.2.2, § 3, opgelegde verplichtingen niet heeft nageleefd, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren opgeroepen, dan kan [het VEKA] hem een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 250 euro en niet hoger dan 5000 euro.
]

§ 4

[...]
De procedure in artikel 13.4.8 is van overeenkomstige toepassing.

Afdeling V.
Procedure en administratieve geldboete bij niet-naleving van verplichtingen in het kader van het netbeheer


Art. 13.4.11.

§ 1

[Het VEKA] legt, na de betrokkenen te hebben gehoord of daartoe naar behoren te hebben opgeroepen, aan iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon in de volgende gevallen een administratieve geldboete op die niet lager is dan 150 euro, en niet hoger dan 20.000 euro:
bij het zonder machtiging van de betrokken netbeheerder handelingen uitvoeren op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit;
bij het zonder machtiging de aansluiting op het distributienet of op het plaatselijk vervoernet voor elektriciteit manipuleren;
bij het niet uitvoeren van de meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement;
bij het bezorgen van informatie die niet consistent of in overeenstemming met de werkelijkheid is in het kader van meldingsverplichtingen die voortvloeien uit de toepassing van dit decreet, de uitvoeringsbesluiten ervan, het aansluitingsreglement, het aansluitingscontract of het technisch reglement.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. [Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald is bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling VI.
Administratieve sanctie wegens niet-naleving van de eisen bij elektromobiliteit


Art. 13.4.12.

§ 1

Wanneer [het VEKA] vaststelt dat niet aan de verplichtingen vastgesteld door of krachtens artikel 11/1.1.1 is voldaan, kan [het VEKA] aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het halen van die verplichting een administratieve geldboete opleggen van:
2000 euro per ontbrekend oplaadpunt voor elektrische voertuigen;
1000 euro per parkeerplaats wanneer niet werd voorzien in infrastructuur voor leidingen om de installatie van oplaadpunten voor elektrische voertuigen in een later stadium mogelijk te maken.

§ 2

Het opleggen van de administratieve boete wordt aan de betrokkene meegedeeld in een met redenen omklede aangetekende brief, met verwijzing naar de bepalingen die van toepassing zijn en de hoogte van de administratieve boete.

§ 3

Na de ontvangst van de kennisgeving, vermeld in paragraaf 2, moet de administratieve geldboete binnen zestig kalenderdagen betaald worden. Het Vlaams Energieagentschap kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

Als de betrokkene nalaat de administratieve geldboete binnen de in paragraaf 3 bepaalde termijn te betalen, wordt de geldboete bij dwangbevel ingevorderd.
Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door een ambtenaar die daartoe door de Vlaamse Regering wordt aangewezen. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling of bij aangetekende brief.

§ 5

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van toepassing van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen van de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden die bepaald zijn bij artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

Afdeling VII.
Administratieve sancties wegens overtreding van de voorwaarden waartegen de steunmaatregelen inzake energetische renovaties zijn verleend


Art. 13.4.13.

§ 1

Als het Vlaamse Energieagentschap vaststelt dat niet aan de verplichtingen, vastgesteld door of krachtens artikel 8.2.2, § 1, derde lid, of artikel 8.2.3, § 2, is voldaan, maant [het VEKA] de kredietnemer aan om binnen een gestelde termijn de betreffende verplichtingen na te leven.
Als de kredietnemer bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, in gebreke blijft, legt [het VEKA] de kredietnemer een administratieve geldboete op van:
300 euro voor een leningsbedrag tot en met 15.000 euro;
600 euro voor een leningsbedrag van 15.001 tot en met 30.000 euro;
900 euro voor een leningsbedrag van 30.001 euro tot en met 45.000 euro;
1200 euro voor een leningsbedrag vanaf 45.001 euro.

§ 2

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid.

§ 3

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de definitieve beslissing. [Het VEKA] kan uitstel van betaling verlenen voor een door haar bepaalde termijn.

§ 4

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 5

Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangbevel uitgevaardigd door de ambtenaar die belast is met de invordering.
Dat dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die daartoe is aangewezen door de Vlaamse Regering.

§ 6

Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot of met een aangetekende brief.

§ 7

Op het dwangbevel zijn de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek houdende bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging van toepassing.

Hoofdstuk V.
Administratieve sancties opgelegd door de Vlaamse Belastingdienst


Art. 13.5.1.

§ 1

Bij niet-naleving van de door de Vlaamse Regering in toepassing van artikel 14.2.2 opgelegde eisen inzake de consistentie, volledigheid en accuraatheid van de te rapporteren gegevens, kan de Vlaamse Belastingdienst de toegangshouder een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 150 euro, en niet hoger dan 20.000 euro.

§ 2

Bij niet-naleving van de in toepassing van artikel 14.2.2 opgelegde rapporterings- of betaaltermijn kan de Vlaamse Belastingdienst de toegangshouder een administratieve geldboete opleggen van 250 euro per kalenderdag vertraging.

§ 3

De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete, vermeld in paragraaf 1 en 2, in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete.

§ 4

De betrokkene kan tegen het opleggen van de administratieve geldboete bezwaar indienen bij de Vlaamse Belastingdienst. Het bezwaar moet worden gemotiveerd en op straffe van verval worden ingediend binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving van de administratieve geldboete.

§ 5

De administratieve geldboete moet worden betaald binnen zestig kalenderdagen na de kennisgeving ervan, of indien bezwaar is ingediend, binnen zestig kalenderdagen na de beslissing omtrent het bezwaar.

§ 6

De vordering tot betaling van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, te rekenen vanaf de dag waarop ze is ontstaan.
De verjaring wordt gestuit op de wijze en onder de voorwaarden, die bepaald zijn in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.

§ 7

Bij gebrek aan voldoening van de administratieve geldboete en toebehoren wordt een dwangschrift uitgevaardigd, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het bevoegde personeelslid van de Vlaamse Belastingdienst.

§ 8

Op basis van dat dwangschrift kan via gerechtsdeurwaardersexploot een dwangbevel betekend worden.

§ 9

Binnen een termijn van dertig dagen na de betekening van het dwangbevel kan de belastingschuldige bij gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet aantekenen, houdende dagvaarding van het Vlaamse Gewest, bij de rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie die de administratieve geldboete moet innen, is gevestigd.

Hoofdstuk VI.


Art. 13.6.1.
[...]

Hoofdstuk VII.
Inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes


Art. 13.7.1.
De inkomsten die voortvloeien uit de opbrengst van de administratieve geldboetes, vermeld in dit decreet, [...], worden rechtstreeks toegewezen aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1.
[...]